VN MediagidsFilosofe Judith Butler: 'Ik snap niet dat de regering zo bang is'

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Wetenschap / filosofie 15.03.2008

Door Padu Boerstra

De Amerikaanse filosofe Judith Butler onderzoekt de grenzen van de vrijheid van meningsuiting. ‘Jullie minister-president had in zijn verklaring over de film van Wilders moeten zeggen dat hij de moslims in dit land, net als alle andere minderheden, zal beschermen tegen elke vorm van discriminatie.’

In de hal van het hotel staat een kleine vrouw. Ze geeft een slap handje en verontschuldigt zich onmiddellijk voor deze 'American handshake', maar dat komt: ze is niet helemaal lekker. 'Een soort buikgriep, vermoed ik,' zegt ze bleekjes. De Amerikaanse filosofe Judith Butler, hoogleraar retorica en literatuurwetenschap aan de University of California in Berkeley, is een paar dagen in Nederland voor lezingen en symposia. Utrecht en Groningen zitten er al op, de volgende dag zal ze in De Balie in Amsterdam spreken over vrijheid van meningsuiting, en over wat woorden tot daden kan maken. De avond is uitverkocht, mensen die geen kaartje meer konden bemachtigen, zullen in een andere zaal van De Balie de discussie via een scherm kunnen volgen.

Veel belangstelling dus voor de filosofe die Nederland en vooral Amsterdam goed kent. Zes jaar geleden bezette ze de Spinoza-leerstoel aan de Universiteit van Amsterdam en was ze hier een paar maanden om college te geven. In die periode werd Pim Fortuyn vermoord en die gebeurtenis, alsook de commotie in Nederland in de daaropvolgende maanden, maakten indruk. Terug in de Verenigde Staten bleef ze de ontwikkelingen in Nederland volgen.

'Het gaat veel over vrije meningsuiting in Nederland, maar het valt me op dat die vaak wordt ingezet om gevoeligheden van minderheden aan te pakken.' Ze haalt het voorbeeld aan van Ayaan Hirsi Ali, die het recht om te kwetsen als democratisch vereiste zag. En van Theo van Gogh, die gelovigen van alle gezindten beledigde onder de vlag van vrije meningsuiting. Zo creëer je een culturele oorlog, vindt Butler, tussen aanhangers van vrije meningsuiting enerzijds en gelovigen anderzijds. 'Het is triest dat Van Gogh vermoord is, en je moet te allen tijde zijn rechten verdedigen.' Maar, vraagt ze zich af, 'waarom zijn er mensen die de columns van Van Gogh als hoogtepunt van onze individuele vrijheid zien?'

Zorgelijk vindt ze het ook dat Ayaan Hirsi Ali zich in het Nederlandse debat opwierp als de stem die van binnenuit de islam bekritiseerde. 'Submission vond ik een slechte film, embarrassing. Hij zag eruit als een gladde Gucci-reclame, en dan die Amerikaanse stem die achter de sluier vandaan komt, bespottelijk. Er is zo veel belangrijk werk geschreven over de islam, er zijn praktijken, tradities, vrouwenbewegingen. Het is belachelijk om islamitische vrouwen te reduceren tot dit beeld van een onderdrukte en mishandelde vrouw op zoek naar vrijheid. Natuurlijk moeten we strijden tegen onderdrukking en geweld tegen vrouwen. Maar door net te doen of het een islamitisch probleem is, suggereer je dat het bij "ons" niet voorkomt, in onze zogenaamde moderne maatschappij. Maar natuurlijk komt het bij ons ook voor. Deze problemen reiken voorbij religie, ras en klasse.'

Ku Klux Klan
Judith Butler (1956) maakte begin jaren negentig naam met Gender Trouble, een boek over uitsluiting op grond van geslacht. Sinds Simone de Beauvoirs De tweede sekse heerste het idee dat gender de culturele invulling is van de biologische sekse. Butler ging een stap verder: kijkend naar de mensen die ze in de homoscene van San Francisco om zich heen zag, de drag queens, butches en dykes, de travestieten, kwam ze tot de conclusie dat gender niet bij een sekse hoort, maar telkens opnieuw tot stand komt. Gender is iets dat je kunt kiezen, concludeerden sommigen hieruit, alsof Butler gender voorstelde als een kledingstuk dat je kunt wisselen: vandaag man, morgen vrouw. Maar zo simpel lag het niet; haar boek ging veeleer over de uitsluitende normen die de maatschappij op grond van sekseverschillen oplegt. Niet iedereen kan zijn sekse-identiteit of zijn seksualiteit vrijelijk uiten in een maatschappij waarin traditionele man-vrouwpatronen en heteroseksualiteit de norm zijn. Zelf lesbienne, Joods en fervent voorvechter van homorechten, nam Butler het op voor minderheden als travestieten, transseksuelen en transgenderisten.

Hierna verbreedde ze haar focus van feminisme en 'sexual politics' naar politieke filosofie, ethiek, psychoanalyse en cultuur- en literatuurtheorie. Terugkerende factor in haar werk is altijd het opkomen voor minderheden.

Excitable Speech, dat vorig jaar in Nederlandse vertaling verscheen als Opgefokte taal, is een boek uit 1997 waarin ze Amerikaanse kwesties inzake vrijheid van meningsuiting aansnijdt. Hoewel je die kwesties niet zomaar kunt overzetten op de Nederlandse situatie - in de Verenigde Staten valt vrijheid van meningsuiting onder het First Amendment, dat voorrang heeft boven alle andere rechten - is het toch ook voor Nederland actueel. Butler analyseert in het boek stap voor stap wat er precies gebeurt wanneer discussies over vrijheid van meningsuiting versus hate speech gejuridiseerd worden. Wanneer wordt het verbieden van kwetsende uitingen censuur? Hoe bepaal je wat kwetsend is? En, misschien wel de crux van het boek: hoe kun je bepalen wanneer een taaluiting daadwerkelijk een kwetsing is, wanneer zijn woorden ook echt daden? Ze laat een taaltheoretische analyse los op een paar concrete, Amerikaanse voorbeelden. Het verbod door het Amerikaanse leger op het uit de kast komen van homoseksuelen in het leger omdat dat bedreigend zou zijn voor medesoldaten. Radicale feministen die probeerden tot een wettelijk verbod op pornografie te komen - geschokt was Butler daarover: feministen die censuur nastreefden! Stond feminisme niet voor vrijheid en gelijkheid?

Wat al deze kwesties met elkaar gemeen hebben, is dat er werkzaamheid aan woorden werd toegekend. Wanneer een uiting alleen een uiting is en geen handeling, kun je haar in de Verenigde Staten vanwege het absolutisme van de vrijheid van meningsuiting niet verbieden. Maar wanneer zijn woorden ook echt daden? Je had de rechtszaak tegen de Ku Klux Klan, die aangeklaagd werd voor het verbranden van kruizen voor het huis van een zwarte familie. Dat viel volgens de rechter onder de vrijheid van meningsuiting, terwijl, zegt Butler, zo'n dreigende menigte voor het huis van een zwarte familie toch overduidelijk meer is dan een expressie van een mening.

Taal is 'performatief', volgens Butler, dat wil zeggen dat taal meer is dan alleen een verwijzing naar de werkelijkheid. Taal kan zelf een handeling zijn. Dat is bijvoorbeeld het geval bij uitspraken als 'ik beloof je' (de belofte komt tot stand in het uitspreken ervan) of wanneer een rechter zegt: 'Ik veroordeel u' (de veroordeling ís de uitspraak).

Taal en beelden kunnen kwetsen, zeker. Maar je kunt niet zomaar stellen dat een gewelddadig beeld ook daadwerkelijk oproept tot geweld. Daarom is het volgens Butler nodig om telkens opnieuw vast te stellen wat we verstaan onder vrije meningsuiting.

Grotesk
Wat valt Butler op in de commotie rondom de film van Geert Wilders? 'Ik merk dat mensen zowel bang als opgewonden zijn over de aanstaande gebeurtenis. De film komt maar niet uit, ik heb zonet nog even gekeken op internet maar er is nog steeds niets te vinden. Wat ik ervan weet, is dat Wilders wil gaan laten zien dat de Koran een fascistisch boek is, en dat de islam gewelddadig is. Hoe kan hij zo onwetend zijn? Hij laat zien geen enkel begrip te hebben van de Koran, van Koraninterpretaties of van wat islamitische geleerden erover hebben geschreven.

Elke andere culturele uiting die iemand zou aanbieden voor uitzending op televisie, zou aan bepaalde kwaliteitseisen onderworpen worpen, namelijk: is het goed? Is het belangwekkend? Voegt het iets toe, kloppen de feiten, is het interessant? Maar deze film is gaan staan voor het principe van vrijheid van meningsuiting, en mensen raken in de war. Wilders vindt: de film moet vertoond worden, anders gaat dat in tegen de vrijheid van meningsuiting. Maar dat is een verkeerde interpretatie. Vrijheid van meningsuiting houdt niet in: alles wat je zegt is goed, of alles wat je zegt is het waard om naar te luisteren. Vrijheid van meningsuiting houdt in dat je debatteert. In dit geval: over wat waardevol is om op televisie te tonen, over wat waardevol is om publieke discussies over te voeren, zelfs over wat vrijheid van meningsuiting inhoudt.'

Butler pauzeert even. Weg is de bleekheid, vol vuur vervolgt ze haar betoog. 'Het lijkt erop dat Wilders vindt dat hij het recht heeft om zijn film te laten zien bij een omroep, zonder evaluatie of beoordeling vooraf. Maar niemand heeft dat recht.' Ze moet er een beetje om lachen. 'Stel je voor', denkt ze hardop, 'dat we allemaal het recht zouden hebben om onze eigen denkbeelden op televisie te mogen uiten, je moet er niet aan denken. Sommigen van ons hebben geluk en krijgen die kans, maar niemand heeft het absolute recht zijn film gedistribueerd te krijgen, of zelfs wat hij zegt in zijn film, geratificeerd te krijgen door de regering van Nederland. Als Wilders denkt dat hij dat recht heeft, is dat naar mijn mening grotesk.'

Bovendien geeft hij een heel absolutistische en individualistische invulling van vrijheid van meningsuiting. Maar vrijheid van meningsuiting is, net als vrijheid, nooit iets van een individu alleen, zegt Butler. Het komt tot stand in een sociale omgeving, een maatschappij. Iemand kan pas vrij zijn wanneer anderen dat ook zijn. 'We zijn allemaal afhankelijk van elkaar om vrij te kunnen zijn.'

Dus moet een regering zijn burgers beschermen tegen inbreuken op die vrijheid. Butler heeft zich erover verbaasd hoe weinig er vanuit de Nederlandse regering is gezegd over de kwestie rond de film van Wilders. 'Ik snap niet dat de regering zo bang is. Ze zou veel meer kunnen doen, en juist als ze bang is voor haar diplomatieke banden met andere landen, moet ze opstaan tegen discriminatie, zeggen dat Nederland het niet tolereert wanneer een deel van zijn bevolkingsgroep wordt aangevallen. Een regering moet opkomen voor haar minderheden, voor een toekomst van Nederland die hoe dan ook multicultureel zal zijn, met alle soorten religies. Jullie minister-president had in zijn verklaring moeten zeggen dat hij de moslims in dit land, net als alle andere minderheden, zal beschermen tegen elke vorm van discriminatie.'

Maar is het ook zinvol om in dit geval deze film te verbieden? 'Ach. De film hoeft niet gecensureerd te worden om je ertegen te verzetten. Hij kan zijn eigen leven gaan leiden op internet, zoals zoveel haatdragende filmpjes. Soms kun je een werk dat duidelijk geen begrip heeft van het onderwerp waar het over gaat, beter marginaliseren. Als hij getoond wordt, doe het dan in een context waarin dialoog mogelijk is, en kritiek. Maar voor alles moeten we er geen test van vrije meningsuiting van maken, terwijl het onderdeel is van een politieke poging om de integratie van de moslimgemeenschap in Nederland tegen te gaan.'

In dit soort gevallen, zegt Butler, wanneer er sprake is van kwetsende uitingen onder het mom van vrije meningsuiting, moet je goed uit elkaar halen wanneer iets een vrije uiting van ideeën is, en wanneer iets een handeling of gedragswijze is die aanzet tot geweld - in de naam van vrijheid. Alleen in het tweede geval kan de uiting een strafbaar feit zijn. 'En dan moet je nog de kwetsende of gewelddadige afbeelding onderscheiden van het geweld of de kwetsingen die er mogelijk uit voortvloeien. Vervolgens kun je gewoon kijken naar hoe er wordt omgegaan met andere racistische en antisemitische uitlatingen in Nederland. Vervang "islam" door "joods" in Wilders' uitspraken, zouden we dan dezelfde reactie hebben? Het zou beoordeeld moeten worden als elke andere vorm van discriminatie.'

Moslim-homokroegjes
Nederland is de afgelopen jaren veranderd, ziet Butler. 'Er is hier veel gebeurd, met de moorden op Pim Fortuyn en op Theo van Gogh. Mensen zijn in verwarring.' Ook in de homobeweging in Nederland bemerkt ze een zorgwekkende verandering. 'Ik zie mensen uit linkse kringen die bang zijn geworden voor moslims, het idee hebben dat de islam hun vrijheden zal afnemen.' En dat terwijl voor haar de emancipatiestrijd tegen homofobie en tegen ongelijkheid tussen mannen en vrouwen, de strijd voor seksuele vrijheden, altijd is samengegaan met de strijd tegen racisme. Het is voor Butler vanzelfsprekend om samen te strijden tegen elke vorm van discriminatie. 'Minderheden moeten samenwerken, allianties aangaan.'

Is dat niet een utopische gedachte? Een orthodoxe moslim zal niet snel homoseksualiteit accepteren. Ze stuift op: 'Kijk om je heen, de werkelijkheid is veel complexer! Er zijn toch een heleboel homo's in de Arabische wereld, er zijn moslim-homokroegjes in Berlijn. Als je samenwerking als een onmogelijkheid ziet, neem je het meest orthodoxe voorbeeld van een religieuze minderheid en het meest libertaire voorbeeld van de homogemeenschap, en dan stel je je voor dat die in conflict zijn. Maar je kunt best samenkomen als bondgenoten zonder het over alles eens te zijn. Je kunt je gezamenlijk tegen regeringsbeleid verzetten, terwijl je ook meningsverschillen hebt. Agree to disagree, dat is geen harmonie, geen utopie, het is strijd.'

Begin dit jaar verspreidde Boomerang een kaart met het beeld van Anne Frank met een palestijnensjaal om. Het CIDI, Centrum Informatie en Documentatie Israël, protesteerde hevig tegen verspreiding van de kaart omdat het symbool van de holocaust verbonden werd met het symbool van de Palestijnse strijd tegen de Israëliërs. Waarop de makers van de kaart, die overigens een vredelievend beeld voor ogen hadden, zich beriepen op de vrijheid van meningsuiting. Wat vindt Butler van deze kwestie? Ze tuurt aandachtig naar de kaart. 'Ik zie geen controverse,' zegt ze voorzichtig. 'Ik ben zelf nakomeling van slachtoffers van de holocaust, mijn grootouders zijn omgekomen in het concentratiekamp, antisemitisme is iets waar ik erg waakzaam voor ben. Maar dit vind ik een mooi beeld, niet provocerend. Een goed voorbeeld ook van een alliantie. Eigenlijk is het zelfs al realiteit: er zijn veel Israëlische vrouwen die solidair zijn met de Palestijnen, die protesteren tegen de Gazastrook.' Ze kijkt nog wat langer naar de kaart, zegt dan verheugd: 'Kijk! Ze is blij. Anne is een ally, een bondgenoot.'