
‘Dat wringt’, schrijft de Raad voor het Openbaar Bestuur in haar vorige week verschenen rapport Vertrouwen op Democratie. Wat volgens de Raad wringt is de kloof tussen het nog steeds hiërarchisch opererende politieke bestuur en, wat met een pakkend neologisme wordt genoemd, ‘de gehorizontaliseerde samenleving’. Deze horizontalisering, schrijft de Raad, is een gevolg van de individualisering en verzelfstandiging van de burger. Dat werd door die burger in principe als een bevrijding ervaren, maar kon niet verhinderen dat de zelfstandige vrije jongens van de bank- en zakenwereld er misbruik van maakten door ondertussen individueel sterk te ‘verticaliseren’.
‘Horizontalisering’ is een ander woord voor wat lange tijd ‘nivellering’ werd genoemd, het kleiner maken van de onnodige ongelijkheid tussen mensen. Het klinkt veel neutraler dan nivellering. ‘Horizontalisering’ lijkt iets vanzelfsprekends, alsof het plat en egaal worden een natuurlijk proces is. Bij ‘nivelleren’ zie je mensen driftig, en met veel tegenwerking van de neo-liberale vrije jongens, bezig met het zware en weerbarstige werk van het egaliseren.
‘Horizontalisering’ is natuurlijk ook sociologen-jargon dat om enige spot vraagt: het heeft veel te veel lettergrepen. Je kunt het niet zomaar gebruiken, want er moeten aanhalingstekens bijgeleverd worden om je te verontschuldigen voor de lengte. Zonder aanhalingstekens zal men denken dat je interessant wil doen. Je bent ook genoodzaakt het ook al niet zo elegante ‘verticalisering’ te gaan gebruiken.
Ondertussen geeft dit nieuwe woord wel te denken. Die ‘horizontalisering’ van de samenleving is wel heel relatief wanneer je bedenkt wat zich allemaal in de zaken- en geldwereld heeft afgespeeld de laatste jaren. Daar was wat beloningen betreft toch eerder sprake van verticalisering, geheel naar analogie van de de Dubai-trend in de architectuur: almaar meer en hoger. In de politiek gaat het volgens het rapport van de Raad voor het Openbaar Bestuur ook nog als vanouds hiërarchisch toe, maar in de samenleving zelf zouden de verhoudingen dan onmiskenbaar gelijker geworden zijn. Dat zou blijken uit het solide verankerde overlegmodel (poldermodel) en uit het feit dat het gezag nu steeds weer opnieuw verworven moet worden, terwijl het vroeger zo vanzelfsprekend was.
- Zelf noemt ze zich ‘een eigentijdse fatale vrouw’, die gebruik maakt van haar ‘sexy imago’.
Maar er zijn ook terreinen waar die horizontalisering de werkelijke verhoudingen aan het oog onttrekt. Zoals in de literatuur. In de literatuur wordt nu alles over een kam geschoren, als het maar verkoopt. De cijfers hebben bezit genomen van alle aandacht. Er heerst een ongebreideld getallenfetisjisme. Alles richt zich op verkochte aantallen, en niet meer op de kwaliteit of het niveau. De cijfers spreken. Er wordt gedaan alsof de meest verkochte boeken ook de beste boeken zijn.
Tijdens de Boekenweek wordt de wereld van het boek helemaal een gezellige horizontale Brabantse familie. Alle verschillen verdwijnen op slag. Op De avond van het boek op de televisie doet Heleen van Royen gezellig naast Joost Zwagerman mee met de quiz, alsof ze niet het ene derderangs boek na het andere heeft geschreven en daarom niets te zoeken heeft tussen echte schrijvers. De media en Heleen van Royen hebben elkaar gevonden: ze gebruiken haar om programma’s met iets pikants en ‘stouts’ te larderen. Van Royen op haar beurt gebruikt de media, ze is van top tot teen ingesteld op zelfpromotie.
Heleen van Royen is hetzelfde als marketing. Op het omslag van het Boekenweeknummer van HP/De Tijd heeft ze zich als de wethouder Hekking van de Nederlandse lectuur op de voorgrond mogen dringen. Op haar website pronkt ze ermee dat ze gevraagd is de tentoonstelling over de ‘Fatale vrouwen’ Emma Bovary, Anna Karenina en Eline Vere te openen in het Louis Couperus Museum. Zelf noemt ze zich ‘een eigentijdse fatale vrouw’, die gebruik maakt van haar ‘sexy imago’.
In het programma 24 uur met... van Wilfried de Jong zei ze dat die boeken van Flaubert, Tolstoi en Couperus veel te dik waren: ‘die redacteur van Tolstoi had toch veel strenger moeten zijn. Wie leest dit soort pillen nu nog. Dat loopt toch niet?’ Het deugde ook niet dat die boeken door mannen waren geschreven: ‘Dit zijn tragische vrouwen. Ze plegen alle drie zelfmoord. Mijn heldinnen zijn sterker. Dat is toch niet meer van deze tijd.’ De altijd graag ‘stoute’ Van Royen denkt dat ze het beter kan dan Tolstoi. Ze laat zich fotograferen met een T-shirt waarop met chocoladeletters ‘satisfy me’ staat. Deze horizontaliteit zal niet tot literatuur leiden. Echt schrijven gaat niet liggend.
Categorie
Literaire Blogs
De Contrabas
Perlentaucher
