VN MediagidsRobbenkolder
Samenleving / voetbal / wk 10.06.2010

Hoe iedereen van slag raakte door een spierscheurtje. Toe Arjen, kijk nou uit!
Opeens lag hij daar, als een neergeknald hert. Verbijstering, misschien zelfs schuldgevoel, joeg door het stadion. Een held die vlak voor een WK neerstort na een mislukte hakbal was nog nooit vertoond. Natuurlijk had Arjen Robben het zichzelf aangedaan, zijn blessure kon geen tegenstander worden aangewreven. Maar mogelijk was juist dát het: we hadden hem moeten waarschuwen.
Toe Arjen, kijk nou uit. Alleen al zijn warming-up was een teken aan de wand geweest. Opvallend gretig voor een ster die terugkomt na een blessure was hij in de rust van Nederland-Hongarije het veld opgerend. Hij dribbelde met een felheid die niet paste bij een multimiljonair met de bijnaam De Man van Glas: de pingeldoos uit Bedum kan geblesseerd raken na een uitgestoken vinger. 'Koppie erbij' had het motto moeten zijn, maar was het niet geweest.
Kennelijk kan een profvoetballer van zesentwintig met bijna vijftig interlands achter zijn naam ontoerekeningsvatbaar worden. Alsof hij zichzelf bij elke geslaagde handeling meer bedwelmt. Een half jaar van supervorm, weergaloze slaloms en topgoals namens Bayern München zijn hem blijkbaar te veel geworden. Heel de Arena zag Robben langs de reservebank hinken, en iedereen wilde helpen. Ook spelers die kunnen profiteren van zijn blessure aaiden hem. Dirk Kuyt holde hem achterna de catacomben in. Na afloop van de 6-1 overwinning (twee goals van de ook nu weer onnavolgbare Robben) stelde het zogenaamde uitzwaaien niets voor. De lol was eraf voor publiek en spelers. Oranje zonder Robben is twintig procent minder waard, dat ziet een kind.
- Onze Arjen en Onze Hamstring zijn publiek eigendom
In de kleedkamer werd gevloekt en gehuild. Op de persconferentie zat bondscoach Bert van Marwijk er verslagen bij. Je zag hem denken: ik had hem moeten afremmen. Iedereen was van slag. Tussen de persruimte en het 'dek' van de Arena is een halletje waar zowel spelers als journalisten door naar buiten gaan. Plotseling werd de deur naar het halletje gesloten door teammanager Hans Jorritsma. Wat had hij te verbergen? We deden de deur weer open en zagen Robben op een stoeltje zitten. De ogen inmiddels droog, maar voor de rest: een lege blik.
Suppoosten maanden ons door te lopen, wat wij natuurlijk niet deden. De aftocht van de held op krukken wilden wij van dichtbij meemaken. Het was ook onze uitgang, nietwaar? Robbens emoties en ingezwachtelde dijbeen vonden wij geen privékwestie: Onze Arjen en Onze Hamstring zijn publiek eigendom.
Even later op het dek werden de suppoosten echt onaardig, zelfs neerbuigend, en groter in getal. Op luide toon werden we weggestuurd. Fotograaf Leo Vogelzang en ik bleven staan. De jongere journalisten waren al weg, maar die hadden duidelijk de Oude Vrijheden niet meegemaakt. De Robbenkolder zwol aan. Niemand was zichzelf nog. Suppoosten schreeuwden dat wij hier niets meer te zoeken hadden, wij schreeuwden dat we van de pers waren. Dit was het Oostblok niet! Die mannen in hun Arenapakken konden beter in Noord-Korea gaan werken! Nou ja, van die dingen.
Hoogtepunt was het moment dat Leo Vogelzang naar voren liep en, geloof het of niet, de gekwelde international bij de taxi moest vastleggen door een camera bóven de handen van de suppoosten te houden. Handen dus die het nemen van een onschuldig kiekje wilden verhinderen. Handen natuurlijk die Robben tijdig van het veld hadden willen trekken. Die iets goed te maken hadden en hun frustraties botvierden op ons, ellendige journalisten.
Namens het vrije woord kunnen wij meedelen dat de foto toch is geslaagd. Zie boven.
