Vrij Nederland 'Last Night in Twisted River' - John Irving

Door Jeroen Vullings

'Last Night in Twisted River' - John Irving

Er gebeurt, zoals altijd bij Irving, allemachtig veel in de exotische wereld van Last Night in Twisted River. Rare personages, fascinerende flauwekul, Irving weet je mee te voeren. Maar zijn makke is dat hij te veel wil laten zien wat hij allemaal kan.

Altijd weer die beren
Hij weet je als lezer direct bij de lurven te grijpen, John Irving (Exeter, 1942). Al op de eerste pagina van zijn twaalfde roman Last Night in Twisted River verdrinkt de puberjongen Angel in een kolkende rivier. Hij stapte mis toen hij van de ene drijvende boomstam naar de andere probeerde te komen.

Het is 1954, Coos County, New Hampshire en we bevinden ons onder rauwe klanten, werkzaam in de lokale houtindustrie. De nederzetting heet Twisted River.

We leren meteen de voornaamste personages kennen: de hinkende kok Dominic Baciagalupo ('Cookie'), zijn twaalfjarige zoon Daniel en hun ruige vriend Ketchum. Ooit, komen we ook al snel te weten, vormden Dominic, diens echtgenote Rosie en Ketchum een menage à trois. Rosie was nu eenmaal zo'n vrijgevochten vrouw die van meer mannen tegelijk kon houden. Maar helaas, ze kwam om bij een jammerlijk ongeluk. Niet voordat ze de twee kutzwagers had laten beloven elkaar altijd bij te staan.

Chinese paardenstaartdragers
Die belofte wordt danig gestand gedaan in de ruim vijfhonderd pagina's tellende Irving-pil, die we thans dankzij een vergelijkbaar hechte mannenvriendschap - tussen Irving en Bezige Bij-baas Robbert Ammerlaan - kunnen genieten als 'de allereerste editie ter wereld' uitgegeven op Nederlandse bodem. In het Engels, dat wel; de vertaling verschijnt in 2010.

Er gebeurt, zoals altijd bij Irving, allemachtig veel in Last Night in Twisted River en er trekken heel veel personages, elk met hun eigen levensgeschiedenis, voorbij. Onderhoudend genoeg als je besluit je daarin onder te dompelen voor zolang de lectuur duurt.

Het is allemaal heel goed te volgen, hoe John Irving zijn verhaal eenenvijftig jaar laat beslaan, hoe hij zijn personages oud en kinderrijk laat worden, hoe hij per verhaaldeel sprongen in de tijd en in de ruimte maakt. Eerst: 1954, Coos County, New Hampshire. Dan: 1967, Boston. Daarna: 1983, Windham County, Vermont. Vervolgens: 2000, Toronto. Later: 2001, Coos County, New Hampshire. Uiteindelijk: 2005, Pointe au Baril Station, Ontario. Dat is dan nog buiten Iowa gerekend waar Dominic met een stel Chinese paardenstaartdragers het restaurant Mao's uitbaat.

Zwierende memmen
De knoestige verteller Irving voert de lezer in Last Night in Twisted River een exotische wereld binnen, waarin de ene groteske of juist alledaagse historie tot een andere leidt, rijk aan de vaste Irving-ingrediënten: seks, geweld en absurde details.

Doodgemoedereerd, zonder dat hij er later op terugkomt, verhaalt hij bijvoorbeeld van het oor van een man dat na een explosie in een werkplaats in de sneeuw belandde en werd gevonden door een ijsvisser, die dat orgaan later als aas gebruikte.

Bij lezing ervoer ik de sensatie dat ik geheel opging in de talrijke uitweidingen die deze verteller zich zomaar toestaat, over de bereiding van Italiaanse gerechten, de edele worstelsport, de geschiedenis van de houtindustrie en hoe kundig te jagen op lieve herten. Sommige aspecten zijn wel erg exotisch, zoals de erotische fascinatie van vrijwel alle manspersonen in Last Night in Twisted River voor testosteronrijke, obese vrouwen van vijftigplus, die met zwierende memmen hun geliefde berijden en hem af en toe voor de leut een peut op zijn tanden geven. Je kunt het de onervaren Daniel niet echt kwalijk nemen dat hij, toen hij op een middernachtelijk uur de slaapkamer van zijn vader betrad, die daar op dergelijke wijze aan het copuleren was met de Indiaanse Jane, dacht dat vaderlief daar onder een woeste beer lag. (Vintage Irving: altijd weer die beren!)

Dus pakte Daniel een wafelijzer en sloeg hij daarmee zo raak, dat vader en zoon de rest van de roman hun biezen moeten pakken voor de psychopathische triggerhappy diender Carl, Janes levenspartner. Zelfs op zijn drieëntachtigste, lang na onze tegenwoordig flexibel opgeschroefde AOW-gerechtigde leeftijd, maakt Carl nog jacht op ze. Da's een hele kwaaie.

Uitdijende vertelling
Gaat het wel goed met je, vroegen mijn huisgenoten regelmatig tijdens het lezen van Irvings fascinerende flauwekul, stop met dat rare gelach. Het is schrijvers verdienste dat hij je daarin zo in mee weet te voeren. Daarom is het helemaal geen bezwaar dat hij een sterk verhaal aankondigt en dat vervolgens schier eindeloos uitstelt, zodat we eerst uitgebreid mogen vernemen hoe het zit met Dominics Chinese vriendin, die verpleegster is, of met Daniels Koreaanse minnares.

Even plezant is het verhaal hoe de gedreven hardloper Daniel - zijn nom de plume als schrijver is Danny Angel - belaagd wordt door bijtgrage huskyhonden en wat hij daar aan doet.

Dat zit zo: hij heeft een buurman, een academicus die vroeger gebokst heeft. Die man, die heeft een vrouw, maar ook een 'fullbreed' herdershond. Met beiden moet je niet spotten. Zij dus met zijn vieren in de auto naar de weg waar die husky's rondlopen. De herdershond vermoordt een van de honden. Een goede les, vindt Danny.

Goed, de spanning van dat aangekondigde sterke verhaal is dan wel weg, maar van verveling tussendien was geen sprake - integendeel. Je weet nooit wat er nu weer te gebeuren staat: een naakte, getatoeëerde bodybuildster die met een parachute recht in een varkenstal landt; een Blauwe Mustang zonder bestuurder die mensen probeert omver te rijden, en meer.

Toch, eerlijk is eerlijk: net zo makkelijk weet Irving je uit het zadel van de vertelling te werpen. Naarmate het verhaal vordert, doet hij dat zelfs steeds vaker.
Eerst door lustig zijn stokpaarden te berijden. In ongeveer dezelfde bewoordingen als zijn in 1998 verschenen roman A Widow for One Year neemt de schrijver bij monde van zijn schrijverspersonage Danny stelling tegen de enorme belangstelling in de media voor het autobiografische gehalte van literatuur. Fictie, meneer, dat is het echte ding.

Ook werd ik niet vrolijk van John Irvings te eenvoudige politieke opinies, die het in schreeuwerige kroegen goed zouden doen. Zoals over Bush Junior: 'A smirking twerp and a dumbed-down daddy's boy.' En de onfunctionele naamdropperij als het om beroemde schrijvers gaat die Danny gekend heeft, zegt meer over Irving dan over zijn personage. Want ach ja, de bedreigde Salman Rushdie komt altijd even logeren in Toronto en Ray Carver zei nog...

Slecht begrepen
De grootste makke van deze roman is dat de verteller Irving gaandeweg het verhaal zich steeds ostentatiever in het slecht passende jasje van de schrijver probeert te persen.

Zijn enorme troef is de oermens Ketchum, zeker in relatie tot diens vriend Dominic. Dat was genoeg geweest, die twee hadden de roman kunnen dragen, maar Irving kan geen maat houden.

Hij wil álles vertellen, nog hoger reiken, een grote tijdsspanne beslaan, hele levens aan ons geestesoog voorbij laten trekken, vanuit een misconceptie van realisme. Hij krijgt die almaar uitdijende vertelling dan weer enigszins in balans door er nóg meer personages bij te slepen.

Dat zou allemaal geen ramp zijn, weten we uit menig geslaagde negentiende-eeuwse roman, als je vertelt vía de personages, die zich geheel en al tonen in scènes. Of als je het die personages zelf laat uitzoeken, zoals Elmore Leonard doet. Maar John Irving vertelt bij voorkeur óver levens, van de eerste ademtocht tot de laatste snik. En in het schrijven van scènes toont hij zich in dit boek ronduit karig.

Naar de kern
Ook dat zou nog tot daaraan toe zijn, omdat Irving een vol hoofd heeft, waardoor zijn navertelde levens intrigerend genoeg kunnen zijn. Maar funest voor deze roman is het dat hij het accent van Ketchum en Dominic verlegt naar Danny Angel, van het permanent moeten vluchten voor die enge Carl naar de vraag hoe een schrijver precies zijn bronnen gebruikt, wat waar is en verzonnen.

Voorts blijkt Danny de auteur van een schaduwoeuvre van dat van Irving. Zijn 'Vietnam'-roman The Kennedy Fathers reminisceert John Irvings A Prayer for Owen Meany, zijn 'didactische roman' over het recht op abortus East of Bangor doet natuurlijk denken aan The Cider House Rules. Aldus kan Irving daar weer het zijne over zeggen.

Spijtig: steeds weer zegt Ketchum tegen Danny dat hij als schrijver naar de kern moet gaan, het meer over zichzelf moet hebben. Zelden is een advies zo slecht begrepen, door Danny en Irving.

Komt daar nog Irvings onhebbelijke gewoonte bij almaar te willen uitleggen, verklaren: van 'moeilijk woord', historisch feit, symbool tot eigen beweegreden.
Met een lichte spijt sla ik Last Night in Twisted River dicht. Wat zo mooi en veelbelovend begon, met die boomstamwerkers, is versjteerd. Door Irving zelf die in het beeld ging staan om te laten zien wat hij allemaal kan. Nóg een stammetje boven zijn hoofd tillen. Zijn personages staan beteuterd naar zijn brede rug te kijken.

John Irving, Last Night in Twisted River, De Bezige Bij, 463 pagina’s, € 19,90. De Nederlandse vertaling verschijnt volgend jaar bij De Bezige Bij.

 

12-09-2009 / Recensie

[reageren]

Over Jeroen Vullings

Jeroen Vullings (1962) werkt sinds 1993 voor Vrij Nederland. Tot 2000 was hij litterair criticus met speciale aandacht voor fictie, daarna werd hij chef van de Republiek der Letteren.

Meer van Jeroen Vullings

Meest gelezen artikelen

Volg ons