Carel Peeters' literaire kroniek 27.08.2010
De Engelse filosoof en commentator Roger Scruton is van mening dat we niet vrij worden geboren. Vrijheid is iets dat we verwerven, ‘en we verwerven het door gehoorzaamheid.’ Deze uitspraak bevat in een notendop al Scrutons conservatieve filosofie. Met die gehoorzaamheid bedoelt hij dat we gehoorzaam moeten zijn aan onze natuur, en ons niet moeten laten begoochelen door wat we zelf zoal bedenken over wat we zouden willen. Die natuur laat het bijvoorbeeld niet toe dat twee mannen of twee vrouwen trouwen. Zo zit de menselijke natuur volgens Scruton niet in elkaar, die is ingericht voor een huwelijk tussen man en vrouw.
Scruton is een veelschrijver. Naast de nodige artikelen, essays en recensies publiceert hij elk jaar wel een of twee boeken. Dat past eigenlijk niet bij een conservatief omdat diens repertoire aan ideeën altijd beperkt wordt door het gebrek aan ruimte dat hij laat aan nieuwe ideeën. Die zijn namelijk niet nodig. Voor een conservatief is de geschiedenis en de traditie een accumulatie van de menselijke kennis en ervaring. Wanneer we daar goed gebruik van maken hoeven we niet veel nieuws te bedenken. Maar Scruton lijkt ooit besloten te hebben om over alle grote thema’s vanuit een conservatief perspectief te schrijven.
Met zijn nieuwe boek The Uses of Pessimism and the Danger of False Hope schaart hij zich onder de Engelse denkers die de wereld verdelen in optimisten en pessimisten. Die simplistische verdeling is een modeverschijnsel aan het worden. De wereld kan kennelijk makkelijk op de ene en op de andere manier geïnterpreteerd worden: er zijn genoeg positieve kanten aan de hedendaagse wereld voor een optimistische kijk, en genoeg voor een pessimistische. Het gaat er dan om wat men het zwaarst laat wegen. Matt Ridley, de schrijver van The Rational Optimist, benadrukt dat de mens een groot oplossend vermogen heeft en gretig zijn eigen problemen wil wegwerken. Hij ziet de geschiedenis als één grote samenwerking tussen mensen en ideeën.
Roger Scruton benadrukt op zijn beurt het onverantwoord dromend vermogen van de mens. De mens stort zich voortdurend in onmogelijke projecten van utopisch formaat. Dat gebeurt altijd door ‘unscrupulous optimists’, zoals de Jacobijnen tijdens de Franse Revolutie, de communisten, de nazis, de islam-terroristen, moderne architecten, euro-bureaucraten en ‘gay-activists’. Scruton legt alle nadruk op de menselijke feilbaarheid, Ridley op de samenwerking tussen mensen zodat ze elkaars feilen kunnen corrigeren. Scruton gelooft niet dat de samenleving op een rationele, geplande manier veranderd kan worden. Ridley ontleent zijn optimisme nu juist aan de rationele vermogens: die kunnen ervoor zorgen dat het energieprobleem wordt opgelost, dat het voedselprobleem door verbetering en vermeerdering van gewassen uit de wereld wordt geholpen, enzovoort. Scruton ziet de mens graag realistisch ‘zoals hij is’, Ridley graag rationeel zoals hij zou kunnen zijn.
- 'Overdrijven is de valkuil voor de cultuurkritiek'
Een Nederlandse versie van de tegenstelling Scruton/Ridley is die tussen Ton Lemaire en zijn boek over ‘de keerzijden van de vooruitgang’ De val van Prometheus en het zojuist verschenen Geluksvogels, het boek van Sebastien Valkenberg waarin hij zich af vraagt ‘waarom we het nog nooit zo goed hadden.’ Aan alles waar Lemaire zijn negatieve licht over laat schijnen tilt Valkenberg niet zo zwaar, al zou ik hem ook weer niet lichtzinnig willen noemen. Maar al dat negatieve gekraai over consumentisme, hedonisme, cynisme, kapitalisme, secularisme en egoïsme vindt hij maar overdreven. En overdrijven is de ‘valkuil voor de cultuurkritiek’. Het gaat Valkenberg in zijn boek om dat overdrijven, hij vindt dat er te vaak een diepe kloof gaapt tussen de feiten en de diagnose. Hij is voor realiteitszin en niet voor overspannen beweringen. Dat we het nog nooit zo goed hebben gehad vindt Valkenberg een feit.
Daar is niets op tegen, behalve dat het bij Valkenberg leidt tot een filosofie van ‘voorzichtig dan breekt het lijntje niet’. Valkenberg is een aardig essayist, al vertelt hij te vaak de inhoud van de klassieken uit de filosofie na. Hij denkt dat mensen opzettelijk overdrijven, maar meestal kunnen ze het niet anders zien dan ze doen. Een visie of mening wordt door hun temperament, achtergrond en wensen gekleurd. Vaak komt er polemiek, kritiek of satire aan te pas, waardoor de feiten van Valkenberg nog minder worden gerespecteerd. We moeten ook bedenken dat ‘de feiten’ van Valkenberg zelden echt harde feiten zijn.
Door zijn afkeer van overdrijven bevat Geluksvogels een overmaat aan middle of the road-zinnen als ‘je kunt te veel pretenties hebben, maar ook te weinig.’ Of: ‘Voor een samenleving is het inderdaad onmisbaar dat burgers zich enigszins om elkaar bekommeren.’ Omdat hij zelf niet wil overdrijven heeft Valkenberg het nog al eens over ‘soms’: ‘het rationalisme sloeg soms door; ‘zoveel opiniemakers, zoveel interpretaties, lijkt het soms’.
Toch overdrijft Valkenberg gelukkig zelf ook, zoals wanneer hij Jean-Jacques Rousseau en zijn nadruk op de waarde van de natuur sarcastisch aanpakt. Valkenberg is geen natuuraanbidder, dat is zeker. Eigenlijk overdrijft Valkenberg zelf ongemerkt wanneer blijkt dat in zijn boek geleidelijk een erg behoudende, bijna conservatieve teneur ontstaat, tot en met een klacht over het teveel aan belasting dat we zouden betalen. Zijn sympathie voor de econoom van het neo-liberalisme Friedrich von Hayek valt dan meteen op als consequent. Het neo-liberalisme heeft de laatste twintig jaar zijn optimistische slag geslagen (‘we hadden het nog nooit zo goed’), maar daar moest voor worden betaald met een mondiale financiële crisis. So much for optimism.
Categorie
Literaire Blogs
De Contrabas
Perlentaucher
