Carel Peeters' literaire kroniek 10.09.2010

Door Carel Peeters

Tot de groep van ‘nieuwe atheïsten’ Richard Dawkins, Christopher Hitchens en Daniel D. Dennett behoort ook Sam Harris, filosoof, neuroloog en schrijver van The End of Faith, in het Nederlands vertaald als Van God los. Dat is geen zachtzinnig boek. Harris geeft onder meer een overzicht van de absurditeiten die verbonden zijn met religie, van de praktijken van de inquisitie, de afwijzing van sex voor het huwelijk, tot de weigering van de Roomse kerk om in Afrika condooms toe te laten.

Harris maakt zich ook zorgen over de toekomst van de rede wanneer de religie zo’n grote plaats blijft innemen in het denken over de manier hoe mensen behoorlijk kunnen samenleven. De scheiding van kerk en staat noemt hij een mythe wanneer het nog maar zo kort geleden is dat Ronald Reagan de bijbel en zijn apocalyptische voorspellingen (de komst van Armagedon) nog als leidraad voor zijn beleid kon gebruiken. Harris is een uitgesproken rationalist (al heeft hij ook een zwak voor de pretentieloze kanten van oosterse religies). Dat blijkt ook uit zijn in oktober te verschijnen nieuwe boek The Moral Landscape. Daarover vertelde hij tijdens een conferentie over The New Science of Morality van de Edge Foundation, de denktank van John Brockman, de man die wetenschappers van de wereld gelegenheid geeft hun laatste ideeën te publiceren op de website www.edge.org.

Het verbazingwekkende aan Harris’ nieuwe boek is de vanzelfsprekendheid waarmee hij de moraal voortaan wil laten bepalen door de wetenschap: de ondertitel van het boek luidt dan ook ‘How Science Can Determine Human Values’. Gebruikelijk is te denken dat de wetenschap niets te zeggen heeft over de moraal. De wetenschap levert feiten, waar het leven mee gaat leven. Levensbeschouwingen, religieuze dogma’s, overtuigingen en ideeën over inrichting van de samenleving bepalen het gebruik van die wetenschappelijke feiten.

Deze ratatouille van collectieve en particuliere overtuigingen en dogma’s vindt Harris heel rommelig en verwarrend. Net zoals we het er in de wereld over eens zijn geworden dat er een Declaratie van de universele mensenrechten kwam, zo hebben we volgens Harris behoefte aan ‘een geglobaliseerde beschaving’ met een ‘universeel concept van wat goed en slecht is’: ‘a universal framework of morality’.

- ‘Er zijn goede en slechte antwoorden op de vraag hoe het menselijk welzijn te verbeteren’

In principe, zegt Harris, moet de wetenschap in staat zijn ons te zeggen wat we moeten doen om het best mogelijke leven te leiden. We weten al zoveel van het menselijk brein en zijn verhouding tot de gebeurtenissen in de wereld dat we kunnen zeggen dat er goede en slechte antwoorden zijn op de meest urgente vragen van het leven. De inmenging van de religies in de sfeer van de menselijke waarden verstoort alleen maar de natuurlijke ontwikkeling van die waarden. Zoals er geen christelijke natuurkunde en geen islamitische algebra is, zo is er volgens Harris geen christelijke of islamitische moraal.

Harris vindt niet dat de wetenschap neutral is. En inderdaad, zijn ‘universele morele raamwerk’ is gebaseerd op een uitgesproken partijdige vooronderstelling: alles moet worden afgemeten aan de mate waarin het ten goede komt aan het menselijk geluk (‘the well-being of conscious creatures’). Dat is een wankele basis, want over wat geluk is kunnen de meningen nogal verschillen. Kennelijk is dat Harris’ zorg niet, en heeft hij een heel globaal en dagelijks idee van geluk voor ogen. Maar dat maakt zijn ‘universele morele raamwerk’ niet minder wankel: er bestaat geen idee van geluk waarover men het universeel eens is, en wellicht ook niet zou moeten worden, want dat zou misschien wel eens vreemd totalitair kunnen uitpakken. Niettemin schrijft Harris zonder met zijn ogen te knipperen: ‘Er zijn goede en slechte antwoorden op de vraag hoe het menselijk welzijn te verbeteren’ (to maximize human flourishing).’

De vraag is nog wat dat ‘morele landschap’ uit de titel van Harris’ boek precies inhoudt. Dat ziet er vreemd uit. Bij het morele landschap ziet Harris ‘een ruimte van pieken en dalen voor zich, waar de pieken overeenkomen met de hoogten van het welzijn, en de dalen overeenkomen met de diepste diepten van ellende’. Harris heeft een landschap van ervaringen voor ogen dat van alle kanten negatief of positief wordt beïnvloed. Menselijke gemeenschappen, zoals verenigingen, zijn sterk bevorderlijk voor het ontstaan van ‘pieken’ in het welzijn. Stamcelonderzoek (dat door sommige religies wordt afgewezen), zorgt ook voor een piek, want dat komt uiteindelijk ten goede aan het algeheel welzijn.

Er komen steeds twee woorden terug bij Harris: ‘well-being’ en ‘consciousness’. Hij wil alleen te maken hebben met ‘bewust levende wezens’. En dat is het zwakke punt van Harris als rationalist. Het is uiterst wenselijk dat mensen alles zo bewust mogelijk doen, maar in de praktijk heerst een en al slordigheid, ook al wil niemand dat. We hebben allemaal te maken met dezelfde feiten in de wereld, zegt hij. Maar die worden wel allemaal anders geïnterpreteerd, en niet volgens Harris’ ‘universeel concept van goed en kwaad’.

neo-religie

Geplaatst door: Guido Hulscher-van den Broek reacties

Wat dhr. Harris feitelijk propageert is een nieuwe religie die pretendeer de wetenschap als basis te hebben. Een nobel streven, maar daarom niet minder geloofwaardig.

dhr.

Geplaatst door: janDeFietser reacties

alles moet worden afgemeten aan de mate waarin het ten goede komt aan het menselijk geluk. ‘the well-being of conscious creatures’? waarom niet het individu?

ik ben benieuwd naar het boek, en ook of Harris daarin stilstaat bij de reeds in de 19de eeuw geuite kritiek op de (kantiaanse) ethiek zoals door Schopenhauer in zijn "Über die Grundlagen der Moral" (1841), Nietzsche in zijn ¨Zur Genealogie der Moral¨ (1887) en niet te vergeten Stirner in zijn ¨Der Einzige und sein Eigenthum¨ (1844)

[reageren]

The Literary Saloon