Carel Peeters' literaire kroniek 04.06.2010
Wat had Gustave Flaubert moeten doen toen Le Figaro naar aanleiding van zijn roman Madame Bovary schreef ‘Monsieur Flaubert is helemaal geen schrijver’? Zich met pek en veren insmeren? Zich voorgoed in een donkere kelder opsluiten en nooit meer een pen aanraken?
En wat stond Goethe te doen toen hij van een Engelse criticus naar aanleiding van zijn Wilhelm Meister te horen kreeg dat het ‘complete nonsens’ was. En de Engelse dichter T.S. Eliot? Die moest in 1922 over zijn nu door en door modern-klassiek bevonden lange gedicht The Waste Land in The New Statesman lezen: ‘Mr Eliot heeft laten zien dat hij soms echt rijmloze verzen kan schrijven, maar dat is alles. Voor de rest citeert hij, parodieert hij en imiteert hij erop los. Maar de parodieën zijn goedkoop en imitaties inferieur.’
Hadden Flaubert, Goethe en Eliot een advocaat in de arm moeten nemen die verhaal zou gaan halen bij de recensenten van Le Figaro en The New Statesman? Nee natuurlijk, want Flaubert, Goethe en Eliot zijn echte schrijvers en die weten dat het incasseren van negatieve recensies en harde kwalificaties tot de risico’s van het schrijven van literatuur behoren. Pijnlijk, en misschien oorzaak van levenslang prikkende littekens, maar schrijvers zijn Goliath genoeg om dit leed te dragen, dan wel wraak te nemen door een beter boek te schrijven.

In Nederland bestaat nog geen boek met een handzame bloemlezing van afkrakende, sarcastische of dodelijke kritieken. In Engeland wel. Daar hebben ze de twee deeltjes Rotten Reviews I en II die Bill Henderson in 1987 voor Penguin samenstelde. Die mogen overigens wel eens herdrukt en aangevuld worden. Dan kan ook Mr Hans Bousie zien dat het krijgen van een slechte recensie in de beste families voorkomt. Hij schrijft op verzoek van Renate Dorrestein in het eerste nummer van het tijdschrift Volgens (waarin Dorrestein centraal staat en waarvan ze tegelijk gasthoofdredacteur is) iets over een grote Nederlandse misstand: dat critici en recensenten maar kunnen schrijven wat ze willen, zonder ooit op het matje geroepen te worden. ‘De recensent is almachtig en de schrijver zit in een onmogelijke positie,’ schrijft Mr Bousie. Kennelijk moet hier paal en perk aan gesteld worden en moet Mr Hans Bousie van Renate Dorrestein de voorzet geven.
Mr Hans Bousie (‘juridisch en strategisch adviseur in de mediabranche’) schrijft dat hij regelmatig schrijvers op zijn kantoor krijgt ‘die getroffen zijn door een recensie’. Ze vragen hem: ‘Mag een recensent zo maar schrijven wat hij wil?’ Ik zou zeggen dat een schrijver die deze vraag stelt zichzelf geen schrijver mag noemen. Maar Mr Hans Boussie maakt dit niets uit. Hij antwoordt: ‘Nee, dat mag een recensent niet. Een recensent moet zich aan de feiten houden en mag zich niet onnodig grievend uitdrukken.’ ‘Onnodig grievend’?, dan had Flaubert zo naar de rechter kunnen stappen, maar dat deed hij niet (de rechter kwam naar hem vanwege de ‘onzedelijkheid’ van Madame Bovary) ‘Aan de feiten houden’?, dan had Goethe voor die kwalificatie ‘complete nonsens’ een vermogen aan genoegdoening kunnen binnenhalen, want iemand die ‘complete nonsens’ zegt praat niet in feiten.
- Er is nog maar één hoop: dat Mr Hans Bousie niet bestaat en dat het artikel een grap is.
Een schrijver die zich teweer stelt tegen een slechte recensie, weet Mr Hans Bousie, zou dat duur te komen staan. Mr Hans Bousie heeft er met zijn natte vinger studie van gemaakt: het nieuwe boek van de schrijver zal de volgende keer genegeerd, of weer automatisch afgekraakt worden. Mr Hans Bousie vindt het zo moeilijk uit te leggen aan schrijvers ‘dat er in Nederland eigenlijk geen wapens zijn om het tegen een recensent op te nemen.’ Hij heeft dit keer dus geen ‘strategisch advies’. Maar kennelijk weet Mr Bousie wel dat je je in het buitenland heel goed kunt verweren, alleen zegt hij niet hoe en in welke landen dat het geval is.
Mr Hans Bousie zegt wel meer niet: elke lezer van zijn artikel in Volgens zou wel eens willen weten welke schrijvers zich bij Mr Bousie hebben gemeld met in hun achterzak slechte recensies. Zou Renate Dorrestein daarbij zijn geweest? Bij het artikel van Mr Bousie staat een foto van Elsbeth Etty waarop de ogen zijn afgeplakt met een rood balkje, zoals gebruikelijk bij verdachten. Bekend is dat Etty De leesclub van Renate Dorrestein niet met tromgeroffel heeft ontvangen (‘Zeven mutsen op een wrakke schuit’ stond er boven).
Er is nog maar één hoop: dat Mr Hans Bousie niet bestaat en dat het artikel een grap is. Maar dat is wel onwaarschijnlijk. En wat deed ondertussen Bill Henderson toen hij klaar was met het samenstellen van zijn deel II? Hij bedankte de schrijvers die hem de recensies hadden opgestuurd waarin ze zo ongenadig werden afgekraakt.
Categorie
Literaire Blogs
De Contrabas
Perlentaucher
