Carel Peeters' literaire kroniek 11.02.2010

Door Carel Peeters

Het boek dat de Israëlische filosoof Avishai Margalit heeft geschreven over het sluiten van compromissen kan meteen door naar minister van Buitenlandse Zaken Maxime Verhagen. Hij kan er zijn voordeel mee doen nu er van verschillende kanten op wordt aangedrongen om onderhandelingen met de taliban in Afghanistan te beginnen.

De speciale afgezant van de Verenigde Naties voor Afghanistan, de Noor Kai Eide, stelde alvast voor een aantal hoge taliban-leiders van de terroristenlijst te schrappen. De bevelhebber van alle buitenlandse militairen in het land, generaal McChrystal, sluit deelname van de taliban in een toekomstige regering niet uit. Hij zei ook met zoveel woorden het vechten een beetje moe te zijn: ‘Als soldaat is mijn persoonlijke gevoel dat er genoeg gevochten is.’

Verhagen mag nog mordicus tegen onderhandelingen zijn, maar zijn collega van Binnenlandse Zaken Guusje ter Horst ziet het als een oplossing om uit de impasse te komen. Het is de vraag of Avishai Margalit voor zulke onderhandelingen zou zijn. In het hoofdstuk ‘Sektarisme en compromis’ in Compromissen en rotte compromissen heeft hij het over groepingen die te vergelijken zijn met de taliban. Dat zijn sektes met een religieuze missie die er niet over piekeren om water bij de wijn te doen. Zouden ze dat doen, dan is er kennelijk over de kern van hun geloof te onderhandelen. Met echte fundamentalisten is geen compromis te sluiten, daar zijn ze fundamentalist voor.

- Een ‘rot’ compromis gaat woekeren en zorgt dat het conflict in alle hevigheid terugkomt.

Margalit zet alle eigenschappen van zulke sektes zo naast elkaar dat je de deur van de onderhandelingskamer vanzelf hoort dichtvallen. Ze maken een absoluut onderscheid tussen goed en kwaad (manicheïsme), denken dat ze zelf in het licht leven, terwijl de niet-gelovigen in de duisternis verkeren. Ze zien zichzelf als rein en zuiver. Wanneer de taliban in de Afghaanse regering zou komen betekent dit meteen dat ze de sharia, de religieuze rechtspraak, zal willen invoeren. Dat zal de rest van de regering niet willen, en ook de internationale gemeenschap zal er niets voor voelen. Gevolg: geen compromis, maar patstelling. In hun zojuist bij Cossee verschenen boek Lof der twijfel, met als ondertitel ‘Hoe we overtuigingen kunnen koesteren zonder daarbij fanatiek te worden’ herinneren Peter Berger en Anton Zijderveld er aan dat de bron van dit soort onverzoenlijkheid gezocht moet worden bij de apostel Paulus: hij waarschuwde de vroege christenen niet ‘onder één juk met ongelovigen gebracht’ te worden. Dat betekent zoveel als: ga ‘geen betekenisvolle communicatie met buitenstaanders’ aan.

Avishai Margalit is een groot voorstander van het sluiten van compromissen ('het compromis brengt de democratie tot leven'), maar niet tot elke prijs. Als sociaal-democraat is hij een en al rekkelijkheid en bereidheid zich in de positie van de ander te verplaatsen, maar hij heeft zijn grenzen: wanneer het compromis ‘rot’ dreigt te worden is het over, en moet het risico van een oorlog maar genomen worden. Een ‘rot’ compromis gaat woekeren en zorgt dat het conflict in alle hevigheid terugkomt. Als schrijver van De fatsoenlijke samenleving, het inmiddels al klassieke boek over evenwichtige verhoudingen en het voorkomen van vernedering, is Margalit ervan doordrongen dat rechtvaardigheid een groot goed is, maar vrede is nog een iets groter goed.

Hij is bereid voor de vrede te kiezen wanneer dat betekent dat de rechtvaardigheid een veer moet laten. Daarmee aanvaardt hij dat de samenleving minder fatsoenlijk is dan hij zou willen. Fatsoenlijk betekent bij Margalit dan ook geen ‘fatsoen’ (netheid, zuiverheid, recht in de leer), maar flexibiliteit. De democratie hangt bij Margalit met de touwtjes van de nuances, gradaties en schakeringen aan elkaar. Zo onderscheidt hij kwaad en radicaal kwaad: zoals in het geval van de anti-communist Churchill die besluit samen met het kwaad Stalin tegen het radicale kwaad Hitler op te trekken.

[reageren]

The Literary Saloon