Recensie

'Het diner' - Herman Koch

24 januari 2009
Leestijd:

Na Het diner kan niemand meer ontkennen dat Herman Koch een volleerd schrijver is. Hoe ver ga je om je kind te beschermen?

Instinct wint

Het diner opent direct bedrieglijk: de ik-verteller Paul laat zich kennen als een wat verstramde figuur, die het vormelijk heeft over 'mijn vrouw'. Een pietje-precies bovendien, die er welbehagen in schept uitvoerig uit te leggen dat zijn echtgenote Marie Claire heet, maar dat zij - vanwege de gelijknamige glossy - de voorkeur geeft aan Claire. De indeling en opbouw van de roman volgt de etappes van zo'n avondvullend diner - van aperitief tot fooi - en de lezer denkt: maak je borst maar nat. Een avond lang in het gezelschap van zo'n zeikerd - in geliefd Kochiaans idioom: een lúl - doet rillen.

Maar dat valt mee, want Paul Lohman blijkt een fascinerende naarling. Bovendien is hij behept met een forse dosis rancune en kent hij menig gewelddadige fantasie. De geladenheid bij zo'n avondje uit schuilt er direct al in dat twee echtparen die niet zoveel met elkaar te bepraten lijken te hebben zo'n lange periode onderling moeten communiceren. Zwijgend schrokken is niet de bedoeling. Ze móéten in overleg, weten we van meet af aan.

Voor nog meer spanning zorgt dat andere echtpaar: Pauls broer Serge en diens vrouw Babette. Zij komt al in tranen binnen: ruzie. Ook begunstigt het de gewenste sereniteit aan tafel niet dat Paul een enorme hekel heeft aan Serge, die als oppositieleider de gedoodverfde nieuwe premier is. Zo voert Koch ons langzaam, via de ene onheilspellende mededeling na de andere beschamende situatie, binnen in het steeds benauwender wordende universum van Het diner.

Op die manier is het alsof het geringste zuchtje wind de stukken op het schaakbord kan doen omvallen: Serges flirtage met een onhandige dienster; de gerant die bij de praatjes over de gerechten telkens met zijn vinger te nabij de etenswaren komt; een opdringerige medegast die zijn dochter met Serge op de foto wil vereeuwigen; in- en uitgaande telefonades aan tafel tijdens het diner.

Met een braadpan
Uiteraard is het wel zo dat het verhaal tot ons komt via Paul en meer en meer krijgen we reden om aan zijn betrouwbaarheid te twijfelen. De fantasie om bijvoorbeeld de uitbater op zijn tanden te slaan, blijkt voort te komen uit een vulkanisch gemoed, dat mogelijk periodiek uitbarst. Zo zou Paul in het bijzijn van zijn toen nog achtjarige zoon Michel een fietsenmaker met een pomp bedreigd hebben, heeft hij de schoolrector die Michels werkstuk over eigenrichting niet beviel afgetuigd, zou hij Serge met een braadpan voor zijn kanis hebben geslagen - en zo verder. Wat fantasie en werkelijkheid is, valt moeilijk uit te maken, maar de in toenemende mate verstrekte achteloze mededelingen dat de geschiedenisleraar Paul op non-actief is gesteld en dat hij zijn medicijnen nu al geruime tijd niet meer slikt, werken verontrustend.

Tezamen bezorgen al die zorgvuldig in stelling gebrachte 'flarden' de van een strakke plot voorziene roman Het diner een dwingend karakter: de lezer is getuige van een persoonlijke ramp, die zich nú voltrekt. Maar op een ander niveau zou deze gespannen relatie tussen de broers kunnen staan voor de zogenaamde kloof tussen burger en politiek: een oppositieleider zonder oplossingen versus het ontevreden, assertieve, zelfs explosieve electoraat.

Na Het diner kan echt niemand meer ontkennen dat de lang springerig gebleven Herman Koch (1953) een volleerd en volwassen romancier is. Niks is meer te merken van de handicap die hem in eerdere boeken parten speelde: zijn in overbewustzijn resulterende intelligentie. Teveel dacht hij op metaniveau om een rechttoe rechtaan verhaal te vertellen, een 'romannetje' te schrijven - dus ondergroef hij stelselmatig zijn voornaamste verhaallijn, liet hij allesrelativerende ironie op zijn onderwerp los.

Dé manier om zich te weren tegen de streken van zijn overbewustzijn boorde hij al aan in Denken aan Bruce Kennedy (2005): hij beperkte zich, hield zijn onderwerp klein, sloeg geen zijpaden in, verplaatste zich in die roman volledig in een vrouwenleven.

Een soortgelijk kunststuk volvoert hij nu in Het diner, maar dan met betrekking tot een klein gezelschap. We zitten in het zieke hoofd van Paul en via zijn registratie en soms interpretatie van hun woorden en (andere) reacties ook in de hoofden van Serge, Babette en Claire. Zelfs in die van Michel, de puberzoon van Paul en Claire, die met zijn neef (zoon van Serge en Babette) een daad van zinloos geweld op zijn geweten heeft: het nachtelijke molesteren en in de hens zetten van een dakloze zwerfster. Hetgeen, in de geest van de tijd, door de jongens gefilmd is met hun mobiele telefoon. Geen gebeurtenis waar ouders op wachten, laat staan een lijsttrekker in verkiezingstijd. De plot voert verder, maar de essentie in Het diner is de vraag: hoe ver ga je als ouder om je kind te beschermen? Heel ver, zegt Kochs onvoorspelbaar uitpakkende roman. Instinct wint het van moraal.

De flaptekst maakt gewag van de film Festen, want daar denkt iedereen aan bij een escalerend familiefestijn. Maar een relevantere associatie, die het hoge 'straatrumoer'-gehalte van Het diner eer betoont, is die met de commotie rond de zaak Joran van der Sloot. Zeker na de geruchtmakende televisiebekentenis in de show van misdaadjournalist Peter R. de Vries ging het in veel gesprekken om de schuldvraag: heeft hij Natalee Holloway vermoord? Daarover was het eenvoudig discussiëren - argumenten te over. Op andere vragen was geen helder antwoord mogelijk: in hoeverre zijn Jorans ouders betrokken bij een eventuele cover-up? Om daarop antwoord te krijgen, moet je in het hoofd van de betrokkenen kunnen kijken, of nog beter: je verlaten op de verbeelding van de fictieschrijver die dit privilege met verve benut: Herman Koch.

Herman Koch, 'Het diner', Anthos, 301 pagina's, € 19,95

Over Jeroen Vullings

Jeroen Vullings (1962) werkt sinds 1993 voor Vrij Nederland. Tot 2000 was hij literair criticus met speciale aandacht voor fictie, daarna werd hij chef van de Republiek der Letteren.

Recensie

Jeroen Vullings

Met Martin Amis naar de gapende muil van de hel

Recensie: Het nieuwe, controversiële boek van Martin Amis

Recensie

Kees Driessen

‘A Most Wanted Man’ en de triestheid bij Philip Seymour Hoffmans acteerprestatie

Anton Corbijns ‘A Most Wanted Man’ en de triestheid bij Philip Seymour Hoffmans acteerprestatie

Recensie

Jeroen Vullings

Keizer houdt te allen tijden het hoofd koel

Williams’ roman over keizer Augustus is soms wat stroef. Misschien was dat de bedoeling

Recensie

Kees Driessen

Ken Loach en Paul Laverty over 'Jimmy's Hall'

Anno 2014 klinkt de marxistische propaganda van filmmaker Ken Loach opnieuw relevant

Recensie

Kees Driessen

Twaalf jaar 'Boyhood'

In 'Boyhood' is de naderende dood aanwezig in elk beeld

Recensie

Jeroen Vullings

Salinger en de vloek van de roem

De memoir ‘Mijn jaar met Salinger’ toont de donkere kant van de doorgeschoten verering van een schrijver

'De donkere kant van de straat' - Gawie Keyser

Jeroen Vullings

'Vila Pouca. Kroniek van een dorp' - Gerrit Komrij

Jeroen Vullings

Dit is goed! Ik ontvang graag wekelijks verhalen in mijn inbox

E-mailadres *
Ja, ik wil graag de VN Nieuwsbrief ontvangen

Neem nu een
abonnement
Jaar
Half jaar
Kwartaal
Proef
Papier en digitaal
Alleen digitaal