Interview 18.05.1996
Jules Deelder is niet langer vooral de mascotte van gesubsidieerde jongerencentra en de VPRO. Hij is een cultfiguur, de vlotte Rotterdammer van de commercials en Veronica.
De BV Deelder zag veel brood in de oneindige mogelijkheden van merchandising. Maar er zijn ook nog de leuke dingen. Zoals een eigentijdse bewerking van Sneeuwwitje: jeugdtoneel dat deze week in première gaat. Met Deelder-grappen ('zegt de ene dwerg: ach lik me reet!' Et cetera) en een zwart meisje als sprookjesprinses. Eerlijk gezegd had hij nooit gedacht dat hij zó lang mee zou gaan. Mensen die gevaarlijk leven, worden nu eenmaal zelden oud. Dertig jaar geleden waarschuwden artsen hem dat geen speedfreak ongestraft dagelijks een shotje wekamine kan zetten. Maar wars van conventies voltooide hij zijn ontworsteling aan de knellende moraal van het burgermansfatsoen.
Als 'nachtburgemeester van Rotterdam' ziet hij zelden het bed voordat de ochtend gloort. Hij nam liever publiekelijk afstand van het idee dat hij de vijftig zou halen, dan dat hij op een lagere versnelling overschakelde. De sombere prognoses bleken trouwens ongegrond. Twee jaar geleden vierde hij - 'dichter kun je niet worden, dat ben je vanaf je geboorte' - een halve eeuw kunstenaarschap. Na het passeren van de gevreesde deadline kwam hij met een theaterprogramma dat onder de alleszeggende titel Deelder leeft! voor het tweede seizoen volle zalen trekt.
De plat-Rotterdamse tongval behoort onveranderlijk tot zijn handelsmerk, dat verder is gebaseerd op een strak achterover gekamd brillantinekapsel dat als een glimmende badmuts zijn schedel omspant, een scherp gesneden pak, een zorgvuldig getrimd bebop-sikje tussen kin en onderlip en een indrukwekkende collectie vlinderbrillen. Zijn podiumact behelst de opgewonden voordracht van een spraakwaterval, waarvan de zinnen over de lippen golven alsof er zojuist een sluis is opengezet. Alles gaat uit het blote hoofd en nog altijd zijn namen als Hitler en Goebbels 'onontbeerlijke krenten in de performing-poetrypap', zoals Remco Campert twaalf jaar geleden noteerde. Ook voor het overige is Camperts vergeelde karakteristiek van het genre-Deelder onverminderd van toepassing: 'In tomeloze vaart horen de woorden je mond te verlaten, een mitrailleurvuur van lettergrepen waar geen luisteraar aan kan ontsnappen of wegdromen.'
De virtuoos komt pas op adem in rustiger passages, als hij in herinnering brengt hoe hij in de goede, oude tijd aan vaders hand naar Sparta ging. Zoals die gozers toen voetbalden! Nostalgisch blikt hij terug op de legendarische gasten die in de jaren vijftig nog jazz wisten te spelen zoals het moet. Na de pauze demonstreert hij zijn rudimentaire kunnen op het slagwerk als lid van een trio met de komische naam Me Reet. Heel erg Deelder, die naam. Daarna wederom Hitler, Sparta, Rotterdam en ter afwisseling dit keer Eva Braun. Oei, oei. Met een paar harde grappen leert de grensverleggende veteraan zijn publiek dat de taboes van het klootjesvolk hem nog steeds hoegenaamd niets zeggen. 'Weet je waarom een necrofiel zes weken wacht voordat-ie een lijk neukt? Dan zitten er meer gaten in waar hij 'm kan insteken!'
Deelder, zestien uur na dit optreden, in zijn Rotterdamse stamkroeg: 'En zo heb ik nog een paar honderd grappen over de dood. Ik weet ook niet hoe ik eraan kom, ik pik ze op uit de volksmond. Nou moet ik volgende maand een rouwcentrum openen in Hilversum. Ik heb geen idee waarom ze mij daarvoor gevraagd hebben. Ik denk dat ze eens iets anders willen. Maar ja, nu zit dat rouwcentrum weer te zeiken over voorbespreking dit, vergadering dat. Aan de ene kant willen ze me, maar aan de andere kant zijn ze doodsbenauwd dat ik iets zal zeggen dat niet door de beugel kan. Zo gaat het vaak in het bedrijfsleven. Ze schijten in hun broek van angst. Dat circuit van het bedrijfsleven is érg lucratief. Daar zit óók publiek dat net zo hard lacht als de mensen die een kaartje kopen voor een voorstelling van me. Het heeft geen zin om altijd voor eigen parochie te blijven preken. Ik doe vrij veel dingen voor het bedrijfsleven, presentaties en dergelijke, maar altijd op mijn manier. Misschien pas ik een mop aan, maar ik ga er niet speciaal dingen voor zitten schrijven. Ik kom daar binnen, zet de boel naar mijn hand en daarna pleur ik weer op. Zodoende kom ik in werelden waar ik anders geen notie van zou hebben.'
Zijn soepele inzetbaarheid voor commerciële doelen is een gevolg van de onaantastbare status die hij verwierf: Deelder mag vloeken, razen, tieren, beledigen, hij mag álle bloemrijke gemenigheden uitkramen die een ander hooguit denkt, hij kan een feestelijke plechtigheid ongestraft inleiden met de mededeling 'dat we hier bijeen zijn om mekaar flink wat veren in de reet te steken' - want hij is Jules Anton Deelder, die voor het laten waaien van de geest wordt betaald en de bekrompenen van geest met hun beperkingen confronteert. Het Amsterdamse bedrijfsleven vond in hem de best denkbare agitator ter bekritisering van gemeentelijke plannen. Het industriegebied Zuider IJdijk moet een woonbestemming krijgen. De bedreigde ondernemers namen hun toevlucht tot het vervaardigen van een videoband, waarin een hoofdrol voor Jules Deelder was weggelegd. Niemand kon hun bezwaren plastischer vertolken dan de Rotterdamse dichter die als hofnar van de gevestigde orde het stadsbestuur van Amsterdam 'volkomen geschift' mag noemen: 'Je moet compleet gestoord zijn om hier huizen te gaan bouwen, ze kunnen hier beter een paar milieuvriendelijke bedrijven neerpleuren.' Deelder heeft ontdekt dat de ontregeling van de ratio inmiddels big business is geworden. Bij het aanboren van die bron heeft hij weinig concurrentie te duchten. Freek de Jonge is ook iemand die alles kan zeggen, Paul de Leeuw tegenwoordig ook, maar dat zijn kieskeurige kleinkunstenaars met een andere kijk op de werkelijkheid dan de verdoemde dichter wiens experimentele versregels ooit de letteren schokten.
Ook voor het inspreken van reclameboodschappen houdt Deelder zich aanbevolen. Het jenevermerk Legner betaalde hem twintigduizend gulden voor een spotje, maar dat was alleen voor zijn stem. Als hij zelf in beeld moet verschijnen, gaat het tarief natuurlijk flink omhoog. De Postbank vroeg hem voor een bioscoopreclame voor giroblauw. Deelder vroeg een ton, maar de onderhandelingen bleven steken bij vijfentachtigduizend gulden. Dat is dus mooi niet doorgegaan.
De BV Deelder bevordert volgens de statuten 'verkoop van eigentijdse cultuuruitingen in de ruimste zin van het woord'. Dat lukt heel aardig. De president-directeur verwacht over het boekjaar 1996 een recordomzet van rond de miljoen, 'maar daar gaan natuurlijk salariskosten en een hoop belasting af'. De talkshow Deelder, waarmee Veronica-televisie in februari begon en die in september wordt hervat, jaagt de inkomsten flink omhoog. Voor een theatervoorstelling brengt de BV zes en een half duizend gulden in rekening. Als hij niet op pad is, bouwt Deelder thuis plichtsgetrouw aan zijn oeuvre, dat met minimaal één boek per jaar dient te worden uitgebreid. Zijn werk wordt uitgegeven door De Bezige Bij, maar het grootste deel van de oplage verspreidt hij zélf onder het volk. Daartoe zijn de laatste twintig minuten van elk optreden gereserveerd voor het hooggeëerd publiek, dat liefst zo massaal mogelijk het podium beklimt om van de auteur een gesigneerd exemplaar mét korting in ontvangst te nemen.
Op de cd Deelder drumt jazz is vastgelegd hoe rumoer van minder volgzame toehoorders in de kiem wordt gesmoord. De performer is de situatie ook in een baldadig jongerencentrum volkomen meester: 'Jongens, iets harder, dan kenneme allemaal meegenieten, ja? Hou je muil een beetje, hee. Doe me een lol, pleur anders op. Als je 't niet leuk vindt moet je oprotten, niet er doorheen gaan lullen.' Applaus!
Het alomtegenwoordige product Deelder heeft zijn hardnekkigheid bewezen en kan tegen een stootje. De meest trouwe achterban verenigde zich in de fanclub FC Deelder. Omdat de jeugd hem op handen draagt, kwamen er een Deelder-schoolagenda en een Deelder-scheurkalender, samengesteld uit parels die uit vroeger werk werden opgediept. 'De mogelijkheden voor merchandising zijn oneindig,' weet Deelder. 'Ik heb contact met een gozer die zich daarmee bezighoudt. Het kan zijn dat hij morgen naar me toe komt met de boodschap dat iemand een after shave-lijn naar me wil noemen. Dat kan zomaar gebeuren.' Tien jaar geleden was al sprake van een nieuw merk brylcreem dat Deeldergel zou gaan heten. Destijds ging dat niet door, maar het kan altijd nog.
Schepper van poëzie en proza, voordrachtskunstenaar, zijn eigen regisseur, musicus, acteur, televisiepresentator, diskjockey, directeur van een vennootschap, gelegenheidsredenaar, promotor van verkooppraatjes - om met Deelder te spreken: godskolere zeg. Wat heeft de man eigenlijk niet gedaan?
'Ik heb ook een jaar tekeningen gemaakt, maar die behoefte om in de beeldende kunst bezig te zijn is helemaal weg. Komt misschien weer eens terug, dat weet ik niet,' zegt Deelder.
René Vallentgoed, die zich directeur van de BV Deelder mocht noemen totdat hij vorig jaar wegens een 'exorbitant uitgavenpatroon' ontslagen werd, kijkt verbitterd terug op het kunstzinnige uitstapje van zijn voormalige compagnon. 'Een jaar of drie geleden vond Jules opeens dat hij moest gaan schilderen. Hij zette geen pen meer op papier, waardoor een deel van de inkomsten wegviel. De BV Deelder opende in De Meelfabriek in Leiden een soort kunstenaarscentrum, maar dat werd geen succes. We hebben er een paar ruggen in gestoken; er kwam niet één rug uit. Jules heeft nog in De Meelfabriek geëxposeerd zonder dat iets van hem werd verkocht. Het was behoorlijk deprimerend allemaal. In dezelfde tijd begon de belasting moeilijk te doen; in de loop der jaren hadden we een gigantische schuld opgebouwd. De BV moest drastisch gaan bezuinigen. Ik verdiende een ton per jaar, dus dat was simpel. Als ik wegging, hield de BV op jaarbasis een ton over. Mijn vertrek is in redelijke harmonie verlopen, maar nu hoor ik dat Jules rondtoetert dat ik geld over de balk zou hebben gesmeten. Het valt me vies tegen dat hij dat zegt; we hebben altijd vermeden om onze breuk als een ordinaire centenkwestie te presenteren. Ruim tien jaar werkten we als een hecht team samen. Hij heeft veel aan mij te danken. In het begin vroeg hij honderdvijfentwintig gulden voor een optreden. Dankzij mijn inspanningen is dat flink opgeschroefd. Ik was erbij toen hij achtduizend gulden voor één optreden kreeg, het hoogste bedrag dat hem ooit voor een paar uur werd betaald. Het geld kwam met bakken tegelijk binnen. Door onenigheid over poen is onze vriendschap naar de kloten gegaan.'
Deelder ontkent dat een riant banksaldo de motiverende kracht achter zijn onrustige bestaan is. Hij doet zát dingen waar geen enkele betaling tegenover staat. Zo kruipt hij elke zaterdagmiddag tussen vijf en zes achter de microfoon van Radio Rijnmond, waar hij vrijwel zonder commentaar hoogtepunten uit zijn collectie van achtduizend jazzplaten draait. Hij treedt regelmatig op in gevangenissen. Daar vangt hij evenmin een stuiver voor, maar sinds hij zes weken in Engeland in de bak zat wegens overtreding van de opiumwet, weet hij wat het is om tussen vier muren te leven. 'Die gasten zijn allang blij als er iemand langskomt om de sleur te doorbreken,' weet Deelder. 'Ik ben het gaan doen nadat me werd verteld dat ik de meest uitgeleende auteur ben in de Nederlandse gevangenisbibliotheken. Ik kom er regelmatig kennissen van vroeger tegen, jongens van de gestampte pot. Ik mag dan een dichter zijn, maar ik bedien me wél van hetzelfde taalgebruik dat zij bezigen. Die gozers herkennen zich in wat ik schrijf.' En toen het Rotterdamse jeugdtheater Hofplein bij Deelder aanklopte voor een eigentijdse bewerking van een klassiek sprookje, beloofde hij zijn medewerking zonder vooraf te informeren hoeveel dat eigenlijk schuiven zou.
Zijn keuze voor Sneeuwwitje riep bij experts op voorhand gegniffel op. De associaties met een bepaald geestverruimend poeder zijn evident, maar de verwijzing blijft op het podium steken in een Coca-Cola-verslaving van de sprookjesprinses. Vrijdagavond 24 mei beleeft het stuk in Rotterdam zijn wereldpremière. 'Het was natuurlijk een risico om Deelder te vragen, want we wisten niet wat voor een Sneeuwwitje hij ervan zou maken. Eerlijk gezegd hielden we ons hart een beetje vast,' bekent regisseur Louis Lemaire in de korte pauze tussen twee repetities. Hij prijst de inzet van de zesendertig kinderen die elders in het vertrek wonderlijk gedwee hun boterham oppeuzelen. Toneelspelen is hun hobby, waaraan ze vanaf januari dit jaar hun vrije weekeinde opofferden om het stuk in te studeren. 'Jules stelde maar één voorwaarde,' zegt Lemaire. 'Hij deed het alleen als Sneeuwwitje door een zwart meisje gespeeld zou worden.'
De dialogen zijn doordrenkt van diverse staaltjes onvervalste Deelder-humor. De meester koestert een uitgesproken zwak voor de gepolijste woordspeling, die in het theaterprogramma Deelder leeft! borg staat voor bulderende lachsalvo's als hij de plaatsnaam Lutjebroek verhaspelt tot Kutjebroek. Ook kinderen vinden dat enig: de ingeslapen Sneeuwwitje wordt bij Deelder wakker gekust door 'prins Kees van Kutjepoep'. Als de koning zijn gade vraagt of hij haar met nóg een kopje koffie van dienst kan zijn, antwoordt de vorstin snibbig: 'O, was dat koffie zoëven? Nee dank je, ik ga liever gewoon dood.'
Zegt de ene dwerg: 'Ach, lik me reet!'
Zegt de andere dwerg: 'Komt niks van in. Geen tijd. We moeten écht weg.'
De gemene heks bezoekt Sneeuwwitje als de dwergen van huis zijn. Met een vette knipoog naar ouders die met hun kroost op de voorstelling afkomen, laat Deelder de feeks zeggen: 'Je zal het wel druk hebben met zeven kerels om je heen. Je doet zeker geen oog dicht 's nachts? Maar je bent nog jong, je kennem vast wel hebben, azzie voel wattik bedoel. Ik ben oud, ik heppet gehad, zeker wat van dattem betreft!'
De elfjarige dochter van de auteur speelt een rolletje als 'boswezen' in het stuk. Het wrochten van de tekst was binnen drie weken gepiept. 'Ik wilde Louis Lemaire de handel meteen kunnen meegeven als hij langskwam om erover te praten,' zegt Deelder. 'Nog geen seconde nadat ik de laatste punt had gezet, ging de bel. Dat was Louis, die kwam kijken of er schot in zat. Ik zei: alsjeblieft, het is áf. Hij stomverbaasd natuurlijk. Ik werk het prettigst als ik onder druk sta.'
Deelder vertaalde eerder stukken van Jim Cartwright en Tenessee Williams. Drie jaar geleden debuteerde hij zélf als toneelschrijver met De automaat (ondertitel: 'een draak'), waarmee het Tilburgse gezelschap De grootste luxe na de kleuren-tv langs het circuit van kleine theaters trok. 'Ik kan hele goede dialogen schrijven,' vindt hij. 'Ik hoor die gesprekken als het ware in mijn kop. Daar mankeert het nogal aan in Nederland. Als ik een speelfilm zie, denk ik vaak bij mezelf: zo lult niemand, wát een tegennatuurlijk gedoe.'
Als homo universalis schuwt hij de uitdaging niet. Het vervullen van een breed spectrum aan hoedanigheden kost hem schijnbaar geen enkele moeite. Het televisieprogramma dat hem in februari kwam aanwaaien, was ook zoiets. Hij bereidt niets voor, vermijdt repetities en tóch ging het tot dusver goed. Toen het onderhoud met Loes Luca niet wilde vlotten, redde Deelder de show door eruit te flappen dat wat hem betreft de toestellen van de noodlijdende Fokker-fabriek 'lekker naar beneden mogen pleuren'. Zo voorkwam hij dat er 'weer geen klote gebeurde': 'Als de gasten er niet voor zorgen, doe ik het zelf. Ik ga gewoon zitten, stel een vraag en van het antwoord hangt af welke kant het programma op gaat. Als het nodig is, kan ik luisteren. Heeft de ander niets te melden, dan neem ik de boel over. Er is niemand anders op de televisie die zoiets doet.'
In de laatste uitzending maakte Rijk de Gooyer zijn opwachting. Leuk gesprek, al werd de volgens Deelder meest treffende opmerking eruit geknipt. 'De Gooyer zei op een gegeven moment dat de joden Hitler dankbaar mogen zijn, want hij heeft ze heel populair gemaakt. Dat mocht niet van Veronica, dat moest eruit, maar ergens had hij natuurlijk tóch gelijk. Uit ervaring weet ik hoe moeilijk dat soort grappen ligt. Als ik op het podium zeg dat de nazi's één gebrek hadden, namelijk dat ze niet van jazz hielden, dan bedoel ik dat niet letterlijk. Daar komt dan commentaar op, maar ik heb helemaal geen zin om uit te leggen wat ik precies bedoel. Als mensen dat niet willen oppikken, is dat jammer voor ze.'
Als kind al had hij een 'zekere fascinatie voor het fascisme' en dat is niet minder geworden. Geen populair thema, geeft hij toe, 'maar dat is geen reden om er mijn mond over te houden. Ik heb nooit willen geloven dat Hitler een gek was, een mislukte huisschilder, zoals ons werd verteld. Je kunt niet ontkennen dat het een historische figuur van wereldformaat was, die het aanzien van de wereld heeft veranderd. De geschiedenis kent geen goed en kwaad. Het is een van mijn thema's. In kritieken over grote, buitenlandse schrijvers wordt het een pluspunt genoemd dat ze altijd over hetzelfde schrijven. Doe ik het, dan is het meteen van: daar heb je hem weer met zijn gezeur over de oorlog.'
Van het literair plantsoen is hij geleidelijk weggedreven. Ooit werd hij tot de voorhoede gerekend, maar hij heeft sterk de indruk dat échte dichters, die in de toonaangevende bladen publiceren en prijzen incasseren, schouderophalend aan zijn prestaties voorbijgaan. 'Dat zijn gasten die als ze zélf op een podium staan, blijven steken in onverstaanbaar gestamel. Ze kennen geen regel van zichzelf uit hun hoofd, dat vind ik ook zo vreemd. Ik ga ervan uit dat een dichter een zo groot mogelijk publiek moet zien te bereiken, vooral de mensen die er zogenaamd geen verstand van hebben.
Daarom gebruik ik gewone taal die door iedereen begrepen wordt. Ik probeer het verhevene met het banale te verenigen.'
Deelder leeft! - en als zodanig heeft hij de lachers op zijn hand. Als cultfiguur werd hij tien jaar geleden nog als een soort mascotte voor de VPRO en gesubsidieerde jongerencentra beschouwd. Tegenwoordig is hij beroemd als die malle Rotterdammer van de reclame en Veronica. Met het uitponden van die formule kan hij nog vele jaren voort.
'Ik ben altijd mezelf gebleven,' vindt Deelder. 'Iets dat goed is, kan best ook heel commercieel zijn. Daar is niets op tegen.'
Categorie
Literaire Blogs
De Contrabas
Perlentaucher
