Carel Peeters' literaire kroniek 11.06.2010
De discussies over de zin en noodzaak van een canon van de Nederlandse geschiedenis speelde zich in 2006 af naar aanleiding van het rapport van de Commissie ontwikkeling Nederlandse Canon onder leiding van Frits van Oostrom. De canon kwam er in de vorm van vijftig ‘vensters’: van de hunebedden tot Willem van Oranje, van Erasmus tot De nachtwacht, van Karel de Grote tot Vincent van Gogh. Het konden er maar vijftig zijn, een groter aantal zou op bezwaren (‘teveel’) hebben gestuit.
De vraag of zo’n canon wel nodig is en of hij niet voor een al te dwingende lijst zou zorgen van wat men van de Nederlandse geschiedenis moet weten, werd terecht gesteld. Enige kennis van de geschiedenis had zo natuurlijk moeten zijn dat een aparte canon niet nodig is. Iedereen zou dan zijn eigen canon samen kunnen stellen. Maar het was (is) met de kennis van de geschiedenis beroerd gesteld, vandaar dat die algemene canon er kwam.
- Nu het land ‘in het reine moet zien te komen met migratie- en integratieproblemen’ wil Nederland zich weer met Vincent van Gogh een duidelijke identiteit geven
De vijftig ‘vensters’ op een historische figuur, gebeurtenis, uitvinding of monument hebben allemaal met de Nederlandse geschiedenis te maken, dat is evident, maar het ene venster iets meer dan het andere. De nachtwacht is meer Nederlands dan Erasmus. Erasmus is wel in Nederland geboren, maar hij verliet het land op jonge leeftijd en zag het nooit meer terug. Hij studeerde en woonde in steden als Leuven, Parijs en Basel. Zijn wereld speelde zich in Europa af, zijn vrienden, kennissen en collega’s behoorden meer tot de Republiek der letteren (res publica litteraria) dan tot een bepaald land. Is Erasmus dan om redenen van chauvinisme in de canon opgenomen? Ik denk het niet: hij is vooral opgenomen vanwege zijn literaire en filosofische betekenis, en omdat hij in toevallig Nederland geboren is.
En Vincent van Gogh? Volgens de samenstellers van het boek Overal Vincent met essays over De (inter)nationale identiteiten van Van Gogh wil het opnemen van Van Gogh in de canon van de Nederlandse geschiedenis zeggen dat hij daarmee tot een bij uitstek Nederlandse kunstenaar werd gebombardeerd: hij zou worden ‘vastgepind’ op een plaats en een tijd ‘om hem toe te eigenen voor de vaderlandse zaak.’
Rachel Esner, met Margriet Schavemaker een van de twee samenstellers van het boek, beweert dat de opname van Van Gogh in de canon van de geschiedenis aantoont hoezeer Nederland zich in een identiteitscrisis bevindt. Nu het land ‘in het reine moet zien te komen met migratie- en integratieproblemen’ wil Nederland zich weer met Vincent van Gogh een duidelijke identiteit geven. Maar dit ‘vastpinnen’ van Vincent in de canon zal niet lukken, schrijft Esner, want ‘het is onmogelijk gebleken om Vincent definitief vast te pinnen op een plaats en tijd, om hem “toe te eigenen” voor de vaderlandse zaak.’

Hier zal de canon-commissie van opkijken. Het is natuurlijk nooit de bedoeling geweest van de commissie om Van Gogh ‘vast te pinnen.’ Dat er in het verleden kunstcritici zijn geweest die Van Gogh voor hun Hollandse boerenkar hebben willen spannen (zoals in het boek te lezen is), en dat Van Gogh vaak voor van alles en nog wat is gebruikt, wil natuurlijk helemaal niet zeggen dat de canon-commissie dat ook heeft gedaan. Die heeft slechts naar zijn betekenis gekeken.
De tendentieuze suggestie dat de canon-commissie aan ‘identiteitspolitiek’ zou hebben gedaan met haar keuze van Van Gogh, heeft een uitgesproken bedoeling. Vincent van Gogh is voor de samenstellers van Overal Vincent iemand die, zeggen ze, de canon juist kan ‘destabiliseren vanwege zijn mobiliteit’: ‘vluchtte hij niet weg uit Nederland? Maakte hij zijn beste werk niet juist in Frankrijk? En zweeft hij niet in ieders hoofd als het toonbeeld van de modernistische ongebonden kunstenaar?’
Het feit dat Van Gogh in de canon is opgenomen (samen met Erasmus, Spinoza, Michiel de Ruyter, Anne Frank, Aletta Jacobs, Willem Drees), wil voor de samenstellers van Overal Vincent zeggen dat Van Gogh minder een ‘modernistische ongebonden kunstenaar’ is geworden. Daar is natuurlijk geen sprake van. Wie Van Goghs werk los van zijn reputatie ziet kan waarnemen dat hij op elk moment springlevend is, daar verandert een canon niets aan. Als deze canon er niet was geweest was Van Gogh wel op een andere manier in het walhalla terecht gekomen.
In de nogal van de hak op de tak springende en bij vlagen duistere inleiding van Overal Vincent blijken de samenstellers een heel bijzondere opvatting van ‘nationale identiteit’ te hebben. ‘Nationale identiteit’, schrijven ze, ‘wordt gevormd door permanente organische processen van identificatie. Ze zijn performatief en vloeibaar, en worden niet bepaald door landsgrenzen of biografische gegevens. Het gaat om een gedeelde cultuur die gebaseerd is op ervaringen en representaties.’
- Het modieuze woord valt inderdaad: Van Gogh was in Frankrijk ‘een allochtoon’
Wat staat hier? Die ‘permanente organische processen van identificatie’ zijn ‘performatief en vloeibaar’ en worden niet bepaald door landsgrenzen of biografische gegevens. Kan dat: ‘nationaal’ zijn en toch geen landsgrenzen? Gaat het dan nog wel om een ‘nationale identiteit’? Hebben we hier dan niet eerder te maken met ‘individuele identiteit’, maar dan in pompeuze bewoordingen?
Van Gogh wordt hier gebruikt voor politieke doeleinden. De samenstellers zijn aanhangers van ‘interculturele globalisering’. Ze beschouwen Van Gogh als ‘een rolmodel’ voor hun ideaal (waar op zich niets op tegen is) omdat hij na zijn dood door de culturen van de Nederland, Japan, Frankrijk, Amerika en Duitsland is toegeëigend, en bovendien ook nog ‘thuisloos, reizend, dolend door de hele (mediale) wereld’ trekt.
Wat de samenstellers met veel omhaal van woorden zeggen, is niets anders dan dat Vincent van Gogh mensen over de hele wereld aanspreekt. ‘Wat de casus-Van Gogh demonstreert is, dat het nationale geen vast gegeven, maar in constante beweging verkeert,’ schrijft Racher Esner. Wordt hier iets bijzonders mee gezegd, of iets dat alleen rabiate nationalisten niet bevalt? Het modieuze woord valt inderdaad: Van Gogh was in Frankrijk ‘een allochtoon.’
Het boek Overal Vincent bevat overigens een reeks interessante bijdragen van onder meer Carel Blotkamp en Louis van Tilborgh over het gebruik dat de afgelopen honderd jaar van Vincent van Gogh is gemaakt door regisseurs, acteurs, tentoonstellingmakers, politici, kunsthistorici en niet te vergeten merchandisers. Zij wilden allemaal een bepaald beeld van hem geven, of aan hem verdienen.
Op dezelfde manier gebruikt Rachel Esner Van Gogh nu op lichtelijk hysterische manier om haar afkeer van nationalisme en canons kenbaar te maken. Tegelijk maakt zij Van Gogh ‘instrumenteel’ (om het in de taal van de Cultural Studies te zeggen) door hem te gebruiken als ‘rolmodel voor de hedendaagse interculturele globalisering.’ Van Gogh blijft dus gebruikt worden voor meer dan persoonlijk kunstgenot.
Categorie
Literaire Blogs
De Contrabas
Perlentaucher
