Carel Peeters' literaire kroniek

Waarin Tony Judt de sociaal-democratie van jaren werk voorziet

29 maart 2010
Leestijd:

In The Guardian werd de voorpublicatie uit het nieuwe boek van de Engels-Amerikaanse historicus Tony Judt What is to be done? genoemd, een omineuze en ironische titel die bedoeld is om herinneringen op te roepen aan Wat te doen?, het boek van Vladimir Iljitsj Lenin uit 1902 waarin hij de communistische partij opvoert als een elite van beroepsrevolutionairen die als voorhoede van het proletariaat moest gaan optreden.

Judts boek, Ill Fares the Land. A Treatise on Our Present Discontent, is niet vrij van suggesties voor wat er sociaal, cultureel en politiek zou moeten gebeuren in Engeland, Europa en Amerika (‘we cannot go on living like this’), maar die ademen allerminst de geest van de straffe Lenin.

Wie de hoofdstukken over de communisten Louis Althussser en Eric Hobsbawn kent uit zijn boek De vergeten twintigste eeuw weet dat Judt zich erover blijft verbazen dat zulke intelligente mensen jarenlang hebben kunnen geloven in iets wat zo evident verkeerd was. Ze werkten er bovendien aan mee dat die ideologie werd voorzien van een historische en zogenaamd wetenschappelijke onderbouwing.

De ironie van de titel zal Judt wel kunnen waarderen omdat hij aan het slot van zijn stuk zelf gebruik maakt van een beroemde uitspraak van Karl Marx: ‘Filosofen, zo luiden fameuze woorden, hebben de wereld tot nog toe alleen geïnterpreteerd; het gaat er nu om hem te veranderen.’

Dat veranderen gaat niet op een revolutionaire manier bij Judt, maar met behulp van een vernieuwde sociaal-democratie. Judt brengt met dit boek zijn eigen aansporing in de praktijk, want tot nog toe heeft hij de wereld in verschillende boeken (zoals Na de oorlog) briljant geanalyseerd en geïnterpreteerd. Dit nieuwe boek bevat veel concrete suggesties voor verandering, al zijn de analyse en de veelzeggende historische parallellen die hij altijd bij de hand heeft, allerminst afwezig.

Tony Judt Tony Judt

Veranderingen
De opvallendste en noodzakelijkste verandering die Judt nodig vindt heeft, te maken met de ongelimiteerde privatisering die de afgelopen dertig jaar alles heeft veranderd, en niet ten goede. De posterijen, de kolenmijnen, de ziekenhuizen, de treinen, de energiecentrales: ze zijn in Engeland allemaal op initiatief van Mrs. Thatcher voor een prikje overgedaan aan investeerders, die er bovendien als bonus bij kregen dat ze eventuele verliezen konden verhalen op de overheid. Ze liepen dus geen enkel risico.

De privatisering is uiterst inefficiënt gebleken, heeft de dienstverlening niet bevorderd en alles alleen maar duurder en onveiliger gemaakt. De meeste bedrijven werken met verlies. Judt rekent uit dat the cult of privatisation de belastingbetaler in Engeland 24 miljard pond heeft gekost.

Hij hekelt ook de wildgroei die ontstond in de semi-overheidsbedrijven. Door dat semi-karakter werd het heel makkelijk voor de directie van die bedrijven zichzelf gigantische salarissen en bonussen toe te schuiven. Om te laten zien hoe dat fout kan gaan herinnert Judt aan een praktijk die de overheid in de achttiende eeuw liet ontstaan, de zogenaamde tax farming. De overheid liet de belasting door buitenstaanders innen: die konden bieden op het baantje en hun eigen regels maken. Gevolg: veel minder inkomsten voor de staat.

Uitgeholde samenleving
Er is de laatste dertig jaar zo slordig omgegaan met de collectieve goed dat een uitgeholde samenleving ('a hollowed-out society') ontstaan. En een groteske ongelijkheid. Het interessante aan Judt analyse is dat hij uitloopt op een herwaardering van ‘de staat’. De staat is zo minimaal geworden dat ze nu in haar oude luister van de jaren vijftig hersteld moet worden om weer voor de noodzakelijke collectieve voorzieningen te kunnen zorgen.

De sociaaldemocraten zullen krachtiger moeten wijzen op wat er al bereikt is in de twintigste eeuw

Al de veranderingen die Judt op het oog heeft, moeten worden gerealiseerd door de sociaademocratie ('it is better than anything else to hand'). Hij schetst een geschiedenis van de twintigste eeuw waarin de sociaaldemocratie met verwante partijen geleidelijk voor de welvaartsstaat heeft gezorgd. Maar de sociaaldemocratie is aan haar succes ten onder gegaan.Toen de mensen eenmaal een behoorlijk levenspeil hadden bereikt wendden ze zich van de sociaaldemocratie af. De financiële crisis zorgt er voor dat alles opnieuw moet worden overdacht.

Nieuw tijdperk van onzekerheid
Volgens Judt gaan we 'a new age of insecurity' tegemoet. Nadat we door het tijdperk van 'the enterprise culture' van Friedrich Hayek in de crisis zijn beland, zal de komende tijd weer een flink beroep op de ideeën van John Maynard Keynes gedaan moeten worden. Niet alleen voor de oplossing van komende problemen, maar ook als degene die duidelijk heeft gemaakt wat het uitgangspunt moet zijn van een samenleving die is gebaseerd op rechtvaardigheid én zo’n groot mogelijke vrijheid: in zo’n samenleving moet je rekening houden met de fundamentele onvoorspelbaarheid van het menselijk bedrijf.

Dat zorgt voor onzekerheid, tot het niveau van onveiligheid en collectieve angst in geval van massaontslagen. De taak van de overheid is om deze helse onzekerheid in te dammen door te zorgen voor vangnetten. Judt vreest voor de verdere afbraak daarvan.

De sociaaldemocraten, volgens Judt ‘altijd bescheiden in stijl en ambitie’, zullen krachtiger moeten wijzen op wat er al bereikt is in de twintigste eeuw ('these were no mean accomplishments'). Zeker nu, nu de periode van stabiliteit, zekerheid en de illusie van ongeremde economische groei, over is.

Judt in oktober 2009, tijdens een lezing in New York Judt in oktober 2009, tijdens een lezing in New York

Als de sociaal-democratie een toekomst heeft, dan is het als ‘a social democracy of fear’. De financiële crises heeft in Engeland, Europa en Amerika voor grote werkeloosheid gezorgd, en dus voor de helse bestaansonzekerheid waar Keynes het over had. De sociaal-democratie heeft als taak die vrees te verminderen, opheffen kan ze hem niet. De verbeteringen die ze zal aanbrengen zullen nooit perfect zijn, het zullen altijd ‘imperfect improvements’ zijn, maar op perfectie moet je ook niet uit zijn als het om zulke zaken gaat.

Intellectuele revolutie
Judt vraagt om een intellectuele revolutie: alles moet opnieuw overdacht worden, met als leidraad het terugdringen van de groteske ongelijkheid, in Engeland veroorzaakt ‘door de onverantwoordelijkste financiële sector in de wereld.’

Dat Tony Judt zich zo onomwonden bedient van morele kritiek op de huidige toestand zal ongetwijfeld ook ingegeven zijn door zijn eigen precaire lichamelijke toestand. Hij heeft niets meer te verliezen nu hij bijna helemaal verlamd is door een spierziekte. Hij kan alleen zijn hoofd nog bewegen. Hij bevindt zich, zoals hij zegt, in een gevangeniscel die elke dag kleiner wordt. Hoe zijn toestand is heeft hij zelf sober en precies beschreven in een van de stukken die nu regelmatig in The New York Review of Books staan: het stuk over de manier waarop hij zijn nachten doorbrengt (in vertaling overgenomen door het laatste nummer van Hollands Diep). Die stukken bedenkt hij s’ nachts en dicteert hij overdag aan een assistent. Ze zijn duidelijk, ironisch en scherpzinnig.

Ill Fares the Land verschijnt onder de titel Het land is moe. Verhandeling over onze ontevredenheid op 18 mei bij uitgeverij Contact


[reageren]

Over Carel Peeters

Carel Peeters (1944) werkt sinds 1973 bij Vrij Nederland en stond aan de wieg van de Republiek der Letteren.

Carel Peeters' literaire kroniek

Carel Peeters

Waarin in een pamflet van Rob Riemen ‘hedendaags fascisme’ wordt gesignaleerd

In zijn wekelijks satirische strip in Vrij Nederland voelt Pieter Geenen de schommelingen in de politieke stemming goed aan. Vorige week liet hij een man bij de dokter komen. Wat was de klacht? ‘Dokter, ik begin aan Wilders te wennen! Er zit sleet op mijn verontwaardiging over Wilders.’ Dat is goed gezien. Er heeft inderdaad een soort domesticatie van het gedachtegoed van de Partij voor de vrijheid plaats. Dat is ook helemaal niet zo gek. Door hun prominente aanwezigheid in de Tweede Kamer, de kranten en de televisie krijgen de leden van PVV-fractie iets vertrouwds, het worden bekende gezichten. Ze nemen zelf ook een iets mildere houding aan (ze domesticeren zelf ook), omdat ze anders snel onmogelijk worden, zeker op de televisie. Ze kunnen zich die mildere houding ook permitteren met zoveel zetels in de kamer.

Carel Peeters' literaire kroniek

Carel Peeters

Waarin het geheim van Harry Mulisch te vinden is in de diepte van zijn oppervlakkigheid

Om te weten waar de allesdoordringende drijfveer vandaan kwam waarmee Harry Mulisch schreef zal men de eerste pagina’s van het hoofdstuk ‘Zelfportret met tulband’ in Voer voor psychologen (1962) moeten lezen.

Carel Peeters' literaire kroniek

Carel Peeters

Waarin Teylers Museum een verrassende collectie Engelse satirische tekeningen opduikt

Op St James Street nummer 27 in Londen was rond het jaar 1800 dagelijks hetzelfde tafereel te zien: mensen verdrongen zich voor de etalage van Hannah Humphrey’s winkel in satirische prenten om de dagelijkse nieuwe tekening te zien, niet zelden afkomstig van James Gillray.

Dit is goed! Ik ontvang graag wekelijks verhalen in mijn inbox

Helaas is er een onverwachte fout opgetreden

Ons administratief systeem is tijdelijk niet bereikbaar. Probeer het later nog eens.
Onze excuses voor het ongemak!

Neem nu een
abonnement
Jaar
Half jaar
Kwartaal
Proef
Papier en digitaal
Alleen digitaal