VN MediagidsWat vermag de rede? Ad Verbrugge antwoordt
filosofie 05.04.2008
Ad Verbrugge (1967) is filosoof aan de Vrije Universiteit Amsterdam en voorzitter van Beter Onderwijs Nederland. Zijn jongste boek: ‘Tijd van onbehagen’. Dit najaar verschijnt ‘Het ware leven’.
'Het is zonneklaar dat de rede zoals die zich vanaf de zeventiende eeuw heeft ontwikkeld zeer succesvol is. Ze bedient zich van de methode van de wiskunde om de werkelijkheid berekenbaar te maken en met behulp van het experiment te beheersen en te voorspellen. Tegelijkertijd kun je je afvragen of het welslagen van die methode niet ook zijn keerzijden heeft. Het heeft de mening doen postvatten dat alles wat geen empirisch-mathematische vormen aanneemt zonder betekenis is.
Als je Aristoteles' fysica vergelijkt met die van Newton, zie je dat de vraagstelling heel anders is. Aristoteles vraagt of je beweging naar haar innerlijke aard kunt begrijpen. Een vraag die voorbij de verschijning gaat naar het wezen. Je kunt wel allerlei kwantitatieve bepalingen geven aan de verschijnselen, maar het is de vraag of je daar uiteindelijk mee doordringt tot de kern. Wij hebben moeite om de kernvragen nog op een zinvolle wijze te stellen, omdat we zinvolheid in termen van berekenbaarheid en voorspelbaarheid hebben vertaald. Maar dit zijn juist vragen waarop de antwoorden niet op een normale manier te toetsen zijn.
Vanuit het moderne kosmosbegrip zullen we nooit meer bij de waarden van de persoon komen. Dat is de moderne schizofrenie. De heropleving van religie zoals we die nu meemaken, geeft uitdrukking aan het feit dat de westerse wetenschap en techniek als het gaat om de zinvraag met lege handen staan. We komen langzamerhand in de fase dat ons laatste geloof - het geloof in de rede en de wetenschap - zijn aansprekende kracht begint te verliezen.
Op een bepaald moment in de Verlichting hebben we gemeend dat je voor wat groepen bindt religie niet nodig hebt, maar dat je het vanuit de immanentie kunt duiden, bijvoorbeeld als de natiestaat. Van het negentiende-eeuwse nationalisme en de grote ideologen als seculiere vormen van religie hebben we inmiddels afscheid genomen. De jaren zestig waren een aanval zowel op de burgerlijkheid als op het nationalisme. Zij ontleenden hun elan aan het afbreken van instituties die individuele vrijheid in de weg stonden. Het collectief werd gedreven door een bevrijdingsgedachte die een ontkenning van de traditie betekende maar niet in staat was nieuwe groepsverbanden te creëren. We ervaren nu dat die ideologie doodloopt. Het kosmopolitisme was een ultieme ideologische poging om de aberraties die met de Verlichting meekwamen op te lossen. Ook die bleek niet te werken.
Sommigen zeggen: Verbrugge wil terug. Maar ik wil alleen maar begrijpen wat er is gebeurd. Ik denk niet dat wat als verlossing werd gepresenteerd een verlossing was. De vraag is wat er in plaats van de leegte kan treden. Je ziet het nationalisme in plattere vorm terugkeren. Het Lonsdale-nationalisme van een vlagje op je jas en stoned en dronken een molotovcocktail naar een moskee gooien. De radicale islam is een ander voorbeeld van cultuurverlies en vervreemding. Mijn boek Tijd van onbehagen eindigt niet voor niets met de vraag naar een nieuwe innerlijkheid. Ik heb geen vertrouwen in alle oplossingen als ook de geestelijke crisis niet overwonnen wordt. Daar zit ik zelf ook in en ik heb er geen pasklaar antwoord op. Bij mij heeft het alles te maken met een geestelijke en spirituele omslag, en die dwing je niet af.'
