Interview 05.04.2003

Door Max van Weezel / Margalith Kleijwegt

Het schrijversechtpaar Jessica Durlacher en Leon de Winter wordt snel door emoties overmand als het om Israël gaat. Vredesdemonstranten? De actiegroep Een Ander Joods Geluid? Daar waarschuwen ze fel tegen. Een gesprek over 'het duivelse' van de situatie in dat land.

'Hoe je het wendt of keert,' zegt Leon de Winter, 'je komt altijd weer uit bij de Tweede Wereldoorlog. Het beeld van de geschiedenis dat ik voor me zie is dat van een groot monster met ontelbare tentakels. De joden die nog in leven zijn, hebben het geluk gehad dat ze bij toeval door de tentakels van dat monster heen zijn geglipt. Het monster lette even niet op, dus bestaan ze nog. Het was de bedoeling dat ze er niet meer waren geweest. Dat is mijn uitgangspunt.'
'In de jaren dertig had mijn familie naar Amerika gekund,' verduidelijkt zijn echtgenote Jessica Durlacher. 'Ze zijn niet gegaan omdat mijn overgrootmoeder ziek was. Als ze wel waren vertrokken, had mijn familie misschien nog geleefd. Wij willen die fout niet maken.'

De Winter: 'Ik word snel door emoties overmand wanneer het Israël betreft. Dat overkwam me ook toen ik daar voor het eerst was. Als ik die joodse jongens met zo'n uzi om hun schouders zie, ga ik meteen door de knieën. Dat vind ik aangrijpend omdat ik dat beeld niet los kan zien van wat de joden in de Tweede Wereldoorlog is overkomen. In één straat in Jeruzalem lopen bebaarde chassidim en jonge soldaten in uniform. Dat is voor mij de joodse geschiedenis van de twintigste eeuw in een notendop.'

Jessica Durlacher: 'Toen ik er voor het eerst kwam, was ik geïntimideerd en ontroerd door die meisjes en jongens in groene legerpakken. Het tastbare bewijs: Israël wordt bedreigd, het moet zich verdedigen.'
Leon de Winter: 'Die mensen hebben op een dag besloten: we hangen ons helemaal vol met wapens want de holocaust zal ons niet nog een keer overkomen. Dat vind ik aangrijpend.'

Bestseller-auteurs zijn ze allebei – in binnen- en buitenland. De Winters laatste boek God's Gym verkoopt goed van Berlijn tot St. Moritz. Van Durlachers De dochter zijn al meer dan honderdtwintigduizend exemplaren verspreid. Vooral hij heeft de laatste jaren ook naam gemaakt als polemist. Zijn waarschuwingen tegen moslimfundamentalisten, naïeve vredesactivisten en aanhangers van 'de linkse kerk' halen niet alleen het katern 'De Verdieping' van Trouw maar ook de opiniepagina's van Die Welt, Der Spiegel en de Neue Zürcher Zeitung. Wat het onderwerp van zijn beschouwingen ook is, Israël komt er altijd in de een of andere vorm in voor. Die staat wordt bedreigd – door het islamitische anti-semitisme van de Arabieren en de onverschilligheid van de Europeanen. De Winter voelt zich geroepen daar tegenwicht tegen te geven – desnoods in zijn dooie eentje. Hij vindt het het niet leuk, maar hij kan niet anders.

De Winter voelt zich in Europa en in Nederland als jood steeds ongemakkelijker. Abou Jahjah die zonder schroom roept dat Israël maar van de landkaart moet verdwijnen, vredesdemonstranten die het Israël van Arik Sjaron net zo erg vinden als het Irak van Saddam Hoessein – het geeft hem allemaal een onbehaaglijk gevoel. Helemaal onbegrijpelijk vindt hij joden die zich en plein public tegen de politiek van Israël keren, zoals Harry de Winters actiegroep Een Ander Joods Geluid. 'Waar ik me tegen verzet,' zegt de schrijver, 'is dat die mensen zich vooral bezighouden met de perceptie die de niet-joden van hen hebben. Ik kom in opstand tegen de gedachte: we behoren tot een volk dat de Tweede Wereldoorlog heeft meegemaakt en daarom behoren we ons beter te gedragen dan anderen. Dat sentiment proef ik bij Een Ander Joods Geluid: joden mógen geen land bezetten of huizen opblazen. En als Israël dat toch doet, schamen ze zich daarvoor.'

Durlacher: 'Zij denken dat joden meer van de geschiedenis hebben geleerd dan niet-joden, alsof de joden de nazi's dankbaar moeten zijn voor de les die zij hun in Sobibor gaven. Dat is een omgekeerd anti-semitisch argument.'
De Winter: 'Kijk naar Gretta Duisenberg. Zij zegt over Israël: hebben de joden dan niets van de Tweede Wereldoorlog geleerd?' Fel: 'Néé, ze hebben níéts geleerd. En dat hoeven ze ook niet. Ze hebben er net als anderen recht op dat ze níéts van de geschiedenis hebben opgestoken.'

Durlacher: 'Ik word er doodziek van dat de manier waarop de Palestijnen worden behandeld, met de Tweede Wereldoorlog wordt vergeleken. De westelijke Jordaanoever is geen Auschwitz, Israël is geen vernietigingsmachine.'
De Winter: 'Als Auschwitz op de westelijke Jordaanoever had geleken...'

Durlacher: 'Zulke vergelijkingen zijn niet gepast. Dat maakt me heel kwaad.'

De Winter en Durlacher zeggen dat ze heel graag hadden gezien dat Israël een vredelievend land was geworden, vol kibboetsniks die in de zon nectarines kweken. Maar de Arabieren hebben de joodse staat die kans nooit gegund.
Durlacher: 'Israël is vanaf het begin tegengewerkt. Het land mocht niet ontstaan. De Arabieren hebben het nog steeds niet erkend.'

En dan geldt nu eenmaal het Franse spreekwoord à la guerre comme à la guerre.

De Winter: 'Israël ligt niet tussen Denemarken en Zweden in. Het ligt in een extreem gebied. Dan ben je ook gedwongen je met extreme middelen te verdedigen.'

Dit is het soort uitspraken dat hem op kritiek van humanistisch gezinde joden als Freddy Lange ('De Winter gaat te kort door de bocht') en Hans Fels ('De Winter polariseert') is komen te staan.

De Winter: 'Ik weet niet of ik polariseer.'
Durlacher: 'Leon houdt niet van schipperen.'

De Winter: 'Ik heb ook weleens dagen dat ik probeer de gevaren die Israël bedreigen van me af te zetten. Maar dat kan niet. Want je wordt er door de feiten toch steeds weer mee geconfronteerd.'

Durlacher: 'Dus zet Leon het zwart-wit neer.'

De Winter: 'Gretta Duisenberg zegt: Israël bestaat alleen maar dankzij de steun van rijke Amerikaanse joden. Als het over de oorlog in Irak gaat, hebben de media het ook meteen over joodse thinktanks in Amerika die erachter zouden zitten.'
De Arabieren waren nooit zo gebeten op Israël geweest als die staat door Engelsen of Italianen was opgericht in plaats van door joden. daarvan zijn ze allebei overtuigd.

De Winter: 'In de islamitische traditie werd de jood altijd beschouwd als een laffe tweederangsfiguur. Daarom zijn de nederlagen die de Arabieren tegen Israël hebben geleden extra hard aangekomen. Tot het uitbreken van de intifada waren de Palestijnen in sociaal-economisch opzicht veel beter af dan de gemiddelde burger van Egypte of Jordanië. Toch lees je overal dat ze het onder de Israëlische bezetting zo slecht hebben. Dat klopt feitelijk niet. Als ze door hun eigen Arabische elite waren onderdrukt, waren ze niet in opstand gekomen. Het gaat hen erom dat het jóden zijn die dat doen.'

Vroege zionisten als Theodor Herzl droomden van een staat waar joden als gewone mensen veilig konden leven. Wiens schuld het ook is, daar is het nooit van gekomen. Moet je niet constateren dat Israël in die zin een mislukt experiment is?
De Winter: 'Ik ben een verschrikkelijke pessimist. De tragiek is: als Israel de Palestijnse gebieden blijft bezetten, leidt dat tot niets. Maar als ze zich terugtrekken, leidt dat ook tot niets. Want het gelazer en de aanslagen zullen gewoon doorgaan.'
Durlacher: 'Omdat Leon pessimistisch is, probeert hij te waarschuwen. Maar de meeste mensen willen zijn boodschap niet horen.'

De Winter: 'Het is een dooddoener, maar ik houd mijn hart vast voor Israël. Zo'n permanente staat van oorlog houd je misschien nog een of twee generaties vol. Maar veel langer?'

Er is maar één oplossing volgens hem: de Arabische wereld zal uit de Middeleeuwen moeten stappen en zich aan de westerse democratie moeten aanpassen. Pas dan krijgen waarden als verdraagzaamheid en tolerantie een kans en wordt Israël misschien geaccepteerd.

Het lijkt op dit moment niet het meest voor de hand liggende scenario.

Dat erkent Leon de Winter: 'Wat je nu in het Midden-Oosten ziet gebeuren, lijkt op een bijbels verhaal. Een volk dat naar een andere plek verhuist omdat het op zoek is naar veiligheid, treft daar alleen maar geweld aan. Geweld waar geen eind aan lijkt te komen. Dat volk kan het hoofd alleen boven water houden door te vechten, zich te bewapenen, desnoods met de atoombom te dreigen. Want anders is er geen hoop voor de toekomst. En zonder hoop kun je niet leven.'
Durlacher: 'Je kunt achteraf zeggen: ze hadden daar beter niet naar toe kunnen gaan. Maar er is nu een land met een volk, met wolkenkrabbers en klaverbladen. Dat terugdraaien kan niet meer.'

De Winter: 'Het vreselijke is dat ze gedwongen zijn geweest de strijdmiddelen van hun vijanden over te nemen omdat ze anders ten onder waren gegaan. Dat is het duivelse van de situatie. Als je tussen de Arabieren woont en die niet met hun eigen middelen bestrijdt, overleef je daar niet. Of je hem aardig vindt of niet, Sjaron heeft dat begrepen. Een Ander Joods Geluid begrijpt dat niet.'

Voor de Palestijnen is de situatie niet leuk, beseft het echtpaar. Maar er worden zoveel volkeren onderdrukt – van de Hutu's in Rwanda tot de Tsjetsjenen in Rusland. Maar daar hoor je de media niet over. Die hebben het liever over de wandaden van de Israëliërs omdat dat joden zijn.

Durlacher: 'De ergernis in Europa over Israël is vooral zo groot omdat mensen de Tweede Wereldoorlog willen vergeten. Vroeger voelden ze zich schuldig en dus stonden ze achter Israël. Die tijd is voorbij. Dat schuldgevoel is in ergernis omgeslagen.'

De Winter: 'Je zag het aan de reacties op de bestorming van het vluchtelingenkamp in Jenin. Er ging een golf van opluchting door Europa: zie je wel, de joden hebben niets van de geschiedenis geleerd, het is gewoon tuig.'
Durlacher: 'Natuurlijk vind ik het gruwelijk als er bij grensposten wordt geschoten, of als er gebulldozerd wordt.'
De Winter: 'Israël zal om te overleven een deel van zijn eigen ziel moeten vertrappen. Dat is de tragedie. Dat maakt me wanhopig.'

Hij wordt weleens moe van zichzelf.
'Als ik in Nederland over straat loop, voel ik me niet meer op mijn gemak. Wijzen de mensen me niet na omdat ik joods ben? Ik ben voortdurend bezig de tekens aan de wand te lezen. Ik doe de raarste dingen. Ik bel het NOS Journaal op als ik ook maar één verkeerde zin over Israël heb gehoord.'

Durlacher: 'Het is fysiek uitputtend om voortdurend te moeten opletten. Je loopt het gevaar dat je gaat overdrijven, dat je doorslaat.'

De Winter: 'Maar ik overdrijf de gevaren liever dan dat ik ze onderschat. Noem dat maar een gezonde joodse afwijking.'

The Literary Saloon