VN MediagidsWaar doen ze wat aan de auto-overlast?

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Milieu 07.05.2005

Door Harm Ede Botje / Michiel Hulshof

Luchtvervuiling staat weer bovenaan de Haagse politieke agenda.Een maximumsnelheid van tachtig, verplichte roetfilters, extra hoge dieselaccijns en rekeningrijden – onder druk van Brussel lijkt het er allemaal aan te komen. Hoe pakken steden als Londen, Jakarta of Los Angeles de problemen aan?

Begin april was Marjel van der Zwaard met man en kind even terug in Nederland. Ze namen de auto voor een bezoek aan vrienden in Noord-Frankrijk. Ter hoogte van Schiphol ging het al mis: file. ‘We hebben uren in een sukkeldraf gereden. En dat op zondagmiddag!’

Inmiddels is het gezin weer terug in de overgereguleerde stadstaat Singapore, waar Van der Zwaard handelt in kindermeubilair. Van files hebben ze dáár nog nooit gehoord. Wie een auto wil kopen, moet flink dokken: een aanschafvergunning kost twaalfduizend euro en op de auto zelf zit honderd procent belasting. ‘Auto’s zijn alleen voor de allerrijksten,’ zegt Van der Zwaard. ‘Negentig procent van de bevolking bezit geen auto.’ Gelukkig is het openbaar vervoer in Singapore uitstekend geregeld. Taxi’s zijn er spotgoedkoop, de metro’s zijn brandschoon en rijden altijd op tijd. Van der Zwaard: ‘We hebben ook een paar jaar in Hongkong gewoond. Daar hadden alle kinderen last van astma en bronchitis. Nu ik zelf een kind heb, ben ik blij dat we in Singapore wonen. De luchtkwaliteit is hier veel beter.’

Of het in Nederland ooit zo ver komt als in Singapore, is moeilijk te voorspellen. Maar dat Den Haag de luchtvervuiling gaat aanpakken, lijkt onvermijdelijk. Het afgelopen jaar werden de Europese normen voor schone lucht keer op keer niet gehaald. Het betekende een fikse tegenslag voor ambitieuze gemeenten: Nijmegen mag geen nieuwe woonwijk bouwen, Hendrik-Ido-Ambacht geen bedrijventerrein, Dordrecht krijgt geen nieuwe parkeergarage en Den Haag moet nog een tijdje verder met het oude ADO-stadion. De Raad van State wees al deze bouwprojecten af onder verwijzing naar de Brusselse regels.

‘We moeten voorkomen dat Nederland qua (...) bestemmingsplannen op slot gaat,’ waarschuwde premier Balkenende afgelopen week. En dus presenteerden verkeersminister Karla Peijs en milieustaatssecretaris Pieter van Geel een reeks proefballonnen om het tij te keren. Wellicht een verhoging van de dieselaccijns. Misschien meer geld naar het openbaar vervoer. Mogelijk een maximumsnelheid van tachtig kilometer per uur rondom de grote steden. Maar gelukkig was er ook een echte doorbraak: na jarenlang geruzie tussen overheid, milieu- en autolobby lijkt het rekeningrijden er nu toch te komen. Een commissie onder leiding van voormalig ANWB-directeur Nouwen presenteert komende week het plan om vanaf 2009 op dertig knelpunten in Nederland tol te gaan heffen.

De strijd voor schone lucht is geen exclusief Nederlandse aangelegenheid. In oktober 2004 haalde een foto van de Europese Ruimtevaartorganisatie ESA wereldwijd de voorpagina’s. Daarop waren de meest met stikstofdioxide vervuilde plekken op aarde rood gekleurd. De Europese hotspots: de Randstad, Vlaanderen, het Duitse Ruhrgebied, Londen en Noord-Italië. Maar ook verder weg gelegen metropolen als Los Angeles, New York, Toronto, Mexico-stad, Johannesburg, New Delhi en Tokio kampen met een zwaar vervuilde atmosfeer. En overal hebben autoriteiten een eigen manier om het probleem te lijf te gaan.

De Amerikaanse staat Californië loopt in alles tien jaar voor op Nederland. Ook op het gebied van milieubewustzijn. Uitgestrekte windmolenparken, voetbalvelden vol zonnepanelen en – laatste rage – de onstuitbare opkomst van de hybride auto, die half zoveel benzine verbruikt omdat er ook een elektromotor in zit.

Bij de laatste oscaruitreikingen verschenen filmsterren als Leonardo di Caprio, Robin Williams en Penelope Cruz allemaal in een Toyota Prius. Inmiddels bestaan er lange wachtlijsten voor de energiezuinige auto – de industrie verwacht dat in 2015 een derde van alle auto’s hybride zal zijn.

De gouverneur van Californië, Arnold Schwarzenegger, rijdt nóg groener: hij heeft het grootste, meest energieverslindende monster van de Amerikaanse highway, de Hummer, laten uitrusten met een waterstofmotor. Jammer genoeg is er nog maar één plek in Los Angeles waar de breedgeschouderde Terminator kan tanken. Als het aan hem ligt, verandert dat snel. Zijn ambitieuze plan – het California Hydrogen Higway Network – moet ervoor zorgen dat waterstof in 2010 overal in de staat voorhanden is. Waterstof is een energiedrager die in de toekomst zou kunnen worden opgewekt met behulp van wind- of zonne-energie. Dat het niet zomaar een hersenschim is, blijkt uit het feit dat Schwarzenegger General Motors achter zich heeft staan, dat een miljard dollar in de ontwikkeling van de waterstofauto heeft gestoken.

Voor de huidige problemen biedt het Californische waterstofideaal geen oplossing. Uit een grootschalig onderzoek is gebleken dat in sommige delen van Los Angeles tien procent van de schoolkinderen ademhalingsmoeilijkheden heeft als gevolg van smog. ‘Als je ergens in de omgeving gaat wandelen en je zit hoog,’ zegt Mirjam Wertheim, werkzaam voor distributeur A-films in Los Angeles, ‘dan heb je bijna nooit uitzicht over de stad.’ Ze kent mensen die bij de frisse zeebries van Santa Monica Beach zijn gaan wonen, uit angst voor gezondheidsschade. Zelf maakt ze zich niet zoveel zorgen. ‘Het is wel jammer dat het hier altijd zo smoggy is. Behalve als het net heeft geregend. Dan is het ineens heel helder.’

Gail Ruderman Feuer, milieuadvocaat bij de National Resources Defense Council in Los Angeles, vindt de waterstofplannen van Schwarzenegger ‘onontbeerlijk voor de toekomst’. Maar om de luchtkwaliteit de komende tijd te verbeteren, moeten vooral de ‘dirty old trucks’ van de weg gehaald worden. ‘Schwarzenegger moet bewijzen dat hij de ballen heeft om transportondernemers te dwingen hun vrachtwagenpark op te schonen.’

De Californische milieubeweging is ook bezig met iets waarvan ’s werelds grootste haven Rotterdam nog wat kan leren: het aanleggen van een ‘groene’ terminal waar aangemeerde zeeschepen worden aangesloten op het elektriciteitsnet. Daardoor kunnen de motoren uit en neemt de uitstoot van diesel enorm af. ‘Havens,’ doceert Ruderman Feuer, ‘behoren wereldwijd tot de grootste luchtvervuilers.’

In december 1952 eiste The Great Smog of London zijn tol: maar liefst vierduizend mensen kwamen om het leven door een dikke deken van mist en rook die dagenlang boven de stad hing. Zo erg werd het nooit meer, maar in 1991 stierven nog 190 mensen tijdens een windstille winterweek. Vorig jaar was de schok in Engeland groot toen de Bowes Primary School in Noord-Londen besloot zijn kleuters maar twintig minuten per dag op het schoolplein te laten, vanwege de verstikkende uitstoot van voorbijdenderend autoverkeer.

De Londense autoriteiten hebben niet stil gezeten. Burgemeester Ken Livingston voerde in 2003 onder groot protest de congestion charge in. Automobilisten die tussen zeven uur ’s ochtends en halfzeven ’s avonds de binnenste centrumring passeren, worden gefotografeerd en moeten vijf pond tol betalen. Wie weigert, kan rekenen op een fikse boete. Het resultaat mag er wezen: het aantal opstoppingen in de binnenstad is flink afgenomen en mede daardoor het stikstofdioxidegehalte. Livingston begon ook een verbale kruistocht tegen de four-wheel drives, of Chelsea tractors, zoals hij de wagens vernoemde naar de exclusieve Londense wijk. ‘Statussymbolen van complete idioten,’ sneerde de burgemeester. Zijn tirade werd later overgenomen door de gemeenteraad van Nijmegen, die het begrip verbasterde tot P.C. Hooft-tractoren.

Het wekt geen verbazing dat Livingston goed ligt bij de Engelse milieuclubs. Hoewel Mary Stevens van de National Society for Clean Air denkt dat de congestion charge vooral een ‘psychologische impact’ heeft. ‘Het is prettig voor voetgangers, maar Londen is een enorme stad en buiten het centrum is nog steeds evenveel verkeer.’

Richard Baum van milieulobbyclub Transport2000 benadrukt dat Livingston ook actief is op andere terreinen, zoals het promoten van fietsverkeer. ‘Op dat gebied hebben we een grote achterstand in vergelijking met Denemarken en Nederland,’ zegt Baum. Evenals de milieuexpert uit Los Angeles zien de twee Londense deskundigen het meest in een verbod op de meest vervuilende auto’s. Burgemeester Livingston wil daarmee een voorzichtig begin maken in de zogenaamde low emission zone in een deel van Londen.

Nederland mag dan trager zijn met het invoeren van allerlei rigoureuze verkeersmaatregelen, op een bepaalde manier loopt ons land ook voorop. Als enige in de EU toetst de Nederlandse bestuursrechter elk bouwbesluit aan de regels voor luchtkwaliteit uit Brussel. Johan Malcorps, directeur van het wetenschappelijk bureau van de Vlaamse milieupartij Groen!, kijkt jaloers naar de noorderburen. ‘Nederlandse milieuactivisten hebben slim gebruik gemaakt van die juridische route. De Vlaamse zusterbewegingen willen dat nu ook gaan doen.’

Ze maken daarbij goede kans op succes: vorige week bleek dat de luchtkwaliteit van Roeselare tot Sint-Kruiswinkel en van Oostrozebeke tot Steenokkerzeel, net als in 2004, dit jaar de Europese normen niet zal halen. Ook in Hasselt, waar sociaal-democratisch stemmenkanon en burgemeester Steve Stevaert gratis openbaar vervoer introduceerde, is de lucht volgens Europa nog niet fris genoeg. ‘Die gratis bussen hebben wel geholpen,’ zegt Malcorps. ‘Maar het is geen wondermiddel.’

Terwijl Europa en de Verenigde Staten in elk geval een poging doen de belabberde luchtkwaliteit op te vijzelen, blijven vooral opkomende economieën als China, India en Indonesië ver achter.

In Jakarta is het permanent filerijden. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat krioelen driewielers, ossenwagens, geblindeerde Mercedessen en gebutste minibusjes door elkaar. Wild schreeuwende jongens proberen – doek voor de mond – het verkeer te regelen. De fabrieken rond de stad braken onafgebroken zwavel en rook uit.

Het optimistisch klinkende Blue Sky Program van de Indonesische overheid kwam maar moeizaam van de grond: niet meer dan twintig fabrieken tekenden een contract om hun uitstoot te verminderen. De milieulobby, voor zover die al bestaat, moest in februari een flinke tegenslag verwerken toen de regering besloot oude, walmende auto’s niet van de weg te halen – waar hebben we dát eerder gehoord?

Ook het voorstel tot verplicht carpoolen in de spits sneuvelde voortijdig. Net als extra fietsroutes, bussen op aardgas en meer openbaar vervoer. Een topambtenaar van het Jakarta Air Quality Management verwoordde het Indonesische falen tijdens een milieucongres in Hongkong als volgt: ‘De naleving van regels wordt belemmerd door een gebrek aan experts, fondsen, materiaal, politieke wil, beperkte publieke steun en onduidelijke of overlappende en ongecoördineerde samenwerking tussen overheden.’

De Friese Bartele Santema, eigenaar van Bugils Café (‘Dutch-style bar with a view’) in het centrum van Jakarta, is een lokale beroemdheid. Het smeuïge boekje Bule Gila (gekke buitenlander) over zijn ervaringen als barman, staat op dit moment in de boekentop-vijf van de Jakarta Post. Santema leeft al vijftien jaar in de zwaar vervuilde stad. ‘Als je een uur over straat loopt,’ zegt hij, ‘kun je het zwart van je gezicht vegen. Ik heb er geen zin meer in. Ik heb een dochter van drie en toevallig ben ik deze week begonnen met zoeken naar een huis in Bogor, een uur hier vandaan in de bergen.’ Van de kleurrijke klandizie in zijn bar hoort hij niet veel klachten over de vieze lucht. ‘Expats praten vooral over oplichtingspraktijken en corruptie. En de Indonesiërs? Die heb ik nog nóóit over luchtvervuiling gehoord.’

Een paar honderd kilometer naar het noorden kan Marjel van der Zwaard onbezorgd met haar kind in haar ruime Singaporese achtertuin zitten. ‘De enige smog hier wordt veroorzaakt door bosbranden in Sumatra.’ Ze vindt dat Nederland een voorbeeld kan nemen aan Singapore – en dan heeft ze het uiteraard niet over de doodstraf of de zweepslagen voor kleine drugsovertredingen, maar over het milieubeleid. Niet alleen is de belasting op de aanschaf van auto’s extreem hoog, ook bestaat er een geavanceerd systeem van Electronic Road Pricing, een soort rekeningrijden. Achter de voorruit van elke auto zit een kastje met een cashcard waarvan geld wordt afgeschreven bij het passeren van een tolpoort. De prijzen variëren. En om ervoor te zorgen dat iedereen zich aan de lage snelheid houdt en dus weinig energie verbruikt, is er een puntenrijbewijs ingevoerd. Wie te veel overtredingen maakt, is zijn rijbewijs een jaar kwijt.

‘Singapore heeft een slecht imago door zijn strenge wetten en hoge straffen,’ zegt Van der Zwaard. ‘Maar op het gebied van milieu en verkeer kan Nederland nog heel wat Singapore leren.’