Carel Peeters' literaire kroniek 29.01.2010

Door Carel Peeters

Een in zichzelf verstrikte kluizenaar

Gezegend de lezers van J.D. Salingers werk die het gelezen hebben vóór de biografie van Ian Hamilton in 1986 verscheen, vóór in 1999 het boek van Joyce Maynard uitkwam (het achttienjarige meisje met wie Salinger een verhouding kreeg toen hij drieënvijftig was), vóór zijn dochter Margaret in 2000 haar boek (Dream Catcher) over haar vader schreef.


Gezegend omdat zij daardoor de roman The Catcher in the Rye, en de verhalen Franny and Zooey, Nine Stories en Raise High the Roof Beam Carpenters and Seymour An Introduction gelezen hebben zonder voortdurend gestoord te worden door de wetenschap dat Salinger geïnteresseerd was in de ene esoterische filosofie na de andere, dat hij wist wat emotionele chantage was, en hij het leven van zijn vrouw en kinderen niet makkelijk heeft gemaakt, om het eufemistisch te zeggen. Het is hels moeilijk om wat er van het leven van Salinger bekend is geworden te scheiden van zijn werk, maar het moet, om er de glans van het behouden.

Salinger heeft het altijd over de fragiele kanten van het leven in zijn verhalen, en speciaal in Franny en Zooey, over de van intelligentie overlopende Glass familie en hun bolleboos Seymour. Het draait steeds om de aard en de kwaliteit van emoties, om wat voor soort intelligentie het meest recht doet aan alles, dat sensitiviteit tonen een kunst is, dat een goed potje kunnen haten getuigt van gezond verstand, dat ontroering voortdurend op de loer ligt en in geen geval mag worden versmaad, maar geen al te grote gewoonte moet worden.

- Salinger heeft met de jonge Holden Caulfield een figuur gecreëerd die apelleert aan de behoefte van pubers een uitzondering te willen zijn

De gesprekken tussen de leden van de Glass familie worden altijd gevoerd in een geladen toonaard, er staat altijd iets op het spel, er is altijd onrust en men maakt zich voortdurend zorgen om elkaar. In Franny and Zooey heeft in de badkamer een adembenemend gesprek plaats tussen moeder Glass en Zooey over die fragiele onderwerpen (Zooey achter het gordijn), doorschoten met oplaaiende ergernissen van Zooey als zijn moeder een washandje hardnekkig een waslapje belieft te noemen. Hij wil dat ze hem met rust laat in de badkamer (‘Mijn dank is oneindig. En wil je nu ophoepelen’), maar daar piekert ze niet over, ze gaat onverdroten door met nieuwe onderwerpen.

Salinger heeft met de jonge Holden Caulfield in The Catcher in the Rye een figuur gecreëerd die apelleert aan de behoefte van pubers (en van iedereen die iets van het puberschap in zich heeft weten te bewaren) een uitzondering te willen zijn. Holden is een lucide puber die met jeugdige overmoed van grote afstand ziet wanneer mensen zich ‘phony’, onecht, pretentieus, aanstellerig gedragen. Met zulke mensen wil hij niets te maken hebben, en hij betrekt zijn lezers bij die afkeer. Die behoefte zich te onderscheiden gaat over op de lezers wanneer het is alsof hij ze direct aanspreekt: ‘You would have understood. You would have hated this too.

Zijn dochter Margaret noemt deze band met gelijkgezinden ‘this circle of elite misunderstood’. Zij heeft daar in de loop van haar leven problemen mee gekregen, omdat haar vader zich in het echt afsloot voor de buitenwereld, maar het zou verkeerd zijn om deze biografische kennis de lectuur van het boek te laten beïnvloeden.

De reden dat The Catcher in the Rye indruk blijft maken is dat Holden in een cruciale periode van zijn leven het grote gevaar ziet van een leven waarin je geen uitzondering zult zijn, maar een doorsnee mens. Hij zinspeelt niet voor niets op zelfmoord. Hij ziet niet voor niets in zijn kleine zusje Phoebe het nog onbedorven, onbezoedelde leven. Op een dag komt hij in haar kamer: ‘Ze lag daar te slapen, met haar gezicht opzij van het kussen. Neem volwassenen, die zien er rottig uit als ze slapen en zij hebben hun mond wijd open, maar kinderen niet. Kinderen zien er normaal uit. Al zit er spuug over het kussen, toch zien ze er gewoon uit.’ Hij bekijkt de kleren waarmee ze er altijd zo leuk uitziet. En haar schoenen die zo geweldig passen ‘bij dat pakje dat mijn moeder voor haar in Canada had gekocht. Ik bedoel, Phoebe heeft altijd een jurk aan waar je van achterover slaat. Neem de meeste kleine kinderen, ook al zijn hun ouders rijk en zo, ze hebben gewoonlijk een of andere afschuwelijke jurk aan. Ik wou dat u die goeie Phoebe in dat pakje kon zien dat mijn moeder voor haar in Canada had gekocht. Ik meen het.’

Seymour, de grote wijze van de familie Glass over wie het gaat in Seymour, An Introduction, is zo iemand die zijn ouders uitlegt (‘for your information’) dat ‘een flink percentage van hun kinderen een tamelijk afschuwelijk vermogen hebben om pijn te voelen die helemaal niet van hen is.’ Het zijn dit soort zinnen (in het verhaal Hapworth 16, 1924) waar Salinger Salinger om is. Hij zou een in zichzelf verstrikte kluizenaar zijn geweest, maar de afgelopen veertig jaar ook vijftien romans hebben geschreven. Een zou al genoeg zijn.


[reageren]

The Literary Saloon