Profiel 07.11.1998

Door Carel Peeters

Remco Campert is de Annie M.G. Schmidt van de Nederlandse literatuur. Het klinkt misschien raar, maar het is niet anders. Het heeft te maken met twee eigenschappen die bij allebei door elkaar heen actief zijn: zelfspot en een ironische, satirische, soms zelfs kritische blik op anderen. Dat door elkaar heenlopen van die twee maakt het zo geheimzinnig en ook zo effectief. In wat ze ironisch waarnemen, en daardoor enigszins ontluisterd wordt, zit tegelijkertijd een ingebakken zelfspot - maar inmiddels hebben ze het wel gezien en gezegd. Dit is het perfecte geven en nemen, zeker als het zo lichtvoetig gebeurt.

Campert heeft van zichzelf ook min of meer een personage gemaakt. Daardoor kan hij het zo makkelijk over zijn eigen onhandigheden hebben. De kijk van dit personage op de strapatsen van anderen, waarmee ze denken juist gehaaid in de wereld te opereren, kan daardoor ongedwongen treffend uitpakken. De kracht van deze antiheld is dat hij met taal en ironie van zijn gebrek aan heroïek het beste maakt. In Een mooie jonge vriendin en andere belevenissen komt daar nog bij dat al deze korte en soms wat langere verhalen heel goed in elkaar zitten, dat veroorzaakt een vanzelfsprekende instemming. Er is een verhaal ('De speelfilm') over Simon Beer, de regisseur van de speelfilm De geheime deur, met een perfecte ontwikkeling in luttele pagina's. De regisseur heeft een film gemaakt en daarover moet hij het tijdens een persconferentie hebben. Dat is het moment waarop het pas goed tot hem doordringt dat er niets meer van zijn oorspronkelijke scenario is overgebleven en dat de producent het heft in handen heeft genomen, waardoor het een film met veel sadomasochisme is geworden. De regisseur wordt op zijn film aangesproken, maar die is eigenlijk niet meer van hem. Wat een positie. Daarna komt hij in het praatprogramma Een kopje thee met iets erbij, waarin alles in het teken van het sadomasochisme staat. Het gesprek neemt zo'n wending dat hij de film begint te verdedigen. Wie heeft er niet iets sadomasochistisch in zich, vraagt de hoofdrolspeelster die in hetzelfde schuitje zit als Simon de regisseur. Het loopt zo uit de hand dat hij razend wordt op de presentatrice: '"Stomme trut," zei Simon en stond dreigend op. "Jij zit al de hele tijd naar een flink pak ros op je blote billen te solliciteren."' Het leidt tot handgemeen, maar de producent wrijft in zijn handen.

Remco Campert schrijft verhalen zoals ze komen, maar zo bij elkaar zie je dat een paar soorten steeds terugkomen. Je hebt de uitgesproken antiheldverhalen, zoals die over het vergeten van afspraken, het niet-schrijven van brieven, het kamperen en het hebben van dagdromen. Campert droomde er bijvoorbeeld vroeger van om wereldkampioen boksen te worden (hij schrijft het zelf, anders zou ik het hebben gefluisterd). Er is ook de categorie verhalen met 'situaties' waarin de schrijver zelf niet direct een rol speelt, zoals het schitterende 'Rampenplan', over een echtpaar dat in het begin van hun huwelijk alvast een rampenplan maakt voor als het ooit mis met ze gaat, ook al is daar op dat moment niet de geringste aanwijzing voor. Mocht het toch zover komen, dan is het plan om voor elkaar te gaan koken. Wanneer het zover is, ontstaat er een waar kookgevecht, waarbij de man komt aanzetten met exquise gerechten als 'gepikeerde kalfslever' en 'pomme bonne-femme', waarop de vrouw terugslaat met twee kroketten en een bakje yoghurt. Waarna de man 'overgaat tot harde maatregelen' met onder meer 'brood van hersenen'. Het onweerstaanbare aan dit verhaal is dat Campert de recepten van al die munitie erbij levert, met een stalen gezicht, alsof het echt is.

Een variant van de categorie antiheld is de combinatie van antiheld en menselijke situatie, zoals 'Onkruid', 'De Boel', 'Hobby', 'Een bekende Nederlander'. Die gaan over iedereen vertrouwde situaties, zoals het omgaan met onkruid, hoe van het teveel aan boeken af te raken, het keiharde feit dat je verondersteld wordt een 'hobby' te hebben, en een vermakelijke persoonsverwisseling: een sombere schrijver wordt gehouden voor een kenner van Parijs en moet in die hoedanigheid voor de televisie optreden. Hij speelt het spel met moedeloze ijver mee, om zo aan de door hem begeerde bekendheid te komen.

Nietswaardigheid en visioenen van gouden bergen wisselen elkaar bij Camperts verhalen af. Er is een categorie waarin de gouden bergen in de gedaante van ijdelheden wat rechtstreekser dan gewoonlijk satirisch worden aangepakt. Zoals het verhaal 'Besturen' over zijn vriend Wim, een kunstenaar die in alle besturen zit. 'Mooi verantwoordelijk werk lijkt me dat,' zegt de schrijver, waarna Wim uitlegt dat het nog niet zo eenvoudig is om de juiste restaurants uit te kiezen als je niet zomaar wilt afgaan op de culinaire experts in de kranten. Hij gedraagt zich als kunstenaar binnen het bestuur soms 'grillig': 'Grillig gedrag overtuigt ze ervan dat ze een bonafide kunstenaar in hun midden hebben opgenomen en dat streelt hun eer,' zegt hij. Er is in deze categorie ook een vinnig verhaaltje over een bureau dat controle uitoefent op raar kunstgedrag ('Geef eens een voorbeeld').

Even regelmatig verschijnt bij Campert een verhaal over schaamte die nergens goed voor is en waarvoor ook geen enkele reden is. Dit keer gaat het over niet met vakantie gaan naar het buitenland. Hij blijft thuis. Maar hij zegt het zijn vrienden niet: 'Maar door het te verzwijgen was het alsof ik een schandelijk geheim met me meedroeg.' In deze sfeer van onnodige en nutteloze schaamte moeten we het ook zoeken voor 'Ernstig gesprek', een typisch Campert-verhaal. Het oproepen van de verschrikkingen van het ernstige gesprek is bij uitstek iets voor hem, omdat hij op een tijdbom leeft ('Mijn hele leven is eigenlijk één grote misstap'). Die gaat meteen af bij de zin 'we moeten eens ernstig met elkaar praten'.

Het meest Campert zijn de verhalen waarin alle categorieën samenkomen, die over meisjes en vrouwen. Overmoed, schaamte, geluksgevoel, onhandigheden, rare situaties, nietswaardigheden, het is allemaal te vinden in het titelverhaal, in het glorieuze '"Het"' en in 'Tosca'. Het titelverhaal gaat over die mooie jonge vriendin, maar is ook een ironische herinnering aan zijn beginnende dichterschap, hoe dit werd besproeid door drank en onwetendheid en wat het in die omstandigheden betekende om een mooie jonge vriendin te hebben. Een onrustig bezit. In deze lijn staat ook 'Tosca', met dit verschil dat deze schoonheid vanaf het begin al als te hoog gegrepen werd gezien (ze had al op verschillende omslagen van buitenlandse bladen gestaan). In 'Tosca' is ook een mooie rol weggelegd voor de uitgever Geert Lubberhuizen.

Blijft over in deze verzamelcategorie het verhaal '"Het"', waarin we ons verplaatsen naar Camperts echt jonge jaren (zestien), de tijd van de eerste meisjes, die dan nog hoofdzakelijk in zijn hoofd wonen. Een van die meisjes redde hij daarin uit de puinhopen van gebombardeerde steden en uit handen van oudere jongens die haar onheus bejegenden: 'Het speelde zich allemaal in mijn hoofd af en mijn intuïtie zei me dat het als verhaal verteld de buitenlucht niet zou verdragen.' Maar met zijn vriend David treft hij op een klassenfeest de echte Mona, die al langer in hun beider hoofd rondspookt. De een mag met haar dansen, de ander mag met haar dansen en dan beleven ze iets ('het') met haar dat zich alleen in Camperts eigen woorden laat vertellen.

The Literary Saloon