Vrij Nederland Koel hoofd in een hete herfst
Interview klimaatdeskundige Arthur Petersen
Klimaatverandering door de mens is een keihard feit, roepen Gore en Clinton. Hoogste tijd voor actie. Intussen worstelen wetenschappers met schattingen over de precieze invloed van de mens en de grootte van de toekomstige temperatuurstijging. Arthur Petersen, expert in de rol van onzekerheid in klimaatwetenschap en -beleid: ‘Onzekerheden worden in de politiek natuurlijk altijd uitgebuit.’
Het KNMI heeft de kans dat de hete herfst van dit jaar is veroorzaakt door normale klimaatvariatie becijferd op een op tienduizend. Wil dit niet zeggen dat het nagenoeg zeker is dat het aan de mens ligt?
‘Nee. Het betekent dat als het klimaat helemaal niet zou veranderen, je maar eens in de tienduizend jaar zo’n hete herfst zou hebben. Wat je nu alleen kunt afleiden, is dat het warmer wordt, maar over de oorzaak – mens of natuurlijke verandering – zegt het niets.’
Bij de verklaring van de huidige klimaatverandering kunnen we zowel feitelijke gegevens als modellen gebruiken. Zijn we bij de voorspelling van de toekomstige opwarming en zeespiegelstijging volledig afhankelijk van modellen?
‘Absoluut. De vraag wat de kwaliteit is van die modellen komt dan nog pregnanter naar voren. Je kunt prima aan de knoppen draaien zodat je model de afgelopen honderdvijftig jaar goed reproduceert. Maar je moet onafhankelijke aanwijzingen hebben dat het dat doet om de goede redenen. Nog steeds geldt voor geen enkel klimaatmodel dat het theoretisch volledig onderbouwd is. Dat wil zeggen dat we nog niet voldoende inzicht hebben in alle relevante fysische processen. Van de essentiële rol van wolken snappen we bijvoorbeeld te weinig om ze goed in een model te kunnen stoppen.’
Het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) voorspelt dat de zeespiegel tot 2100 tussen negen en achtentachtig centimeter zal stijgen. Is Al Gore een paniekzaaier als hij een plaatje laat zien van een half ondergelopen Nederland?
‘Hij geeft aan dat er een mogelijkheid is dat Groenland smelt en de ijsmassa van West-Antarctica losbreekt. Als dat gebeurt, dan komen we op meters stijging uit. Wat Gore laat zien, zijn onwaarschijnlijke, maar wel mogelijke gebeurtenissen. Vooral op een langere tijdsschaal neemt de kans op enkele meters zeespiegelstijging toe. Zelfs als we de toename van broeikasgassen nu weten te stoppen, is het vrij zeker dat de afsmelting van Groenland de komende honderden jaren doorzet. Nederland zal zich denk ik wel aan weten te passen, over armere landen maak ik mij meer zorgen.’
Vormen de klimaatsceptici een klein clubje van dwarsliggers of is er een aanzienlijk deel van de wetenschappelijke gemeenschap dat serieuze vragen heeft over de precieze rol van de mens in de opwarming van de aarde?
‘Ik neig naar het laatste. Er is een groot deel dat kritisch naar de eigen wetenschap kijkt, vooral naar de kwaliteit van modellen. Maar wanneer label je iemand als scepticus? Eerst was het de vraag of de kooldioxideconcentratie wel stijgt. Toen of die door de mens oploopt. Nu of de aarde vooral opwarmt door de menselijke uitstoot van broeikasgassen. De scepticus evolueert mee met de onzekerheden die nog bestaan.’
Sceptici wijzen erop dat er gesleuteld is aan de formuleringen in het IPCC-rapport van 2001. Is er politieke invloed geweest op de conclusies?
‘Nee. In het eerste concept stond dat er een “onderscheidbare” menselijke invloed is op het klimaat. Dat werd in de tweede versie “substantieel”. Er was een land, ik mag niet zeggen welk, dat daar niet mee kon leven. Het zei: als we dat woord vertalen in onze taal, dan gaat daar te veel de suggestie van uit dat die menselijke invloed ook waargenomen is. Er blijkt te weinig uit dat het om een modelschatting gaat. Uit de onderhandelingen de volgende morgen tussen de hoofdauteurs en de landenvertegenwoordigers kwam verbazingwekkend genoeg een formulering die objectief gezien nog sterker is, namelijk dat “het grootste deel” van de waargenomen opwarming “waarschijnlijk” kan worden toegeschreven aan de mens. Niemand snapte waarom het betreffende land daarmee wél akkoord kon gaan. Misschien vonden ze een kansinschatting meer rieken naar een modelberekening. Maar we mogen niet vergeten dat deze verwoording is gefiatteerd door de wetenschappers. Mijns inziens terecht. Aanvankelijk was men juist te voorzichtig geweest.’
Brengt het IPCC de bestaande onzekerheden en wetenschappelijke onenigheid voldoende naar voren?
‘Ik vind dat het IPCC het als een hoofdtaak moet zien zijn statements naar buiten te brengen mét de onzekerheden erbij. Maar het IPCC zegt dat communicatie naar het publiek niet in zijn mandaat zit. De landen zelf zijn ervoor verantwoordelijk, en die doen het allemaal op hun eigen manier. In hun persberichten laten die het woord “waarschijnlijk” vaak weg.’
Is dat niet wijs, omdat er een spanningsveld is tussen onzekerheid en politieke daadkracht?
‘Bij ons op het Milieu- en Natuurplanbureau komt die discussie telkens op. Verlamt het beleid niet door informatie over onzekerheden? Willen politici niet gewoon één getal en zekerheid? Kijk naar de Verenigde Staten, waar de onzekerheden zijn gebruikt als argumentatie om het Kyoto-verdrag niet te ratificeren. Mijn stelling daartegen is dat de politiek altijd besluiten neemt op basis van onzekere gegevens. We zijn gewend dat te doen in de economische arena. We gebruiken de scenario’s van het CPB en we weten donders goed dat die onzeker zijn. Onzekerheden worden in de politiek natuurlijk altijd uitgebuit. Mensen die tegen klimaatbeleid zijn pakken uit de bandbreedte van de voorspellingen het onderste deel. De meer groen ingestelde lieden gaan juist bovenin zitten. Dat maakt politieke keuzen over de risico’s die je wilt lopen duidelijk. Mijn centrale punt is dat als je de wetenschappers dwingt de gegevens zekerder te presenteren dan ze zijn, je de verantwoordelijkheid verschuift van de politiek naar de experts. Dan kan de democratie falen.’
Arthur Petersen
Arthur Petersen (1970) is natuurkundige, luchtonderzoeker en filosoof. In 1999 promoveerde hij op de modelvorming van atmosferische processen. Vorige week werd hij opnieuw doctor, ditmaal in de filosofie. Deze graad verdiende Petersen met het proefschrift ‘Simulating Nature’ (Het Spinhuis, € 39,70) over de onzekerheden in computermodellen en hun rol in klimaatwetenschap en beleid.
Momenteel leidt Petersen het programma methodologie en modellering van het Milieu- en Natuurplanbureau. Ook is hij bestuurslid van Pugwash, een organisatie die tot doel heeft wetenschappers en publieke figuren bijeen te brengen om te zoeken naar oplossingen voor mondiale problemen.
IPCC
Het IPCC is een in 1988 door de Verenigde Naties ingesteld panel van wetenschappers dat zich over klimaatverandering buigt. Om de vijf, zes jaar brengen ze een overzichtsrapport uit waarin de balans wordt opgemaakt van alle wetenschappelijke kennis over de aard, oorzaken en gevolgen van klimaatverandering én de mogelijke oplossingen ervoor. Wetenschappers schrijven de conceptteksten, over de eindversie nemen regeringsdelegaties bij consensus besluiten. De politieke invloed is ingedamd door het vetorecht van de wetenschappelijke auteurs. In 2007 verschijnt het nieuwe syntheserapport, waar vol spanning naar wordt uitgezien.
Over Tomas Vanheste
Tomas Vanheste (1968) werkt sinds 2001 als freelancer en vanaf 2004 als vaste redacteur bij Vrij Nederland. Hij schrijft over kwesties op het gebied van wetenschap, milieu en ruimtelijke ordening en interviewt grote denkers.