Carel Peeters' literaire kroniek 27.09.2010
Het is niet bekend hoe betrouwbaar de bron is, maar op 18 november van het jaar 469 voor onze jaartelling zou de filosoof Socrates geboren zijn. In 2001 werd die dag in ieder geval door het hoofd van de afdeling Democratie en Filosofie van de Unesco, Moufida Goucha, uitgeroepen tot Dag van de filosofie. Het moest een jaarlijkse aangelegenheid worden ‘gewijd aan debatten waaraan iedereen met zijn ideeën en overtuiging in alle vrijheid deel zou kunnen nemen’. Het moest ook een jaarlijkse bevestiging worden van het belang van filosofie en denken voor de cultuur. De dag zou worden gevolgd door een driedaagse conferentie. Tot 2004 werd die in Parijs gehouden, maar in 2005 had Chili de eer en in 2006 Marokko. In 2007 trokken filosofen uit de hele wereld (de dag heette inmiddels World Philosophy Day) naar Turkije, in 2008 naar Italië en vorig jaar naar Rusland, met als thema ‘Philosophy in the Dialogue of Cultures’.
So far so good, behalve dat de World Philosophy Day dit jaar in Teheran wordt gehouden, gevolgd door een conferentie van 21 tot 23 november. Zodra vorig jaar bekend werd dat de Unesco Teheran had uitgekozen werd er natuurlijk tegen geprotesteerd, onder meer in januari in een open brief aan de directeur van de Unesco, Irina Bokova. Een van de schrijvers van de brief was Ramin Jahanbegloo, de Iraanse filosoof die in 2001 een boek publiceerde waaruit zijn grote belangstelling bleek voor de Westerse ideeëngeschiedenis en speciaal het sociaal-liberale begrip van vrijheid zoals vertegenwoordigd door Isaiah Berlin: Conversations with Isaiah Berlin. Vandaag is Jahanbegloo een van de sprekers (samen met Simon Critchley en Saskia Sassen) op een protestbijeenkomst in The New School of Social Research in New York. (Zie resetdoc.org)
Jahanbegloo doceerde van 1997 tot 2001 in Toronto, kwam in 2001 naar Teheran en begon daar als hoofd van de afdeling filosofie van het Cultureel Onderzoek Centrum collega’s uit andere landen uit te nodigen, zoals George Steiner, Richard Rorty, Timothy Garton Ash, Antonio Negri en Michael Ignatieff. In april 2006 werd hij vanwege deze activiteiten, en omdat hij een spion van het Westen zou zijn, gearresteerd en in de Evin Gevangenis opgesloten. Door de Europese Commissie werd er officieel tegen zijn arrestatie geprotesteerd. Daarna ondertekende vierhonderd collega’s en intellectuelen een petitie voor zijn vrijlating, van Noam Chomsky en J.M. Coetzee tot Jürgen Habermas. Vier maanden later, in augustus, werd hij vrijgelaten. In 2007 publiceerde hij het boek The Clash of Tolerances.
Jahanbegloo liet onlangs weer van zich horen (Frankfurter Rundschau van 23 september) omdat het er steeds minder naar uit ziet dat Iran de Unesco-doelstelling van de Dag van de filosofie gestand zal doen: het onderkennen van ‘the importance of philosophy for cultures and civilization’s interactions and honoring the traditions of different cultures.’ Om er zeker van te zijn dat de Dag van de filosofie dit jaar zou verlopen overeenkomstig de ideeën van het Iraanse regime besloot President Ahmadinejad in hoogst eigen persoon de directeur van het Instituut voor Filosofie en van de Iraanse Vereniging van Filosofen, Gholamreza Aavani, te vervangen door Gholam Ali Haddad Adel, voormalig voorzitter van het Iraanse parlement en schoonzoon van Mojtaba Khamenei, die weer de zoon is van Ayatollah Ali Khamenei, voormalig president en nu de hoogste religieuze leider van Iran.
Op 30 augustus 2009 verklaarde Khamenei tegenover de hoogleraren geesteswetenschappen dat in hun vakgebied ‘scepticisme en twijfel wordt aangewakkerd tegenover religieuze zekerheden’. De hoogleraren moesten onder ogen zien dat de westerse filosofie de ‘ware vijand’ was, verantwoordelijk voor het ongeloof onder Iraanse studenten. Alle westerse filosofie moest uit het studieprogramma worden geschrapt als onderdeel van een nieuwe culturele revolutie. Filosofie werd door Khamenei als ‘gevaarlijk’ bestempeld. Het realiseren van de doelstelling van de Unesco, ‘het respecteren van elkaar tradities en verschillende culturen’, wordt met de uitspraken van Khamenei een illusie.
- Men is dus niet vrij om niet van God, zijn buurman of zijn medemens te houden. Men moet van ze houden. Niets vrije wil.
Er is niets absurders dan het in Teheran houden van de Conferentie ter gelegenheid van World Philosophy Day, volgens Katajun Amirpur, islamoloog en hoogleraar in Zürich. Op Qantara, de website voor de ‘Dialoog met de Islamitische Wereld’ onder meer gesteund door het Goethe Instituut, schrijft hij welke filosofen zoal niet zullen kunnen spreken op de conferentie omdat ze zijn gevlucht, of omdat ze in de Evin dan wel in Kahrizak Gevangenis zitten. Ondertussen heeft Ottfried Höffer, erelid van het Iraans Instituut voor filosofie en beoogd spreker op de conferentie, zich teruggetrokken met een artikel in de Frankfurter Algemeine van 16 juli. Het zou ‘verraad’ zijn aan waar de Dag van de filosofie voor staat, als hij deel zou nemen.
Op de officiële website van de World Philosophy Day 2010 staat intussen nog wel het uitvoerige stuk Philosophy in Iran van de afgezette directeur Gholamreza Aavani. Dat is een theologisch-filosofische verhandeling in de vorm van een vraag en antwoord-sessie over ‘The Meaning of Being Human.’ Interessant is wat Aavina schrijft over een van de ‘geschenken van God aan de mensen’: de vrije wil, ‘een van grootste zegeningen die de mens ten deel is gevallen.’ Meteen na dit gezegd te hebben staat er dat ‘de vrije wil in de absolute zin’ alleen aan God is voorbehouden. Waarna de vrije wil als iets dat te maken heeft met persoonlijke keuze geheel uit het zicht raakt. De vrije wil manifesteert zich volgens Aavani het best ‘in love of God en love of the neighbor, the love of one’s fellow human beings in God.’ Men is dus niet vrij om niet van God, zijn buurman of zijn medemens te houden. Men moet van ze houden. Niets vrije wil.
Ook interessant is vraag 5: Waarin verschillen de concepten van ‘menselijke waardigheid’ en de ‘mensenrechten’? De Islam, schrijft Aavani, is nooit tegen mensenrechten geweest, althans: in zoverre ze niet in tegenspraak zijn met ‘man’s Divine right and in so far as they are taken into consideration within the total context of Islam.’ De formulering dat bij het respecteren van de mensenrechten de ‘totale context van de Islam’ in aanmerking genomen moet worden, houdt in dat de mensenrechten helemaal niet serieus worden genomen. Die context bestaat uit de wetten van de islam, zoals beschreven in de sharia, en die staan grotendeels haaks op de mensenrechten.
Iets dergelijks doet zich voor wanneer het om het recht gaat. Het recht is in de islam niet iets dat op zichzelf staat, maar heeft als basis de religie, aangevuld met politiek. Er wordt vanuit gegaan dat er alleen sprake kan zijn van recht in een context zoals de Islam, die is gebaseerd op de kennis van het Goddelijke plan. En de maker van dat plan, God, ‘is the Just, because He is All-Wise.’ Waarmee gezegd is dat niet de mensen zelf voor recht en rechtvaardigheid zorgen, maar dat er al ergens een Goddelijk plan klaar ligt dat antwoord geeft op alle vragen. Wat valt er dan nog te filosoferen in Teheran?
Categorie
Literaire Blogs
De Contrabas
Perlentaucher
