Van de Engelsen wordt nog steeds gezegd dat ze zo goed in staat zijn om onderkoeld te reageren op heftige gebeurtenissen. Ze zouden er siberisch onder blijven en ‘suppress the display of any emotions’.
Hoe betrouwbaar of onbetrouwbaar het nu ophef makende boek The End of the Party van Andrew Rawnsley over het emotionele karakter van Engelse premier Gordon Brown ook is, Brown heeft in ieder geval al toegegeven dat hij zijn stiff upper lip niet altijd onder controle heeft: ook hij heeft wel eens een woedeuitbarsting.
Toch zou dit boek nu voor het eerst onthullen dat Brown ‘een boze, opvliegende man’ is. Maar heel Engeland kent Gordon Brown al zo’n vijfentwintig jaar en heeft hem dagelijks over de vloer. Er stond en staat elke ochtend wel iets over hem in de krant. Als men al die jaren niets van zijn emotionele karakter tevoorschijn heeft weten te halen, dan hebben alle journalisten van alle kranten vijfentwintig jaar geslapen.
Loslippig
Gordon Brown is een uitgelezen voorbeeld om aan te illustreren dat de stiff upper lip van de Engelsen al geruime tijd verleden tijd is. De Engelsen zijn een volk van de weak lower lip geworden. Uitgerekend van Gordon Brown werd gezegd dat hij zo’n koel en afstandelijk iemand was. En daar houden de Engelsen niet meer van, alle publieke figuren moeten even kwetsbaar en loslippig over hun persoonlijk leven zijn. Het is de bedoeling dat elke publieke figuur in Engeland het lezende en televisiekijkende publiek permanent op de hoogte houdt van zijn of haar persoonlijke besognes, zoals verliefdheden, ontrouw, trouw, ruzies in huis met vrouw, kinderen of familie. Ook moeten ze alles weten van hun financiën, lichamelijke zorgen zoals ziektes groot en klein, slapeloosheid, diabetes, toestand van het gebit of te veel roos op het krijtstreeppak.
Misschien heeft Gordon Brown een tijdje geleden gedacht dat hij iets moest doen aan zijn afstandelijke imago. Ook al was hij in werkelijkheid helemaal niet afstandelijk of koud, dat beeld was nu eenmaal ontstaan. Dus stond Brown een paar weken geleden aan de televisie een interview toe en liet hij zich verleiden ook te praten over zijn in 2002 overleden babydochtertje, wat hem duidelijk emotioneerde. Dat wilde men graag, dat hij zich over zulke persoonlijke zaken zou uitspreken. Brown toonde dus zijn weak upper lip. Maar wat was het gevolg? Gordon Brown werd meteen verweten zijn dochtertje te gebruiken om het gezicht van Labour op te vijzelen.
Zo realistische mogelijk
De weak lower lip is al heel lang in zwang in Engeland. Alle kranten, ook de betere zoals The Guardian, zijn maar al te tuk op het publiceren van de intiemste zaken van publieke figuren. En die publieke figuren passen zich lijdzaam aan, ze vinden het inmiddels de doodgewoonste zaak van de wereld om alles te vertellen wat men wil weten: ze willen graag ‘leeglopen’. Er is nu zelfs een heel boek verschenen in de vorm van een ‘manifest’ waarin wordt geprobeerd de behoefte aan rauwe realiteit te legitimeren: Reality Hunger van David Shields. Hij wil niets meer weten van bedachte literatuur, alles moet zo realistisch mogelijk uit de werkelijkheid naar het papier (of de computer) worden overgeheveld. Er hoeft niets meer bedacht te worden, de werkelijkheid is goed genoeg. ‘Life writing’ heet dat.
Het boek van Shield bevestigt alleen maar de Engelse zucht naar ‘reality’. De tabloids spannen natuurlijk de kroon, maar de gerenommeerde zondagbladen willen niet achterblijven. En de publieke figuren voldoen aan de wensen. Zelfs Martin Amis heeft geen enkele rem meer. De oude Flaubert, die vond dat een schrijver zich achter zijn personages moest verschuilen, heeft voorgoed afgedaan. Amis is alleen nog maar bezig de persoonlijkste vragen te antwoorden: over zijn gebit, zijn haar, zijn rimpels en zijn liefdesleven.
Was hij in de jaren tachtig nog een onderdeel van Cool Britannica, nu zegt hij op 24 januari tegen de interviewster van The Sunday Times dat hij zich ‘uncool’ voelt. Hij gaat zelfs zover het personage Keith in zijn nieuwe roman The Pregnant Widow met zichzelf gelijk te stellen. Hij maakt geen verschil meer tussen fictie en werkelijkheid. Het is één pot nat geworden. Maar zijn ijdelheid wil wel graag gezegd hebben dat er wel een paar verschillen zijn: Keith is minder succesvol bij de vrouwen dan Amis zelf: ‘He has far fewer and less good ones.’
A matter of underwear
Het hele interview is een en al gevis naar pikanterieën. The Pregnant Widow, een roman over de sexuele revolutie rond 1970, wordt compleet van zijn eigen charmes ontdaan door er de dagelijkse werkelijkheid van Amis op te plakken. De strekking van het boek wordt samengevat met ‘It was a tits-and-arse time’. De vrouwenemancipatie brengt hij terug tot ‘a matter of underwear’: in de jaren vijftig werden er nog functionele onderbroeken gedragen, toen werden het ineens gewaagde slipjes. Met de interviewster Camilla Long loopt hij zo’n beetje alle vrouwen en vriendinnen af die hij heeft gehad. Hij bezweert haar geen vrouwenhater te zijn. (‘I’m not a mysogynist, ask my wife.’) Hij ontdoet de roman van al zijn magie. Het verhaal van zijn aan lager wal geraakte en later zelfmoord plegende zuster Sally wordt van zijn betekenis in de roman ontdaan door er nu over te praten in de termen van de werkelijkheid.
Zo’n interview zorgt er voor dat daarna niets meer heilig is. Amis maakt van zijn persoon en karakter een prooi. Vrouwen en vriendinnen komen nu een boekje over hem opendoen. Anna Ford, een bekende voormalige nieuwslezeres en de vrouw van een vroegere vriend, de in 1988 overleden cartoonist Mark Boxer, schrijft in The Guardian van zaterdag 20 februari een brief waarin ze twee voorbeelden geeft van Amis’ ongevoeligheid en narcisme. Amis zou indertijd zijn bezoek aan het doodsbed van Boxer veel te lang hebben gemaakt, en hij zou zich nooit iets gelegen hebben laten liggen aan haar dochter, zijn petekind. Dit is het niveau waartoe het verschijnen van de weak lower lip heeft geleid. Er is alle reden om het essay ‘Monoloog van een anglofoob’ van Willem Frederik Hermans in Het sadistisch universum te herlezen.
Categorie
Literaire Blogs
De Contrabas
Perlentaucher
