Carel Peeters' literaire kroniek 07.09.2010

Door Carel Peeters

A Stag at Sharkeys, 1917
A Stag at Sharkeys, 1917

De naam kwam niet van de kunstenaars zelf, maar van een criticus die in de Philadelphia Record een illustratie van George Bellows had gezien van mannen die teleurgesteld boven een vuilnisbak hangen. Disappointments of the Ashcan heette de afbeelding, er zat niets van hun gading in. Daarmee was in 1916 de Ash Can School of Art geboren, een groep schilders die het rauwe leven in de arme wijken van de grote steden schilderde. De kunstenaars die ertoe gerekend werden, zoals George Lukes, John Slaon en George Bellows, waren in 1916 al jaren op deze manier aan het werk, sinds het begin van de eeuw in feite, toen ze bijna allemaal als leerlingen van Robert Henri aan de Philadelphia School of Art studeerden. En ze hadden vanwege hun belangstelling voor de vuilnisvak van het leven al menige negatieve kwalificatie geïncasseerd, zoals ‘the apostles of ugliness’. Ze schilderden dan ook het realistische straatleven met veel wasgoed aan de lijn van diepbruine woonkazernes. Ze schilderden, zoals ze zelf zeiden, ‘the reality of the time’. Anders dan de negentiende eeuwse kunstenaars die de kunst om de kunst (l’art pour l’art) beoefenden, wilden de Ash Canners ‘art for life’s sake’ bedrijven.

Maar het was bepaald geen vuilnisbakkenkunst die de Ash Can School voortbracht. Ook al waren de onderwerpen fel realistisch, in de uitwerking kreeg het rauwe leven in de vorm van straatbeelden met tientallen mensen, karren, wasgoed, spelende kinderen en bedelaars ineens allure. George Bellows schilderde de volle stadions waarin onder felle lampen in een ring werd gevochten. Daarbij ging hij als een Rembrandt te werk, met scherp contrast tussen licht en donker: tegen een donkere achtergrond lichten de lichamen van de vechters op.

- Het is nu alsof we hedendaagse versies van de schilderijen van de Ash Can School om ons heen hebben.

In de kunst duikt van tijd tot tijd een groot verlangen naar realiteit op. De Ash Can School is daarvan een saillant voorbeeld, omdat er ook in de naamgeving niet omheen werd gedraaid. Wanneer de esthetiek en de aandacht voor de vorm een tijd lang de overhand heeft gekregen, ontstaat vanzelf grote behoefte aan het leven zelf in de kunst. Dan moet de esthetiek minder op de voorgrond treden. Dan moet er ‘straatrumoer’ in de literatuur komen, dan moet het rauwe leven op het doek komen en kan Tracy Emin haar realistische en veelbeslapen bed als kunstwerk presenteren.

Aan de Ash Can School, en in het bijzonder aan het werk van George Bellows, is te zien dat, ondanks het felle realisme, het verlangen naar esthetische allure groot blijft. Volgens Robert Henri moest het allemaal ‘journalistieker’ in de kunst, maar in de praktijk zocht elke kunstenaar naar zijn eigen handschrift. Hij wil voldoen aan zijn eigen kunstzinnige eisen, en niet aan die van de vuilnisbak. Ook de realiteit werd verbeeld via de koninklijke omweg van de kunst.

Dit is weer zo actueel omdat de laatste kreet om meer realisme in de kunst opduikt in een tijd waarin op alle fronten om meer realiteit gevraagd wordt. De behoefte realiteit is zo universeel dat het woord ‘reality’ alle andere woorden voor de werkelijkheid in de verschillende talen overbodig heeft gemaakt. Die laatste kreet om meer realisme komt van David Shields in zijn boek Reality Hunger, en de tijd waarin om steeds meer realiteit wordt gevraagd is die van de reality-soaps, van real-time reportages van achtervolgingen van criminelen, van schakelen in nieuwsuitzendingen naar grote rampen, van life-reportages van mensen die aan het doodgaan zijn.

David Shields’ verlangen is eenvoudig: de roman is hem niet meer werkelijk genoeg, hij heeft het gevoel tijdens het lezen van een roman niet bij de realiteit aanwezig te zijn, en dat is wel wat hij wil en verwacht. Hij heeft honger naar realiteit. Hij wil het idee hebben dat hij bij het lezen van een boek met harde feiten te maken heeft, niet met door een schrijver bedachte zaken.

Shields wil geen ‘fictie’ meer, hij wil ‘non-fictie’, het verhaal van de gewone feiten, hoe banaal ook, in een spannende setting. Shields, die wel bewondering verdient omdat hij meer dan twee honderd pagina’s vol schrijft met genummerde losse gedachten en meditaties over zijn honger naar realiteit in de literatuur, vindt het onverdraaglijk dat hij in romans niet met iets werkelijks te maken heeft. Het is alsof het dan niet om iets substantieels, iets echts gaat.

Alain Finkielkraut
Alain Finkielkraut

Het is een vreemd verlangen naar meer realiteit wanneer we er door worden omgeven en door worden overspoeld. Het is nu alsof we hedendaagse versies van de schilderijen van de Ash Can School om ons heen hebben. We krijgen haar voortdurend op de radio, de televisie en internet aangereikt, als ze ons niet wordt opgedrongen. De literatuur negeert deze realiteit niet, maar onderzoekt haar. Het is door de omweg van de literatuur, en dus de roman, dat de werkelijkheid getoond en tegelijk inzichtelijk gemaakt wordt.

Het is een eigenaardige veronderstelling van Shield dat een roman (bedoeld is een goede roman) geen realiteit zou bevatten als hij alleen maar bedacht is. Voorbeelden te over van het tegendeel zijn te vinden in Een intelligent hart, het door Contact uitgegeven boek waarin de Franse filosoof Alain Finkielkraut negen romans bespreekt die onderdeel uitmaken van zijn ideale bibliotheek: romans van Milan Kundera, Joseph Conrad, Karen Blixen, Henry James, Albert Camus en Philip Roth.

Neem het boek van Philip Roth dat Finkielkraut in zo’n veertig pagina’s bespreekt, The Human Stain (De menselijke smet in Nederlandse vertaling), de roman over de 72-jarige hoogleraar klassieke talen Coleman Silk. Het boek speelt in 1998, een jaartal waarin je niet verwacht dat het racisme nog hevig opspeelt. Maar dat doet het wel in zijn nieuwe politiek correcte gedaante op sommige Amerikaanse universiteiten.

Coleman Silk maakt tijdens een college een opmerking die totaal verkeerd wordt uitgelegd. Dat zet een verhaal in werking dat zo reëel is als de werkelijkheid maar kan zijn: Coleman wordt door dit incident geconfronteerd met zijn eigen geschiedenis waarin hij altijd verborgen heeft gehouden (zelfs voor zijn inmiddels overleden vrouw) dat hij zwarte ouders had. Hij zelf ziet er nauwelijks getint uit. Zijn hele leven heeft in het geheim in het teken gestaan van deze achtergrond, die hij achter zich wilde laten. Hij wilde kleurloos zijn, hij wilde zelf bepalen wie en wat hij was. Hij wilde een andere richting van de geschiedenis in slaan, geen voortzetting van zijn ouders worden. Door Roths dwingende stijl is het een onontkoombaar en aangrijpend (niet zelden tragi-komisch) verhaal. Echte werkelijkheid.

Wie The Human Stain als voorbeeld neemt van een hedendaagse roman kan na het lezen ervan onmogelijk beweren dat hij nog honger heeft. Je hebt wel niet in een ash can gekeken, maar in wel zoiets.

[reageren]

The Literary Saloon