Wanneer Paul Cliteur binnenkort The Secular Outlook publiceert, het boek waarin hij een uitlegt hoe de verhouding tussen geloof en ongeloof ligt in de huidige politieke en maatschappelijke praktijk, zou je verwachten dat hij ook iets zou zeggen over de culturele charmes van de secularisatie, van het niet geloven, bijvoorbeeld zoals dat door het humanisme wordt vertegenwoordigd.

Maar dat is niet het geval, tenminste gezien het interview van Elma Drayer met Cliteur in Filosofie Magazine van juli. Het boek lijkt een uitwerking van wat Cliteur de laatste jaren in interviews en columns heeft gezegd, al hecht hij er nu kennelijk aan om duidelijk te maken dat hij ‘geen atheïstisch en ook geen antigodsdienstig betoog’ heeft geschreven: ‘Mensen van allerlei religieuze signatuur kunnen dit perspectief overnemen, zonder ontrouw te worden aan hun eigen geloofsovertuiging.’

Dit is wel meer dan een nuance verschil met waarmee Cliteur bekend is geworden. Hij werd bekend met het doen van krasse uitlatingen, zoals: ‘mensen zijn gelijk, culturen niet.’ Blijft dat Cliteur nog steeds niet van vaagheid houdt en niet wil dat politici mee gaan in de zwakke en zweverige mentaliteit van ‘de postmoderne meningencultuur’ waarin de waarheid niet meer voorkomt. Genuanceerder is hij dan weer over de Verlichting. Eerder werd hij beschouwd als een onverschrokken Verlichtingsfundamentalist, nu zegt hij dat de Verlichting verdedigd moet worden omdat ze ‘breekbaar en broos’ is: ‘Als niet af en toe enkele mensen er de schouders onder zetten, dan is ze weg. Bij tijd en wijle móet je hardop zeggen waar de grenzen liggen. Wat democratie is. Wat de vrijheid van meningsuiting betekent.’

Wie na dit interview Eeuwig leven, de briefwisseling tussen Michaël Zeeman en Hans Maarten van den Brink leest, ziet meteen in wat voor spraakverwarring je terecht komt met het begrip Verlichting. Zeeman en Van den Brink mogen allebei doorgaan voor verlichte geesten, maar ze keren zich lustig tegen de radicale verlichters en atheïsten als Herman Philipse, Richard Dawkins, Christopher Hitchens, Daniel H. Dennett, en Rudy Kousbroek. Maar hun positie is niet eenvoudig als ze, als het om religie gaat, ook niets moeten hebben van gelovigen als Nico ter Linden, Antoine Bodar, Désanne van Brederode en Vonne van der Meer.

- Het is misschien voor de eerste keer dat de ongelovigen nu in het geweer komen.

In 2008 begonnen Michaël Zeeman en Hans Maarten van den Brink een openbare briefwisseling in de Volkskrant. Alles mocht ter sprake komen, maar het moest wel allemaal rond geloven draaien. In het algemeen, als maatschappelijk verschijnsel, als cultuurfenomeen en als iets in hun eigen leven. De een (Zeeman) is van gereformeerde huize met een vader als dominee, de ander (Van den Brink) is van katholieke huize met een vader als psychotherapeut. Speciaal de vraag waarom het institutionele geloven rond een officiële kerk op grote schaal werd vervangen door een vage ‘spiritualiteit’ intrigeerde hen beiden. Vooral Zeeman mocht die spiritualiteit graag met het nodige sarcasme bejegenen.

Die openbare briefwisseling eindigde na een tijdje, maar ze besloten meteen dat ze er een boek van zouden maken, al betekende dat ze eigenlijk een hele nieuwe reeks zouden moeten gaan schrijven. Daar zijn ze manmoedig aan begonnen. En ver mee gekomen, tot Van den Brink op 19 mei 2009 een briefje kreeg van Zeemans geliefde Annemie Vanackere waarin stond dat Michaël plotseling in een Weens ziekenhuis was opgenomen en als eerste diagnose encefalitis (hersenontsteking) had gekregen, wat korte tijd later een ongeneeslijke hersentumor bleek te zijn. Michaël Zeeman overleed op 27 juli.

Hans Maarten van den Brink heeft de plotseling afgebroken nieuwe briefwisseling op een vernuftige manier verweven met de eerder in de Volkskrant verschenen brieven zodat er een samenhangend geheel is ontstaan. Eeuwig leven is wat Zeeman betreft duidelijk een voortzetting van God zij met ons, het boekje dat hij in 1997 schreef. Dat was een verdediging van religie als cultuur.

Voor Zeeman stond religie voor de lange armen van de geschiedenis. En van de hardnekkigheid van het bestaan van een eeuwig ‘metafysisch tekort’ dat opgevuld wil worden. De taal is het bewijs van de duurzaamheid ervan. Hij beschouwde religie als een ‘natuurkracht’: ‘eeuwig, en in laatste instantie niet echt begrijpelijk.’ Orthodoxe ongelovigen waren een en al oppervlakkigheid. Volgens Zeeman miskende het atheïsme ‘de diepere drijfveren van ieder godsgeloof, van zingeving en identiteitsverstrekking, van troost en vooral van morele pluriformiteit en ambiguïteit ten overstaan van de schamele waarheden van politiek en wetenschap.’

Dit was waar het Zeeman om ging: dat politiek en wetenschap te veel zijn ‘toegetakeld’ om nog enig ‘zingevend vermogen’ uit te stralen. Dat moest de religie daarom doen. Hij verwijt de hedendaagse atheïsten ‘hun onvermoeibare zendingsdrang’, waarbij hij over het hoofd zag dat alle denkbare denominaties van het christendom hun hele bestaan louter en alleen aan hun zendingsdrang hebben besteed. Het is misschien voor de eerste keer dat de ongelovigen nu in het geweer komen. En niet voor niets: de druk van de grote religies, en speciaal de radicale en fundamentele kant van de islam, is zo opdringerig dat het op religieus imperialisme gaat lijken. Het humanisme en de ongelovigen zijn in de verdediging gedrongen, vandaan de bijna religieuze hardnekkigheid van het atheïsme van Dawkins, als tegenkracht. En toegegeven: de subtiliteit van Christopher Hitchens (schrijver van God is not Great) houdt niet over. Van den Brink heeft het op zijn beurt over de ‘eendimensionaliteit van de atheïstische proselieten.’

Toch wordt niet echt duidelijk wat Zeeman en Van den Brink nu echt in godsdienst zien, behalve dat Zeeman het ‘een atmosferische aangelegenheid’ noemt en zo van de taal houdt die teruggaat tot de Statenbijbel. Allebei hebben ze een hekel aan de eendimensionale atheïsten, maar hoe hun religieuze voorkeur er concreet uit ziet, geïllustreerd aan de hand van schrijvers, componisten, schilders en filmers die dat vertolken, dat komt er in deze briefwisseling niet uit.

[reageren]

The Literary Saloon