Carel Peeters' literaire kroniek 17.05.2010
‘In Nederland’, zegt de directeur van het Rijksmuseum Wim Pijbes in Vrij Nederland van 15 mei, ‘wordt getracht het iedereen naar de zin te maken. Maar dat lukt niet.’ Nee dat lukt niet. Vreemd dat Pijbes het dan zelf toch iedereen naar de zin wil maken. ‘Het Rijksmuseum’, zegt hij: ‘moet nastreven voor iedereen te willen zijn. Van iedereen, voor iedereen.’ Maar, hé, toch weer niet voor iedereen want: ‘minder voor de alwetende kunstelite’.
Voor iedereen en toch weer niet voor iedereen. Die ‘alwetende kunstelite’ heeft Pijbes uit zijn duim gezogen, want die is er helemaal niet. Aan wie zou Pijbes daarbij denken als het om kunst van vroeger gaat? Aan Henk van Os? Aan de kunsthandelaren op de Tefaf of de Pan? Aan Rutger Pontzen, aan de redactie van het tijdschrift Kunstschrift? Van Tableau? Of aan Sjarel Ex? Aan Gary Schwarz? Lien Heyting? Aan Sotheby’s? Aan Christie's?
Al deze tijdschriften, firma’s of kenners van kunst hebben hun smaak, voorkeuren en belangen, maar ze zorgen in Nederland niet voor een ‘alwetende kunstelite’ die ostentatief een standaard van smaak zou uitdragen, waar het Rijksmuseum zich dan tegen zou moeten afzetten. Hun benadering van kunst is daar veel te divers voor.
Deze ‘alwetende kunstelite’ is een demagogisch fantasme van Pijbes. Hij creëert er een niet-bestaande tegenstelling mee zodat hij de Pietje Bell kan uithangen in de porseleinkast van het ‘Hooggerechtshof van de smaak’. Hij schept er ruimte mee voor zijn egotripperij, door hem ‘authentiek leiderschap’ genoemd. Ze zullen bij het Rijksmuseum weten dat er een ‘chef’ is.
Wanneer hij van mij zegt dat ik tot ‘de gereformeerde kunstkerk’ behoor, die vindt dat je ‘alles volgens hoogstaande, verantwoorde normen moet doen’, dan klets hij maar wat in de ruimte, volslagen onwetend over wat ik zoal over kunst denk en wat ik er over heb geschreven. Het is de reactie van iemand die elk vraagteken bij zijn aanpak op de automatische piloot afwijst, wat het ook is.
Chef Pijbes zegt dat hij moet kiezen, en hij heeft kennelijk gekozen voor Disneyland in het Rijksmuseum. Maar waarom zou er ergens voor gekozen moeten worden? Waarom moet het Rijksmuseum ervoor kiezen bezoekers als kleuters te behandelen? Dan moet Rembrandts schilderij van Portret van Maria Trip een ‘contactadvertentie’ worden genoemd in de reeks schilderijen die hij koos voor zijn tentoonstelling De keuze van Wim Pijbes. Terwijl daar in de verste verte geen reden voor is. Pijbes wil er graag een volkse en pikante draai aan geven - om aan de belangstelling van onnozelen tegemoet te komen die het Rijksmuseum niet bezoeken.
- ‘Het ís ook een lekker schilderij. Het is een vrouw met een half ontbloot lichaam, ze kijkt een beetje geil vanonder die hoed. Het heeft Wallpower'
Om dezelfde reden moet de bezoeker die voor het Portret van Willem van Oranje van Adriaen Key staat op het tekstbordje het bevel krijgen ‘Kijk mij aan’. Omdat De vrolijke speelman van Gerard van Honthorst een glas in zijn hand heeft moet het tekstbordje daarom de eindigen met de woorden ‘Proost!’ Daarom moet van Een jonge vrouw die haar handen warmt boven een vuurtest van Caesar van Everdingen gesuggereerd worden dat de vrouw haar rok optilt en aan seksuele dingen denkt: ‘Wie stilt haar verlangen?’
Pijbes zegt dat hij voor zijn keuze van schilderijen uit de Gouden Eeuw niet met een kunstzinnig oog heeft gekeken, maar een beetje sociologisch. Dat zorgt ervoor dat hij zegt dat op Vermeers Melkmeisje alles duidt op ‘overvloed’. De Gouden Eeuw, dat is overvloed. Maar voor een socioloog die op zoek is naar cliché’s is Holland ook ‘zuinigheid’? Dus krijgen we die ook op het Melkmeisje: ‘Het melkmeisje doseert niet alleen de melk, ze doseert de Hollandse overvloed en leert ons zuinigheid.’ Zou het?
Ten behoeve van het Disney-effect kocht Pijbes vorig jaar voor drie miljoen euro de uit 1688 daterende ‘huwelijkskoffers op voet’ van André Charles Boulle, de favoriete meubelmaker van Zonnekoning Louis XIV. Het is ongetwijfeld een staaltje van superieure kunstnijverheid, maar om te zien zijn het monsters. Pijbes zegt dat deze monsters zijn collectie meubels ‘omhoog trekken’, en dat het Rijksmuseum door deze aankoop weer meedoet met ‘kopen op topniveau.’ Door deze aankoop was wel het hele budget van het museum in één keer op. Het beste dat je van de koffers kunt zeggen is dat ze spectaculair lelijk zijn.
Pijbes denkt aan schilderijen als iets dat ‘wallpower’ moet hebben. Hij vindt dat schilderijen ‘verhalen moeten vertellen’. Maar schilderijen zijn geen romans. Het vertellende karakter van schilderijen is een aardig aspect, maar nooit het belangrijkste. Ten behoeve van de ‘wallpower’ kocht Pijbes onlangs Meisje met een brede hoed van Caesar van Everdingen voor 1.3 miljoen euro, terwijl het voor de veiling was geschat op 100.000 euro. Pijbes zegt dat het ‘gegarandeerd een icoon’ van het museum wordt, en een nieuw licht werpt op de Gouden Eeuw. Hij suggereert zelfs dat dit schilderij Rembrandt en Vermeer op de achtergrond zal dringen. ‘Van Everdingen is een heel lekker crispy schilderij, echt helemaal nu!’.
Toen ik het schilderij een tijdje geleden toevallig zag op de restauratieafdeling van het Rijksmuseum (zonder dat ik toen wist dat er zoveel waarde aan werd gehecht) vond ik het een matig schilderij, wel aardig, maar meer niet. Ik verbaasde me er over dat er zoveel werk van werd gemaakt. De aanprijzing van Wim Pijbes maakt het er nu niet beter op: ‘Het ís ook een lekker schilderij. Het is een vrouw met een half ontbloot lichaam, ze kijkt een beetje geil vanonder die hoed. Het heeft wallpower.’
De esthetisch-erotische kanttekeningen van Pijbes zijn al niet geweldig boeiend, zijn sociologische opmerkingen roepen ook vragen op. Bij Gerard ter Borchs Meisje voor de spiegel pakt hij uit met een sweeping statement: ‘Hoewel de meest schilderijen voor mannen door mannen werden vervaardigd bieden voorstellingen als deze een aantrekkelijke identificatie, ook voor een vrouwelijk publiek’. Het lijkt me een slag in de lucht dat de meeste schilderijen voor mannen en door mannen werden vervaardigd. Door mannen ja, maar ook voor mannen? En zelfs dit kuise schilderij geeft Pijbes' overspannen fantasie de sporen, zodat hij ook hier iets pikants voor mannen ziet: ‘Voor mannen gold de elegante beeltenis eerder als even onbereikbare als gewenste droomvrouw’.
Wim Pijbes zegt dat hij de spanning voor de opening van het Rijksmuseum in 2013 langzaam opvoert. Dat wordt geen reikhalzende spanning, maar angstige spanning.
Categorie
Literaire Blogs
De Contrabas
Perlentaucher
