VN MediagidsOorlog over een kastanje
Samenleving 09.05.2011
Het idee was mooi. De zieke kastanje in de tuin van het Achterhuis moest worden gered van de kettingzaag. Maar er ontstond ruzie. Veel ruzie.
Vanuit haar schuilzolder in het Achterhuis aan de Prinsengracht had Anne Frank zicht op de kruin van een toen al bejaarde paardekastanje - vrijwel het enige stukje groene natuur dat ze te zien kreeg. In haar dagboeknotities repte ze over 'de kale kastanjeboom aan wiens takken kleine druppeltjes schitterden' (23 februari 1944), over het naderende voorjaar ('onze kastanje is al tamelijk groen, hier en daar zie je al kleine kaarsjes' - 18 april 1944) of over de lente die zojuist krachtig was ontloken: 'Onze kastanjeboom staat van onder tot boven in volle bloei, hij is vol met bladeren en veel mooier dan verleden jaar' - 13 mei 1944.
Vanwege deze observaties groeide de Aesculus hippocastanum in de binnentuin na de oorlog uit tot de botanische variant van alles dat Anne Frank symboliseerde: hoop, geloof, liefde, anti-fascisme, vrede. 'De boom die alles zag' woei op maandagmiddag 23 augustus 2010 om - en vanaf die datum groeten diverse betrokkenen elkaar niet meer. De rechter zal zich, zoals het er nu uitziet, binnenkort uitspreken over de vraag wie moet opdraaien voor de tienduizenden euro's aan openstaande rekeningen voor constructiewerk, vervoer en opslag van de gesneuvelde boom. De eminente econoom professor Arnold Heertje wacht een smaadproces omdat hij de hoofdaannemer in de reddingsactie voor de bedreigde boom heeft verweten dat deze zich aan Joods cultureel erfgoed vergreep, 'daarbij de schijn wekkend van een attitude van velen in het voetspoor van de vernietiging van miljoenen Joden, zich vervolgens ook hun eigendommen toe te eigenen.' De Amerikaanse activist Mark Bollt, eerder als nazaat van Holocaustslachtoffers in het geweer tegen de onwaardige bestemming die dreigde voor het Joodse Weeshuis in Leiden - een daklozenopvang - voert nu campagne tegen dezelfde aannemer die de boom van Anne Frank 'gestolen' heeft en 'verraad' pleegt aan de in Bergen-Belsen omgekomen schrijfster van Het Achterhuis.
Dikrandtonderzwam
Emeritus hoogleraar stadsvernieuwing Helga Fassbinder - van Duitse komaf, dus begiftigd met imposante titulatuur: 'prof. dipl. ing. dr. rer pol.' - verzekert dat ze zich in december 2007 nóóit zou hebben opgeworpen als initiatiefneemster en voorzitter van de stichting Support Anne Frank Tree als ze had geweten welke narigheid er op haar af zou afkomen. Vanuit het raam in de achterkamer van haar grachtenpand had ze een fraai zicht op de historische kastanje. Bij de jobstijding dat de ten dode opgeschreven boom gekapt zou worden, weigerde ze zich zonder meer neer te leggen. Achttien geconsulteerde boomexperts kwamen onafhankelijk van elkaar tot de slotsom dat de kastanjereus met behulp van een hulpconstructie nog lang stand zou kunnen houden.
De gemoederen rond het mogelijk verscheiden van het circa honderdzeventig jaar oude groene gevaarte in de schaduw van het Anne Frank Huis explodeerden eerder in 1993, toen de broze gezondheid van het symbool onderwerp van debat werd in de Amsterdamse gemeenteraad. Bodemverontreiniging als gevolg van een lekke container stookolie en een houtrot veroorzakende schimmel hadden de gezondheid van de kastanje ernstig aangetast. Kappen zou het beste zijn, oordeelden mannen die er verstand van hadden, maar na ampel beraad zwichtte het college van burgemeester en wethouders voor de inhoud van 'duizenden brieven van bezorgde burgers' waarin werd aangedrongen op maatregelen om de toekomst van dit erfgoed veilig te stellen. De stad nam de 365 duizend gulden (166 duizend euro) voor haar rekening die met de reddingsoperatie, inclusief het zuiveren van het grondwater, was gemoeid. 'Boomdeskundigen zijn van mening dat de boom zeker nog vijftien tot twintig jaar mee kan' - en met die voorspelling was in 1993 de ongerustheid voorlopig getemperd.
- Arnold Heertje wacht een aanklacht van smaad - door een mede-bestuurslid
Totdat in 2004 de firma Pius Floris Boomverzorging, die de zieke boom in opdracht van het stadsdeel onder haar hoede had, bekendmaakte dat er geen redding meer mogelijk was. Met geavanceerde meetapparatuur was aangetoond dat de paardekastanje voor tweevijfde was aangetast: vanwege afstervend stamschot, wild tierend dikrandtonderzwam en het oprukken van de houtparasiet honingzwam zou de groei van nieuwe bladeren weldra stagneren. Nadat het onafhankelijk bomeninstituut Alterra en de Bomenwacht vergelijkbare conclusies hadden getrokken, achtte stadsdeel Centrum in 2006 het moment gekomen om de kettingzaag aan de wortel van de boom van Anne Frank te zetten. Het doodsvonnis werd wereldnieuws.
Kapvergunning
Critici in binnen- en buitenland klaagden dat het van gebrek aan historisch besef getuigde om deze bijzondere, 27 ton wegende, 22 meter hoge boom om te leggen en af te voeren. De Bomenstichting ('een boom is buitengewoon') oordeelde dat de toestand minder nijpend was dan zeven experts eerder hadden doen geloven - reden voor verontwaardigde buurtbewoners om tegen de inmiddels verleende kapvergunning in beroep te gaan. Vastgoedmagnaat Henric Pomes, eigenaar van het pand Keizersgracht 188 en als zodanig bezitter van de beroemde boom in zijn tuin, had 'met pijn in het hart en tranen in de ogen' zijn handtekening al onder de kapvergunning gezet, aangespoord door een ambtenaar die hem dramatisch toevoegde: 'Deze patiënt heeft aids, cholera en tyfus.' De Anne Frank Stichting, om sentimentele redenen niet de minst belangrijke partij in het geschil, was vóór kappen. Omvallen van het gevaarte behoorde tot de mogelijkheden. Stel je voor. Een bezoeker van het Achterhuis die onder het geweld van een instortende Anne Frankboom bezwijkt, dat zou breaking news zijn.
Toch vond de bezwaarcommissie van het Amsterdamse stadsdeel in 2007 dat de activisten een punt hadden. De Bomenstichting en omwonenden kregen een jaar respijt om een alternatief plan voor het behoud van de bedreigde boom te ontwikkelen. Toen het stadsdeel maanden later toch een 'noodkap' aankondigde, stonden de activisten prompt bij de rechter op de stoep. Noodkap was tegen de afspraak, dus voorbarig, betoogden ze. Gelijk hadden ze, bepaalde ook de voorzieningenrechter, die verordonneerde dat de in het Nationale Register van Monumentale Bomen opgenomen kastanje (nummer 1686124) mocht blijven staan.
Vervolgens stelden achttien bomendokters eenparig vast dat de Anne Frankboom na enkele kunstgrepen nog lang voort zou kunnen. 'Kappen is geen noodzaak, deze boom kan ons allen overleven' (mailde de Britse oude-bomendeskundige Neville Fay). 'De boom heeft voldoende houtkwaliteit en is voldoende vitaal om te kunnen worden gehandhaafd' (rapporteerde Frits Gielissen van O.B.T.A. De Linde). 'De boom kan zelfs een orkaankracht doorstaan zonder dat zij omvalt. Daarbij is dan niet eens meegenomen dat de boom binnen een bouwblok extra beschut wordt door de wind' (schreef Boom-KCB). De gezaghebbende Sachverständigenarbeitsgemeinschaft für Baumstatistik uit Stuttgart liet weten: 'De kastanje is ernstig aangetast, maar bevindt zich op drie stevige wortelaanzetten, optisch te vergelijken met de pijlers onder de Eiffeltoren, die een noodkap niet noodzakelijk maken.'
- Mensen denken nu: de Anne Frankboom dat is toch iets met een conflict?
Benefietgala
Vanaf januari 2008 zou de daartoe opgerichte stichting Support Anne Frank Tree zich volledig over de boom ontfermen. Voor eigenaar Pomes hoefde er niet zo nodig gekapt te worden, maar hij wilde verder niet over de boom worden lastiggevallen. Zekerheidshalve deed hij afstand van elke aansprakelijkheid. De verantwoordelijkheid kwam voor honderd procent bij de stichting te liggen, die in geval van nood geen beroep kon doen op het stadsdeel of de gemeente Amsterdam.
Architect Rob Hoogendijk, voordeurdeler van Pomes aan de Keizersgracht en gespecialiseerd in viaducten en bruggen, ontwierp met de firma ABT de stalen constructie die de kastanje tegen omvallen zou behoeden. Intussen polste Helga Fassbinder kandidaten voor het samen te stellen Support Anne Frank Tree-bestuur. Fiscaal jurist Karel Bowles, overbuurman aan de gracht, werd penningmeester. Arnold Heertje, die in een Parool-column zo'n vlammend pleidooi voor de bedreigde kastanje had afgestoken, wilde desgevraagd direct meedoen. De econoom vroeg zich publiekelijk af wat de Anne Frank Stichting bezielde om tegen het behoud van de boom te zijn; zou de weerzin misschien op heimelijke expansieplannen van het instituut berusten? Alexander van der Dussen, als professioneel boomverzorger goed thuis in de materie, trad toe tot het bestuur.
Er zou zo'n anderhalve ton voor het project nodig zijn. De opbrengst van een benefietgala in theater De Rode Hoed was mooi meegenomen, maar de substantiële bedragen moesten van sponsors uit het bedrijfsleven komen.
'Heertje stelde voor om aannemer Rob van der Leij in te schakelen, met wie hij al dertig jaar ook zakelijk te maken had,' zegt Helga Fassbinder. 'Van der Leij werd de hoofdaannemer bij het aanbrengen van de staalconstructie. Zo'n acht bedrijven verleenden gratis diensten en materiaal - voor de fundering, de hijskranen, het smeedwerk - maar Van der Leij bracht ons dertig procent in rekening van wat het normaal gekost zou hebben. Bij een dochtermaatschappij van Endemol die zijn bedrijfsfilms maakt, liet hij een dvd van zesentwintig minuten vervaardigen over de redding van de Anne Frank-boom. Dat kostte ons tienduizend euro; ik ken filmmakers die dat voor de helft van het geld hadden gedaan. Op dat moment was ik me er niet van bewust, maar achteraf denk ik dat hij in tegenstelling tot andere bedrijven niet werd gedreven door idealisme.'
Nadat de 'constructieve veiligheidsconstructie' die de paardekastanje op zijn plaats moest houden in mei 2008 feestelijk werd opgeleverd, vertrokken de werklui met hun materieel uit de achtertuin. Ook voor het stichtingsbestuur was het karwei grotendeels geklaard. Er moesten alleen nog wat rekeningen worden betaald. Intussen klauterde Alexander van der Dussen regelmatig omhoog om de gezondheid van de kastanje te inspecteren. Alles leek in orde.
Metalige knallen
'Op maandagmiddag 23 augustus vorig jaar was ik toevallig thuis,' vertelt Helga Fassbinder. 'Het was stormachtig weer. Rond half twee hoorde ik twee harde, metalige knallen, alsof er in de tuin geschoten werd. Ik keek uit het raam, maar er was niets te zien. Een half uurtje later kwam de kastanje met donderend geraas voorover. Pas later realiseerde ik me dat de knallen die ik dacht te horen, moeten zijn veroorzaakt doordat het laswerk dat de staalconstructie met de fundering verbond, scheurde.'
Hoofdaannemer Van der Leij vordert nog vijftienduizend euro van de stichting voor de constructie die onder zijn verantwoordelijkheid rond de boom werd aangebracht. 'Daar hebben we een conflict over,' zegt penningmeester Karel Bowles. 'Uit een dik rapport blijkt dat de constructie het begaf omdat het laswerk niet goed was. Hoe kunnen wij tegenover onze donateurs verdedigen dat we vijftienduizend euro gaan betalen voor iets dat ondeugdelijk is gebleken? We hebben dat geld niet. Er zit nog wat in kas, maar dat is nodig om de kosten voor de opslag van de boom te betalen. En nu wil Van der Leij ons hoofdelijk aansprakelijk stellen omdat we verplichtingen zijn aangegaan die niet zijn nagekomen. Als bestuursleden hebben we allemaal een dagvaarding gekregen.' Er ligt trouwens nóg een onbetaalde nota, ook van de Van der Leij Groep, die de restanten van de gesneuvelde paardekastanje over de grachtenpanden had getakeld en getransporteerd naar een loods in het havengebied. Verzekeraar Generali keerde 27.850,65 euro uit, terwijl de rekening van Van der Leij 36.923,46 euro bedroeg. 'Totaal niet onderbouwd,' vindt Bowles. 'Van der Leij eist de resterende negenduizend euro tot de laatste cent op, terwijl hij wist dat de stichting alleen zou betalen wat door de verzekering wordt vergoed.'
Zolang hij zijn centen niet heeft, houdt Van der Leij overblijfselen van de Anne Frankboom onder zijn beheer. 'Als een soort onderpand,' zegt Bowles. 'We hebben aanvragen van eenendertig musea, scholen en instellingen uit de hele wereld die graag een stuk van de boom als sculptuur zouden willen hebben. Wij gaan daar geen commerciële dingen mee doen. DHL is bereid deze aandenkens gratis te verzenden, maar we kunnen er niet over beschikken.'
'Als ik zie welke bedragen naar bouwbedrijf Van der Leij zijn gegaan, dan begint mijn sociaal gevoel te steigeren,' verzucht Helga Fassbinder. 'Onze stichting spande zich vanwege de anti-fascistische symboliek in voor het behoud van deze boom, maar het eerste dat mensen voortaan te binnen zal schieten is: de Anne Frankboom, dat was toch iets met een conflict?'
- Er wordt hem nu zelfs verweten dat hij voor tienduizend euro een documentaire over de boom liet maken
Geldwolf
Toen Arnold Heertje drie jaar geleden een beroep deed op Rob van der Leij ('senior', want zoon Rob zit ook in het bedrijf), kreeg hij bedenkingen te horen. 'Wat moet je met zo'n oude boom? Je kunt hem beter weghalen en een jonge nazaat planten.' Omdat Heertje bleef aandringen, stemde de aannemer toe.
Als hij had geweten welke ellende hem boven het hoofd hing, dan zou hij nóóit met de stichting in zee zijn gegaan, bezweert Van der Leij bij herhaling in de directiekamer van zijn bedrijf in Amsterdam-Noord. Hij is niet boos, maar bozer dan boos. De stichting schildert hem nu af als een gewetenloze geldwolf, maar mag hij even uitleggen hoe het écht zit? 'Die staalconstructie heeft iets van honderdvijftienduizend euro gekost. Daarvan werd tachtigduizend euro door sponsoring gedekt. Blijft over: vijfendertigduizend euro. Toen we na de oplevering voor dat bedrag een rekening stuurden, bleek dat de stichting die niet kon betalen. We hebben toen een regeling getroffen. Er is vijftien mille betaald, de rest zou als renteloze lening worden afgelost zodra het geld er was. In 2010 werd nog eens vijfduizend euro betaald. Resteert vijftien mille - een bedrag dat tot de dag van vandaag open staat.'
Er wordt hem nu zelfs verweten dat hij voor tienduizend euro een documentaire over de boom liet maken. Zo worden de zaken voortdurend omgedraaid: niet hij maar het bestuur van de stichting besloot de producent opdracht voor de verfilming te verlenen. Eigenlijk wilde hij helemaal niet in dat bestuur gaan zitten, maar omdat hem dat zo nadrukkelijk werd gevraagd, stemde hij eind 2008 voor één jaar toe, zegt Van der Leij. 'Ik was niet onder de indruk van de inspanningen van mijn medebestuurders om te zorgen dat ik het niet gesponsorde deel van het geld kreeg. Ze deden helemaal niks. Daar moet ik niet moeilijk over doen, ik heb dat toen geaccepteerd, maar het blijft eigenaardig.'
In augustus 2008, vier maanden nadat het werk was opgeleverd, bleek dat de boom vier centimeter was verzakt. De boom hing in een stalen ring, die op tien meter hoogte vastzat. 'Als de las inderdaad zo slecht was als werd beweerd, zou de boom tóén omgeflikkerd zijn en niet twee jaar later. Ik vond dat als het bestuur meende dat de boom is omgevallen door een fout in de constructie, het ons bedrijf aansprakelijk moest stellen. Dan zou onze verzekeraar een contra-expertise laten verrichten en mogelijk uitkeren. Maar dat doet het bestuur niet.'
Via de autoradio hoorde Van der Leij op maandagmiddag 23 augustus vorig jaar dat het worstcasescenario zich had voltrokken. Helga Fassbinder raakte in paniek: of hij meteen naar Amsterdam wilde komen om passende maatregelen te treffen. In de tuin achter het Anne Frank Huis trof hij een onbeschrijflijke chaos aan. Een uitbouw van makelaarskantoor Rappange was door de kastanje verbrijzeld, maar niemand raakte gewond. 'Meteen rees de vraag hoe we dat zouden gaan opruimen. Tot mijn verbazing kreeg ik van Generali te horen dat de schade niet door haar zou worden gedekt, maar dat zij overwoog om uit coulance een gebaar te maken. Gedupeerden moesten zich maar bij hun eigen verzekeringsmaatschappij melden. Generali zou hooguit optreden als vangnet. Als niemand anders uitkeerde, wilden zij eventueel een gebaar maken.
Om zes uur die middag gingen we als bestuur in de kroeg aan de overkant zitten: Helga, Karel, Alexander en ik. Arnold Heertje was daar niet bij. Ik begon erover dat de schade niet door de polis werd gedekt. De boel moest opgeruimd worden, hoe dachten we dat te gaan betalen? Als er geen of onvoldoende geld was, dan zou ieder van ons hangen. Pech, maar als bestuurslid ben je in zo'n geval hoofdelijk aansprakelijk. Helga Fassbinder zei dat ze niet van plan was om ook maar iets te betalen, maar Karel Bowles vond daarentegen: als het fout gaat, dan moeten we onze rug recht houden en de consequenties aanvaarden. Fassbinder merkte op dat Arnold Heertje het daarmee eens moest zijn. Zij zou dat dezelfde avond met hem afstemmen. Als die niet meedeed, wilde ik dat graag snel weten, zodat ik er rekening mee kon houden. Geen bericht was goed bericht.'
Zaailing
Henric Pomes machtigde de stichting om de omgevallen kastanje - waarvan hij formeel nog steeds eigenaar was - en de overige troep op te ruimen. In een email aan Van der Leij machtigde hij de stichting bovendien de houtresten op te laten slaan. 'Het circus kwam donderdag 26 augustus op gang,' herinnert de aannemer zich. 'Alexander van der Dussen nam als een van de onderaannemers de leiding over een deel van het werk; op zijn voorstel heeft ook de firma ZelkovA als onderaannemer van Van der Leij gefunctioneerd. Onze mensen vroegen of Helga als voorzitter van de stichting de opdrachtbevestiging even wilde tekenen, maar dat heeft ze niet gedaan, terwijl het werk al was gestart en diverse bestuursleden daar getuige van waren.'
Twee dagen na de grote schoonmaak kreeg Van der Leij een brief van zijn medebestuurders Fassbinder en Bowles waarin stond dat hem nóóit opdracht zou zijn verleend om de boomravage op te ruimen. Toen hij dat las, zegt hij, knapte er iets in hem. Hij eiste met spoed een bestuursvergadering om de kwestie uit te praten. Het treffen verliep heftig: 'Arnold Heertje liep meteen af als een opgewonden wekker. Hij begon over verkwanseling van het Joodse cultureel erfgoed, over de Holocaust, de gaskamers. Ik heb gezegd: Arnold, je gaat nu echt te ver; als je hiermee doorgaat, stap ik op. Omdat hij niet stopte, ben ik weggegaan. Ik ken Heertje al tientallen jaren. De volgende ochtend belde ik hem op, een half uur later zat ik tegenover hem. Ik vroeg hem of hij alles méénde wat hij er eerder had uitgeflapt. Ja, zei hij, daar stond hij nog steeds achter. En hij blééf volhouden dat de stichting mij geen opdracht had gegeven om de troep op te ruimen. Hij was niet van plan om ook maar iets te betalen, mocht dat nodig zijn. Ik zei: Arnold, dit valt me zwaar van je tegen. Ik hoef je nooit meer te zien, dag Arnold. En met die woorden ben ik weggegaan.'
Bij nader inzien keerde Generali 'uit coulance' toch het leeuwendeel uit van de kosten die Van der Leij voor zijn opruimklus in rekening had gebracht. Dat leek een leuke meevaller, maar toch kondigt de aannemer aan dat hij het er niet bij laat zitten. 'Eerst opdracht verstrekken en nadat het werk is geklaard de opdracht ontkennen, is not done. Ik voel me zwaar beetgenomen door Fassbinder, Heertje en Bowles. De stichting dient haar verplichtingen na te komen. Vervolgens schenk ik dat geld aan een goed doel. Het gaat mij om het principe, niet om het geld.'
Heertje had de aanklacht wegens smaad kunnen ontlopen, maar dan zou hij excuses hebben moeten aanbieden. 'Ik wacht de dagvaarding rustig af,' zegt Heertje. 'We zien wel. Ik heb in mijn leven wel voor hetere vuren gestaan.'
Triest, érg triest, dat wat de redding van de illustere Anne Frankboom had moeten worden, eindigt in geruzie, claims en juridische procedures, herhaalt voorzitter Helga Fassbinder. Op dat moment rinkelt de deurbel. De Schiedamse CDA-wethouder Ad Hekman komt binnen. Zijn gezicht straalt. Hij kwam naar Amsterdam om persoonlijk een zaailing van de beroemde kastanje op te halen. Op het terrein van de Plantage in zijn gemeente zal het plantje uitgroeien tot een volwassen boom. Met een handgeschreven certificaat dat tegen de buitenkant van de pot is geplakt garandeert de stichting Support Anne Frank Tree de echtheid van de nakomeling. Er is veel belangstelling voor de enten die van de kastanje werden gekweekt.
'Toch mooi,' vindt de wethouder, 'dat zo'n legendarische boom op die manier een stukje geschiedenis kan doorgeven aan de volgende generatie.'
