Carel Peeters' literaire kroniek 24.09.2010

Wellington, de IJzeren Hertog die in 1815 Napoleon bij Waterloo versloeg, werd niet van ijzer genoemd omdat hij zich met ijzeren moed in de strijd tegen Napoleon had gestort. Hij ging zo pas in 1829 heten toen hij als premier van Engeland te veel last had van het ingooien van zijn ruiten. Hij was niet populair. Ten einde raad liet hij ijzeren hekken voor zijn ramen zetten.
Waarmee niet gezegd is dat Wellington uit zacht materiaal was gesneden. Hij deinsde voor niets terug. In hetzelfde jaar 1829 voerde hij de Catholic Relief Act in die de katholieken meer rechten gaf, onder meer het recht om parlementslid te worden. Het was de belangrijkste daad van zijn korte premierschap. Hij kreeg er van verschillende kanten zware kritiek om te verduren. Een van zijn criticasters was de Graaf van Winchilsea. Die verweet hem zich te hebben bekeerd tot het katholicisme, hij noemde het zelfs ‘apostasy’, afvalligheid. Dat vatte Wellington op als een belediging. Ze besloten tot een duel op pistolen. Daar kon je je eer mee redden, maar was officieel verboden.
- Het duel heeft altijd twee gezichten gehad
Op 21 maart stonden ze tegenover elkaar in de buurt van de Battersea Bridge in Londen. Nadat een van de secondanten had gevraagd of ze allebei klaar waren, schoot Wellington meteen, maar zijn kogel ging een niet bedoelde kant op. Hij moet even afgeleid zijn geweest. Toen Winchilsea dat door had schoot hij ook maar wat in de lucht, vele meters boven Wellingtons hoofd.
Het duel heeft altijd twee gezichten gehad: het was pure ernst die met de dood kon eindigen, en het was potsierlijk, iets voor een burleske. Volgens Kwame Anthony Appiah in zijn boek The Honor Code. How Moral Revolutions Happen verdween het duel uiteindelijk niet omdat het verboden was, niet omdat niet christelijk of immoreel zou zijn, maar omdat de aristocratie zich ging voegen naar een andere definitie van de eer van een gentleman. De nieuwe definitie, afkomstig van kardinaal Newman, was ‘iemand die nooit pijn veroorzaakt.’ Het klinkt bijna te mooi om waar te zijn.

Appiah ontwikkelt een wel heel bijzondere theorie over het verdwijnen van sociale misstanden via ‘morele revoluties’. Hij heeft het over vier moreel onaanvaardbare gebruiken waarvan er drie zijn verdwenen door zo’n morele revolutie: het duel, het afbinden van meisjesvoeten in China, de slavernij en de eerwraak. De eerwraak is nog lang niet verdwenen, maar het duel, het afbinden en de slavernij zouden volgens Appiah uiteindelijk zijn verdwenen omdat men zich ervoor ging schamen. Die gebruiken gingen haaks staan op het eergevoel. ‘De nationale eer’ van China werd ingebracht door tegenstanders van het voetafbinden. China zou zich belachelijk maken in de ogen van andere landen als dit duizendjarige gebruik (met voor de liefhebbers een erotische lading) nog langer werd gehandhaafd.
Zo ook met het duel: rond 1830 was de aristocratie niet meer toonaangevend, de opkomende burgerij ging de publieke mores steeds meer bepalen. De aristocratische gebruiken werden lachwekkend. Het duel was een relict geworden. De afschaffing van de slavernij heeft minder met eer te maken dan Appiah suggereert. Die is veel meer afhankelijk van de verbreiding van het idee van de principiële menselijke gelijkheid, zoals die te vinden is in de Amerikaanse Declaration of Independence van 1776, en van het trio Vrijheid, Gelijkheid, Broederschap dat werd gepropageerd tijdens de Franse Revolutie. Dit gelijkheidsidee was geworteld in het humanisme en het christendom, voor wie immers alle mensen gelijk zijn tegenover God.
- Appiah denkt dat geweld tegen weerloze vrouwen zal op den duur niet meer stroken met het eergevoel
Een van de bronnen voor dit gelijkheidsidee, de uitgesproken humanistisch getinte Rede over de menselijke waardigheid van Pico della Mirandola uit 1486, was het manifest van de vrije mens die zijn lot in eigen hand neemt. In die waardigheid zit zeker een element eer. Siep Stuurman schrijft in zijn boek over de geschiedenis van de gelijkheid, De uitvinding van de mensheid, dat de anti-slavernijbeweging in Engeland was gebaseerd op twee pijlers: ‘op de christelijke gelijkheid en de plicht tot naastenliefde, waardoor de slavernij verscheen als een goddeloze loochening van de menselijke waardigheid.’ De andere pijler was de door Appiah genoemde ‘honor of the workingman’, te vergelijken met wat Stuurman omschrijft als ‘de opwaardering van de vrije arbeid tot een deugdzame nijverheid die de arbeider verheft.’ Het duurde nog even voor de slavernij echt werd afschaft (in 1833 in Engeland, 1848 in Frankrijk, 1863 in Amerika, 1863 Nederland), omdat het idee van de menselijke waardigheid zich nog moest nestelen in de hoofden van mensen. Dat heeft vijftig jaar en meer geduurd. Dat was een hele trage morele revolutie.
Appiah denkt dat het met de eerwraak (‘honor killing’) op dezelfde manier zal gaan: geweld tegen weerloze vrouwen zal op den duur niet meer stroken met het eergevoel. Dit betekent dat een ander eergevoel het eerdere eergevoel moet gaan vervangen. Als deze transformatie al zal plaatsvinden, zal ook dat een langdurig proces zijn. Maar het klinkt te idealistisch en te onrealistisch, alsof Appiah te veel over het hoofd ziet: de dwingende groepsethiek, de religie, de sancties wanneer de wraak niet wordt uitgevoerd. Appiah houdt er te weinig rekening meer dat eerwraak van een andere orde is dan het duel of het voetafbinden. Bij het duel ging het om de eer van één persoon, bij eerwraak zijn hele families betrokken. Appiah verwacht veel van het ridiculiseren van deze even ernstige als belachelijke praktijk. Het heeft er veel van weg dat Wellington op het moment dat hij schoot zichzelf ineens belachelijk vond.
Categorie
Literaire Blogs
De Contrabas
Perlentaucher
