Carel Peeters' literaire kroniek 25.05.2010

Door Carel Peeters

Jan Vorstenbosch
Jan Vorstenbosch

Er zijn uitvindingen die bij gebruik steeds weer opnieuw de Eureka-sensatie oproepen. Ze zorgen perfect voor een oplossing van iets dat een probleem zou zijn als de uitvinding er niet was geweest. Ik denk aan de fiets, aan de paperclip, het elastiek en de bal – allemaal zo voor de hand liggend dat ze in het dagelijks gebruik geen wenkbrauw meer doen oplichten. Maar wanneer ze er niet zijn, loopt alles in het honderd.

De bal is in dit rijtje iets speciaals omdat hij zo duidelijk twee heren dient, de utilitaire en de recreatieve heer. De bal is een veelzijdig talent. Hij is op talloze manieren essentieel in machines, maar ook in ontelbare spelletjes. Hij zorgt voor de kogellagers in de fiets en voor het tiktakken in de flipperkast, voor de balpen en voor het voetballen.

De bal kan hele onderdelen van het leven in staat in opperste paraatheid brengen. Hij kan massa’s op de been brengen, zowel ter opluistering van het leven, als om de grootste ellende te veroorzaken. De bal is er de oorzaak van dat Zuid-Afrika nu een geharnast land wordt: er zijn vijftig speciale rechtbanken ingesteld die snelrecht moeten gaan toepassen op hooligans die de wereldkampioenschappen voetbal (van 11 juni tot 11 juli) verstoren. Gevangenissen hebben voor extra cellen gezorgd.

De bal is oorzaak van opperst plezier en van de griezeligste toestanden in en rond de stadions. Dat zijn twee totaal van elkaar gescheiden werelden geworden. Het opperste plezier is te zien op de foto op het omslag van Voetbalgek, Jan Vorstenbosch’ nieuwe filosofische bespiegelingen over zijn leven als onderdeel van jeugdelftallen, amateurelftallen, studentenelftallen, café-elftallen, veteranenelftallen en het familie-elftal. Op die omslagfoto staan Engelse jongetjes in afwachting van het begin van de wedstrijd gretig te luisteren naar de trainer die de bal onder zijn rechtervoet houdt. Hier zie je waartoe een bal in staat is. Dit zijn gezichten die anticiperen op het genot alles met een bal te gaan doen wat jij wil (en de tegenstander niet). Vorstenbosch heeft deze foto niet voor niets uitgekozen: dit soort gezichten is waar het om gaat bij voetballen.

Vorstenbosch wil met zijn boek het voetbal enigszins ‘vrij schrijven’ van alles wat er niet echt toe doet, ‘de randen en korsten die eromheen zijn komen te hangen: de blessures, de transfersommen, de incidenten, de affaires in het voetbalwereldje, kortom: alles waar het doorgaans te veel en te lang over gaat.’ Dat ‘vrij schrijven’ is wel nodig omdat het voetbal wordt overwoekerd door bijzaken, die bovendien te veel weg hebben van de toestanden die ook in het echte leven aan de orde zijn: budgetoverschrijdingen (omdat de salarissen van de spelers zo hoog moeten zijn), leven op te grote voet, faillissementen.

Er zijn momenten dat Vorstenbosch gelaten denkt dat het er ‘allemaal bij hoort’ (de skyboxen, de hooligans, de sponsors, de bobo’s, de merchandisers), maar dat duurt niet lang, en dan keert hij weer terug tot waar het echt om gaat: de aardigheid en de schoonheid van het voetballen, de wedstrijd als een sympathiek oorlogje. Het gaat er om te merken dat je ‘macht’ hebt over de bal en bewegingen kunt maken waarvan je niet wist dat je ze in je had. Dat je kunt schieten met een zuiverheid waar je zelf van opkijkt, dat je je angst voor kopballen overwint en er ook nog een doelpunt mee maakt. Dat je soms een overzicht over het spel hebt dat op helderziendheid lijkt.

- Hij ontwikkelde een soort geciviliseerd wraaknemen op de ongeoorloofde slidings, het duwen en het natrappen van de tegenstander

Voetbal wordt dan het exploreren van je mogelijkheden. Ook van het testen van je incasseringsvermogen. Vorstenbosch ging een beetje calculerend denken: wanneer hij mij tegen mijn schenen trapt zal hij het weten: de vrije trap die ik krijg ‘krul’ ik er subiet in. Hij ontwikkelde een soort geciviliseerd wraaknemen op de ongeoorloofde slidings, het duwen en het natrappen van de tegenstander. Bij zulke overwegingen is Johan Huizinga en zijn boek Homo Ludens niet ver weg.

Vorstenbosch wilde als jongen van vijftien echt beroepsvoetballer worden, maar de vooruitzichten waren te onzeker. Zijn vader ‘wist hoe afgeteste spelertjes met busjes vol aangevoerd en met bosjes afgevoerd werden van het PSV-complex, gebroken in de knop.’ Hij werd voetballend filosoof, en verbond daarmee actie en contemplatie. Hoe verschillend ook, ze waren verbonden door hun ‘onnut’. Na het leven van de geest werd je door het voetballen weer met beide voeten op de grond gezet.

Vorstenbosch heeft het een hoofdstuk lang over de voet. Die krijgt een ereplaats, maar vooral ook omdat hij onder filosofen niet zo in trek is, behalve dan bij Nietzsche, maar dat is dan ook een van de weinige filosofen die het lichaam als geheel rehabiliteerde. In dit hoofdstuk treedt Zidane naast de psycholoog Buytendijk op, Frank de Boer naast Heidegger, Bergkamp naast Cornelis Verhoeven. Buytendijk kent het schoppen van de bal veel meer agressie toe dan het werpen van een bal. Vorstenbosch brengt een hiërarchie aan tussen de hand en de voet. De hand is tijdens het voetballen taboe, juist omdat hij veel meer mogelijkheden heeft dan de voet. Een speler kan nog zo ‘balverliefd’ zijn, zijn voeten blijven weerbarstige instrumenten om die verliefdheid mee uit te leven.

Vorstenbosch is dan wel ‘voetbalgek’, maar hij heeft wel met de werkelijkheid te maken. De spelers zijn handel geworden (‘Iedereen is te koop’), clubs kopen met groot geld spelers en dus overwinningen, waarmee de charme van het voetbal er danig af gaat. Hij heeft het over het soortelijk gewicht van zijn passie nu die door zoveel oneigenlijke zaken wordt aangetast, van compleet oranje outfits tot stampende oranje drumbands op de tribune. Gelukkig overheerst deze schaduwkant zijn bespiegelingen niet, die concentreren zich op de finesses van alles wat met het spel zelf te maken heeft. Steeds komt hij terug op waar het eigenlijk om gaat: om de bal, om de aanval, de vlucht naar voren van een speler en elftal, zelfs een ‘vlucht naar boven, naar iets dat zich verheft boven de alledaagse zorgen, een vlucht van plezier en vreugde.’

[reageren]

The Literary Saloon