Vrij Nederland Wacht even!

Illustratie: Claudie de Cleen Illustratie: Claudie de Cleen

Wacht even!

Moderne ongemakken Afl. 13: nooit meer wachten

Door Ava Mees List

Moderne ongemakken Afl. 13: nooit meer wachten

Door Ava Mees List

Dankzij de smartphone is er altijd iets 
te doen tijdens het wachten. Een pleidooi voor het staren naar de lucht.

Van achter de bar kun je ze bij bosjes gadeslaan: wachtende mensen. In afwachting van hun gezelschap of gedurende het toiletbezoek van de ander wordt aanstonds de iPhone uit de zak getoverd, als die niet al geduldig op de tafel klaar lag voor momenten als deze. Swipe! Op de vraag of ze nog iets te drinken blieven, moet je als barvrouw geduld hebben, want voordat ze opkijken van het scherm verstrijken de seconden. Vervolgens word je met lege blik aangekeken. ‘Nee dank je, ik wacht nog even.’ Zo veel is duidelijk. Maar echt wachten is het niet. Laten we wel wezen: vrijwel niemand berust nog eenvoudig in het licht verveelde lot van de wachtende.

Wachten an sich is geen modern ongerief. Voordat er zaktelefoons waren, hadden we een boek in onze tas, of een tijdschrift. Wie weet leest u dit artikel wel terwijl u in de wachtkamer van de dierenarts zit en de poes zachtjes jammerend miauwt in haar kooi. Maar dat de mobiele telefoon onze wachttijd heeft veranderd, zowel kwalitatief (lekker sms’en tot je aan de beurt bent in het postkantoor) als kwantitatief (‘Ik ben vijf minuten later!’) moge duidelijk zijn. U hoeft maar om u heen te kijken in de trein. Misschien staart er één iemand naar het monotone gezwiep van de elektriciteitsdraden die parallel aan het spoor lopen, of naar de voorbij denderende weilanden, maar de meesten kijken naar hun telefoon. Zelfs de Metro’s liggen achteloos weggeworpen in een verdomhoek van de coupé. Het vluchtige gedrukte woord is vervangen door de app van nu.nl. Net zo nietszeggend als het krantje, maar wel elke minuut up-to-date.

In een tijdperk waarin alles sneller verloopt, wordt ‘wachten’ steeds moeilijker. Wachtende, niksende, verveeld rokende mensen zijn nagenoeg verdwenen uit het straatbeeld. Omdat we vrijwel nooit meer écht ergens op hoeven te wachten, zijn we bijna vergeten hoe het moet.
Tijdens het wachten voelen we ons bovendien sneller in de maling genomen. De man die voordringt bij de apotheek, de kassarij naast ons in de Albert Heijn die veel sneller gaat, de caissière die in plaats van hersenloos door te bliepen even de tijd neemt om twee kindjes uitleg te geven over voetbalplaatjes; het zijn minieme minuten van onze tijd die niet in verhouding staan tot de frustratie die in ons opborrelt. ‘Wat een onrecht wordt mij aangedaan! Waarom schieten die mensen niet een beetje op! Alsof ik niets beters te doen heb!’ Pas wanneer we hebben afgerekend en met een volle boodschappentas naar buiten stappen, hebben we het gevoel onze tijd weer zelf in de hand te hebben. Objectieve wachttijd in de rij: twee minuten. Subjectieve wachttijd: een mensenleven. De NS had het u ook kunnen vertellen: het is voor het humeur van de klant van groter belang de beleving van het wachten te verzachten dan de daadwerkelijke wachttijd te verkorten.

Illustratie: Claudie de Cleen Illustratie: Claudie de Cleen

Verlosser
Dus gaan we, in plaats van de dag te verwerken, driftig op zoek naar manieren om de wachttijd vol te stouwen met mobiele communicatie. We willen te allen tijde vermaakt worden. De techniek staat paraat om hierbij te helpen. Facebook, spelletjes, chats: online is altijd wat te beleven. En degene die een slaatje uit zijn wachttijd wil slaan, kan zich aanmelden bij een bedrijf dat Valuewait heet. Terwijl u wacht, kunt u snel een vragenlijstje invullen ten behoeve van grote bedrijven. In ruil hiervoor krijgt u spaarpunten om producten te ‘winnen’. Het is alsof u eigenhandig reclameblokken invoert in uw leven.

We nemen de door het wachten gegeven ogenblikken van rust niet meer, waardoor we langzamerhand weg raken van de alledaagse dingen die zich om ons heen afspelen. Hoe kunnen we weer leren wachten, hoe wrikken we dat mobiele apparaat uit onze behoeftige handen? Hoe overtuigen we ons ervan dat datgene wat om ons heen gebeurt interessanter is dan het wel en wee van een digitale club veredelde kennissen? Hoe komen we van de aandrang af om luidruchtig bellend aan de buitenwereld te tonen dat we echt niet eenzaam en alleen zijn, maar in contact met anderen?

Toen ik als groen antropologiestudentje voor het eerst in de collegebanken zat, vertelde onze professor methoden en technieken hoe we ergernis over onze omgeving konden omzetten in iets deugdzaams. ‘De volgende keer als je in de bus zit en je buurvrouw begint luidruchtig te bellen, zet dan niet zuchtend je walkman aan,’ sprak ze ons toe. ‘Ga haar juist afluisteren. Maak er een spel van, en probeer zo veel mogelijk over haar leven af te leiden uit de persoonlijke verhalen die ze niet alleen haar gesprekspartner, maar de hele bus toevertrouwt. Observeer altijd je omgeving. Wachten wordt er niet alleen leuker van, je leert ook nog wat over je medemens en hoe de samenleving in elkaar steekt.’

Een vergeten moment
Wat gebeurt er met mensen wanneer ze, zelfs midden op een druk kruispunt, hun gedachten en de hectiek om zich heen wel weten los te laten? De documentaire In een vergeten moment (2009) toont twintig minuten lang wachtende mensen. Van grote afstand filmde maker Menno Otten een jaar lang reizigers op een tramhalte op het moment dat hun blik verstart. Als in een trance staren ze naar het niets. Pas als de tram arriveert, komen ze terug in de werkelijkheid, maar heel even waren ze tot stilstand gekomen.

De tien minuten waarin u eens een keer niets hoeft, zijn eigenlijk mooi meegenomen

‘Het zou nu een stuk moeilijker zijn om deze film te maken,’ aldus Otten. ‘Drie jaar lijkt nog niet zo lang geleden, maar de smartphones waren toen nog niet zo alomtegenwoordig als nu. En zelfs toen was het al zoeken naar mensen die niet lazen, sms’ten of kauwgum kauwden. Met al die iPhones van nu was het echt een onmogelijke opgave geweest.’ Het moment dat de documentaire ‘vergeten’ noemt, geeft mensen de ruimte om even diep adem te halen en niet met iets bezig te zijn.

Wachttijd, het gestolen moment van de dag, leent zich er bij uitstek voor om ons even te bezinnen. Mindfulness heet dat tegenwoordig. Achtzaamheid. Leven in het nu. Uit je doppen kijken, zei opa. Mediteren, zei Boeddha. Het woord ‘wachten’ impliceert dat er iets in de toekomst te gebeuren staat, maar nu nog even niet. De tien minuten waarin u eens een keer niets hoeft, zijn eigenlijk mooi meegenomen. Een zegening, een rustpunt. Een ogenblik de tijd om naar voorbijgangers te kijken. Om aan uw geliefden te denken (zonder dat u direct contact met ze zoekt). Om te observeren dat u uw nagels schoon moet maken. Om samen te vatten waar u het die middag nou eigenlijk zo moeilijk mee had. Om de geur van de lindebloesem te ruiken die in bloei staat, en om te ontdekken dat er tientallen hommels omheen zoemen. Om het monotone gezwiep van de elektriciteitsdraden uit het raam van de intercity te volgen zonder de tel bij te houden.

Het punt is dat wachten niet gericht hoeft te zijn op de verlossing. Godot komt toch nooit opdagen. Wachttijd is iets wat in uw voordeel kan werken. In plaats van in de rij met zijn allen te klepzeiken over hoe langzaam alles verloopt, kunt u ook bedenken dat het toch niet sneller gaat dan het gaat en een gebbetje met uw lotgenoten maken. Mits u natuurlijk niet wordt omringd door twaalf paar vierkante ogen die naar een scherm in hun handpalm staren.

Gisteren fietste ik over straat op weg naar mijn werk. De wind stak op en plotseling braken de wolken open. Ik had kunnen weten dat het zou gaan gieten, maar de warme buitenlucht had me in de maling genomen en ik was toch zonder jas naar buiten gegaan. Samen met een half dozijn andere fietsers haastte ik me naar de dichtstbijzijnde onderdoorgang. Terwijl de druppels met harde slagen op het asfalt kletterden en de auto’s stug door sjeesden, stonden wij allemaal stil. Met de fiets tussen de benen, leunend op het stuur, keken we omhoog. Tijd was niet meer belangrijk, want te laat kwamen we nu toch al. Niemand pakte zijn telefoon om te bellen dat hij later kwam, of om een snel potje Scrabble te spelen. Zelfs de enorme klok aan de overkant werd genegeerd. In gedachten verzonken keken we naar de wolken en wachtten geduldig tot de bui zou overwaaien. In die afgrijselijk lelijke straat lukte het om onze handen uit de zakken te houden, naar de wolken te kijken, en gewoon even te wachten.

Illustratie: Claudie de Cleen Illustratie: Claudie de Cleen

14-08-2012