Carel Peeters' literaire kroniek 08.03.2010

Door Carel Peeters

Afbeelding bij Waarin het boekenweekthema op drie manieren wordt uitgelegd

‘Veel van wat jij nu uitspookt blijft tot aan je dood in je kop zoemen, wist je dat? Elke kras komt terug: nederlagen, bedrog, diefstal, lafheid. En de plaatsen waar je niet mocht komen, bezoek je later het meest.’ Dit schrijft Adriaan van Dis in Titaantjes waren we, het boek waarin vijfenzeventig schrijvers ter gelegenheid van de 75e Boekenweek op het thema ‘Opgroeien in de letteren’ een brief schrijven aan hun jongere ik.

Dat is één manier om het thema uit te leggen: jezelf confronteren met degene die nog moest uitgroeien tot de schrijver. Het is karakteristiek voor Van Dis dat hij in de opsomming van wat hij zijn hele leven mee zal dragen niets positiefs noemt.

Het is waar: de krassen in de geschiedenis van Van Dis en het uit Indië afkomstige gezin zijn steeds teruggekeerd, in verhevigde vorm zelfs, van de charmant geschreven, maar pijnlijke jeugdherinneringen in Nathan Sid (1984) tot de gestileerde woede in Familieziek (2002). Maar de stijl en de authenticiteit van die boeken zorgen voor de noodzakelijke genoegdoening.

Een andere manier om het thema uit te leggen is het over opgroeiende personages in de literatuur te hebben. Zo vatte Pieter Steinz het op voor het boekje Grote verwachtingen waarin het over 25 boeken gaat waarin jeugdige hoofdpersonen voorkomen, zoals Harry Potter, Joe Speedboot, Louis Seynaeve (Het verdriet van België), Pippi Langkous, Kees de Jongen, de Titaantjes, Holden Caulfield, Huckleberry Finn en Woutertje Pieterse.

Steinz geeft niet alleen een indruk van het boek, maar, zoals we van hem gewend zijn, hij voegt er schema’s aan toe waarin hij op boekhoudkundige manier in kolommen laat zien door wie de schrijvers zijn beïnvloed. In het geval van Adriaan van Dis door Tjalie Robinson, F. Bordewijk (Karakter), Flaubert (Leerschool der liefde) en Jules Renard (Peenhaar).

De informatie in de invloeden-kolom zorgt ook voor verrassingen. Zo zou Nescio invloed hebben ondergaan van Charles Dickens, Multatuli, Emile Zola, Mark Twain, Frederik van Eeden (vanwege ‘de natuurliefde en -lyriek van de Tachtigers’) en (dat is de verrassing) Jules Romains Les copains (de vrienden). In de kolom waarin Steinz aanraadt wat te lezen na de Titaantjes en De uitvreter staan in de afdeling ‘Bohémiens tegen het burgerdom’: Onderweg van Jack Kerouac en Tonio Krüger van Thomas Mann.

‘Opgroeien in de letteren’ kan ook nog uitgelegd worden met het beantwoorden van de vraag: hoe groeit men op tot schrijver? Dat zouden korte geschiedenissen van een schrijverschap opleveren: wat werd er voorgelezen? De zelf gelezen jeugdboeken, de al dan niet inspirerende leraren, de eerste zelfgekochte boeken, de schrijvers die tot voorbeelden werden gekozen, tot de eerste eigen gedichten en verhalen die nooit gepubliceerd werden, maar wel het begin van het echte schrijven inluidden. In zo’n genese zouden natuurlijk ook de groeistuipen, onzekerheden en teleurstellingen aan de orde komen en de manier waarop de ambitie om schrijver te worden zich uitte (Harry Mulisch heeft nooit de ambitie gehad schrijver te worden, zoals hij al meermalen heeft verteld, hij was schrijver).

Zadie Smith
Zadie Smith

Opgroeien in de letteren is voor de meeste schrijvers hetzelfde als altijd blijven leren: ze willen dagelijks meer weten, nemen nog steeds dezelfde schrijvers ter hand om zich door te laten inspireren, denken vaak dat ze het niet meer kunnen. De Amerikaanse schrijfster en journaliste Joan Didion vertelde eens aan Dave Eggers dat ze geen nieuwe roman begon zonder eerst Victory van Joseph Conrad te hebben herlezen. Ian McEwan vertelde een paar jaar geleden aan Zadie Smith dat hij met grote regelmaat boeken van John Updike of Philip Roth herleest om in de stemming te komen. Voor hij zelf gaat schrijven spiegelt hij zich even in hun aanpak. Ook al is er uiteindelijk niets van terug te vinden in wat hij schrijft.

Jonge schrijvers en schrijvers in spe zijn extreem gevoelig voor suggesties van gearriveerde schrijvers. Tien jaar geleden, toen ze zelf begon te schrijven, hoorde Zadie Smith van iemand dat Ian McEwan niet meer dan vijftien woorden per dag schreef. Ze dacht meteen dat het waar was en dat ze zelf ook zo moest schrijven. Ze wist ook meteen dat al haar problemen bij het schrijven voortkwamen uit het overschrijden van die limiet van vijftien woorden.

De interviews van Zadie Smith met Ian McEwan en dat van Dave Eggers met Joan Didion staan in het boek 11 Conversaties tussen geliefde schrijvers waarin Vendela Vida een reeks interviews heeft verzameld uit het Amerikaanse tijdschrift The Believer. Het zijn gesprekken tussen jonge schrijvers met een bewonderde oudere schrijver. Daar wordt niet helemaal consequent aan vastgehouden, want Dave Eggers heeft een e-mail gesprek met David Forster Wallace, de inmiddels overleden schrijver die niet zo veel ouder is dan Eggers.

Het zijn gesprekken in de geest van de altijddurende onderlinge opvoeding die tussen schrijvers plaatsheeft. Schrijvers voeden elkaar op. Milan Kundera laat zich nog dagelijks de les lezen door Cervantes, de schrijver van Don Quichotte, E. du Perron had het autobiografische proza van Stendhal altijd in de buurt, Willem Frederik Hermans had een medestander in Louis Ferdinand Céline en Nabokov had in Gogol een verwante geest van wie hij leerde hoe de lezer om de tuin te leiden.

Schrijven is ademen, met inkt

Geplaatst door: Wouter Krijbolder reacties

Vond eerst Paul S. tijdens een cursus Literair Debuteren voormalig klasgenootje toch écht de beste van ons clubje (vrouwtje had oma's hutkoffer vol brieven gebrandschat maar zelf nog geen ene regel geschreven), was ik later weer te goed om bij een échte uitgeverij mee te mogen doen: alles wat het manuscript behoefde was een redacteur (evenwel niet die van de betreffende uitgeverij die ook cursusjes Literair Debuteren was gaan geven).

Vandaar ook dat ik denk dat schrijvers mijn hoop en zegen zijn, ja, schrijvers hebben mij gevoed én opgevoed, ja, heropgevoed zelfs. En schrijven, da's ademen, met inkt (toner, jij je zin).

Voorbij de cursusjes, de TenPages.com en what have you: gewoon via de voordeur, níet via de zij-ingang!

[reageren]

The Literary Saloon