Carel Peeters' literaire kroniek 19.04.2010

Door Carel Peeters

Een dag uit het leven van de Gouden Eeuw. Een persoonlijke keuze van Wim Pijbes uit de eigen collectie van het Rijksmuseum is zover ik weet de eerste keer dat de nieuwe directeur laat weten hoe hij tegen de collectie van het museum aankijkt. Pijbes heeft een kleine dertig schilderijen uitgekozen. Die hangen tot 13 juni gewoon tussen de vaste collectie in de Philipsvleugel, maar zijn voorzien van een bordje waarop staat dat dit schilderij door de directeur is uitverkoren (‘director’s choice’).

David Leeuw, koopman te Amsterdam door Abraham van den Tempel
David Leeuw, koopman te Amsterdam door Abraham van den Tempel

Het gaat om schilderijen als Het melkmeisje van Vermeer, het Portret van Maria Trip van Rembrandt, De schone herderin van Paul Moreelse, De vrolijke speelman van Gerard van Honthorst en de Bocht van de Herengracht van Gerrit Berckheyde. Pijbes heeft die schilderijen ‘bekeken met een nieuwe, onverwachte en verrassende blik’, zegt de aankondiging.

Hij heeft ze voorzien van ‘een nieuw tekstbord waarin hij op persoonlijke wijze commentaar levert op wat hij ziet.’ Door bepaalde schilderijen bij elkaar te hangen geeft hij ‘een verrassende impuls aan de vaste opstelling.’ Pijbes zegt dat hij ‘als gastconservator’ in zijn eigen museum ‘wil weten wat de mensen op deze beroemde kunstwerken ons vandaag te vertellen hebben.’

‘Kijk opnieuw, denk opnieuw’, spoort Pijbes de bezoeker aan. Wanneer dat aan de hand van Pijbes’ commentaar en nieuwe tekstbordjes gebeurt zal dat niet altijd even soepel gaan. Tijdens een rondgang langs de uitgekozen schilderijen vertelde Pijbes dat hij de tekstbordjes heeft vernieuwd omdat de oude teksten ’grafteksten’ waren. Dat was mij nu nog niet eerder opgevallen. Ook al beschouw ik mezelf niet als een groot lezer van tekstbordjes, die van het Rijksmuseum heb ik nooit gezien als doodse teksten die grijze verhaaltjes vertellen. Ze leken mij op zijn minst adequaat.

Dat is anders met de nieuwe teksten van Pijbes. Neem zijn commentaar bij De staalmeesters van Rembrandt. Het oude tekstbordje kon wel verbetering gebruiken (nog te lezen op de website van het Rijksmuseum), maar het nieuwe van Pijbes is een slag in de lucht wanneer als belangrijke informatie wordt vermeld dat van de vijf staalmeesters steeds maar één hand is geschilderd. Waarom dat zo is, of er een speciale reden voor was, wordt niet verteld. Wel lezen we dat ‘Rembrandts handtekening daarentegen er twee keer op staat.’ Dat is niet meer dan een aardig weetje, wanneer iets veel belangrijkers niet wordt verteld: dat deze staalmeesters als gewichtige vertegenwoordigers van het lakengilde de Nederlandse tolerantie vertegenwoordigen: we zien hier namelijk twee katholieken, een doopsgezinde, een gereformeerde en een remonstrant (en een bediende).

Portret van Maria Trip van Rembrandt
Portret van Maria Trip van Rembrandt

Pijbes heeft terecht ook het sublieme Portret van Maria Trip van Rembrandt uit 1639 uitgekozen. Maar over dit adembenemende portret weet hij niet veel meer te melden dan dat ze er zo rijk uitziet omdat ze als twintigjarige ‘aan de man gebracht moest worden’. Voor Pijbes is het – kan het platvloerser? - ‘een geschilderde contactadvertentie’. Maar Maria Trip was de dochter van een van de belangrijkste en rijkste Amsterdammers (die overigens in 1636 was overleden) en het is volslagen speculatie dat dit portret werd ingezet ‘om aan de man te raken’, zoals Pijbes zo fijnzinnig beweert. Rembrandt schilderde in hetzelfde jaar 1639 ook het portret van haar moeder. Het is veel waarschijnlijker dat Maria gewoon geportretteerd moest worden omdat ze tot een belangrijke familie behoorde. Als het schilderij al iets in de geest van Pijbes zou zijn, dan is het nog geen ‘contactadvertentie’, maar het mooiste visitekaartje van de wereld.

Bij Abraham van den Tempels David Leeuw, koopman te Amsterdam, met zijn gezin laat Pijbes merken dat hij zich niet door de zeventiende eeuwse gegoede burgerij laat beetnemen. We zien het gezin terwijl de kinderen muziek aan het maken zijn. ‘Vermoedelijk geïdealiseerd, rimpelloos, blakend van gezondheid.’ Maar zijn ze echt wel zo muzikaal, doen ze niet alsof, vraagt Pijbes wantrouwig? Gebruiken ze niet gewoon instrumenten die de schilder als decorstukken in zijn atelier had staan? Het schilderij symboliseert de harmonie in een gezin, dat is zeker, en het is, anders dan Pijbes wil denken, heel waarschijnlijk dat de kinderen van deze puisant rijke en bekende familie wel degelijk aan muziek deden: Pieter speelde cello, Wijntje speelde spinet, Maria en Suzanne zongen, zoals op het schilderij te zien is.

Bocht van de Herengracht van Gerrit Berckheyde
Bocht van de Herengracht van Gerrit Berckheyde

De tekst bij het Portret van Willem van Oranje van Adriaen Thomas Key uit 1579 begint met de woorden ‘Kijk mij aan: ik ben Willem van Oranje’, gevolgd door al zijn titels en functies. Dat ‘kijk mij aan’ lijkt mij een totaal overbodige aansporing, want dat is wat de toeschouwer al aan het doen is. Bij de Bocht van de Herengracht van Gerrit Berckheyde, het schilderij van wat later de Gouden Bocht ging heten met de mooist grachtenhuizen van de stad, vertelde Pijbes dat we hier te maken hebben met een ‘nieuwbouwwijk’, alsof het om een zeventiende eeuwse Vinex-wijk ging. Bij Adriaen Coortes Stilleven met asperges uit 1679 schrijft Pijbes: ‘Hier komen de Hollandse deugden samen, het alledaagse, spaarzaamheid en zindelijkheid’. Dat Coortes geserreerd-poëtische werk ook maar iets met Hollandse deugden te maken zou hebben lijkt mij heel onwaarschijnlijk. Coorte schilderde geen gemeenplaatsen. Pijbes ontpopt zich ook als kok wanneer hij bij Coortes asperges schrijft: ‘Asperges hebben niet veel nodig om genoten te worden. De pure smaak van het witte goud verdraagt geen barokke sauzen, dat leidt alleen maar af.’

Met die ‘nieuwe, onverwachte en verrassende blik’ van Wim Pijbes op de collectie van het Rijksmuseum valt het dus ernstig mee. Die nieuwe kijk is een beetje plat en de informatie die hij geeft is vreemd, nogal willekeurig en vaak overbodig. Ik meende te horen dat Pijbes zei dat hij af wilde van het Rijksmuseum als ‘hooggerechtshof van de goede smaak’. Ik wist niet dat het Rijksmuseum dat ooit is geweest. Het is bizar dat de nieuwe directeur dit zomaar uit de hoge hoed tovert om zijn nieuwe maar overbodige populistische benadering te rechtvaardigen.

Drs, of gewoon vriendin?

Geplaatst door: Mariëtta de Bruïne reacties

Beset Carel

wat ben ik blij dat je dit over de bieuwe bordjes bij de schilderijen in het Rijksmuseum hebt geschreven! Ik had me al danig opgewonden tijdens de feestelijke bijeenkomst om de gerestaureerde Tondi te bekijken. Toen waren me de bordjes al in het verkeerde keelgat geschoten om nog maar te zwijgen van de opmerking van een van de bezoekers die zei "en waar hangen dei "fuckin" tondos nou eigenlijk, toen ze in de winkel aan het rond kijken waren!!!
Hartelijke groet, Mariëtta

[reageren]

The Literary Saloon