Sander Terphuis. Foto: Maarten Kools Sander Terphuis. Foto: Maarten Kools

Interview

Sander Terphuis, rebel uit Iran

2 januari 2014
Leestijd:

Eigenhandig keerde Sander Terphuis het harde vreemdelingenbeleid van de PvdA. De partij kan niet meer om de voormalig worstelaar heen.

‘Ik mag dan heel weinig zien, met mijn intuïtie is niets mis. Dus als hier links een tramlijn loopt, sla dan zo meteen maar rechtsaf.’

We rijden met de auto door donker Den Haag en al is hij vrijwel blind, Sander Terphuis (41) wijst feilloos de weg naar zijn favoriete Perzische restaurant. Geen probleem, hij heeft zich door zijn gebrekkige zicht nooit laten hinderen. Niet bij het worstelen, de sport waarin hij Iraans kampioen werd. Niet bij zijn vlucht naar het Westen, op zijn achttiende. Niet toen hij in een paar maanden tijd Nederlands leerde, of toen hij tegelijk rechten en filosofie studeerde. En ook niet toen bleek dat zijn partij, de PvdA, zo graag wilde meeregeren dat principes zonder veel omhaal overboord werden gezet. Het afgelopen halfjaar spraken we af en toe over de voortgang van zijn missie: een humaner vreemdelingenbeleid, ondanks VVD-staatssecretaris Fred Teeven. En over zijn eigen geschiedenis, die daar veel mee te maken heeft. Dat we ter afsluiting van dit voor Terphuis veelbewogen jaar Perzisch gaan eten, is omdat hij dat gewoon ontzettend lekker vindt. Met heimwee naar zijn vaderland heeft het niets te maken, benadrukt hij. ‘Ik ben inmiddels meer Nederlander dan Iraniër.’ Zijn Farsi is roestig geworden, zijn Iraanse vrienden lachen hem soms uit. ‘Ze vinden dat ik mijn moerstaal belabberd spreek, doorspekt met Nederlandse woorden.’

Kwajongen

Eerste Kerstdag, Friesland, drieëntwintig jaar geleden. Worstelaar Ahmad Qeleich Khany logeerde in een crisisopvanghuis te Bergum, gemeente Tietjerksteradeel. Waar was hij in hemelsnaam terechtgekomen? Hij maakte deel uit van het Iraanse sportteam dat in Assen zou deelnemen aan de Wereldspelen voor gehandicapten. Al lang van tevoren had hij bedacht dat sport een ontsnappingsroute kon zijn naar de vrije wereld. Na zijn vlucht uit het trainingskamp in Assen en een tussenstop in een asielzoekerscentrum was hij, om zich aan het alziende oog van de ayatollahs te onttrekken, ondergedoken in dit huis voor crisisopvang. ‘Het was een bijzonder gezelschap, daar in Bergum,’ zegt Sjoukje, die die dag als stagiaire hielp met het voorbereiden van het kerstdiner. ‘Van demente bejaarden tot drugsverslaafden en alcoholisten. Mishandelde moeders met jonge kinderen, hun ex-mannen kwamen ’s nachts spoken en gooiden stenen door de ruiten. En dan de zeer slechtziende Iraanse Ahmad.’ Het leek haar trouwens wel een leuke jongen. ‘Een beetje rebels was hij, een kwajongen, dat trok me aan.’

Die eerste kerstdag hadden ze voor het eerst echt contact. ‘Ahmad hielp tafels en stoelen sjouwen voor het kerstdiner. Hij leerde mij ondertussen een paar woorden Farsi en ik leerde hem wat Nederlands. Hij was kort geleden gevlucht en best eenzaam, maar hij maakte totaal geen sombere indruk. Integendeel, hij was juist vrolijk en optimistisch, sprankelend. Toen de avond was afgelopen pakte ik de fiets om naar huis te gaan, ik woonde nog bij mijn ouders in het naburige dorp Oostermeer. Ahmad scharrelde buiten wat rond en ik vroeg: wil je meerijden naar het dorp? Spring maar achterop!’

Motie 41

De media houden van Sander Terphuis en dat is wederzijds. Op zijn website noteert hij nauwgezet welke kranten en programma’s aandacht hebben besteed aan hemzelf en aan zijn actie voor een humaner vreemdelingenbeleid. In zijn motie 41, die hij eind april indiende op het PvdA-congres in Leeuwarden, riep hij de PvdA-fractie in de Tweede Kamer op om een wetsvoorstel dat illegaal verblijf strafbaar stelt, niet te ondersteunen. ‘Dat druist in tegen onze beginselen, over mensen sluit je geen compromissen,’ verwoordde Terphuis de onvrede bij veel PvdA-leden over het asielbeleid van het kabinet-Rutte/Asscher. Hij zette zijn betoog kracht bij door zijn eigen ervaringen als asielzoeker met de bomvolle zaal sociaal-democraten te delen. ‘Als vluchteling uit Iran was ik destijds zelf óók een illegaal. Ik was zo bang dat ik terug moest naar Iran dat ik ben ondergedoken tot de IND me vertelde dat ik mocht blijven.’

'Ahmad was een beetje rebels, een kwajongen, dat trok me aan'

De partijleiding raadde motie 41 af, omdat die inging tegen het regeerakkoord met de VVD, maar het congres nam hem met overgrote meerderheid aan. Sander Terphuis, luis in de pels van regeringspartij PvdA, kreeg een minutenlange staande ovatie. ‘Partijvoorzitter Hans Spekman feliciteerde me na afloop, maar Diederik Samsom ging me uit de weg. Die was duidelijk not amused.’

Een paar weken later, op de ledenraad in Utrecht, beloofde Samsom zich in te zetten voor een menselijker asielbeleid en ervoor te zorgen dat het wetsvoorstel strafbaarstelling van illegaal verblijf zo ver zou worden uitgekleed dat het in de praktijk niets zou voorstellen. Toen de media na afloop samendromden rond dissident Terphuis, dook ook Samsom plotseling op, net op tijd voor het fotomoment. Het beeld van de partijleider en de dissident die elkaar kameraadschappelijk beetpakken, moest aantonen dat de rijen gesloten waren. Terphuis: ‘Dat vond Diederik kennelijk plezierig. Ikzelf was er minder blij mee. Het was alsof ik de strijd had gestaakt, die foto ging me achtervolgen.’

Goalball

‘Sander was hier laatst in de buurt om de afdeling Tietjerksteradeel van de PvdA toe te spreken. En ja, natuurlijk waren wij daarbij.’ Thea Everaarts maakte als vrijwilligster de jonge Ahmad Qeleich Khany in 1990 wegwijs in zijn nieuwe land. ‘Hij genoot van zijn vrijheid, hij was net een vrolijke jonge hond, die alle kanten opspringt.’ Everaarts bracht hem naar goalball-toernooien, een balsport voor visueel gehandicapten. Ze sprak Nederlandse woorden in op een bandje en terwijl Ahmad trainde op de plaatselijke trimbaan, oefende hij die woorden met zijn walkman. ‘Hij was een spons, hij zoog alles in zich op, de vrijheid maar ook de taal. Hij begon met eenlettergrepige woorden maar dat moesten er al gauw meer zijn. Later moest hij zelf leren boodschappen doen en koken, vertelt Everaarts. ‘We hebben heel veel lol gehad hier in de keuken.’

Ze luisterde bewonderend naar de toespraak van haar vroegere pupil, toen die in het dorp waar hij ooit zijn nieuwe taal leerde een volle zaal toesprak over zijn strijd tegen het illegalenquotum, de vreemdelingendetentie voor minderjarigen en de strafbaarstelling van illegaliteit. ‘We hadden destijds meteen in de gaten dat het een slimme jongen was. We zeiden tegen elkaar: dat wordt een hotemetoot. Hij was erg geïnteresseerd in politiek, zowel in Nederland als in Iran.’ Het contact tussen Thea, haar man Arie en Ahmad bleef bestaan, ook toen hij Sander ging heten. ‘We hebben een soort familieband. Ik vind hem een heel perfect iemand. En we waren destijds heel blij toen er iets opbloeide tussen hem en Sjoukje.’

Ahmad Qeleich Khany lijdt een nederlaag in een worstelpartij op de Wereldspelen in Assen in 1990 waar hij uitkwam voor de Islamitische Republiek Iran. Foto: Privéarchief Sander Terphuis Ahmad Qeleich Khany lijdt een nederlaag in een worstelpartij op de Wereldspelen in Assen in 1990 waar hij uitkwam voor de Islamitische Republiek Iran. Foto: Privéarchief Sander Terphuis

Geen greintje compassie

Amsterdam, november van dit jaar. Op het Leidseplein liep een kleine man met een zwarte aktetas onder zijn arm zoekend rond. Door een omleiding was de tram niet gestopt voor debatcentrum De Balie, waar Fred Teeven die avond te gast zou zijn bij talkshowhost Arnon Grunberg. Sander Terphuis was als altijd zonder enig hulpmiddel op de trein en daarna op de tram gestapt. ‘En eerlijk gezegd, ook al had ik recht tegenover De Balie gestaan, dan had ik het gebouw nog niet herkend.’ Voor De Balie werd gedemonstreerd door bewoners van de voormalige Vluchtkerk. Binnen doorzochten mannen met oortjes en gele hesjes de zaal waar staatssecretaris Fred Teeven straks in gesprek zou gaan over zijn asielbeleid. Uit angst voor rumoerige asielzoekers konden geen kaartjes worden gereserveerd. Terphuis had zich erover opgewonden dat asieladvocaat Pieter Bogaers, die door Arnon Grunberg was uitgenodigd, door Fred Teeven niet als gesprekspartner werd geaccepteerd. ‘De heer Bogaers heeft personeel van de IND uitgemaakt voor nazistisch en fascistisch,’ verklaarde de staatssecretaris die boycot aan zijn publiek. ‘Met zo iemand ga ik niet in debat.’ Teeven liet zich die avond niet verder uit de tent lokken, ook niet door Grunberg die het debat inleidde met de retorische vraag: ‘Zijn wij niet allen gelukszoekers en is het niet heel eerbaar om gelukszoeker te zijn?’ De standpunten stonden al vast, verrassend was hoogstens dat de staatssecretaris aan de schrijver, die hij aansprak met ‘Arnold’, bekende dat hij diens roman De Asielzoeker ‘voor een stukje had doorgelezen’.

Sander Terphuis volgde de discussie met zijn neus op zijn smartphone: ‘Even de PvdA pesten met wat Twitter-berichtjes, ik zie toch niet wat er op het podium gebeurt.’ Zodra hij de kans kreeg, vroeg hij vanuit de zaal aan Teeven: ‘Wat heeft u van de nacht van Dolmatov geleerd, toen die Russische asielzoeker zelfmoord pleegde omdat hem de noodzakelijke medische zorg werd onthouden? En wat gaat u met die kennis doen om het asielbeleid humaner te maken?’ Met zo’n vraag wist de staatssecretaris, gehard door Kamervragen, wel raad. Ook toen een gevlucht Afghaans journalistenechtpaar dat geen verblijfsstatus dreigde te krijgen om zijn begrip vroeg, kwam er een bureaucratische reactie: ‘Grote delen van Afghanistan zijn veilig, en bovendien: ik ken uw dossier niet.’ De kwestie leek hem niet te raken en ook niet echt te interesseren, zei Terphuis na afloop. ‘Teeven toonde geen greintje compassie.’

Breakdance

Al snel na zijn komst naar Friesland had Ahmad Qeleich Khany het uitgaansleven van Tietjerksteradeel ontdekt. Op de dansvloer van de plaatselijke discotheek leefde de liefhebber van breakdance zich uit in zijn beste moves. Dat Sjoukje en hij elkaar hadden gevonden, terwijl hij in angst leefde voor uitzetting, maakte het tot een intense en spannende tijd. Als ze tot na middernacht doordansten, had hij een probleem: het crisisopvanghuis was dan dicht en bij Sjoukje was hij niet welkom. Haar ouders vonden het geen goed idee dat ze aan kwam zetten met een Iraniër zonder verblijfsvergunning. ‘Ze verboden ons met elkaar om te gaan,’ zegt Terphuis. ‘Geen denken aan dat een buitenlander, illegaal en nog slechtziend ook, er met hun dochter vandoor zou gaan. Ik vond het jammer, ik had ze graag willen vertellen wie ik was.’

Sander Terphuis in zijn land van aankomst, Friesland, in de buurt van het dorp Bergum, gemeente Tietjerksteradeel. ‘Waar was ik in hemelsnaam terechtgekomen’ Foto: Maarten Kools Sander Terphuis in zijn land van aankomst, Friesland, in de buurt van het dorp Bergum, gemeente Tietjerksteradeel. ‘Waar was ik in hemelsnaam terechtgekomen’ Foto: Maarten Kools

Sjoukje zette door, ook al betekende dat een breuk met haar ouders, die haar ten slotte voor de keuze stelden: of je blijft thuis wonen of je kiest voor je vriendje en dan vertrek je. ‘Mijn ouders wezen onze relatie totaal af, zegt Sjoukje. ‘Dat vond ik best moeilijk als jong meisje, maar ik snapte het wel. Ouders willen het beste voor hun dochter en Sander had niets, kende de taal niet, zou misschien worden uitgezet.’

Ook in het crisiscentrum mochten ze niets weten, het was niet de bedoeling dat Sjoukje als stagiaire een relatie aanknoopte met een bewoner. Ze waren dus vaak buiten, ook middenin de winter. ‘We hebben mooie wandelingen gemaakt,’ zegt Sjoukje. Dan kochten ze van hun laatste geld een bakje bami of nasi en aten dat op onder een boom, of bij het haventje aan het Bergumermeer. ‘Ik kan me een dag herinneren dat het motregende,’ zegt Sjoukje. ‘Toen zaten we onder plastic. Ik had een dikke trui voor hem meegenomen, Sander had het zo koud.’ Sander: ‘Ik kwam net uit Teheran, daar is het vaak boven de dertig graden. En nu zaten we in de kou en de regen onder een boom Chinees te eten. En ook te zoenen natuurlijk.’

Dissident

Al was het hartje zomer en was de politieke hang-out Nieuwspoort dus uitgestorven, toch wilde Sander Terphuis graag juist hier afspreken. Politieke belangstelling heeft hij altijd gehad en als hij zich vorig jaar niet had teruggetrokken toen hij op een kansloze plaats op de kandidatenlijst dreigde terecht te komen, zat hij nu waarschijnlijk in de Tweede Kamer. Terphuis, jurist bij het Studie- en Informatiecentrum Mensenrechten, streeft nog steeds een politieke carrière na. Voormalig partijleider Job Cohen beschouwt hij als zijn mentor. ‘Job deugt tot op het bot, hij verafschuwt onrecht en onfatsoen.’ Toen hij Nederlander werd, zocht hij een politieke partij waarbij hij zich thuis voelde. ‘Anders dan in Iran kon ik hier zelf kiezen, en de sociaal-democratie paste bij mij: mensen kansen geven, streven naar sociale rechtvaardigheid.’ Door zijn dissidente rol binnen de PvdA heeft hij echt iets te zoeken in Den Haag, zegt Terphuis. ‘Onbegrijpelijk dat Diederik Samsom niet probeerde er meer uit te slepen voor ongedocumenteerden en asielzoekers.’ Als jurist had hij in het regeerakkoord tussen PvdA en VVD meteen gekeken onder de paragraaf ‘asiel en immigratie’. ‘Toen ik stuitte op strafbaarstelling van illegaliteit, schrok ik: hé, wij waren toch de mensen die vonden dat dit absoluut niet kon? Het ging heel ver, fundamenteel, principieel. Het was typisch een punt van de PVV, gedoogpartner van Rutte 1, maar toch niet van een PvdA-regering?’ Zijn partijleider had het kunnen regelen met de premier, daarvan is Terphuis overtuigd. ‘Als Samsom met Mark Rutte had gesproken, dan had Rutte die strafbaarstelling van illegaliteit zo uit het regeerakkoord geschrapt. Rutte is relaxed, of, om het anders te zeggen: hij heeft zelf niet zo’n sterke visie.’

Kamelen

‘Ik maak me de laatste tijd een beetje zorgen over Sanders veiligheid,’ zegt Sjoukje, thuis in hun appartement in een rustig Haags straatje. ‘Zijn media-optredens leveren hem steunbetuigingen op maar ook scheldpartijen, vooral op internet.’ We zitten in de keuken, aan de muur tegeltjes met Friese spreuken: ‘Oeral thús mar thús it beste’. En misschien nog wel toepasselijker: ‘Men moat fier rinne om it better to krijen.’ De huiskamer is ingericht met een mengeling van Hollands en Iraans. Veel kamelen ook. ‘We kopen ons suf aan kamelen,’ zegt Terphuis. ‘Deze hier komt uit Dubai waar we een paar keer met vakantie zijn geweest.’
Tot voor kort hing hier het koninklijk besluit over zijn naamswijziging ingelijst tussen de foto’s uit Iran en Perzische tapijtjes. Ahmad Qeleich Khany werd Sander Terphuis. Het was geen noodzakelijk sluitstuk van zijn integratie, volgens Terphuis. ‘Maar ik wilde me door mijn naamsverandering nog beter thuis voelen in Nederland en het maakt het leven ook iets gemakkelijker, mijn Iraanse naam is hier lastig uit te spreken.’

'Ik wilde me hier door mijn naamsverandering nog beter thuis voelen'

Qeleich Khany, ‘het zwaard van de Khan’, is een eeuwenoude Perzische naam. ‘Mijn familie heb ik niet verteld dat ik hier anders heet. Mijn broer is heel traditioneel en mijn zussen zijn nooit buiten Iran geweest. Het zou hun denkkader te buiten gaan.’ Als hij zijn oudere broer of een van zijn zes zusters aan de telefoon heeft, heet hij gewoon Ahmad, zoals vroeger. ‘En als ik de telefoon neerleg, dan ben ik weer Sander. Ik heb daar geen moeite mee, niemand heeft er last van.’

Anders dan Qeleich Khany is de naam ‘Terphuis’ juist gloednieuw. ‘Justitie zei: voor vijfhonderd euro mag je je eigen Nederlandse naam bedenken. Hij klinkt oer-Hollands, maar ik ben echt de enige die zo heet. En omdat we hebben besloten geen kinderen te nemen, zal ik behalve de eerste Terphuis meteen ook de allerlaatste zijn.’

Team Bedreigde Politici

Juist zijn naamsverandering, bedoeld om hier nog meer thuis te zijn, maakt online agressie los, heeft hij ondervonden. Op sommige websites wordt gesuggereerd dat hij achter zijn Nederlandse naam (Qeleich Khany, “alias Sander Terphuis”) zijn ware, ongetwijfeld kwade bedoelingen verbergt. Terphuis, ‘met zijn nep achternaam’, wordt door anonieme schelders ‘de hofnar uit het Oosten’, ‘het vleesgeworden argument tegen asielzoekers’, ‘een profiteur’ en ‘laf’ genoemd’.

Voor een racist blijkt het uiteindelijk weinig uit te maken of je integreert en of je moslim bent of niet. Net als zijn collega-jurist en rechtse tegenhanger Afshin Ellian, die ook uit Iran naar Nederland vluchtte, heeft Terphuis de islam afgezworen. ‘Alleen geloof ik niet, zoals Afshin, in het radicaliseren van die geloofskwestie. Het is niet fair om de daden van één groep moslims te projecteren op een hele geloofsgemeenschap. Het draagt niet bij aan een oplossing en het slaat elke discussie dood.’

Schelden is niet erg, zegt Sjoukje. ‘Die treurige sites hoef je niet te bekijken. Maar als Sander tot laat op pad is, lig ik tegenwoordig wel wakker.’ Onlangs werden ze benaderd door de politie Haaglanden, Team Bedreigde Politici, vertelt Terphuis. ‘Serieus, dat bestaat echt. Ik zei nog: ik ben geen politicus, ik zit niet in een Kamer of zo.’ Het had te maken met een foto op een extreem-rechtse site, waarop nazi Heinrich Himmler een pistool richt op het hoofd van Terphuis. In een tekst wordt een aanslag gesuggereerd op het ‘Iraans genetisch misbaksel’, de ‘asielparasiet’ die ‘pleit voor de vernietiging van de identiteit van het Nederlandse volk’. Het Team Bedreigde Politici nam het serieus, dus Terphuis is de laatste tijd wat behoedzamer. Bang niet, hij is ex-worstelaar en hij heeft al zoveel meegemaakt.

Open riool

‘Ik ben gehard in de straten en stegen van Teheran,’ vertelt Terphuis, zittend aan zijn keukentafel. ‘In mijn jeugd werd echt geen rekening gehouden met mijn slechtziendheid. Als ik ergens naartoe moest, zocht ik zelf maar uit hoe ik er kwam. Langs de straten in onze buurt liep een open riool, ik ben daar best vaak in geflikkerd. Het was op straat ook het recht van de sterkste, daarom ben ik gaan worstelen.’ Sjoukje: ‘Daarom houd ik dus óók van hem: hij is nog steeds dat straatjochie, die vechtersmentaliteit zie je hier niet bij veel mensen. Hij is tenminste geen watje.’

Met partijleider Diederik Samsom na de ledenraad in Utrecht in mei. ‘Die foto ging me achtervolgen’ Foto: Marcel van den Bergh/HH Met partijleider Diederik Samsom na de ledenraad in Utrecht in mei. ‘Die foto ging me achtervolgen’ Foto: Marcel van den Bergh/HH

Al op zijn veertiende was hij bezig met mensenrechten en vrijheid en vooral met het ontbreken daarvan in Iran. ‘Rechter worden was mijn jeugddroom. Ik wilde iets doen aan de rechtvaardigheid in de wereld en dacht dat je daarvoor rechter moest worden. Maar ondertussen moest ik verplicht naar de moskee, de schijn van gelovigheid ophouden door met een koran rond te sjouwen. Ik werd er helemaal gek van. Op mijn school voor mensen met een visuele beperking vond ik gelukkig de boeken die me wel interesseerden. Ik las graag Duitse filosofen, vooral Immanuel Kant. Tegelijkertijd was ik me aan het voorbereiden op mijn vlucht.’

Hij kon daar thuis niet over praten. ‘Ik had een geheim dat ik met niemand kon delen, ook niet met mijn moeder, mijn vader of mijn broer.’ Zijn vader had een kruidenierszaak, een eenmanszaak waar je alles kon kopen: van rijst tot plastic. Zijn broer nam die later van zijn vader over. Hij zei tegen Ahmad na diens vlucht: ‘Je was rebels, opstandig, maar dat je zou vluchten en je familie zou verlaten, dat had ik nooit verwacht.’

Inmiddels is hij geaard in zijn land van aankomst. Hij beseft dat niet iedereen zoals hij in een paar maanden een nieuwe taal leert en in één jaar een VWO-diploma kan halen. ‘Toch is het best simpel, als je in een ander land wilt leven, moet je aan drie voorwaarden voldoen, daar heb je geen dure inburgeringscursus voor nodig. Je moet je aan de wet houden, inclusief gelijkwaardigheid van man en vrouw en scheiding tussen kerk en staat. We gaan in Nederland geen concessies doen aan een of ander heilig boek. Je moet de taal leren, anders kun je niet happy zijn, dan ben je afhankelijk van anderen. En je moet méédoen. Meer is niet nodig, dat zijn de drie pijlers, het Amerikaanse model.’

Hij voelt zich Nederlander, hoogstens is hij wat ambitieuzer dan zijn gemiddelde landgenoot. ‘Ze zeggen weleens tegen me: als je in de Verenigde Staten terecht was gekomen, had je het verder geschopt. Het idee van de American Dream, dat zul je hier inderdaad niet gauw aantreffen. Een goeie baan lijkt vaak het hoogst bereikbare, maar ik streef meer na dan dat.’

Sander Terphuis in worsteloutfit. Foto: Privéarchief Sander Terphuis Sander Terphuis in worsteloutfit. Foto: Privéarchief Sander Terphuis

Kinderpardon

Wat nou zijn echte droom was in de politiek, vroegen ze hem op de Den Uyl-leergang, een opleiding voor politieke talenten in de PvdA. ‘Ik heb geantwoord dat ik ontzettend graag minister van Justitie zou zijn. Niet zo’n halfbakken minister van Veiligheid & Justitie zoals we nu hebben, nee, een echte, degelijke minister van Justitie, staatsrechtelijk goed onderlegd, die verdedigt waar de rechtsstaat voor staat. Zo’n minister wil ik zijn.’

Een politieke carrière moet je goed plannen en je moet vooral ook geluk hebben, zegt Terphuis. Voorlopig heeft hij zich voorgenomen ervoor te zorgen dat alle onderdelen van zijn motie 41 alsnog door het kabinet worden geaccepteerd. ‘Het wetsvoorstel over de strafbaarstelling van illegaal verblijf moet worden uitgekleed, zoals door Samsom is beloofd. Asielzoekers moeten op een menswaardige manier worden behandeld. Dat is de essentie.’ Hij heeft contact met PvdA-woordvoerster Marit Maij maar trekt als het zo uitkomt ook samen op met de oppositie: de SP, ChristenUnie, GroenLinks. De motie Terphuis biedt die partijen een mogelijkheid om de PvdA-fractie en het kabinet aan te spreken op het inhumane asielbeleid, beamen parlementariërs als Joël Voordewind (ChristenUnie) en Linda Voortman (GroenLinks). Terphuis is blij met die brede steun voor zijn strijd. ‘Het is ook hard nodig, in de afgelopen maanden heeft Teeven wel stapjes gezet, maar we zijn er nog lang niet.’

Hij noemt het afschaffen van het penitentiair regime voor asielzoekers in afwachting van hun uitzetting en het vervangen van de vernederende methode van visitatie door bodyscan. ‘Nu worden ook zwangere vrouwen in de asielprocedure aan visitatie onderworpen. Absurd dat zoiets in ons land gebeurt.’ Bovendien is er nog steeds een illegalenquotum en komen kinderen van asielzoekers soms in de cel terecht, zegt Terphuis. ‘Onze belofte als PvdA was juist een ruimhartige uitvoering van het Kinderpardon.’

Teheran-Zuid

Aan het eind van de avond in het Perzische restaurant – we hebben bij alle soorten kebab en rijst vooral dough (een Perzische yoghurtdrank) gedronken en maar een paar biertjes – luisteren we naar de Iraanse zanger en balling Hassan Sattar. ‘Streel mij, liefje,’ zingt Terphuis zachtjes mee in het Farsi. Later vertaalt hij de rest van het liedje: ‘Sattar vergelijkt zichzelf met een vogeltje dat zit te wachten tot het weg kan vliegen, naar háár toe.’

Nee, heimwee naar Teheran heeft hij dus niet, herhaalt Terphuis. Hij volgt wel de Iraanse politiek en hoopt op een positieve rol van president Hassan Rohani, sinds diens telefoontje met Barack Obama. Misschien dat hij dan naar Teheran kan terugkeren, als toerist of wie weet zelfs als rechtsgeleerde om een adviserende rol te spelen bij het opstellen van een nieuwe Iraanse grondwet. ‘Maar wat ik vooral ontzettend graag wil, is hand in hand met Sjoukje door de straten van Teheran-Zuid dwalen. Ik wil haar mijn Iraanse leven laten zien, aanwijzen waar mijn ouderlijk huis stond, waar het winkeltje van mijn vader was, zelfs waar ik in dat open riool donderde. Je hebt er van die kleine steegjes met kebabzaakjes waar je goddelijk kunt eten, ze bakken het brood in een gat in de grond. Ik wil met haar naar de berg Alborz gaan die ze vanuit onze wijk zal kunnen zien, bijna zesduizend meter hoog, waarover mijn vader zulke prachtige verhalen vertelde. Elke keer beklommen we de berg een stukje verder, hij en ik samen. Steeds hoger. “Kijk niet achterom, Ahmad,” zei mijn vader dan. “Kijk omhoog, naar de top. Dat is je doel.”’

Over Mischa Cohen

Mischa Cohen (1957) werkt sinds 1988 bij Vrij Nederland, daarvoor enige tijd als freelancer. Hij was achtereenvolgens eindredacteur van de kleurenbijlage, chef Kunst en Cultuur, chef eindredactie en is nu schrijvend redacteur. Hij studeerde Nederlands aan de Universiteit van Amsterdam.

Filmtip IFFR: 'A Touch of Sin'

Kees Driessen

Interview Frans Timmermans: over schaken met Russen en voetbaldiplomatie

Thijs Broer / Jaco Alberts

Dit is goed! Ik ontvang graag wekelijks verhalen in mijn inbox

E-mailadres *
Ja, ik wil graag de VN Nieuwsbrief ontvangen

Neem nu een
abonnement
Jaar
Half jaar
Kwartaal
Proef
Papier en digitaal
Alleen digitaal