Interview 27.06.2009

Door Stephan Sanders

Al woont hij al heel lang buiten Zuid-Afrika, toch is Breyten Breytenbach levenslang veroordeeld tot zijn geboorteland. De schrijver, dichter en beeldend kunstenaar exposeert nu in Hengelo. ‘Het apartheidsregime was banger voor het beeld dan voor het woord.’

Je kunt dezelfde god aanbidden, en soms schept dat een band. Maar je kunt ook dezelfde god vervloeken, en als je dat in dezelfde taal doet, schept dat een veel steviger band. Breyten Breytenbach zegt het vaak tijdens ons gesprek: 'Godverdomme.' Het is geen boze uitroep, het klinkt eerder enthousiast, intiem, en dat komt ook door Breytenbachs Afrikaanse intonatie, die voor een Nederlander vriendelijk klinkt, wat er ook gezegd wordt.

Hij: geboren in 1939, in Bonnievale, Westkaap, Zuid-Afrika.
Ik: geboren in 1961, in Haarlem, Nederland.
Afstand tussen ons: 9.860 km.

En dat ene, gezamenlijke vloekwoord heft het geografische verschil in één tel op.
Ik zeg nu wel: Breytenbachs licht Afrikaanse intonatie, maar het is preciezer om vast te stellen dat de Zuid-Afrikaanse schrijver, dichter en beeldend kunstenaar gewoon Nederlands spreekt, waarin hij zich af en toe een klein exotisch uitstapje permitteert. Daardoor weet je dat hij niet in, ik noem eens wat, Twente is opgegroeid, maar bij Boesmansdrift, zo'n 180 kilometer van Kaapstad, waar de bruinmense en de blankes wonen, en waar God op z'n Nederduits werd aanbeden.

The Literary Saloon