Vrij Nederland 'De barbaren' - Alessandro Baricco
'De barbaren' - Alessandro Baricco
De horizontale mens is onder ons
Had ik De barbaren van Alessandro Baricco niet gelezen, dan zou ik geen bijzondere aandacht hebben geschonken aan de aanbeveling van de wijnhandelaar. Een jonge vinoloog, zei hij, een fonkelende fles Côte de Beaune 2006 in de handen, heeft dit befaamde Château overgenomen en een moderne manier van wijn maken geïntroduceerd.
Deze wijn smaakt nu al alsof hij een rijpingsproces van tien jaar achter de rug heeft. Jaren van complexe rijping worden overgeslagen. Ik knikte aarzelend. Toen hij op mijn vraag of de smaak dan niet ook minder complex was, antwoordde: nee dat niet, maar wel toegankelijker, loeide er een stil alarm in mijn hoofd. Het kon niet anders of dit was het bewijs van het werk van de nieuwe barbaren.
Baricco peilt in zijn boek hedendaagse culturele ontwikkelingen die door de barbaren onder ons in beweging zijn gezet. Hij doet dat aan de hand van onder meer onze radicaal veranderde omgang met wijn en boeken. Zo hoeven we om over wijn te oordelen niet meer het tijdrovende en louterende proces van kennisverdieping te doorlopen. Puntennotaties als die van de Amerikaanse wijnkenner Parker hebben gerijpt kennerschap en het persoonlijke oordeel verdrongen. En tegelijk hebben technologische vernieuwingen wijn hun streekeigen kwalificaties en complexiteit ontnomen. Daardoor kun je nu rustig zonder andere aanduiding (streek, huis, jaartal) zeggen: geef mij maar een glas chardonnay of een Parker 95. De wijncultuur is niet langer die van een kleine kring van kenners, zij is van iedereen.
Ook de literatuur, het andere domein van kenners, is gedemocratiseerd. Zij is de opgewonden beweging van bestsellers en beoordelingssterren geworden, de massale hype van een gratis boek. De kwaliteit van een boek wordt voor de barbaren bepaald door zijn vermogen deel uit te maken van exploderende kettingreacties, zoals die van brede media-aandacht, omdat het geschreven is door een bekende persoonlijkheid of inspeelt op een actueel onderwerp. Het moet de taal van de wereld spreken, de taal van de film, de televisie, de reclame, de lichte muziek, de journalistiek. Toch, zegt Baricco, vliegen de boeken, ook van grote schrijvers, over de toonbank. Alleen worden zij om andere redenen gelezen.
Ik moest opeens denken aan de Victoriaanse studeerkamer. Bruine boekenkasten, rijen leren banden, eiken meubels en fluwelen gordijnen weerden roerloos het licht. Zoveel was zeker: hier, in deze schemerige ruimtes, huisde de ziel. Wie haar wilde ontdekken, moest de wereld achter zich laten en afdalen in het geheimzinnige schachten- en gangenstelsel van de wereldliteratuur. Voor de barbaar is het boek evenwel een wegwerppocket, de ziel niet meer dan verschietende lichtspatten op een deinend oppervlak.
Volgens Alessandro Baricco is de nieuwe barbaar een horizontale mens. Iemand die de omweg mijdt en recht op zijn doel afgaat. Hij jaagt ervaringen na die fundamenteel anders zijn dan die van de oude, romantische mens. Die geloofde nog dat ervaring, studie, verdieping en stilstand in elkaars verlengde liggen. De barbaar daarentegen zoekt de ruimte die versnelling genereert, hij duikt dan ook niet de diepte in maar flitst als een vis aan het oppervlak van de ene beweging naar de andere. Hij leeft in de ervaring van de doorgaande beweging, zoals die van het najagen van gebeurtenissen op internet. Wisselende schermen, korte teksten, links en clicks laten hem eindeloos doorschieten zonder ooit ergens aan te komen.
Alessandro Baricco lijkt zich met De barbaren te scharen in het eeuwenoude koor van critici die zich beklagen over de teloorgang van de cultuur. Voor deze mopperende somberaars is cultuur vaak het trefwoord voor hun eigen hooggestemde levensopvatting. Niet gehinderd door enig historisch besef noch verlicht door ook maar een spoortje van zelfrelativering kennen zij daar (lees: zichzelf) een absolute waarde aan toe. Voor hen is dat wat er zich van af beweegt verval, en verandering synoniem met devaluatie.
Baricco wil niet oordelen – al gaat hem dat niet altijd even gemakkelijk af –, hij wil vooral begrijpen. In een mooie vergelijking ziet hij de barbaar als een nog niet voltooide mutatie van de oude mens, hij ontwikkelt kieuwen om op een andere manier te bewegen en ervaringen in te ademen. Soms krabt Baricco zichzelf in zijn nek om de kieuw te voelen en te weten dat de barbaar zich ook in hem ontwikkelt.
In zijn bekende gedicht ‘In afwachting van de barbaren’ geeft Kavafis aan de betekenis van de barbaren een onverwachte draai. Zij zijn het gevreesde spiegelbeeld waarin de niet-barbaar zichzelf kan herkennen, de vijand die hem zijn identiteit geeft. ‘Wat moet er van ons worden,’ vragen de verontruste stedelingen zich af, ‘zonder barbaren / Die mensen waren tenminste een oplossing.’ Het is wel duidelijk dat wie die positie heeft, geen barbaar kan zijn.
Alessandro Baricco, De barbaren, De Bezige Bij, 237 p., € 23,90