'Heerlijke nieuwe wereld' - Günter Walraff

9 maart 2010
Leestijd:

Ik, Somali

Na een paar weken vrieskou valt begin 2009 in Keulen de zwerver Marco dood neer, waarschijnlijk door verzwakking en uitputting. De plaatselijke autoriteiten besluiten hem op het armenkerkhof te begraven: het lukt ze niet zijn naaste familie op te sporen.

Terwijl dat niet heel moeilijk zou zijn geweest. Günter Walraff, de ­inmiddels zevenenzestigjarige journalist die in de jaren zeventig en tachtig beroemd werd met zijn undercoverreportages als roddeljournalist bij Bild en als de Turkse gastarbeider Ali, werkte die winter net in het geheim als dakloze in Keulen. Hij had Marco wel eens gezien in het daklozencafé Gulliver, waar iedereen wist dat hij uit Berlijn kwam. Een paar telefoontjes naar mensen uit het telefoonboek met dezelfde achternaam later, had Walraff een huilende moeder aan de lijn. Achter­volgd door gokschulden was Marco twee jaar geleden van de aardbodem verdwenen. Hij kon uiteindelijk nog in het familiegraf worden bijgezet.

De overschilligheid grijpt om zich heen, concludeert Walraff aan het eind van zijn nieuwste boek Heerlijke nieuwe wereld (vertaald door René van Veen). En dat geldt niet alleen voor overheden tegenover hun burgers, maar ook voor bedrijven tegenover werknemers en klanten en voor de middenklasse tegenover de onderklasse: ‘De onrechtvaardigheid groeit en we gaan ook niet veel humaner met elkaar om, integendeel zelfs.’ Walraff is niet vies van zulke grote woorden. Hij heeft het in Heer­lijke nieuwe wereld – niet toevallig vernoemd naar de anti-utopie van Al­dous Hux­ley – over ‘uitbuiting’, ‘mensonwaardige omstandigheden’, ‘racisme’, ‘slavenarbeid’ en een ‘politiek van de armoede’. Dit alles zou endemisch zijn in de moderne, op prestatie gerichte maatschappij.

In elk geval in de zaken die hij boven tafel haalt, kun je als lezer een eind meegaan met deze zware kwalificaties. Walraff reisde bijvoorbeeld als zwarte Somaliër door Duitsland (gevolgd door een camerateam) en probeerde onder meer een jachtvergunning aan te vragen, mee te lopen met een groepswandeling, mee te doen aan een buurtfeest, een huis te kopen, een camping te bezoeken en een volkstuintje te bemachtigen – allemaal nogal doorsnee-activiteiten voor een Duitse middenklasse burger. In vrijwel alle gevallen werd hij uiterst onvriendelijk en afwijzend behandeld, door mensen die achter zijn rug om – tegen een blanke medewerker van het camerateam, eveneens undercover – racistisch los gingen met opmerkingen als: ‘Alleen al die mentaliteit van ze. Ze braden geen varkenslapjes, maar meteen een heel varken. En hoe ze dat ook doen! Zonder kolen maar met mooi hout. Hout van het dak waarschijnlijk.’ Aldus de voorzitster van de volkstuinenvereniging, nadat Wal­raff beleefd had gevraagd of hij net als elke andere Duitser in zijn eventuele tuintje mocht barbecuen.

Walraff legt niet alleen het verborgen racisme in Duitsland bloot, ook het droevige lot van de kantoorslaaf komt aan bod. Als Michael G. gaat hij in een callcenter werken. Officieel om lottoabonnementen te verkopen, maar het eigenlijke doel is mensen met allerlei leugentjes en psychologische trucs hun bankrekeningnummer te ontfutselen. ‘Geen pauzes inlassen! Tegengas geven! Als een houtkever aan het fundament van de opvattingen van de klant knagen!’ – zo wordt hij met grote tegenzin tot ‘oplichter’ opgeleid. De druk om te presteren is intussen enorm, de medewerkers worden voortdurend in de gaten gehouden en een ondernemingsraad is er niet bij. ‘Callcenters zijn de moderne variant van de mijnen,’ concludeert Walraff.

Bij de industriële bakker die tegen afbraakprijzen broodjes aan de Lidl levert, waar Walraff een tijdje als lopendebandarbeider aan de slag ging, komt hij nog echte Dickensiaanse toestanden tegen. Het werk speelt zich af in te hete, bedompte ruimten. Overwerk wordt niet betaald, terwijl men vaak dubbele diensten moet draaien. Ziekteverzuim wordt ook niet vergoed. Mensen die zich branden aan bijvoorbeeld rondvliegende bakplaten (dat schijnt nogal eens te gebeuren) worden min of meer gedwongen door te werken, want anders dreigt ontslag. Controle-instanties van de overheid laten het intussen afweten, aldus Walraff. ‘Ik kan me voorstellen hoe proletariërs zich honderd jaar geleden gevoeld moeten hebben – of is dat allemaal over tien, twintig jaar weer heel normaal,’ vraagt hij zich af.

Tenslotte functioneert de journalist in Duitsland ook als een soort ombudsman: mensen benaderen hem met hun klachten, waarna Walraff als een bemiddelaar aan de slag gaat. Een paar van deze gevallen licht hij uit in zijn boek, zoals de zaken rond de arbeidsomstandigheden bij een topkok en bij de koffieketen Starbucks. Ook die blijken behoorlijk treurig.

Walraff blijft een voorbeeld voor onderzoeksjournalisten. Hij heeft lef, staaft meer dan Mi­chael Moore beweringen met de feiten, past een redelijke mate van wederhoor toe, en veel van zijn aantijgingen zijn in Duits­land overeind gebleven in alle media-aandacht en rechtszaken. Voor zover dat als lezer is te overzien, komt hij meestal geloofwaardig over. Blijft de vraag wat dit alles zegt over de moderne maatschappij als geheel. Maar de verontrusting is er.

Günter Walraff, Heerlijke nieuwe wereld, Ambo, 319 p., € 19,95

[reageren]

Over Henk van Renssen

Henk van Renssen (1971) werkt sinds juni 2006 bij Vrij Nederland. Hiervoor was hij zeven jaar redacteur/eindredacteur voor De Volkskrant, de laatste jaren op de wetenschapsredactie.

Schrijfboutade

Herman Koch

Schrijven is (niet alleen) schrappen

Vijf schrijftips van Herman Koch

Essay

Jamal Ouariachi

Vrouwen, leg de lat eens hoger!

Nederlandse schrijfsters winnen minder literaire prijzen, maar dat ligt aan een gebrek aan ambitie

Schrijfboutade

Herman Brusselmans

Neem deze tips ter harte en word een absoluut topauteurtje

Schrijftips van Herman Brusselmans: 'Doe mij niet na'

Dit is goed! Ik ontvang graag wekelijks verhalen in mijn inbox

E-mailadres *
Ja, ik wil graag de VN Nieuwsbrief ontvangen

Neem nu een
abonnement
Jaar
Half jaar
Kwartaal
Proef
Papier en digitaal
Alleen digitaal