VN MediagidsWat is filosofie? Rudy Kousbroek antwoordt
filosofie 05.04.2008
Schrijver en essayist Rudy Kousbroek (1929) rondde nooit een universitaire studie af, maar ontving wel een eredoctoraat in de Wijsbegeerte van de rijksuniversiteit Groningen. Hij schreef vele boeken, waaronder 'Het avondrood der Magiërs' (1970). In 1975 werd zijn schrijven bekroond met de P.C. Hooftprijs.
'Wat is filosofie? Voor mij is het 't streven om geen onjuistheden toe te laten in redeneringen en beschouwingen. Dat is niet een esthetisch beginsel: mooi is niet hetzelfde als waar. Dat is meteen al een fundamenteel onderscheid.
Filosofie betekent voor mij: denken zonder beroep op het bovennatuurlijke. Maar in Nederland betekent het meestal het omgekeerde, is "filosofie" vrijwel altijd synoniem met religie, een dekmantel voor geloof.
Voor geloven wordt altijd "respect" opgeëist. Maar daar heeft het nu juist geen recht op. "Respect voor het geloof" betekent altijd tolerantie voor de dwaling, met beroepen op "het gevoel" in plaats van het verstand. Atheïsme wordt ook vaak omschreven als "gebrek aan gevoel", een verwijt dat ook wel tegen de wiskunde wordt gemaakt.
Dan is er het argument van de troost. Het bovennatuurlijke zou troostend zijn, maar dat is het niet: het is de introductie van bedrog, de mensen blij maken met een dode mus.
Het verandert trouwens al gauw in een principe om tegenspraak te verbieden, om zonder kritiek gehoorzaamd te worden - wat Jaap van Heerden zo treffend "het schrikbewind der verzinsels" heeft genoemd. Het geloof probeert altijd weer binnen te komen door een achterdeur, maar religie is iets absoluuts: een beetje geloven is hetzelfde als geloven, zoals een beetje zwanger hetzelfde is als zwanger.
In de wiskunde geldt: een fout antwoord is een fout antwoord. Je kunt een beetje fout niet goed rekenen. Dat geldt wat mij betreft ook in de filosofie. Het speciale van de filosofie is dat het bovennatuurlijke er geen plaats in heeft. Dat heeft niets met fanatisme te maken. Ook niet met "gevoel" of de afwezigheid van gevoel. Hollandse filosofen hebben het vaak over "geloof in het rationalisme", maar rationalisme is niet een geloof. Rationalisme is niet meer dan een instelling die voortvloeit uit de constatering dat de ratio het meest geëigende en betrouwbare instrument is om de wereld te kennen.
Een andere drogreden die je vaak tegenkomt, is dat fascisme en communisme voorbeelden van atheïsme zijn. Maar het waren juist duidelijk religies, compleet met censuur, excommunicatie, verbod op kritiek en tegenspraak, leiderverering en kettervervolging.
Wat dicht in de buurt komt van de filosofie zoals ik mij die wens, is de wetenschap. Wetenschap is ook zoeken naar de waarheid en heeft dezelfde preoccupatie om fouten te onderkennen en te elimineren.
De grootste filosoof in mijn boekje was de Hollandse wiskundige Luitzen Egbertus Jan Brouwer (1881-1966). Brouwer was vermoedelijk het grootste mathematische genie dat de twintigste eeuw heeft voortgebracht - in Nederland en in de hele wereld. Een bijkomstige reden voor een Nederlander om Brouwer te vereren, is zijn taalgebruik. Het is toch niet gering dat een van de grootste monumenten in de geschiedenis van het Europese denken, Brouwers proefschrift Over de grondslagen der wiskunde, uit 1907, is geschreven in de taal van dit schertsland. En wat voor Nederlands! Levend, spiritueel, scherpzinnig, nauwkeurig, je leest het alleen al om de taal.'
