VN MediagidsNiet meer thuis in Marokko
Samenleving / Immigratie 02.09.2006
Wat als je na jaren in Nederland terugkeert naar Marokko en je kinderen kunnen er niet aarden? Of als je uitkering dreigt te worden stopgezet? Of je man dumpt je? Dan reizen veel remigranten voor advies naar het Steunpunt Remigranten in Berkane of in Al Hoceima. ‘Ik heb zo’n spijt dat ik ben teruggegaan. Zo’n spijt. Soms kan ik wel huilen.’
Meneer Chaara zit met opgestroopte overhemdsmouwen tegenover Cynthia Plette. Hij houdt zijn hoofd een beetje schuin en kijkt haar doordringend aan. ‘Maakt Omar een kans?’ vraagt hij zachtjes. ‘Wat denkt u? Zeg het mij eerlijk, alstublieft. Ik zeg de waarheid van mijn hart. Ik heb zo’n spijt dat ik ben teruggegaan. Zo’n spijt. Soms kan ik wel huilen.’
Mohammed Chaara is helemaal van Tetouan naar Al Hoceima gereisd - een dag met de bus - om Cynthia Plette van de SSR (Stichting Steunpunt Remigranten) om advies te vragen. In 1994 vestigde Chaara zich in Marokko omdat hij hoopte dat zijn rugklachten door de warmte zouden verminderen. Zijn WAO-uitkering mocht hij meenemen. Hij legde het Nederlanderschap af. Waar hij onvoldoende rekening mee had gehouden, waren de aanpassingsproblemen van zijn kinderen. Die vonden het leven in Marokko helemaal niet leuk, ze waren minder vrij en ze konden niet wennen aan de viezigheid en de chaos op straat en in de winkels. Bovendien werden ze woedend toen ze merkten dat leraren leerlingen op school mochten slaan.
Omar, de oudste zoon, sprak nauwelijks nog Arabisch, had daardoor weinig contact en voelde zich een buitenbeentje. Fatima, zijn oudste dochter, woont dankzij haar huwelijk met een Nederlander van Marokkaanse komaf weer in Amsterdam. Maar Omar, nu dertig jaar oud, zit nog steeds werkloos in Tetouan, een plaats niet ver van Tanger. Banen zijn bijna niet te krijgen; net als de meeste van zijn vrienden hangt hij een groot deel van zijn tijd doelloos rond. ‘Hij is zo boos op me,’ zegt Chaara treurig. ‘Hij geeft me soms klappen en dat is terecht.’
Omar spreekt onberispelijk Nederlands, vertelt Chaara. Hij is ‘echt koppie koppie’ en zat van zijn vierde tot zijn zeventiende in Nederland op school. Zou dit soort informatie helpen als hij de rechter gaat vragen of Omar terug mag, vraagt Chaara smekend. Dan, resoluut: ‘Die jongen móét hier weg, geloof me.’
Voor sociaal-juridisch medewerker Plette en voor Mohamed Sayem, coördinator van het steunpunt, is het verhaal van Chaara niet uniek. Ouders die hun schoolgaande kinderen mee terugnemen, krijgen haast altijd problemen. De overgang is te groot. Als je plannen hebt om te remigreren, doe dat dan als de kinderen klein zijn, of het huis uit, is hun advies.
Sinds 2000 stijgt het aantal remigranten licht, van 1605 in 2004 tot 1981 in 2005. De een gaat terug na zijn pensionering, de ander heeft een WAO- of een remigratie-uitkering. Om hun Nederlandse paspoort niet te hoeven inleveren, kiezen steeds meer Marokkanen ervoor om te pendelen. Ze zitten een paar maanden in Nederland, afgewisseld met een periode in Marokko.
Mannen blijken overigens sterker naar hun geboorteland te verlangen dan vrouwen. De vrouwen vrezen dat ze in Marokko de vrijheid kwijtraken die ze in Nederland hebben. Bovendien willen ze in de buurt van hun kinderen en kleinkinderen zijn.
Onderbroek van Calvin Klein
Het andere kantoor van de SSR ligt in Berkane. Dat is de standplaats van waaruit Sayem en Plette eens in de twee maanden naar Al Hoceima reizen om daar ook een dag spreekuur te houden. Het staat aan de weg naar de stad Oujda. De Nederlands-Marokkaanse schrijver Fouad Laroui werd er geboren; de ouders van Mohammed B. bouwden er hun zomerhuis: dit gebied is de thuishaven van veel Nederlandse Marokkanen. Iedere zomer wordt dat zichtbaar als families naar hun tweede huis gaan in de stoffige straten van Noordoost-Marokko.
Het steunpunt voor remigranten werd in 1989 opgericht als initiatief van de Raad van Kerken, in samenwerking met het aartsbisdom van de rooms-katholieke kerk in Marokko. Sayem en Plette adviseren remigranten die sociaal-juridische vragen hebben (gemiddeld vijfendertighonderd per jaar), en onderhouden contact met Nederlandse instanties. De SSR wil daarnaast graag een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van Noordoost-Marokko. De opbouw van een civil society is het toverwoord. In Berkane zelf is weinig te beleven, maar achttien kilometer ten noorden van Berkane ligt de badplaats Saïdia. In de winter kun je er een kanon afschieten, maar ’s zomers is het er waanzinnig druk. Europese Marokkanen komen hier hun vakantie vieren: toeterende auto’s, paraderende schaars geklede meisjes, jongens die onder hun gebloemde zwembroek een goed zichtbare onderbroek van Calvin Klein dragen. Ze moeten het tjokvolle strand delen met mannen en vrouwen die van top tot teen bedekt zijn.
En dat wringt. Een paar jaar geleden pikte de plaatselijke bevolking de oprukkende zedeloosheid niet langer. Op een dag liepen zo’n duizend diepgelovige mannen in djellaba het strand op, knielden massaal richting Mekka en zeiden hun gebed. Dit strand is van óns, was hun boodschap. En die kwam over.
‘Hun optreden was intimiderend,’ vertelt Mohamed Sayem. Hij weet dat koning Mohammed VI opdracht heeft gegeven om religieus extremisme hard aan te pakken. Aan het begin van de zomer werden in Berkane uit voorzorg honderden mannen opgepakt en ondervraagd over hun banden met fundamentalistische moslims. En op 9 augustus ontmantelden de autoriteiten volgens eigen zeggen een terreurnetwerk dat van plan was aanslagen te plegen in de regio Nador, niet ver van Berkane. De gematigd fundamentalistische partij die steeds populairder wordt, de PDJ (Parti de la Justice et du Développement), is daar ook heel actief. Er werden vierenveertig verdachten aangehouden die zouden opereren onder de naam Jammaat Ansar El Mehdi.
