Carel Peeters' literaire kroniek 31.05.2010
De nieuwsredacteur van NRC Handelsblad die het plan moest uitwerken om fractievoorzitters te laten ‘schaduwen’ door schrijvers moet nattigheid gevoeld hebben. Toen daarbij de namen vielen van Robert Vuijsje, Wanda Reisel, Yvonne Kronenberg en Kluun schreef hij/zij voor alle zekerheid in de aankondiging dat het om ‘literaire’ auteurs zou gaan, en niet om zomaar wat willekeurige schrijvers. Dat ‘literaire’ gaat natuurlijk wel op voor Wanda Reisel en Robert Vuijsje, maar ook voor Yvonne Kronenberg? En voor Kluun?
Deze cosmetische afleidingsmanoeuvre helpt natuurlijk niet zolang lezers van NRC Handelsblad kunnen lezen. Ze hebben aan de stukjes van Kluun van maandag 17 mei tot en met zaterdag 22 mei met eigen ogen kunnen zien dat het totaal geen zin heeft om populair te doen en een derderangs schrijver aan het woord te laten over politici op campagne.

In het geval van Kluun krijg je dan zes dagen leuk bedoelde ongein waardoor je helemaal niets over de huidige politiek, en helemaal niets over de politicus in kwestie te weten komt. Dat is nog overkomelijk als het dan in ieder geval vermakelijk of origineel is opgeschreven, maar daar is natuurlijk al helemaal geen sprake van bij een warhoofd-dat-maar-wat-doet als Kluun. Hij emmert om alles heen omdat Femke Halsema de eerste drie dagen met griep niet op pad kon. Hij wist niets ter vervanging te bedenken en liet redacteur Hans Steketee aldus lelijk in de steek. Die had hem nog zo gezegd dat er ‘altijd wel iets te schrijven’ was. Maar niet voor een hapsnap-schrijver als Kluun. Wanneer iemand suggereert dat het partijprogramma van GroenLinks misschien een aanknopingspunt biedt, dan maakt Kluun groot misbaar: ‘wie denken jullie wel dat ik ben, de Pravda?’ Kluuns habitat kan dat niet aan, die heeft de omvang van een twitterapparaat, dat bepaalt zijn geestelijke actieradius: niks te vertellen, groot bereik.
Aan Kluun is goed te zien wat populair en gekloft taalgebruik is. Dat betekent altijd woorden kiezen die meteen voor verbroedering zorgen tussen de liefhebbers van ranzige cafétaal. Wanneer Femke Halsema de volgende dag weer aan het werk zal gaan heet het ‘Morgen is ze weer helemaal het vrouwtje.’ Femke Halsema is nooit ‘het vrouwtje’. Gelukkig ook maar dat Kluun zich ‘geen amoureuze illusies’ maakte toen hij hoorde dat hij Halsema een week zou gaan volgen. Het idee dat hij dat zou doen... Geen wonder dat Femke Halsema discreet liet weten ‘ambivalent’ te staan tegenover de stukjes van Kluun.
Kluun is de held van de ‘normale mensen’. Dat leert ook het boekje dat hij een jaar geleden schreef voor de Maand van de Spiritualiteit en dat nu is herdrukt, aangevuld met wat reacties: God is gek. De dictatuur van het atheïsme. Uitgeverij Podium vond de ondertitel bij nader inzien kennelijk toch wat te onzinnig voor de voorkant, en plakte er een stikker overheen met de tekst ‘Kluuns spraakmakende pamflet over geloof en ongeloof.’ God is helemaal niet gek in dit boekje, maar het klinkt leuk, zoals alles wat Kluun schrijft is berekend op het krijgen van populaire instemming.
- Elke krant of tijdschrift die na de NRC ook nog eens populair wil doen met Kluun weet wat ze te wachten staat
Terwijl iedereen met enig recht denkt dat de Nederlandse kranten, tijdschriften en televisie overlopen van de aandacht voor godsdienst en geloof, komt Kluun met de lukrake bewering dat er van een ‘dictatuur van het atheïsme’ sprake zou zijn. Het tegendeel is eerder het geval: nooit eerder hebben de KRO, EO, NCRV en de IKON zich de laatste jaren zo nadrukkelijk als religieuze omroepen gepresenteerd. En de commerciële zenders houden zich wijselijk religieus op de vlakte, of profiteren van de ‘nieuwe spiritualiteit’. Het is alles vroomheid en geloof, alleen bij de VARA en de VPRO niet.
Wat in dit lelijk uitgegeven boekje meteen opvalt is het afschuwelijke taaltje. Kluun zal iets nooit gewoon zeggen, het moet altijd spierballen hebben: hij zal het niet houden bij het woord ‘niets’, nee het moet ‘niks, nada, noppes’ worden. De zeer spirituele Kluun heeft alles gelezen van Paulo Coelho (‘ik ken geen hond in mijn omgeving die enkele jaren geleden niet aan De alchimist was’), maar hij kan toch niet geloven dat er een soort God is geweest die in zes dagen (hier komt het taaltje) ‘het hele boeltje’ heeft ‘opgetuigd’, zonder ‘ook maar één poot uit te steken.’ Verder zou die God zich er niet meer mee bemoeien, behalve door er ‘af en toe met de afstandsbediening nog een tsunami, aardbeving of overstrominkje tegenaan te gooien.’ In ‘zo’n figuur’ wil Kluun niet geloven, ‘dat soort types hoef je toch niet als vriend?’ God de vader?: ‘Laat me niet lachen. Welke vader komt er niet eens op zondag het vlees snijden.’
Let wel: deze grappig bedoelde debunking van God is alleen maar bedoeld om straks met des te meer aplomb met zijn diepe spiritualiteit te voorschijn te komen. En niet alleen met zijn spiritualiteit, ook met zijn geloof in geesten. Het was de geest van zijn overleden oom, van wie hij een stereotoren had gekregen, die ervoor zorgde dat het apparaat op een nacht zomaar, spontaan, aanging, tot vier keer toe. Dat kon toch geen toeval zijn?
Kluuns behoefte om leuk te willen zijn gaat door merg en been wanneer hij in God is gek vertelt dat hij ooit misdienaar is geweest, samen met een andere jongen. Want ‘misdienaars treden altijd op in duo’s, een soort Mounties zeg maar.’ De vergelijking met de Mounties slaat al helemaal nergens op, maar Kluun moet het zelfs nog leuker maken door te vertellen dat hij tot misdienaar A en zijn vriend Peter tot misdienaar B werd opgeleid. Je wilt dan wel weten wat het verschil tussen misdienaar A en misdienaar B is. Maar daarvoor is de chaos in Kluuns hoofd te groot, daar denkt hij niet aan. Hij vond dat A en B al leuk genoeg.
Kluun heeft het over vrienden en kennissen die wel eens een behoorlijke krant zouden lezen. Dat zijn ‘mensen die, kortom, niet volledig van de ratten besnuffeld zijn.’ Die vrienden blij. Kluun wil het altijd sappig zeggen, ook al spreekt hij zichzelf er door tegen: hij beweert dat de dictatuur van het atheïsme heerst, maar toch schrijft hij: ‘religie blijft topamusement, wat zouden we zonder moeten op tv?’
Het lijkt erop dat Kluun alleen maar schrijft om branieachtige taal te kunnen gebruiken. Aan die behoefte aan vette taal offert hij desnoods de logica van zijn beweringen op. Hij wil graag de woorden ‘De Hollandse Bible Belt’ gebruiken, dat klinkt lekker streetwise, maar hij heeft pech: er bestaat nauwelijks een Hollandse Bible Belt. Hij wil ook graag het woord ‘hardcore’ in verband met geloven gebruiken, dat heeft lekker pikante associaties met porno: dus heeft hij het over ‘de wereld van de hardcore gelovigen.’ Hij wil ook graag het woord ‘bobo’s’ gebruiken als het gaat om mensen die hoog in de hierarchie van de kerk zitten. Ook hier moet de associatie iets populairs worden gelegd, nu met voetbal. Dus krijgen we dit: ‘Van de opperbobo van de katholieke FIFA in Rome valt altijd wel een uitspraak te noteren die nog maffer is dan zijn petje.’
Kluun eet ook graag van twee walletjes. Als spiritueel aangeraakte debiteert hij kosteloze braafheden als: ‘Als mensen doorkrijgen dat je met liefde en begrip een leuker leven hebt dan met cynisme en veroordelen, dan zijn we al een heel stuk verder.’ Maar omdat hij toch nog een paar geliefde streetwise-woorden wil gebruiken als ‘big business’ en ‘sekte’, schrijft hij over de 40% ‘nieuwe spirituelen’ in Nederland, geheel in tegenspraak met zijn bewering dat er van een dictatuur van het atheïsme sprake zou zijn: ‘De nieuwe spirituelen zijn geen onbeduidende religieuze sekte.’ ‘De nieuwe spiritualiteit is big business.’
God is gek is een rammelkast van lukrake gedachten die in populaire cafétaal lonken naar de instemming van kleffe gelijkgezinden. Elke krant of tijdschrift die na de NRC ook nog eens populair wil doen met Kluun weet wat ze te wachten staat.
Categorie
Literaire Blogs
De Contrabas
Perlentaucher
