30.09.2008
Je hoeft er niet speciaal voor naar New York omdat het allemaal ook duidelijk in de catalogus is te zien. Maar het is een extra sensatie om in de New Yorkse Morgan Library oog in oog te staan met de echte tekeningen die de wordingsgeschiedenis van de boeken over Babar, het olifantje dat olifantenkoning wordt, laten zien.

Daar hangen alle oorspronkelijke schetsen en tekeningen voor het eerste boek uit 1931, Histoire de Babar, vanaf de allereerste onbenulligste krabbels, de eerste probeersels in kleur tot de volledig uitgewerkte drukklare tekeningen. Je ziet zelden zo’n mooi gedocumenteerde ontwikkeling van niets tot iets.
Ik keek met speciale belangstelling naar de schetsen die uiteindelijk hebben geleid tot de tekening waarop ‘le vilain chasseur’, de vuige jager, de moeder van Babar doodschiet terwijl de kleine Babar nog bovenop haar zit. Dat gebeurt, zoals iedereen weet, vrij aan het begin van het boek, en heeft bij menige vader, moeder en kind tijdens het voorlezen tot schrik en verbijstering geleid. Op de schetsen voor de pagina’s waarop zich dit drama afspeelt, zijn de tranen die Babar laat wanneer zijn moeder is geveld goed te zien. Het zijn wat vallende potloodstipjes, maar die hebben bij menig kind voor slapeloze nachten gezorgd.
Heel wat vaders en moeders besloten deze pagina’s snel om te slaan. Ze stootten meteen door naar de mooie scène waarin Babar voor het eerst van zijn leven oog in oog staat met een echte stad. Die ouders zouden niet weten hoe ze een kind van vier of vijf hadden moeten uitleggen dat een klein olifantje geen moeder meer heeft. Je krijgt het niet uit je mond. De pagina waarop de kleine Babar met hangend slurfje
wegloopt van zijn dode moeder is hartverscheurend. Te pijnlijk voor een kleuterboek.
Een verklaring voor de dood van Babars moeder in het verhaal moet in het wonderlijke en opgewekte karakter van de hele Babar-
onderneming zitten. Het is een gebeurtenis die ervoor zorgt dat Babar met het echte leven kennismaakt. Vanaf dat moment keert in de Babar-verhalen uiteindelijk altijd alles ten goede, hoe groot de moeilijkheden ook zijn. Uit al het lastige en treurige wordt iets opgewekts
gepeurd, al is het maar in de gedaante van de eclatante charme van de tekeningen. Spe-ciaal de kleur groen speelt hierin een cruciale rol, te beginnen met Babars kleren. De tekening waarop Babar afscheid neemt van de Ou-de Da-me die hem heeft opgevangen in de stad, verzacht alles: Babar heeft zijn slurf om haar tengere
lichaam geslagen en zijn ogen erbij gesloten.
De Babarverhalen hebben in de loop der jaren het verwijt gekregen dat ze veel te optimistisch zijn en vooral bedoeld voor bourgeoiskinderen. Dat is volkomen terecht. De Babar-verhalen zijn voor de bourgeois in ons. Aan het eind van het tweede deeltje, Koning Babar, houdt het aapje Zephir een bord omhoog met de tekst ‘Leve het geluk’. Het is een schitterende leus, te meer omdat die in dat boekje vergezeld gaat van twee veelzeggende en lichtelijk moralistische tekeningen: op de ene is een stel monsterlijke creaturen te zien die ziekte, wanhoop, domheid, moedeloosheid, lafheid, luiheid, woede, zwakte, angst en onwetendheid voorstellen.
Op de andere zien we een vrolijke groep vliegende olifantjes die deze creaturen verdrijven met moed, intelligentie, hoop, geduld, goedheid, werk, kennis, vreugde, gezondheid, liefde en volharding. Op de tentoonstelling in de Morgan Li-bra-ry (tot 4 januari 2009) en in de catalogus (voor $ 50,– te bestellen op themorgan.org) is in alle kleurigheid te zien hoe die opwekkende goedheid en moed van Babar is ontstaan, van Niets tot Iets.
Categorie
Literaire Blogs
De Contrabas
Perlentaucher
