VN MediagidsOlie en Onrecht in Nigeria
Shell onder vuur
In Nigeria lopen tientallen rechtszaken tegen Shell vanwege olielekkages en het affakkelen van gas in de Nigerdelta. Fotograaf Kadir van Lohuizen legde de vervuiling vast. Shell presenteert zich als een keurig bedrijf. De multinational ziet het als een uitdaging de wereld schoner te maken en investeert volop in alternatieve energiebronnen. Het heeft de hoogste standaarden als het gaat om de veiligheid van de werknemers. Mensenrechten worden gesteund ‘voor zover dat binnen de legitieme rol van het bedrijfsleven past’, aldus de Algemene Beleidsuitgangspunten.
Ook in Afrika streeft Shell naar opbouw en duurzaamheid, zo vertelde president-directeur Jeroen van der Veer vorig jaar aan een zaal vol studenten in Delft. Shell weigert volgens Van der Veer smeergeld te betalen en leidt lokale mensen op voor leidinggevende posities. Shell heeft een bedrijfsbeleid afgekondigd om aids tegen te gaan en verstrekt geïnfecteerde werknemers medicijnen. De gezondheids-, veiligheids- en milieuregels van Shell worden, zo benadrukte Van der Veer, in alle landen toegepast, ook in de Afrikaanse. Met trots vertelde de CEO dat zijn bedrijf het grootste industriële complex van Afrika heeft gebouwd: op het Nigeriaanse Bonny Island staat een enorme installatie waar gas vloeibaar wordt gemaakt en waar honderden Nigerianen emplooi vinden.
Het klinkt prachtig, maar de werkelijkheid is complexer, zeker als het om Nigeria gaat. Shell, het bedrijf geeft het zelf volmondig toe, kampt er met grote dilemma’s. En de problemen zijn de afgelopen jaren niet kleiner geworden.
Tot eind jaren tachtig leek er geen vuiltje aan de lucht. In Nigeria pompte het Nederlands-Britse consortium volop olie, het bedrijf droeg miljarden af aan de Nigeriaanse overheid, maar verdiende zelf ook grote sommen geld.
Dat het niet helemaal koek en ei was in Nigeria begon in 1990 tot de buitenwereld door te dringen. Toen richtte de nog onbekende Nigeriaanse schrijver Ken Saro Wiwa de Movement for the Survival of the Ogoni People op. Saro Wiwa was een van die zeldzame mensen die én een groot sociaal bewustzijn hebben én het vermogen om wereldwijd mensen aan te spreken. Hij was eloquent, deskundig en – belangrijk in een militaire dictatuur – niet bang. Voor Shell en andere westerse oliemaatschappijen in Nigeria had Saro Wiwa geen goed woord over. ‘Pijpleidingen lopen dwars door dorpen over het kerkplein, over landbouwgronden,’ zei hij in 1992. ‘Lekkages tasten de landbouwgronden, maar vooral de visstand aan.
De vis stinkt naar olie. Het wordt niet meer donker in ons land. Die gasfakkels vervuilen de lucht. En intussen pompt Shell dag in, dag uit de olie uit ons gebied, waar we niets voor terugzien.’? Saro Wiwa vroeg door middel van geweldloos protest aandacht voor de doodarme bevolking van de Nigerdelta en vroeg om een eerlijke verdeling van de olie-inkomsten. Ook wilde hij dat overheid en oliebedrijven de olielekkages zouden opruimen. Shell trok zich na aanhoudende protesten in 1993 terug uit het olierijke Ogoniland, maar beschouwde de protesten verder als een interne aangelegenheid.
De populaire Saro Wiwa groeide in korte tijd uit tot een gevaar voor het militaire regime en werd herhaaldelijk gearresteerd. Hoewel het oliebedrijf grote invloed had op de militaire dictatuur (die voor haar overleven afhankelijk was van de olie-inkomsten) weigerde het in actie te komen. Ook toen Saro Wiwa tijdens een geheim proces ter dood werd veroordeeld en in 1995 werd opgehangen, samen met acht andere Ogoni-leiders. Shell werd wereldwijd ter verantwoording geroepen. Het was voor het bedrijf de aanzet om te komen tot wat tegenwoordig ‘maatschappelijk verantwoord ondernemen’ wordt genoemd.
Vertragingstactieken
Nu, dertien jaar later, is het in de Nigerdelta nog steeds een grote rommel. De fakkels branden nog steeds, ondanks de belofte van Shell in 1995 om ermee te stoppen. De Wereldbank stelde in een rapport uit 2004 dat de fakkels de grootste producent van CO2-gas ten zuiden van de Sahara zijn. In dat jaar werd alleen in Nigeria net zoveel broeikasgas de lucht in geblazen als van achttien miljoen auto’s in Europa. Op de huizen in de verre omgeving van de vlammen ligt een laagje roet. Mensen hebben last van ademhalingsproblemen. Fatsoenlijk medisch onderzoek is hiernaar nog nooit gedaan.
Shell-president directeur Van der Veer zei in 2005 op een tumultueuze aandeelhoudersvergadering dat het ‘affakkelen zo niet langer kan’, maar vroeg ook begrip. Hij zei dat het geen geringe klus was het gas uit ‘meer dan duizend’ olieputten op te vangen. Het klonk onmachtig uit de mond van de man bij wie het begrip ‘maatschappelijk verantwoord ondernemen’ in de mond bestorven ligt. Want al in 1984 werd door de Nigeriaanse wetgever bepaald dat het affakkelen verboden was. Shell en de andere oliemaatschappijen kwamen hier jaar na jaar onderuit door een bepaling in de wet op grond waarvan na betaling van een som geld een uitzonderingsvergunning werd verleend.
De afgelopen vijfentwintig jaar begonnen dorpelingen in samenwerking met de milieubeweging procedures tegen de oliemaatschappijen. En in 2005 bepaalde de Nigeriaanse rechter voor de eerste keer dat het affakkelen een ‘ernstige schending van het recht op leven en waardigheid’ vormt. Shell en de Nigeriaanse staatsoliemaatschappij moesten vóór 30 april 2007 stoppen met affakkelen. Tegen die uitspraak zijn verschillende beroepsprocedures aangespannen. De milieu- en mensenrechtenorganisaties spreken van ‘vertragingstactieken’. Shell zegt inmiddels drie miljard dollar te hebben uitgegeven aan het flares down-programme, waardoor het ‘routinematig affakkelen’ volgens het bedrijf sinds 2001 met zestig procent is verminderd. Shell schat dat het tot 2009 zal duren voordat alle vlammen zijn gedoofd.
Economische noodtoestand
Hoe kan het zo lang duren? Uit het jaarverslag 2006 van Shell Nigeria is op te maken dat dat niet alleen aan de omvang van de werkzaamheden te wijten is. Er is sprake geweest van ‘poor contractor performance’, met andere woorden: de onderaannemers die Shell had ingehuurd, hebben er een potje van gemaakt. Bovendien laat de Nigeriaanse overheid na haar aandeel te betalen voor de miljarden kostende gasinstallaties. Het oliebedrijf is blijkbaar niet in staat druk uit te oefenen op de Nigerianen om te betalen. En Shell, volgens Fortune het op vier na grootste oliebedrijf ter wereld, lijkt ook niet bereid om een (groter) deel van de winst van zevenentwintig miljard dollar van 2007 te steken in het doven van de fakkels. En dus kunnen de deltabewoners vijfentwintig jaar nadat het affakkelen bij wet werd verboden nog steeds midden in de nacht hun krantje lezen.
Dan zijn er nog de olielekkages. Volgens statistieken van de Nigeriaanse overheid bedroeg de totale olievervuiling in de periode 1976-2001 ruim 400.000 ton olie. Sommige wetenschappers stellen dat de echte vervuiling veel groter is. Het netwerk van pijpen in de delta is verouderd, net als veel flow stations. Shell streeft naar vervanging, maar geeft toe dat er achterstanden zijn. Shell Nigeria meldde in haar jaarverslag 2006 maar liefst vijftig incidenten waarbij olie weglekte in het milieu. De totale hoeveelheid weggelekte olie was volgens het verslag ‘aanzienlijk groter’ dan het jaar ervoor. Dat kwam vooral door twee incidenten die het gevolg waren van fouten van Shell. Bij de ene vernielde een ploeg werklieden een pijp tijdens werkzaamheden. Zevenduizend vaten olie lekten weg. Het andere was een doorgeroeste pijp. Gevolg: 2500 vaten verdwenen in het milieu. Soms ook veroorzaken plaatselijke aannemers zelf de lekken, die ze vervolgens weer in opdracht van Shell kunnen repareren.
Maar de meeste lekkages worden veroorzaakt door aanslagen, en vaak hebben die volgens Shell economische doeleinden. Dorpelingen zijn arm, blazen een pijp op en eisen compensatie van Shell. Ook verwachten ze te worden ingezet bij opruimingswerkzaamheden. Opruimploegen van Shell moeten vaak betalen om toegang te krijgen tot een dorp.
Het vreedzame verzet van Ken Saro Wiwa is verleden tijd. De Movement for the Emancipation of the Niger Delta (MEND) liet voor het eerst van zich horen in 2006, toen ze twee pijpleidingen van Shell opbliezen. De organisatie liet via internet weten dat ze een ‘operatie tsunami’ waren begonnen met als doel het verjagen van de buitenlanders die hun mooie delta verkrachtten. Dat ze met hun aanslagen het bouwen van installaties vertragen, die het gas afvangen waardoor affakkelen niet langer nodig is, lijkt ze niet te deren.
MEND startte als een redelijk gestructureerde organisatie, maar inmiddels zijn er talloze groepen die zeggen MEND te vertegenwoordigen maar slechts bestaan uit warlords die hun eigen belangen nastreven. Ze deinzen er niet voor terug mensen te kidnappen en bomaanslagen te plegen. In december 2006 ontploften twee autobommen bij de Shell Club in de residential compound van het oliebedrijf in Port Harcourt. Hierbij kwam niemand om, maar de schrik zat er goed in. Het oliebedrijf evacueerde vierhonderd mensen.
Het einde van het geweld lijkt nog niet in zicht. Eind april ontplofte een bom bij een pijpleiding bij Bonny Island, waardoor Shell gedwongen werd april en mei force majeure van kracht te verklaren. Deze ‘economische noodtoestand’ kan worden uitgeroepen bij natuurrampen of oorlogen. Zo voorkomt het bedrijf dat het kan worden vervolgd wegens contractbreuk. Ook in februari en maart verklaarde Shell al deze ‘economische noodtoestand’ van kracht. Shell is goed voor ongeveer de helft van de twee miljoen vaten olie die Nigeria per dag produceert. Door de voortdurende aanslagen is de olieproductie van het land de afgelopen jaren met een kwart teruggelopen. Dit is mede de oorzaak van de hoge olieprijzen (een vat kost nu 122 dollar). Deze week liet MEND weten dat ze bereid is tot een staakt-het-vuren als de Nigeriaanse overheid de Amerikaanse oud-president Carter accepteert als bemiddelaar.
Calimero-houding
Of het nou om menselijke fouten gaat of om aanslagen, Shell erkent dat het wettelijk verplicht is de olielekkages op te ruimen. En daar laat het bedrijf volgens de milieubeweging steken vallen. Er zijn vervuilde plekken waar maanden niets is gebeurd. En als er een opruimploeg komt, wordt de olie slechts provisorisch opgeruimd. ‘Shell huurt onderaannemers in die er vaak een potje van maken,’ zegt Anne van Schaik van Milieudefensie. ‘In het dorp Oruma had zich olie in gaten in de grond verzameld. Op die manier wordt het grondwater verontreinigd. De baas van Shell Nigeria, Basil Omiyi, zei in een gesprek met ons dat de delta schoon is, maar dat is echt onzin.’ Shell laat weten dat het alleen met Nigeriaanse aannemers werkt, maar dat zij wel volgens de standaard van Shell moeten werken. Als dat niet gebeurt, volgen sancties, ‘mogelijk resulterend in het verbreken van de verbintenis’. Wereldwijd is dat afgelopen jaar veertig keer gebeurd, ‘waarvan een aantal keren in Nigeria’.
Door de aanslagen is het volgens Shell vaak niet mogelijk eropuit te trekken bij lekkages. ‘Wij ervaren dezelfde frustratie als andere belanghebbenden: dat de veiligheidssituatie de sanering van getroffen gebieden verhindert,’ aldus een woordvoerder. In 2006 werden 179 olielekken opgeruimd, vierenzeventig andere waren volgens Shell niet toegankelijk door het geweld. Ook komt het voor dat dorpelingen de oliebedrijven de toegang ontzeggen. Milieudefensie is in die gevallen kritisch tegenover de bewoners: ‘Wij vinden dat de schoonmaakploegen van de oliebedrijven altijd toegang moeten krijgen.’
In 2004 eiste het Nigeriaanse parlement dat Shell anderhalf miljard dollar betaalt aan het Ijaw-volk dat in de Nigerdelta woont, om gezondheidsproblemen, ‘economic hardship’ en ‘avoidable deaths’ die het gevolg zijn van de olielekken te compenseren. Shell was er niet van overtuigd dat er een causaal verband is tussen de milieuschade en gezondheidsproblemen en ging in beroep. De zaak loopt nog steeds.
Shell neemt in Nigeria een Calimero-houding aan, vindt Van Schaik. Hoezo kan het affakkelen niet worden gestopt omdat er geen geld is? En is het echt zo dat gelekte olie vaak niet kan worden opgeruimd vanwege de onveiligheid? Shell zou steviger met de vuist op tafel moeten slaan om er voor te zorgen dat er écht iets verandert in Nigeria: ‘Shell heeft een enorme invloed op de plaatselijke machthebbers. Of je blijft en je zorgt dat je op een écht schone manier kan werken, of je trekt je conclusies en stopt in Nigeria.’
De polariserende stijl van Van Schaik wijkt af van de manier waarop milieubewegingen de laatste tijd met Shell omgingen. Samenwerking was het parool, en het zoeken naar pragmatische oplossingen. In oktober werd een overeenkomst gesloten tussen de internationale koepel van natuurbeschermingsorganisaties IUCN en Shell op grond waarvan onder meer samen vergaderingen werden belegd. Maar deze week al verschenen de eerste barsten in deze postmoderne coalitie van actievoerders en grootkapitaal. De Nederlandse afdeling van de IUCN (Wereldnatuurfonds, Natuur en Milieu en Both Ends) wil niet meer meewerken aan de uitvoering van het akkoord. IUCN-onderzoekers durven niet langer de Nigerdelta in omdat ze te veel met Shell geassocieerd worden.
Shell zelf laat weten dat het vastbesloten is om in Nigeria te blijven. Het bedrijf voelt zich verantwoordelijk voor de duizenden werknemers en aannemers en blijven geeft de gelegenheid bij te dragen aan de verdere ontwikkeling van Nigeria: ‘We zijn onderdeel van het leven in Nigeria en ons succes wordt mede bepaald door vrede en welvaart in de delta.’
