Carel Peeters' literaire kroniek 12.07.2010
De schrijver van de verhalen over Sherlock Holmes, Arthur Conan Doyle, was in 1884 een van de oprichters van de voetbalclub van de stad Portmouth. Hij deed zelf mee als keeper en was ook actief als achterspeler. Hij mocht ook graag wielrennen en tennissen. Hij kon bovendien aangetroffen worden op het golfveld en in de Zwitserse bergen om daar te skiën. Was hij weer thuis dan was hij een enthousiast biljarter. Zodra de motorfiets was uitgevonden was Conan Doyle een van de eerste berijders.
Het beoefenen van al deze sporten moet al flink wat tijd hebben opgeslokt, toch bleef er nog tijd over voor de sport die hem het meest aan het hart ging: cricket. Die sport beoefende hij op het hoogste niveau (‘at first class level’). Maar dat wilde niet zeggen dat hij zich te goed voelde om deel uit te maken van een cricketclub die de sport op een heel wat lichtvoetiger manier beoefende: de Allahakbarries, de club bestaande uit schrijvers, tijdschriftredacteuren, acteurs en kunstschilders die J. M. Barrie (1860-1937), de schrijver van Peter Pan, vanaf 1887 elk jaar bij elkaar improviseerde voor een wedstrijd ergens in de buurt van een idyllisch Engels dorp. In een verslag van een van de wedstrijden schreef Barrie dat het hem nu duidelijk was geworden dat hoe belangrijker men als schrijver was, hoe slechter men speelde. Met als uitzondering ‘to this depressing rule’: Conan Doyle.
Helemaal serieus moet deze opmerking ook weer niet genomen worden want het ging er bij de Allahakbarries helemaal niet om of er goed gespeeld werd. De elf bij elkaar geharkte spelers wisten niets of nauwelijks iets van het spel, maar deden wel alsof, met alle hilarische gevolgen. Het begon al bij de naam: volgens Barrie hadden bevriende wereldreizigers hem gezegd dat Allahakbar betekende: ‘de hemel sta ons bij’. Lang heeft iedereen gedacht dat de hemel hen bijstond bij het werpen en scoren, tot iemand met nog meer gezag onthulde dat het ‘God is groot’ betekende. De naam stond er garant voor dat het meer om het plezier, dan om de ernst van het spel ging. Het ging er Barrie om ‘to see his friends making fools of themselves under his orders’, zoals zijn eerste biograaf Denis Mackail zegt.
In de tijd dat J.M. Barrie de Allahakbarries bedacht was hij nog niet de schrijver van Peter Pan, het boek over de jongen die niet ouder wilde worden dat in 1906 uitkwam, maar hij was wel zelf een soort Peter Pan. In 1887 was hij zevenentwintig en zo klein dat hij nog een jongen leek. Barrie was van mening dat het leven tot je twaalfde ertoe deed, daarna teerde je op wat die twaalf jaar je hadden gegeven. Barrie bleef altijd in hoge mate dat prepuberale kind: gevoelig, bazig, geestig, grillig, beetje sadistisch, escapistisch. Het leven was spelen. Het gebrek aan ernst van de Allahakbarries was een bewust protest tegen de rationalisatie en professionalisering die in de sport plaatshad. ‘We never cared whether we won or lost. We played the game’, zei Barrie.
Hoe jongensachtig ook, hij wilde schrijven en deed er alles aan om in Londen gepubliceerd te worden. Hij werd vanaf 1885 elk jaar beroemder met zijn artikelen, verhalen, toneelstukken en boeken, vooral de boeken waarin hij de verhalen had opgeschreven die zijn moeder hem vertelde over haar jeugd in Schotland, zoals Auld Licht Idylls. Hij had een talent om mensen met hem bevriend te laten worden, zodat hij veel schrijvers leerde kennen die in dezelfde tijdschriften en kranten schreven als hij: Robert Louis Stevenson, E.W. Hornung (de bedenker van Raffles, gentleman, dief en cricketer), Jerome K. Jerome (schrijver van Three Men in a Boat), P.G. Wodehouse en A.A. Milne, later (in 1925) de schrijver van Winnie the Pooh, maar in die tijd nog alleen redacteur van het humoristische/satirische tijdschrift Punch. Zij, en vele anderen, werden allemaal een Allahakbarrie.
- Zo idyllisch het contact met de familie Davies ook begon, het liep uit op een tragedie
Barrie organiseerde bijna elk jaar een wedstrijd en dat deed hij zesentwintig jaar lang, tot het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Het boek dat Kevin Telfer over Barrie en zijn cricketteam heeft geschreven, Peter Pan’s First XI, The Extraordinary Story of J.M. Barrie’s Cricker Team, concentreert zich wel op dat team, maar moet wel minstens zoveel aandacht besteden aan het vele dat Barrie ernaast deed. Hij was de personificatie van de homo ludens, de altijd spelende mens, alleen werkte hij er keihard bij. Hij schreef een enorm oeuvre bij elkaar.
In verhouding tot de rest van zijn leven waren de Allahakbarries een detail. Dat leven werd vanaf 1900 beheerst door een familie waarvan hij de kinderen had leren kennen in Kensington Gardens, waar hij toen vlakbij woonde. Die familie Davies bestond uit vijf jongens, een moeder waar Barrie min of meer verliefd op was en een vader die jong zou sterven. Barrie raakte met de jongens en de familie verstrengeld toen ook de moeder drie jaar na haar man overleed. Barrie nam de zorg voor de jongens over: ze gingen naar Eton op zijn kosten en studeerden op zijn kosten. Peter Pan werd geïnspireerd door het leven en de omgang met de jongens. Hoewel ze allemaal iets van Peter hadden, werd één van de zoons, Peter, algemeen aangezien voor de echte. Dat heeft hem zijn leven lang grotendeels dwars gezeten omdat hij er altijd op aangesproken werd. Peter Davies (die een gerenommeerd uitgever werd), pleegde in 1960 zelfmoord door zich voor de metro te storten. Zo idyllisch het contact met de familie Davies ook begon, het liep uit op een tragedie, want de ene na de andere jongen sneuvelde, verdronk of overleed.
Het hilarische, maar wel erg door Telfer uitgesponnen verhaal over Barrie cricketteam, moet gelezen worden met in het achterhoofd deze tragische geschiedenis over Barrie en de jongens Davies, zoals verteld door Andrew Birkin in zijn prachtige documentaire boek J.M.Barrie and the Lost Boys. In allebei zien we een Barrie aan het werk als de organisator van geluk en plezier, tot in het bemoeizuchtige af. Hier werd het niet-opgegroeide leven geleefd in Neverland. Hier kwam alles bij elkaar: het kostschoolachtige leven, de idylle van het platteland. het Engelse gebrek aan ernst, het zalig nietsdoen (Jerome K. Jerome was hoofdredacteur van het tijdschrift The Idler), het escapisme, de strohoeden, de picknicks, de witte kabeltruien en Barries ‘special brand of gleefulness and absurdity’. Barrie fotografeerde ook alles, schreef berucht onbetrouwbare verslagen van de wedstrijden en liet er herhaaldelijk een boekje van maken. De Allahakbarries: dat was een arcadisch eilandje in een meer van tragedies.
Categorie
Literaire Blogs
De Contrabas
Perlentaucher
