Carel Peeters' literaire kroniek 02.04.2010

Het komt toch als een verrassing wanneer Piet Buijnsters aan het begin van zijn deze week verschenen Geschiedenis van de Nederlandse Bibliofilie zegt dat het verzamelen van bijzondere boeken in Nederland altijd in de schaduw heeft plaatsgehad. Je zou denken dat zich dit in Nederland bij uitstek in de openbaarste openbaarheid zou hebben afgespeeld, het land immers dat vanaf het begin van de zeventiende eeuw in Europa gold als het toevluchtsoord van iedereen die vrij en vrijmoedig iets gedrukt wilde hebben.
De echte verzamelaars hielden hun hartstocht kennelijk binnenskamers, alsof iets zeldzaams ook meteen om een zeldzaam manier van omgaan vraagt. Dat nu toch bekend is dat er op grote schaal boeken werden verzameld is het gevolg van het besluit om eens een inventarisatie te maken van de boedellijsten en veilingcatalogi. Uit de periode 1585-1725 doken er 1800 op. De bibliofilie kreeg er een geschiedenis door.
Dit schaduwleven blijkt niet alleen iets van vroeger, het is nog steeds zo: Nederlandse verzamelaars zijn ‘stillen in den lande, die alle openbaarheid schuwen’. Ter verklaring van deze ‘publiciteitsschrik’ noemt Buijnsters weliswaar discretie, bibliofiele smetvrees, hang naar perfectie, angst voor de fiscus en vrees voor diefstal, maar wellicht nog belangrijker is dat het verzamelen van boeken in Nederland, anders dan in Amerika, geen prestige verleent. In Amerika is het verzamelen meteen verbonden met het utilitaire einddoel: het schenken aan een bibliotheek of museum die de verzameling openbaar maakt en jouw naam geeft.
Typerend voor de discretie die rond het bijzondere boek hangt is de tentoonstelling die in 1993 werd gehouden in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag ter gelegenheid van de oprichting (toen pas!) van het Nederlandse Genootschap van Bibliofielen. Alles wat getoond werd aan handschriften, boeken en boekbanden, was afkomstig van de leden, maar wel allemaal anoniem. Niemands naam werd verbonden aan enig object, ook al werden daar de zeldzaamste boeken geëxposeerd, zoals de eerste in Nederland gedrukte bijbel, de ‘Delftse’ uit 1477. Geheel in stijl werd de catalogus Verzameld verlangen genoemd, want verlangens koestert men doorgaans in stilte.
Buijnsters boek heeft zelf alle trekken van een inventarisatie: alles wat we weten moest maar eens bij elkaar gezet worden. Hij geeft korte en langere portretten van bekende en onbekende verzamelaars en hij schetst de wisselvalligheid die hij aantreft onder Neerlandici en schrijvers als het gaat om het verzamelen van bijzondere boeken.
Je zou denken dat hoogleraren in de Nederlandse letterkunde wel een paar kasten met zeldzame werken zouden bezitten. In Leiden deed Albert Verwey er niet aan, maar zijn opvolger P.N. van Eyck weer wel. De Groningse neerlandicus G.S. Overdiep wel, maar de vermaarde Utrechter C.G.N. de Vooys weer helemaal niet, evenmin als zijn opvolger W.A.P Smit, ‘wat pijnlijk bleek’ schrijft Buijnsters, toen diens bibliotheek in 1994 werd geveild. Willem Asselbergs, beter bekend als Anton van Duinkerken, was geen bibliofiel.
Wel een groot verzamelaar, speciaal van zeventiende eeuwse drukken, was de Amsterdamse hoogleraar Garmt Stuiveling (1907-1989). Hij maakte in 1972 een catalogus van een keuze uit zijn verzameling onder de titel Vijftig jaar verzamelen. Daarin schreef hij helemaal niet van verzamelaars te houden: ‘Het zijn over het algemeen conservatieve mensen met een sterk ontwikkeld bezitsinstinct.’
- J.C. Bloem was een absolute boekenfanaat. Je zag dat hij werd aangegrepen door begeerte, zijn oogjes begonnen te glinsteren
Buijnster zelf schreef ooit in het tijdschrift Literatuur een badinerend artikel met de titel ‘De neerlandicus als boekenhater’, wat hem nogal wat commentaar opleverde, maar waar hij nog steeds achter staat: ‘Kennelijk werkt de beroepsmatige omgang met boeken niet stimulerend. Wie wil vissen, moet niet in de sloot gaan liggen.’
Buijnsters’ portrettengalerie bevat nuchtere, zakelijke, zonderlinge, discrete, teruggetrokken, verdwaasde en geheimzinnige verzamelaars: van Willem Kloos, G.H. ’s-Gravesande (die bibliofilie als troost zag), dr. Isabel van Eeghen, Gerrit Komrij tot Boudewijn Büch en Gert Jan Hemmink. Tot de discreten behoort de vroegere uitgever van Meulenhoff Laurens van Krevelen, die een zeldzame surrealismebibliotheek heeft. Tot de hardnekkig bescheiden verzamelaars behoort Thijs Wierema, de man op de achtergrond van menig biografische tijdschrift (De Engelbewaarder, Oog in ’t Zeil), en in het bezit van een grote Nescio-collectie.
Tot de incognitocollecties behoort die van Johan Polak, omdat Buijnsters vierkant werd geweigerd daar een blik op te werpen: ‘De papieren zijn en blijven voorlopig achter slot en grendel’ werd hem meegedeeld. Tot de openhartige behoort de dichter Arie van den Berg, die ooit begon met het kopen van antieke muizenvallen en zijn collectie uiteindelijk verkocht aan de stad Hameln (van de rattenvanger). Hij is ook specialist in zeldzame centsprenten. Een nuchtere, maar onverzadigbare verzamelaar die tevens directeur werd van veilinghuis A.L van Gendt is John Landwehr, iemand die zelf ook catalogi schreef van internationale allure.

En dan tenslotte de dichter J.C. Bloem. Hij behoort tot de categorie verdwaasden, zoals Jan Vermeulen vertelt die ooit bij de uitgever A.A.M. Stols werkte: ‘In mijn herinnering zie ik hem altijd als een grijze muis, die zich langzaam schuifelend voortbewoog, steevast vergezeld van een koffertje, voor de boeken die hij overal bietste, want Bloem was een absolute boekenfanaat... Je zag dat hij werd aangegrepen door begeerte, zijn oogjes begonnen te glinsteren. Dan nam hij een boek van de stapel en zei: O, is dat een uitgave van..., daar mag ik zeker wel een exemplaar van meenemen... Ook voor de boekverkopers was hij een gevaar. Als hij bij Boucher op het Noordeinde kwam, waar hij een enorme schuld had staan, slaagde hij er toch altijd weer in met een hele stapel het pand te verlaten. De jonge Boucher zag het bijkans handenwringend aan, maar was tegen zoveel verzameldrift niet opgewassen. Het was bijna kleptomanie. En zo ging het overal.’
Categorie
Literaire Blogs
De Contrabas
Perlentaucher
