VN MediagidsPolitiek filosoof Michael Walzer: 'Links begint met een emotie'
Wetenschap / filosofie 05.04.2008

De Amerikaanse politiek filosoof Michael Walzer heeft de Spinozalens in ontvangst genomen. De omstreden linkse denker verkondigt nog steeds een ‘zacht multiculturalisme’, Maar pleit ook voor hard, militair ingrijpen als de menselijke waardigheid in het geding komt.
Resoluut plant Michael Walzer een spuit in zijn zij. 'In een Parijs restaurant zag ik ooit een elegante dame die zich gewoon aan tafel injecteerde, en sindsdien doe ik het ook,' verklaart de grand old man van de Amerikaanse politieke filosofie die diabetes heeft.
Het is kwart over zeven 's ochtends in een eenvoudige New Yorkse bar waar werklieden en kantoorbeambten zich opmaken voor de werkdag. Om het ijs te breken, praten we na over de conferentie van de vorige dag over de Hebreeuwse bijbel in het huidige intellectuele debat. Walzer hield daar een lezing over de visies op oorlog van de koningen en de profeten.
Het meeste plezier had hij zelf beleefd aan Yair Lorberbaums exegese van Genesis 9:13. De regenboog in dat bijbelvers zou volgens Lorberbaum een vorm van anger management zijn. Elke keer als God de regenboog zag, wist hij dat hij zich moest beheersen om de mensheid niet te straffen met een nieuwe zondvloed. Tussen het gezelschap van schriftgeleerden op de conferentie was Walzer een van de weinigen zonder keppeltje. Al is de joodse traditie een van de vele onderwerpen waar hij veel over schreef, hij beschouwt zich als een seculiere jood. Maar in Princeton, waar Walzer woont en tot voor kort verbonden was aan het Institute of Advanced Study, gaat hij nog elke zaterdag naar de synagoge. 'Daar zijn de mensen met wie ik mijn zorgen kan delen.'
Weggezuiverde linkse types
Na het ontbijt steken we de straat over naar het pied-à-terre die Walzer met zijn vrouw in New York heeft aangehouden om de stadslucht op te snuiven die ze in Princeton missen. Zij gaf vroeger een paar blokken verderop college aan de New York University. In het sober ingerichte appartement springt vooral de boekenkast in het oog. Die staat vol met werk van Walzers politieke mentor Irving Howe en met familiekiekjes. Walzers vader was een handelaar in luxegoederen in de Bronx. Tijdens de economische crisis van 1938 ging hij failliet en kwam hij in de fabriek terecht. Op zijn negende verhuisde het gezin naar Johnstown, een stadje in Pennsylvania dat toen nog leefde van de staalindustrie. Daar waren zijn ouders lid van een hervormingsgezinde joodse gemeente. 'Het waren zeer emotionele jaren. Mijn bar mitswa was in 1948, het jaar dat de staat Israël werd gesticht,' vertelt Walzer. Begin jaren vijftig ging hij geschiedenis studeren aan Brandeis, de eerste seculiere joodse universiteit in Amerika. Het was de tijd van McCarthy's heksenjacht op de communisten. 'Het personeel werd gerekruteerd uit elders weggezuiverde linkse types. Wij werden de red diaper babies genoemd. De jaren zestig begonnen op Brandeis al in de jaren vijftig.'
Op de universiteit ontfermde Irving Howe zich over Walzer. Deze joodse intellectueel richtte in 1954 het tijdschrift Dissent op, een blad dat zich verzette tegen de geest van McCarthy die door het land waarde, maar ook tegen de bewondering van uiterst links voor totalitaire, communistische regimes. In Dissent schreef Walzer eind jaren vijftig zijn eerste stukken, over het falen van links na de Sovjet-inval in Hongarije en over de strijd voor burgerrechten in het Zuiden van Amerika. Later werd hij zelf redacteur van het blad, en dat is hij nog steeds.
Vlak nadat zijn eerste boek over de religieuze wortels van radicale politiek het licht zag, kreeg Walzer halverwege de jaren zestig een aanstelling als docent politicologie aan Harvard. Daar leerde hij de fijne kneepjes van de politieke filosofie van de kopstukken John Rawls en Robert Nozick. Eind jaren zeventig was hij zelf klaar voor het grote werk. Zijn faam vestigde hij in 1977 met Just and Unjust Wars, een poging de middeleeuwse theorie van de rechtvaardige oorlog nieuw leven in te blazen. Onze eigen minister Van Middelkoop zei onlangs dat het op zijn nachtkastje ligt. In de dertig jaar sinds het verschijnen van zijn klassieker over het oorlogsrecht is de vraag naar de rechtvaardiging van oorlogen en humanitaire interventies een belangrijk thema gebleven in het veelzijdige oeuvre van Walzer, waarvan de vorig jaar verschenen essaybundel Thinking Politically een schitterende staalkaart biedt. Aan de keukentafel licht de breekbaar ogende, laatst levende der grote Amerikaanse politieke filosofen op zachte toon zijn jongste inzichten toe.
Ten tijde van 'Just and Unjust Wars' noemde u humanitaire interventie onder zeer strikte voorwaarden een vrijwillige mogelijkheid, nu een morele verplichting. Waarom bent u van mening veranderd?
'Ik heb altijd geloofd dat soldaten die naar plaatsen als Rwanda of Darfur of Oost-Timor gaan vrijwilligers moeten zijn, geen dienstplichtigen. Als burgers zijn we wellicht verplicht op kritieke momenten onze levens te riskeren om ons land te verdedigen. Maar oorlogen van humanitaire interventie moeten door vrijwilligers gevoerd worden. In Just and Unjust Wars verdedigde ik het recht op neutraliteit. Ik denk dat ik van dat standpunt ben afgedreven. In het aanschijn van al het moorden na de holocaust, toen we zeiden dat zoiets nooit meer mocht gebeuren, ben ik gaan geloven dat er een verplichting is massamoorden te stoppen, op zijn minst op het niveau van de staat. Die moet vrijwilligers rekruteren. Om op te treden in een land als Rwanda, zijn die wel te vinden. Er zijn genoeg idealistische mensen die hoop op een betere wereld koesteren.'
Trekt een vrijwilligersleger idealisten aan, of avonturiers en mensen uit de onderklasse?
'Als je specifiek rekruteert voor een internationale brigade of een NAVO- of EU-macht die alleen gebruikt wordt voor humanitaire interventie, zou die vast enkele avonturiers aantrekken en mensen wier leven vastgelopen lijkt te zijn, maar zeker ook een flinke groep idealistische jongeren. Kijk naar de Internationale Brigade in de Spaanse burgeroorlog. Die bestond goeddeels uit communistische en socialistische strijders. Er zaten ook huurlingen tussen. Die hadden bepaalde militaire vaardigheden die de communisten doorgaans niet bezaten. Dus huurden ze hen in. Het was een mengelmoes, en elke macht van dien aard zal een mengelmoes zijn. Maar wat cruciaal is, is dat de mensen die eraan beginnen, weten waaraan ze zich verbonden hebben.'
Tussen haakjes staat in 'Just and unjust wars' dat humanitaire interventie gerechtvaardigd is als er een redelijke kans op succes bestaat. Waarom besteedt u zo weinig aandacht aan de vraag hoe je die kans kunt inschatten?
'Het is een standaard criterium in de theorie van de rechtvaardige oorlog dat teruggaat tot de katholieke theologen. Het betekent dat je de best mogelijke inschatting moet maken van de kansen dat je kunt winnen. In de praktijk is dat niet echt een belemmering: er zijn zoveel politici die zichzelf voorspiegelen dat ze kunnen winnen, terwijl een objectieve, koele analyse het tegendeel kan leren. Maar ik werp ook vragen over dat criterium op en gebruik daarbij het voorbeeld van de Fins-Russische winteroorlog van 1939-1940. De Finnen moesten een flink deel van hun grondgebied overdragen aan de Russen. Die claimden dat ze het nodig hebben voor de verdediging van Leningrad tegen de Duitsers. Er waren Finnen die vonden dat ze zich net zo goed konden overgeven omdat ze toch niet konden winnen. Anderen zeiden dat het cruciaal was om te vechten. Ze vochten en verloren. Maar ik denk dat Finland daarom later geen satellietstaat werd zoals veel Oost-Europese landen. Misschien is het soms goed om te vechten, zelfs als je weet dat je gaat verliezen, om je eer hoog te houden.'
Is het niet gevaarlijk vooral over oorlog te denken in morele termen, niet aan de hand van de politieke doelen die je wilt bereiken en de kans dat je daarin slaagt?
'Natuurlijk is het ongelooflijk belangrijk je rekenschap te geven van de hele politieke, strategische situatie als je de beslissing neemt een oorlog te beginnen. Er is een tendens in de links-liberale en de neoconservatieve wereld om te zeggen dat je het goede moet doen. Ik geloof dat alle politieke daden gemengde motieven hebben. Politiek is nooit puur. Toen de Vietnamezen Cambodja binnenvielen om een einde te maken aan de killing fields, hadden ze ook strategische, geopolitieke doelen. Uiteindelijk zetten ze er een satellietregering neer. Niet het moreel juiste resultaat van een interventie. Maar ze stopten wel de killing fields. In zekere zin hadden de Cambodjanen geluk dat de Vietnamezen strategische redenen hadden. Want goede bedoelingen zijn meestal niet genoeg om politieke leiders in beweging te brengen, zoals we in Rwanda leerden, waar het goede overduidelijk was, maar niemand het wilde doen.'
De inval in Afghanistan was volgens u een schoolvoorbeeld van een rechtvaardige oorlog. Maar blijkt nu niet dat er te weinig is nagedacht over de gevolgen van een invasie?
'Ik vond dat dit een juist antwoord was op 9/11. Want Al-Qaida was niet alleen te gast in Afghanistan, de talibanregering was een volle partner van Al-Qaida en had het de voordelen van soevereiniteit gegeven, inclusief trainingsbases. Ik denk niet dat we de oorlog goed hebben gevoerd en we hebben zeker niet doorgezet toen we het talibanregime omver hadden geworpen. Als je een land binnenvalt, moet je jezelf verplichten mee te werken aan de politieke en economische wederopbouw van het land. De Bush-mensen hadden zo'n haast om naar Irak te gaan, dat ze zich daar nooit aan gecommitteerd hebben. In het begin bood de NAVO haar steun aan, maar weigerden de VS. Als het van meet af aan een multilaterale inspanning was geweest, was er een goede kans geweest een fatsoenlijke en stabiele regering te installeren.'
En nu?
'Nu ben ik daar niet zeker meer van. Je leeft met je fouten. In Irak is het de moeite waard een veel grotere, multilaterale inspanning te leveren. Ik ben ervan overtuigd dat een volgende Amerikaanse regering, wie die ook leidt, moeite zal doen om opnieuw een multilateraal fundament te geven aan het buitenlandbeleid. Ja, we moeten daar ook nog vechten, met een vijand die moeilijk te vinden is en moeilijk te scheiden van de burgerbevolking. Een zeer lastige opdracht. Maar falen is geen goed idee.'
Irak vond u juist een voorbeeld van een onrechtvaardige oorlog.
'Ik vond het een niet-noodzakelijke en daarom onjuiste oorlog. Het regime van conflictbeheersing, dat we in 1991 instelden met de inspecties, de niet-vliegzones en een zekere vorm van embargo, leek mij een juist antwoord op Saddams oorlog in Koeweit. Het was een grote fout van de Europa dat ze daar niet aan meewerkte. Als Europa er wel betrokken bij was geweest, was de beslissing om er allemaal mee te stoppen en een oorlog te beginnen veel moeilijker geweest.'
Wanneer moeten de VS weer vertrekken?
'De democraten beloven een terugtrekking op een vastgestelde datum. Maar de buitenlandadviseurs van Obama en Clinton weten dat ze dat niet kunnen waarmaken. Want als een van de twee aan de macht komt, wat ik hoop, zullen ze ontdekken dat de Koerden niet willen dat we vertrekken, en de soennitische leiders evenmin. De sjiitische regering heeft al gezegd dat ze dat niet wil. En de Saoedi's, Koeweiti's, Israeli's, Jordaniërs, Egyptenaren en Turken willen het ook niet. Het zal dus heel moeilijk worden. Op de een of andere manier moeten we een proces van losmaken beginnen. Maar het mag geen proces zijn dat leidt tot het verlies van Koerdische autonomie of tot een massamoord op de soennieten of een burgeroorlog met de sjiieten. Nu we deze puinhoop hebben geschapen, moeten we een manier vinden om ermee om te gaan. Om weg te gaan hebben we toestemming nodig van de mensen die het meeste gevaar lopen.'
Is dit wel het moment om in Darfur op te treden, zoals u bepleit?
'Iemand moet iets doen. Door Irak kunnen Amerika en haar bondgenoten niet een ander moslimland binnenvallen. Maar een versterkt leger van de Afrikaanse Unie met westerse logistiek en geld kan de klus wellicht klaren. Als er genoeg soldaten gaan, hoeven ze misschien niet eens te vechten. Alleen al daar zijn, zorgt er misschien voor dat het moorden ophoudt.'
Filosofische hemel
Walzer is een gepassioneerd voorstander van humanitaire interventies. Recentelijk opperde hij tot woede van links Amerika zelfs de mogelijkheid het omstreden particuliere huurlingenleger Blackwater te betrekken bij een optreden in Darfur. 'Wat Blackwaters motieven ook zijn, ik sluit me niet aan bij de "morele reuzen" die liever niets doen dan huurlingen naar Darfur sturen,' schreef hij in The New Republic. Maar wie denkt dat Walzer een verlichtingsfundamentalist is die de democratie koste wat kost naar de hele wereld wil exporteren, heeft het mis. Bij humanitaire interventies kunnen we ons naar zijn inzicht beroepen op een minimalistische versie van de mensenrechten.
Als het leven en de vrijheid van mensen op het spel staan, hebben we het recht, ja zelfs de plicht in te grijpen. Maar in zijn naast Just and Unjust Wars meest beroemde boek, Spheres of Justice uit 1983, manifesteerde Walzer zich als een tegenstander van de gedachte dat er verder strekkende, alom geldige rechtvaardigheidsbeginselen bestaan. Elke sfeer - het onderwijs, de economie, het geestelijke leven - kent zijn eigen wetmatigheden en autonomie. Dit pleidooi kwam Walzer op het verwijt van relativisme te staan van een van zijn leermeesters, Robert Nozick. In zijn boek Thick and Thin. Moral Argument at Home and Abroad (1994) lanceerde Walzer in reactie op dit verwijt zijn eigen vorm van universalisme. Daarin legde hij uit dat alle waarden die we als universeel beschouwen - zelfbeschikking, individualisme, vrijheid, autonomie - niet neerdalen uit een filosofische hemel. Maar ze komen van onderop tot stand in een proces van herhaalde ontdekking in gemeenschappen en culturen die elk een eigen invulling aan deze waarden geven.
U durft wel te beweren dat deze rechten algemeen geldig zijn, maar schuift de vraag naar het bewijs daarvan terzijde.
'Tweeduizend jaar filosofisch gesteggel heeft geen definitief antwoord op de grondlegging van rechten opgeleverd. Algemene geldig acht ik het recht op zelfbeschikking van het individu. De universaliteit in dit principe komt neer op de erkenning van de ander als een medemens. Ik heb geen verhaal dat daarvoor het fundament legt. In de joodse traditie is de fundering van erkenning van de ander dat God ons schiep naar zijn beeld. We dragen allemaal het beeld van God. Ik geloof niet in het bestaan van God, maar ik geloof wel dat we allemaal zijn beeld dragen.'
U zegt een pluralist te zijn, maar tegelijkertijd noemt u waarden als autonomie en verlichting universeel.
'Ik ben een "zachte multiculturalist" en een navolger van de joodse denker Horace Kallen. Hij ontwikkelde als eerste de theorie van het "cultureel pluralisme". Dat is precies wat het begrip zegt: cultureel pluralisme. Maar Kallen geloofde ook sterk in politieke integratie. Eén burgerschap, maar ruimte voor meerdere religieuze en etnische identiteiten. Hij begreep dat het ene burgerschap ook om een eigen, gedeelde cultuur vraagt. Die omvat onderwijs over de betekenis en geschiedenis van de democratie. De leerlingen moeten de klassieke teksten van de democratie bestuderen. En ook de betekenis van nationale feestdagen zoals 4 juli en onafhankelijkheidsdag, naast die van de religieuze dagen zoals Pasen en Chanoeka.'
Allemaal goed en aardig, die balans tussen cultureel pluralisme en een gemeenschappelijk cultuur van burgerschap. Maar in de praktijk ontstaan er spanningen tussen die twee domeinen.
'Soms zijn die er. Maar je trekt de grens zo goed als je kan. Tegen katholieken zeg je dat in de samenleving elke baan openstaat voor man en vrouw. Wij gaan niet ingrijpen in jullie opvatting over wat mannen en vrouwen kunnen doen in jullie kerk, maar we leren je wel dat ze voor de staat gelijk zijn. Dat levert spanning op in hun hoofden, maar daar is niets mis mee.'
Wat als religieuze gemeenschappen hun waarden meebrengen naar het publieke domein? Mag een moslimman in een overheidsfunctie weigeren een vrouw de hand te schudden?
'Mijn idee is dat als hij de hoed van overheidsdienaar draagt hij op geen enkele manier vrouwen met wie hij te maken heeft mag vernederen. Hij mag dus niet weigeren hen de hand te schudden. Maar misschien kan hij een manier vinden om uit te drukken dat zijn respect even groot is, al is zijn gedrag daar niet mee in overeenstemming. En als hem dat lukt, zal ik het hem toestaan.'
Nog zo'n botsing die in Nederland de gemoederen verhit is die tussen het burgerrecht op vrijheid van meningsuiting en het recht van gemeenschappen hun geloof te beleven. Mag een Nederlands parlementariër de islam een fascistische ideologie noemen?
'In de VS hebben we een sterke traditie van verdedigers van de absolute vrijheid van meningsuiting. Ik heb daar nooit volledig achter gestaan. Ik kom uit een joodse en socialistische traditie die veel meer gericht is op het welzijn van de gemeenschap en de verplichting van individuen jegens anderen. Ik heb altijd geloofd dat een verbod op hate speech in een pluralistische samenleving gerechtvaardigd is. Dat er dingen zijn die je niet mag zeggen in het openbaar. Het is duidelijk dat er de vrijheid bestaat een wetenschappelijke studie te publiceren waarin beargumenteerd wordt dat de bijbel fascistische elementen bevat. Maar alles wat aanspoort tot geweld of discriminatie tegen een groep zou ik tegenhouden.'
Wilders richt zich niet tegen een groep maar tegen een geloof. Niet de moslims zijn fascisten, maar de islam is een fascistische ideologie.
'En dat terwijl we al dat historische bewijs hebben van grote islamitische beschavingen in Spanje en Irak waarin er tolerantie was jegens de joden en de christenen en waarin aan de grote academies Plato en Aristoteles werden bestudeerd. Natuurlijk hebben mensen het recht om dingen te zeggen die niet juist zijn. Maar als het gaat om zaken die de veiligheid en de gelijkwaardigheid van medeburgers kunnen aantasten, zou ik ergens de grens trekken. In de Deense cartoonkwestie zou ik de vrijheid van meningsuiting verdedigd hebben. Ik zou moslims verteld hebben dat spot een eigenschap is van een open samenleving en dat elke groep immigranten in de VS geleefd heeft met een soort etnische stereotypering. Ik denk niet dat je mensen daartegen kunt beschermen. De tendens in de islamitische wereld om elke vorm van satire zoals in Rushdies Duivelsverzen te zien als een aanslag die ze met geweld moeten beantwoorden, dient het westen te weerstaan. Maar ik zou erg ongelukkig zijn met een film die zou beweren dat het jodendom een fascistische ideologie is en die geen onderscheid maakte tussen verschillende joodse denkers en ze allemaal wegzette als ultranationalistisch en vijandig tegen ongelovigen.'
Tien jaar geleden schreef u in 'Over tolerantie' dat het almaar zwakker worden van sociale banden u meer zorgen baart dan de problemen rondom de multiculturele samenleving. Denkt u er nog steeds zo over?
'Er zit veel van waarde in wat mensen ontlenen aan het lidmaatschap van een historische, etnische of religieuze gemeenschap. Een gevoel voor wie ze zijn. Een kalender met een verzameling feestdagen. Een manier van herinneren. Enige morele richtsnoeren. Een handvol autoriteitsfiguren. Het beeld van een samenleving waarin dat er allemaal niet meer is en waarin iedereen deelnemer is van een gigantische commerciële cultuur vind ik zeer onaantrekkelijk. We hebben geen echte betrokkenheid bij de buurt meer omdat we zo vaak verhuizen. Ondanks het verhaal dat Amerika een uiterst religieuze samenleving is, verliest de religie haar greep op de mensen. Ze stappen over van de ene naar de andere religie, zonder een sterk gevoel van verbondenheid. Ook de politieke identificatie loopt terug. Steeds meer mensen zien zich als onafhankelijk, wat betekent dat ze niet groot gebracht worden in een politieke partij met een geschiedenis en een cultuur. Al die vormen van ontworteling laten individuen achter zonder richtsnoeren om een goed leven te leiden. Natuurlijk begrijp ik ook dat knellende groepsbanden een belemmering kunnen zijn voor vormen van politiek burgerschap. Ik wil de balans vinden. In de VS is die doorgeslagen in de individualistische richting. Als je die wilt terugvinden, moet je de banden van buurten, partijen, vakbonden en religieuze groepen versterken. Daarom neem ik posities in die ongewoon zijn voor links. Ik vond Bush' voorstel om bepaalde voorzieningen van de verzorgingsstaat door gemeenschappen te laten financieren een goed idee. Het was niet alleen gericht op de kerken, en links had zijn kans moeten grijpen. Oké, hier is de vakbond van staalarbeiders, en die wil een crèche of verpleeghuis runnen. Gemeenschapszin zou een kenmerk moeten zijn van elke goede linkse politiek.'
Verdediging van drie waarden
Links, Walzer heeft het woord laten vallen. Niet lang na 9/11 schreef hij het artikel 'Can There Be a Decent Left?' De titel van het stuk was een knipoog naar zijn vriend Avishai Margalit, schrijver van The Decent Society en voorganger van Walzer als winnaar van de Spinozalens, met wiens gedachtegoed ook Wouter Bos een tijdje geflirt heeft. De boodschap van het geruchtmakende artikel waarin Walzer links Amerika de oren waste, was duidelijk: het is hoog tijd om korte metten te maken met de nog immer onbewust gekoesterde marxistische ideologie dat armoede de enige wortel van terrorisme is. En we moeten beseffen dat religie er echt toe kan doen. In de ontmoeting met islamitisch radicalisme moest links pal gaan staan voor de verdediging van drie waarden: seculiere verlichting, mensenrechten en democratie.
Wat is er links aan dit drietal?
'Ik heb daar een belangrijk punt niet genoemd. Mijn standaarddefinitie van links begint met een emotionele, geen intellectuele verbintenis: een gevoel van solidariteit met mensen in moeilijkheden. We verdedigen het gelijkwaardige burgerschap en de rechten van mensen aan de onderkant van alle hiërarchieën. Dat vergt een sterk systeem van openbaar onderwijs, een stevige verzorgingsstaat en een vorm van herverdeling van belastinggeld. We moeten die mensen niet alleen helpen, maar ze ook leren zichzelf te helpen. Het is het oude maxime waarmee ik opgroeide: de bevrijding van de arbeidersklasse moet het werk van de arbeidersklasse zelf zijn.'
U wijdde uw hele leven aan een linkse politiek. Links is er niet sterker op geworden, zeker niet in Amerika. Bent u gedesillusioneerd?
'Het linkse deel waar ik uit kom - het democratisch links, ex-trotskistisch en antistalinistisch - was altijd een klein groepje in Amerika. Ik ben gewend te spreken op bijeenkomsten van vijftien mensen. En ik ben nederlagen gewoon. In zekere zin herhalen de ervaringen van de vroegere antistalinisten zich. Nog steeds is er een aanzienlijk deel van links dat niet bereid is zich helder uit te spreken voor politieke vrijheid en democratische politiek in hun internationale relaties. Het meest recente voorbeeld is Chávez in Venezuela. De zoveelste demagogische dictator in de naargeestige geschiedenis van Perón tot Castro. Mensen die aan de macht komen met allerlei beloften die ze gedeeltelijk waarmaken door de welvaart te verdelen. Maar ze blokkeren het democratische proces, cultiveren een autoritair regime en vernietigen uiteindelijk de economie van hun land. Gelukkig zijn er in de wereld ook sociaal-democratische partijen aan de macht gekomen. Die hebben natuurlijk altijd compromissen moeten sluiten, want de sociaal-democratie is een politiek van compromissen. Maar de Europese sociaal-democratie is een van de succesverhalen van de twintigste eeuw.'
U leidde een leven in de academie. Nooit verlangd naar een andere carrière? Nooit geambieerd zelf politicus te zijn?
'Ik geloofde vroeger dat als ik was groot geworden in een Amerika met een krachtige sociaal-democratische partij, ik de hoofdredacteur was geweest van het theoretische tijdschrift van de partij. Dat was misschien een betere carrière geweest dan een academische. Maar in Amerika is de universiteit altijd de sociale basis geweest van sociale kritiek. Dat onafhankelijke intellectuelen overleven buiten de academie is zeer zeldzaam. Maar de sociale kritiek vanuit de universiteiten is springlevend. Als je de oorlog in Korea vergelijkt met die in Irak, gaat het nu om een oorlog waarover vanaf het begin heftig is gedebatteerd. De regering Bush heeft het debat goeddeels genegeerd. Ze had de meerderheid in het Congres en gebruikte haar macht zonder veel respect voor de democratische gedachtewisseling. Maar we hebben een fel debat gehad waar veel meer mensen bij betrokken waren dan gebruikelijk is in de geschiedenis van oorlogen gevoerd door staten. Dat heeft niet alleen cultureel maar ook politiek grote invloed gehad, omdat de nieuwe president gedeeltelijk de schepping van dit debat zal zijn.'
Uren heeft Walzer met een milde glimlach maar vastberaden zijn ideeën verkondigd. Plotseling springt hij op. Hij moet weg, praten met de financiële man van Dissent. 'Als ik door het land reis, ontmoet ik veel jongeren die zeggen dat ze het blad online lezen. Maar een papieren exemplaar hebben ze nog nooit in handen gehad en ze hebben er nog nooit voor betaald.' En al lijkt Walzer de zachtaardigheid zelve, voor zijn blad zal hij vechten als een leeuw.
