VN MediagidsSemra Çelebi: Verder zonder hoofddoek
Samenleving / integratie 06.11.2010
Juriste Semra Çelebi besloot haar hoofddoek af te doen. ‘Ik wil via mezelf de positie van de moslimvrouw ter discussie stellen.’
Vijf jaar geleden ontmoette ik haar. Ze stond in de hal van het stadhuis in Amersfoort na afloop van een debat over de islam. Wat haar betreft had de discussie wel wat feller gemogen. De autochtonen in de zaal hadden geopperd om gezellige, gemengde kookclubjes te organiseren, terwijl Semra het juist wilde hebben over de angst die ze overal bespeurde. Semra viel op: ze was gekleed in een wijde lange rok, om haar hoofd een kingsize lichtroze hoofddoek. Een hippe, eigengereide moslima die heftig gesticulerend vertelde wat ze op haar hart had.
Aan het eind van de avond nam ze de bus naar haar woonplaats Barneveld, waar ze was geboren en getogen. Semra Çelebi, toen vierentwintig, kwam uit een gezin met vier kinderen, twee jongens en twee meisjes. Haar vader had na zijn komst uit Turkije als vrachtwagenchauffeur gewerkt en haar moeder was huisvrouw. Een hecht gezin waarbinnen de islam een grote rol speelde; haar vader was jarenlang voorzitter van de Barneveldse moskee. Hij was actief binnen Milli Görüs, een conservatieve stroming die in de jaren negentig ook in Nederland steeds meer aanhang kreeg.
Semra was een trotse, gelovige moslima die vijf keer per dag bad en zich thuis voelde bij mensen met dezelfde achtergrond als zijzelf. Haar ouders waren er trots op dat ze zo goed kon leren. Daarom mocht ze na de middelbare school rechten gaan studeren. Zolang ze zich maar hield aan de door Allah voorgeschreven regels.
In de jaren die volgden, kwamen we elkaar regelmatig tegen bij debatten of bijeenkomsten. Ze kon woedend worden over de vooringenomenheid tegen moslims, maar tegelijkertijd vond ze dat haar geloofsgenoten ook wel wat meer buiten hun eigen kleine kringetje moesten kijken.
'We wonen toch hier? Bovendien krijg je anders nooit een goeie baan.'
Nieuwe identiteit
Twee jaar geleden kwam er tijdens een bijeenkomst in het Amsterdamse hotel The Grand een jonge vrouw naar me toe. 'Herken je me niet?' vroeg ze stralend. Ze was beeldschoon: lang glanzend haar, een minirokje met daarop een korte zijdeachtige blouse.
'Ik ben het,' zei ze, toen ik haar vragend aankeek. 'Semra.'
Ze woonde niet meer in Barneveld maar in Amsterdam-Zuid, vertelde ze. Haar hoofddoek was al een tijdje af. Alleen als ze in het weekend naar huis ging, deed ze haar oude, wijde kleren aan en verstopte ze haar haar onder haar hoofddoek.
Nu, weer een paar jaar later, wil ze haar verhaal vertellen. In de hoop dat vrouwen met een soortgelijke geschiedenis naar voren zullen komen. Ook al staat ze volkomen achter haar nieuwe 'identiteit', het valt haar soms nog zwaar. Ze koos voor zichzelf maar deed haar ouders - van wie ze zielsveel houdt - pijn. En dat maakt eenzaam. Ze was blij met het verhaal van Femke Halsema die onlangs in de Volkskrant links opriep tot een kritische blik op de islam. Vrouwen moesten te allen tijde hun eigen keuze kunnen maken, schreef Halsema. En Semra las gretig mijn boek Sofia over een Marokkaanse vrouw die door haar familie wordt verstoten als ze voor een Nederlandse man kiest. Toch, zegt ze, werken zulke verhalen nog beter als ze door een Marokkaanse of Turkse zélf worden verteld en niet door een Nederlandse journaliste.
Dat de PVV nu zo invloedrijk is, stemt haar treurig maar maakt haar ook strijdbaar. 'Ik ben teleurgesteld in al die Nederlanders die op die partij hebben gestemd. Links moet er alles aan doen om het debat van rechts af te pakken, daar ben ik zelf ook verantwoordelijk voor. Daarom ben ik bereid me kwetsbaar op te stellen en de positie van de moslimvrouw via mezelf ter discussie te stellen. Als iedereen die zich betrokken voelt bij wat er nu gebeurt zijn of haar mond open doet, kunnen we het tij misschien keren.'
Altijd maat large
We spreken bij haar thuis af, een zolderkamer in Amsterdam-Zuid met mooie bruine balken en uitzicht over het Vondelpark. Aan de muur foto's van haar familie, haar ouders toen ze jong waren, haar grootouders in Turkije. Semra is inmiddels afgestudeerd juriste en werkt als bestuursadviseur bij de gemeente Amsterdam. Ze heeft een Turkse vriend bij wie ze zich buitengewoon prettig voelt en die nog bij zijn ouders in Ede woont. Binnenkort zal haar moeder aan haar vader vertellen dat zijn oudste dochter volgend jaar zal gaan trouwen. Voor meneer Çelebi zal die aankondiging als een opluchting komen. De afgelopen jaren hield hij zijn hart vast, Semra die in haar eentje in Amsterdam zat, was dat wel een goed idee?
'Ik had het thuis erg naar mijn zin,' vertelt Semra. 'Ik had lieve ouders en dat ik vroeg thuis moest zijn of dat mijn moeder belde waar ik bleef, nam ik voor lief.' Semra was als jong meisje het liefst naar de islamitische school gegaan, maar die ging pas open toen zij naar de middelbare school ging. Ze was jaloers op haar jongere zusje, die wel naar de Bilalschool kon.
Haar ouders wilden dat de dochters doorleerden en Semra ging naar het vwo op een christelijk lyceum. 'Ik was daar de enige Turk en dat heeft me gevormd. Ik moest voortdurend uitleggen hoe het er in de islam aan toeging. Mijn hoofddoek droeg ik al vanaf groep zeven, dat wilde mijn vader graag. Ik dacht er niet bij na, ik deed het gewoon. Ik was en ik ben een vaderskindje. Ik ging ook graag naar koranles, daar zag ik de andere Barneveldse Turkse meisjes en jongens. Zij waren net als ik, dat was prettig. In het begin droeg ik wijde rokken en hesjes, altijd maat large, pas later kwam ik erachter dat ik eigenlijk small heb. Mijn zusje was tegendraadser: zij wilde haar hoofddoek al op haar zestiende afdoen. Ik vond dat shocking. "Doe maar," zei mijn vader tegen haar. "Maar dan ga je vanaf morgen niet meer naar school." Toen deed ze haar hoofddoek weer om.'
Debatten
Als haar klasgenootjes naar Amsterdam gingen, mocht Semra niet mee. 'Mijn vader had liever niet dat ik met Nederlandse meisjes omging omdat zij een andere cultuur en religie hadden.' Haar klasgenoten probeerden rekening met haar te houden, ze hielden hun feestjes overdag zodat Semra erbij kon zijn, maar haar vader gaf ook dan niet altijd toestemming.
'Ik ging met hem mee naar events van Milli Görüs, in Duitsland kregen die hele stadions vol, dat gaf me zo'n energy boost. Ik hield van de oemma-gedachte (de wereldwijde islamitische gemeenschap, MK). We waren met zijn allen, we konden ons onderscheiden.'
- 'Ik vond het zo apart dat Ed van Thijn thee voor me ging zetten. Ík hoor dat te doen.'
In die tijd, zo'n negen jaar geleden, werd Haci Karacaer een belangrijk boegbeeld van Milli Görüs. Karacaer riep op televisie en in kranten dat de Turkse meiden beter moesten worden opgeleid, en om zijn stelling kracht bij te zetten, schoof hij Semra te pas en te onpas naar voren. 'Ik deed aan veel debatten mee na 9/11 en na de moord op Van Gogh en juist omdat ik een hoofddoek droeg, kreeg ik altijd het woord.' Haar boodschap was fel: niet alle moslims moesten worden aangekeken op die vreselijke gebeurtenis. Ze was woedend toen de moskee in Barneveld na het instorten van de Twin Towers met leuzen werd volgeklad.
Semra was voortdurend in touw, ze voerde gesprekken in de ambtswoning toen Job Cohen burgemeester van Amsterdam was, ze ontmoette prinses Máxima en tegelijkertijd was ze actief in de vrouwenafdeling van Milli Görüs en putte steun uit de omgang met gelijkgestemden: 'Dat was een fijne tijd.' Omdat ze overal het hoogste woord had, werd ze vaak benaderd door Nederlandse bedrijven. Om stage te lopen, om eens een keer te komen praten. Zo kwam ze bij Twynstra Gudde. Het advocatenkantoor NautaDutilh stuurde haar een maand naar New York. En ze mocht van de Universiteit Utrecht vijf maanden naar de universiteit in het Engelse Sheffield. Aanvankelijk zei haar vader dat een reisje naar het buitenland niet kon, maar toen bleek dat de dochter van de imam ook in Engeland had gestudeerd, kon hij niet langer weigeren. Semra voerde ook aan dat ze voor moest blijven op de Nederlandse studenten: 'Op die manier zou ik gemakkelijker een baan krijgen.'
Hoofddoek in de Sugar Factory
Haar moslimidentiteit werd haar handelsmerk. Ze wond zich in het openbaar op over onrecht, maar na afloop van weer een vurig debat was ze blij als ze terugkon naar het veilige en beschermde Barneveld.
Tot Haci Karacaer haar op een dag in 2005 vroeg of ze zich niet wilde aanmelden bij Humanity in Action, een internationale op mensenrechten gerichte organisatie die veelbelovende studenten een fellowship aanbiedt. Omdat ze het aanmeldingsformulier niet durfde in te vullen - 'Ik dacht: dat is alleen voor high potentials, bovendien vinden mijn ouders dat toch nooit goed' - sleepte Haci Karacaer haar mee naar Ed van Thijn, toen voorzitter van de Nederlandse afdeling. Van Thijn deed thuis zelf de deur open, en dat niet alleen. 'Ik vond het zo apart dat hij thee voor me ging zetten. Een oudere meneer die thee voor mij maakt, ík hoor dat te doen, uit respect omdat ik jonger ben. Hij zag in mij de verbinder, een ambassadeur en hij heeft me geholpen bij mijn aanmelding. Toen ik op gesprek ging bij Humanity in Action moest ik in het Engels vertellen wat ik van Ayaan Hirsi Ali vond en hoe ik over Rita Verdonk dacht, dat was pittig. Het was duidelijk dat zij geïnteresseerd in me waren omdat ik een moslima was, ik moest de brug slaan tussen moslims en niet-moslims.'
Haar fellowship begon die zomer met een workshop van vijf dagen in Kopenhagen: 'Het was overweldigend, ik stond in de spotlights, het ging voortdurend over radicalisering en terrorisme. Omdat alles met de islam te maken had, kreeg ik het gevoel dat het steeds over mij ging. Ook omdat ik de microfoon voortdurend onder mijn neus kreeg gedrukt. Ik belde mijn moeder: "Hoi ma, zo raar, die mensen praten nu al drie dagen lang over moslims." Het stoorde me niet echt omdat iedereen aardig en slim was, we konden van elkaar leren.'
Het programma van Humanity in Action werd vervolgd in Amsterdam. Haar vader had een kamer in Osdorp geregeld, in dat huis zaten nog wat meisjes uit Turkije die daar niet konden studeren omdat ze een hoofddoek droegen. Maar Semra kreeg het er benauwd. 'Ik hield het daar een paar dagen uit, toen ben ik bij een gastgezin ingetrokken. In Amsterdam-Zuid, ik was daar de enige met hoofddoek, echt een bezienswaardigheid.' Semra ging voor het eerst stappen: 'Stond ik daar met mijn hoofddoek in de Sugar Factory, een hippe uitgaanstent. Ik werd niet alleen aangestaard, maar de mannen probeerden ook een plukje haar te zien. Als ze aan mijn hoofddoek zaten, vond ik dat vervelend.'
Deur op slot
Semra ziet haar tijd bij Humanity in Action als het keerpunt in haar leven. Ze raakte door al haar gesprekken met uiteenlopende mensen steeds minder zeker van haar eigen gelijk en besefte dat de regels die ze zichzelf oplegde niet voor anderen hoefden te gelden. Van Rebecca Gomperts, directeur van Women on Waves, leerde ze genuanceerder denken over abortus. 'Ik wist dat het gebeurde en dat moslimvrouwen zich daar heel schuldig over voelen. Waarom zou ik ze dan veroordelen?'
Toen de organisatie haar een stageplaats van zes maanden bij het Europees Parlement aanbood, greep ze die kans met beide handen aan. In het gigantische parlementsgebouw was ze opnieuw de enige met hoofddoek.
'Na Brussel ging ik weer thuis wonen. Maar ik was inmiddels zesentwintig en ineens werd het me te veel. Mijn ouders vroegen nog steeds hoe laat ik thuis zou komen en als ik tien uur zei, vonden ze dat te laat.' Ze herinnert zich die keer dat ze om één uur 's nachts na een theatervoorstelling haar fiets in de schuur zette en op de deur klopte. Haar vader verkeerde in de veronderstelling dat ze boven lag te slapen en had de deur op slot gedaan. 'Mijn vader was verontwaardigd, hij vroeg hoe ik zo laat thuis durfde te komen. "Ik kan er ook niets aan doen dat we in zo'n stom afgelegen dorp wonen," schreeuwde ik.' Haar vader zweeg.
Nogal gewoontjes
In Brussel was Semra gaan piekeren. Wilde ze die hoofddoek nog wel dragen? En zo ja: waarom? Was het haar eigen keuze? Deed ze het omdat haar ouders dat wilden? Hoe religieus was ze eigenlijk nog?
Af en toe deed ze hem af om te zien hoe er op haar werd gereageerd. Ze kreeg minder aandacht, merkte ze, ze was in haar spijkerbroek met haar haar in een paardenstaart ineens nogal gewoontjes.
- 'Eindelijk anoniem. Daarvoor was ik altijd dat ene meisje met die hoofddoek'
Ze las boeken van verlichte moslima's als Fatima Mernissi, voorvechtster van gelijkberechtiging. En Vrouwen van de profeet van Nahed Selim. Haar conclusie was dat er geen reden was om haar hoofddoek nog langer te dragen. Maar wat dan? Moest ze dan bij haar ouders weg?
Gelukkig kreeg ze na Brussel nóg een stage in Amsterdam. Dit keer zei ze haar ouders dat ze in het weekend thuis zou komen maar dat ze doordeweeks in Amsterdam bleef. En dan ging haar hoofddoek af.
'Ik voelde me bevrijd: eindelijk was ik gewoon Semra, ik was anoniem. Daarvoor was ik altijd dat ene meisje met die hoofddoek die zo goed Nederlands praat. Mensen zagen nu niet eens dat ik Turkse was, heel raar.'
Het was alsof het traditionele geloof langzaam uit haar wegebde. 'Mijn ouders wisten van niets. Ik droomde vaak dat ik mijn vader op straat tegenkwam terwijl ik geen hoofddoek droeg. Op een dag vertelde ik mijn moeder dat ik geen hoofddoek meer wilde dragen. Dat ik erover had nagedacht, boeken had gelezen. Ze huilde. Ik was heel stellig en zei dat ik het ook aan pappa zou vertellen. "Dat doe ik wel," zei ze. Mijn vader reageerde via mijn moeder. Hij liet weten dat hij me niet meer wilde zien.'
Minder bedekkend
Een paar dagen later werd Semra thuis op het matje geroepen; haar vader wilde haar toch zelf spreken. Bij de herinnering aan dat gesprek krimpt ze in elkaar. 'Hij was in de moskee toen ik me op de afgesproken tijd meldde, maar eenmaal thuis heeft hij drie kwartier staan tieren. "Hoe durf je," zei hij. "Natuurlijk moet een hoofddoek wel van de islam." En: "Wat zal de buurt zeggen, jij was altijd een voorbeeld! Nu zal je zus hem ook afdoen." Ik maakte hem te schande. Hij haalde de president van Turkije erbij die zijn dochters naar Amerika had gestuurd omdat ze in Turkije geen hoofddoek mochten dragen. "En jij leeft in een vrij land," riep hij vol onbegrip, "en je doet hem af!"' Haar vader besloot dat Amsterdam zijn dochter vergiftigd had - voortaan moest ze weer in Barneveld komen wonen.
Het werden dramatische dagen voor haar ouders, want Semra kwam niet terug. 'Dat mijn vader zo boos was, maakte me angstig, hij was zó teleurgesteld.' Ze zocht steun bij haar oom en diens Nederlandse vrouw. Ze zeiden dat ze haar ouders tijd moest geven. '"If it does not kill me it will make me stronger," zei ik tegen mijn beste vriend.'
Om haar ouders tegemoet te komen, besloot ze haar hoofddoek in Barneveld voorlopig om te doen. Door hem steeds minder bedekkend te dragen, probeerde ze haar ouders langzaam aan een nieuwe Semra te laten wennen. Wat haar verdrietig maakt, is dat haar vader zichzelf nog steeds verantwoordelijk houdt voor de stap die zijn dochter heeft gezet. Hij is ervan overtuigd dat dit niet was gebeurd als hij een betere moslim was geweest.
Semra geniet inmiddels van haar vrijheid, al wreekt haar schuldgevoel zich soms. Af en toe heeft ze last van paniekaanvallen, dan durft ze niet te vliegen of met de trein. Het hoort erbij, zei haar psycholoog. Je zo van thuis losmaken, dat kost enorme kracht. Ze denkt nog veel na over haar geloof. 'Ben ik nog steeds moslim of presenteer ik me zo of wil ik mijn mond opentrekken nu we zo verguisd worden?'
Laatst nog tijdens een bijeenkomst bij ABN Amro kreeg ze het aan de stok met Gerrit Zalm over het regeerakkoord. 'Hoogopgeleide young professionals met dezelfde achtergrond als ik, denken met de PVV in deze rol: wat doe ik nog in dit land,' riep Semra.
'Tja,' antwoordde Zalm. 'Het is nu eenmaal zo.'
'Ik had op zijn minst verwacht dat hij toenadering zou zoeken door in elk geval het probleem te erkennen. Maar toen ik riep dat hij toch wel íéts over Wilders kon zeggen, schudde hij alleen zijn hoofd.'
De komende tijd zijn vrouwen zoals zijzelf aan zet, daar is Semra van overtuigd. 'Het is heel eng om voor jezelf te kiezen, maar als je met meer bent, geeft dat kracht.'
Semra Çelebi heeft een ‘coming out’-Facebook-group: I took off my hijab
