Carel Peeters' literaire kroniek 08.10.2010

Foto’s kunnen zo direct zijn dat ze de kracht van een onthulling hebben. Er wordt iets getoond dat helemaal niet geheim is, maar door een goede foto wordt er ineens iets geopenbaard. Je wilt er eigenlijk niet naar kijken: wat er te zien is geeft zich te ontwapenend bloot. Een flink aantal van zulke foto’s is te zien op de tentoonstelling Portraits and Power in het Strozzina, het centrum voor hedendaagse kunst in het Palazzo Strozzi in Florence. In het hoofdgebouw is op hetzelfde moment de tentoonstelling over Agnolo Bronzino, de zestiende eeuwse hofschilder van Cosimo I de Medici die de aristocratie van die tijd schilderde met huiveringwekkende afstandelijkheid, maar wel met een ultieme perfectie en schoonheid.
Het kan niet anders dan dat de twee tentoonstellingen op elkaar inwerken om je af te vragen hoe het gezicht van de hedendaagse macht eruit ziet, en of de macht nog wel dezelfde is als tijdens de zestiende eeuw, tenslotte zijn er sinds die tijd een aantal revoluties geweest die daar drastisch verandering in hebben gebracht. ‘Macht’ wordt in Portraits and Power niet alleen gesitueerd in regeringsleiders, maar ook in portretten van rijke families, van gebouwen, van mensen bij de paardenraces, van mannenclubs, bankiers en bij kritische kunstenaars die de binnenkant van macht laten zien.
Jim Dow fotografeerde de bibliotheek van de Metropolitan Club in New York, een enorme pompeuze zaal met monogrammen in de glas- en loodramen, ongemakkelijke stoelen met skyleer, een bescheiden hoeveelheid boeken, een kloostertafel in het midden en een lege atmosfeer waar je nog geen vijf minuten in zou willen toeven. Zo’n foto zegt veel, als het niet alles is.
Onnadrukkelijk onthullend is ook Dow’s foto van een andere club, de University Club in New York. Dat is een indrukwekkende bibliotheek met een gewelfd plafond, met veel gesneden houtwerk en allegorische schilderingen. Maar op de voorgrond staat een lange schuine kast met boeken die kennelijk bij de hand moeten zijn omdat ze veel uitgeleend worden. De titels van de boeken zijn goed te lezen. Het zijn bijna allemaal thrillers, van Robert B.Parker, Ed McBain of Scot Thurow.

Martin Parr is op deze tentoonstelling natuurlijk niet vertegenwoordigd met zijn onthullende foto’s van het strand- en boulevardleven van Brighton, maar met veelzeggende kiekjes van de mensen tijdens de paardenraces van Ascot, van een party in Dubai, een dameshoedendag in Engeland en een polowedstrijd in de Verenigde Emiraten. Elk commentaar op zulke foto’s is teveel. Ze geven zelf het commentaar: een glas op een bepaalde manier vastgehouden spreekt boekdelen, een zonnebril zegt wie de draagster is, een glimmende jurk met een dik iemand heeft genoeg aan een blik om gediskwalificeerd te zijn.
Kijken is op zo’n tentoonstelling geslingerd worden van de distinctie van de macht op de foto’s van Tina Barney wanneer ze gewone rijke mensen fotografeert, naar de decadente luxe van vrouwen die poseren bij opgezette leeuwen en in kitschinterieurs vol zesderangs kunst. Maar je komt weer met beide benen op de grond bij de foto’s die Rineke Dijkstra gedurende drie jaar maakte van een jongen van zeventien die bij het Vreemdelingen Legioen ging. Je ziet hem volwassen worden.

Macht betekent in de eenentwintigste eeuw meteen ook de ontmaskering van macht. Niet alleen omdat de democratie voor de periodieke wisseling van de macht zorgt, maar omdat de macht zich nauwelijks nog kan verschuilen. Bijna alles speelt zich in het openbaar af. Die openbaarheid zorgt ook voor macht. De foto’s en video’s van de schijnbaar ongedwongen Tony Blair kun je eindeloos bekijken om te zien hoe gespannen hij altijd is.
Ook de macht die zich verschuilt, zoals in landen als Birma of Noord-Korea, wordt permanent gevolgd. Als vertegenwoordiger van alle organisaties die de macht hinderlijk volgen is hier de film te zien over The Yes Men, de groep Amerikaanse kunstenaars die undercover machtontwrichtende acties ondernemen. Hier zien we een van hen in actie wanneer hij zogenaamd als een directeur van Dow Chemical voor de BBC aankondigt dat de slachtoffers van de giframp in Bhopal in 1984 (3000 doden, 120.000 slachtoffers met verminkingen) miljoenen dollars schadevergoeding zullen krijgen.
Op de rand van paranoia is het Bureau d’études van het duo Léonore Bonaccini en Xavier Fourt. Zij combineren kunst en achterdochtig onderzoek en brengen de onderlinge verbanden in kaart tussen de machtigen, bijvoorbeeld in Amerika. Dat levert een prachtige incestueuze waaier op van (vooral) mannen die met elkaar in verbinding staan omdat ze in dezelfde commissies, clubs, organisaties of denktanks zitten of hebben gezeten. Het bureau maakte een kaart waarop te zien is wie de wereld echt regeert (The World Government).
Hier is ook de ultieme foto te zien van een groepje verstarde bankdirecteuren, dit keer van de Deutsche Bank. De bankdirecteur is sinds de kredietcrisis de crimineel in driedelig krijtstreeppak: een en al verhullende façade waarachter de slogan ‘greed is good’ wordt gekoesterd.
Categorie
Literaire Blogs
De Contrabas
Perlentaucher
