26.06.2010
Nieuwe definitie van tevredenheid: ‘Zo in zijn schik als een schrijver in Nederland bij schemerduister’
Worden de Nederlanders er nooit eens moe van dat buitenlanders steevast beginnen over de nationale gewoonte 's avonds de gordijnen open te laten? Zo ja: het spijt me zeer, maar de vijfhonderd woorden van vandaag gaan over dit onderwerp. In Britse woonbuurten zijn de interieurs 's avonds tegen het invallen van de schemering slechts twintig, dertig minuten zichtbaar.
Dan kunnen nieuwsgierige voorbijgangers zoals ik naar binnen gluren en andermans boekenkasten, kindertekeningen, koelkastmagneetjes, antiek, koekoeksklokken, lavalampen en stoelbekleding met tijgermotief bewonderen. Al snel, nog voordat de sterren aan de hemel zijn verschenen, worden de mensen in die kamers echter onrustig, beseffen waarom, en trekken de gordijnen dicht. Alles binnenskamers is dan weer echt binnenskamers en verborgen. Ik vond het vreemd dat het zo veel Nederlanders, van alle leeftijden en zowel mannen als vrouwen, in het geheel niet leek te storen dat wildvreemden in hun huiskamer naar binnen konden koekeloeren en ze aan tafel konden zien zitten tijdens het warme eten, of achter een computerscherm, of voor de televisie, of konden zien hoe ze de kat streelden, of zelfs elkaar.
Open gordijnen zijn een geschenk uit de hemel voor romanciers, die immers deels nieuwsgierig aagje, deels speurneus en deels roddelkoning zijn. Een open gordijn doet ons meteen speculeren over de bewoners van die kamers, waarbij we onze veronderstellingen baseren op het meubilair en de aankleding, of het gebrek daaraan. Wanneer een personage eenmaal is geschapen, kan er een plot worden bedacht waarin het kan worden ingebed, en personage en plot vormen de hoekstenen van het fictionele bouwwerk. Vanuit mijn onderkomen in Wassenaar keek ik uit op een flatgebouw van acht verdiepingen, waarin je 's avonds in driekwart van de huiskamers naar binnen kon kijken. Ik wil niet zeggen dat ik de hele avond, zoals Cary Grant in Rear Window van Hitchcock, met een verrekijker mijn buren stond te bespieden, maar ik heb toen wel een nieuwe definitie van tevredenheid bedacht: 'Zo in zijn schik als een schrijver in Nederland bij schemerduister.'
Ik wist een hele verzameling antwoorden aan te leggen op de vraag waaróm de Nederlanders hun gordijnen eigenlijk open laten staan. Een Belgische academicus opperde dat het de trotse bewoners in staat stelt hun fraaie bezit te tonen en te laten zien dat ze niet hoeven te bezuinigen op stookkosten, maar ik geloof dat eigenlijk niet zo. De gemiddelde Nederlander is in mijn ervaring minder pronkzuchtig en juist energiebewuster dan de gemiddelde Brit. Een Zweedse collega opperde dat het misschien een proclamatie van rechtschapenheid was, en dat men wilde uitdragen: 'Kijk maar gerust, wij hebben niets te verbergen.' Hij voerde het Glazen Huis in Den Haag aan als voorbeeld van de Nederlandse opvatting dat transparantie gelijk staat aan rechtschapenheid. Maar wie beschuldigt hen dan van achterbaksheid? Een kunsthistoricus wees erop dat het in de kunst uit de Gouden Eeuw wemelt van de openstaande deuren, vensters en inkijkjes, en dat er overal glasruiten en weerspiegelingen te vinden zijn, wat ik best wil geloven, maar daarmee is de vraag nog niet beantwoord.
Ik kan dus nog steeds niet zeggen waarom zo veel Nederlanders hun gordijnen open laten, maar ik kan wél zeggen waarom wij Britten ze dicht doen. Uit angst. Onze verbeelding bevolkt het duister met rovers en gluurders, en onze gordijnen vormen onze eerste verdedigingslinie. Als de Nederlandse samenleving vrij is van deze angst, dan hoop ik dat ze dat nog heel lang moge blijven. Maar ik moet nu stoppen. Het wordt al bijna donker en ik heb een wat unheimisch gevoel over die wat louche uitziende figuur die onlangs tegenover ons is komen wonen...
Categorie
Literaire Blogs
De Contrabas
Perlentaucher
