VN MediagidsOranje is wit
Samenleving / voetbal / wk 03.06.2010

Een blank Oranjeteam reist af naar Zuid-Afrika, met in zijn kielzog een meute blanke fans.
Onduidelijk of je erom moet lachen of huilen: waarschijnlijk zal het Nederlands elftal straks in Zuid-Afrika aantreden met een zo goed als blank team. In het land van de overwonnen apartheid - zoals iedereen weet een Nederlands woord - zal Oranje bepaald geen afspiegeling zijn van onze gekleurde samenleving. Onder leiding van de uitermate Hollandse bondscoach Bert van Marwijk moeten goals worden gemaakt door jongens als Robin van Persie, Wesley Sneijder, Arjen Robben en Dirk Kuyt; daarachter moeten Mark van Bommel, Joris Mathijsen, Gregory van der Wiel, John Heitinga en Maarten Stekelenburg de ballen tegenhouden. Kijkend naar deze knapen is het of je een bladzijde uit De A.F.C.-ers van J.B. Schuil (1915) onder ogen hebt, in plaats van de Oranje-opstelling van bijna een eeuw later.
Blijft Van Marwijks basisteam onveranderd, dan is het allochtone deel van Nederland met Nigel de Jong (Surinaamse vader) en Giovanni van Bronckhorst (half Indisch, half Moluks) opvallend slecht vertegenwoordigd. Op de reservebank zal het nog meevallen, met Khalid Boulahrouz, Edson Braafheid, Ibrahim Afellay, Eljero Elia en Ryan Babel. Maar misschien maakt dat de aanblik alleen nog maar gekker: pas als de blanken niet verder kunnen spelen mag een kleurling zich omkleden en hem vervangen. Juist in Zuid-Afrika kan dat een vreemd gezicht zijn. Niet dat er opzet in het spel is, maar modern is anders.
- Het elftal past bij het huidige tijdsgewricht
Dit hadden we twintig jaar geleden nooit gedacht. We waren trots op de kleuren van Ruud Gullit en Frank Rijkaard. Het gaf ons de indruk - of het zelfbedrog - dat we vooruitstrevend waren. Tienduizenden trokken in 1988 naar West-Duitsland, met oranje vlaggen maar ook met petjes voorzien van rasta-krullen: eerbetoon aan Onze Ruud de Surinamer. Ze veroverden een land met een duister verleden waar alle voetballers - heel ouderwets, zo niet verdacht - blank waren. Het winnen van het Europese goud voelde als de bevestiging dat we de andere landen moreel op achterstand hadden gezet. Wat in de jaren zeventig abortus, drugs en euthanasie waren, was nu het gemengde Oranje.
In de jaren negentig ging de evolutie verder. Het Nederlands elftal kleurde steeds een beetje zwarter: vanaf 1995 telde Oranje vaak vijf à zes spelers met Surinaamse wortels. Logisch, de hele samenleving werd bonter en dan kan zoiets zijn weerslag krijgen in een volkssport als voetbal. Maar zie: in deze eeuw werd het team steeds witter. De opvolging van de lichting van Clarence Seedorf en Edgar Davids door, vooral, jongens uit Marokkaanse families, lijkt te haperen.
Hiermee past het elftal toch weer bij het huidige tijdsgewricht, met zijn weemoed naar vroegere, blanke tijden. Want niet alleen het team, ook het legioen is vrijwel geheel wit. In tegenstelling tot multiculturele landen als Engeland en Frankrijk voelen allochtonen zich hier hoegenaamd niet aangetrokken tot de nationale supportersschare. Turken, Marokkanen en Surinamers zijn dol op voetbal, maar voor zover zij het Nederlands elftal steunen, doen ze dat thuis. En zelden of nooit in zo'n oranje uitgedoste straat. Daar wonen de minder bedeelde blanken, onder wie, het zou niet verbazen, relatief veel Wildersstemmers.
Zo zal een blank Oranjeteam afreizen naar Zuid-Afrika, met in zijn kielzog een meute blanke fans. De etnische minderheden blijven apart, op de reservebank en thuis. Mogelijk zullen de Zuid-Afrikanen op de tribunes in Johannesburg en Kaapstad daar niet eens van opkijken. Het aanzien van onze spelers en supporters zal ze eraan herinneren welk land de apartheid ooit naar Zuid-Afrika had gebracht.
