Carel Peeters' literaire kroniek 28.05.2010

In de Times Literary Supplement van 21 mei stond iets wat leek op een advertentie, maar het niet helemaal was. Er stond een intrigerende vraag boven: ‘Does moral action depend on reasoning?’. De pagina was afkomstig, zo stond er duidelijk onder, van de John Templeton Foundation. De vorig jaar overleden John Templeton steunt al sinds 1973 met zijn kolossale vermogen allerlei wetenschappen, met name wetenschappen die ‘the big questions’ onderzoeken.
Op de pagina van de Times Literary Supplement staan fragmenten van de antwoorden die een aantal wetenschappers geven op die vraag of voor morele beslissingen wel denken nodig is. De antwoorden komen onder meer van Antonio Damasio, de neurowetenschapper en schrijver van De vergissing van Descartes, van Stanley Fish, de postmodern angehauchte controversiële Amerikaanse hoogleraar en Jonathan Sacks, de erudiete Engelse rabijn die eind vorig jaar op de Nexus Conferentie de openingslezing hield. Op de website van de Foundation is hun hele antwoord te lezen.
Omdat ik iets meer wilde weten van de John Templeton Foundation ging ik naar die website. Daarop wordt verteld welke onderzoeken de stichting zoal steunt en heeft gehonoreerd met een genereuze beurs. Er stond ook een bericht bij over een onderzoek dat in verband met de vraag naar het verband tussen denken en moreel gedrag wel heel toepasselijk was: het onderzoek dat Paul Zak, hoogleraar in de ‘neuroeconomie’ aan Claremont Graduate University, doet naar het ‘morele molecule’ in onze hersenen, ‘The Brain’s Moral Molecule’, genaamd oxytocine. Bij het bericht staat een foto waarop Zak voor een experiment bezig is met het toedienen van oxytocine aan een man. Oxytocine is de naam voor het molecule dat volgens Paul Zak te maken heeft met ‘virtuous behaviors’, positief, of deugdzaam, gedrag als mededogen, generositeit en flexibiliteit.
- In de prerationele processen begint de moraal, maar hij wordt afgemaakt door over die emoties, neigingen en obsessies na te denken.
Oxytocine is een stof die in mensen vrij komt bij het vrijen, baren en mogelijk bij alle activiteiten die ‘de ene mens met de andere verbindt.’ Bij een experiment waarbij mensen oxytocine kregen toegediend bleek dat tachtig procent genereuzer was dan de proefpersonen die een placebo hadden gekregen. Ze gaven aanzienlijk meer geld weg. Bij een ander experiment kregen mannen een doses van het geslachtshormoon testosteron toegediend. Gevolg was dat ze ‘stingier’, zuiniger omgingen met geld omdat de testosteron het aanmaken van oxytocin remt.
Zak wekte het aanmaken van oxytocine in de hersenen ook op, bijvoorbeeld door mensen een video te laten zien over een kind met een dodelijke ziekte. Het vrijkomen van de oxytocine zorgde ervoor dat de proefpersonen makkelijker bereid waren om geld voor het kind en de familie te doneren. ‘Er is een hele bibliotheek aan literatuur die zegt dat wij morele wezens zijn omdat we empathische gevoelens hebben’, zegt Zak, ‘wij hebben gevonden dat empathie te maken heeft met deze stof in ons brein.’
Het interessante is dat de vraag van de Templeton Foundation of moreel gedrag afhankelijk is van nadenken hiermee voor een flink deel wordt beantwoord. Wanneer Zak gelijk heeft wordt die filosofische vraag ingevuld door de uitkomsten van de experimenten: er hoeft niet nagedacht te worden want oxytocine doet het werk dat gedaan moet worden: het zorgt vanzelf voor mededogen, generositeit en flexibiliteit.
Wanneer zowel Jonathan Sacks, Stanley Fish en Antonio Damasio alledrie zowel ‘ja’ en ‘nee’ antwoorden op de vraag of er nagedacht moet worden, wordt dat ‘nee’ voor een flink deel bepaald door de aanwezigheid van oxytocine in de hersenen. Oxytocine is dan een onderdeel van wat Damasio ‘pre-rationele processen’ noemt, de geautomatiseerde, onbewuste processen in de hersenen die een morele keuze aansturen en voorbereiden. Deze pre-rationele processen zijn onderdeel van de menselijke evolutie, die weer in het teken staat van de beste manier om te overleven. Vandaar dat oxytocine bijvoorbeeld wordt opgewekt bij een hechte band tussen moeder en kind. Volgens Damasio hebben experimenten uitgewezen dat de onderdrukking van het gen dat verantwoordelijk is voor de productie van oxytocine het hele gedrag van iemand kan verstoren.
En dan is er nog het ‘ja’ van Sacks, Fish en Damasio: dat het wel degelijk ook nodig is om na te denken over morele beslissingen. De moraal ontspruit weliswaar aan grillige pre-rationele processen, maar dat is volgens Damasio allerminst onverenigbaar met de noodzaak om na te denken. In de prerationele processen begint de moraal, maar hij wordt afgemaakt door over die emoties, neigingen en obsessies na te denken. Dan pas ontstaat een evenwicht tussen de eisen van de oxytocine in het lichaam, en de cultuur en samenleving waarin de moraal functioneert. Dat is wat Damasio samen ‘de biologische en socioculturele homeostase’ noemt.
Als neuroloog en bioloog is Damasio dagelijks aan het aantonen dat in de hersenen en het lichaam van alles vastligt dat ons doen en laten bepaalt, met name emoties. Maar op de vraag of morele beslissingen afhankelijk zijn van nadenken antwoordt hij uiteindelijk volmondig toch ‘ja’: ‘reason prevails.’
Categorie
Literaire Blogs
De Contrabas
Perlentaucher
