Illustratie: Elise van Iterson Illustratie: Elise van Iterson

Moderne ongemakken: de flexwerkplek

12 oktober 2012
Leestijd:

De vrijheid van kantoorloos leven lijkt spannend. Maar waar vindt de nieuwe werker een fijne werkplek?

De nieuwetijdse arbeider is een vrij mens. Gewapend met een draagbaar computertje en een wifiverbinding bevindt hij zich alleen nog tussen figuurlijke kantoormuren.

Hij werkt waar hij wil (thuis, in het park of in de kroeg) en wanneer hij wil (uitslapen als het uitkomt). Google afbeeldingen van het nieuwe werken en je ziet een blootbuikige kerel op een plastic stoeltje in het water zitten met een laptop op zijn schoot. Of maatpakken in het gras, en een vergadertafel op een Bountystrand. De nieuwe werker heeft op elke schouder een engeltje: de een heet Flexibel en de ander Vrijheid.

Die engeltjes maken ook de werkgever blij. Het scheelt hem huur, stookkosten en kilometervergoeding. Het eigen bureau op een vaste plek behoort zo langzamerhand dan ook tot het verleden. Veroorzaakte Interpolis in 1996 nog reuring door zowel werknemers als directie te laten overstappen op de flexibele werkplek, inmiddels zijn er weinig bedrijven waar er niet onder de noemer Het Nieuwe Werken op kantoorruimte wordt bespaard. Zo bekeken zal de leegstand voorlopig leegstand blijven.

Third place

Ik mag mezelf rekenen tot die snel groeiende groep klussers die zich freelancer noemt en ik ben expert flexwerkplek. Op de middelbare school, en zelfs nog tijdens mijn studie, klonk ‘freelancer’ ontzettend modern, ongedwongen, sexy en stoer. Maar wat blijkt: alleen thuiszitten is ook maar alleen thuiszitten. En omdat in deze tijden van economische ellende ‘freelancer’ ook een beetje synoniem staat voor ‘niet gelukt om een vaste baan te krijgen’, voel ik me daar achter mijn grote houten tafel als een – hoe zeg je dat? – werkloze. Op een doordeweekse dag vroeg een nietsvermoedende buur mij eens of ik vrij was. Ik kon hem wel schieten. Daarnaast ben ik me voortdurend bewust van de jongen aan de overkant van de straat, die van de ene op de andere dag ook flexwerker is geworden. Hij gluurt even gemakkelijk bij mij naar binnen als ik bij hem, en ik verbeeld me dat hij mij vanachter zijn laptopscherm voortdurend in de gaten houdt.

Thuis werken is, kortom, voor mij geen optie. Helaas zit een kantoor bij een eenmansbedrijf niet altijd inbegrepen. Dus sleep ik laptop, telefoon en kladblok als een zogeheten werknomade naar locaties waar ik soortgenoten vind. Ik kom dan doorgaans uit op wat de Amerikaanse socioloog Ray Oldenburg een third place noemt: een plek die tussen thuis (first place) en werk (second place) in hangt. Met een beetje geluk vindt op deze informele verzamelplek veel intellectuele en creatieve interactie plaats – volgens Oldenburg essentiële zaken voor het psychologisch welzijn van de gemeenschap, die in onze werk-thuis-gerichte levens het onderspit hebben gedolven. The Great Good Place, noemt hij het daarom ook wel.

Penetrante lichaamsgeur

Een third place die in Nederland de laatste jaren veel populariteit geniet als werkplek is de koffiebar. Vroeg in de ochtend is het zelfs in een filiaal van Nederlands grootste koffiezaakketen nog redelijk rustig. Barista’s leunen op het glimmende metaal van de espressomachine en de koeling staat nog vol verse zoetigheid en speciale sapjes. Appeltaart heet hier big apple, koekjes heten cookies en de koffie van de week is Duopenotti Montata. Bij elke koffie krijg je een uur gratis wifi. Ik zit aan een lange houten tafel die zich langzaam vult met kromme ruggen. Hoofden worden tussen de opengetrokken kaken van laptops geschoven en neuzen op Word- en Excelbestanden geduwd. Het gros van het werkvolk heeft grote koptelefoons op, zodat ze elkaar niet kunnen horen. Tot zover de creatieve interactie van de third place.

Van de aanzwellende drukte heb ik geen last, die verwordt tot een eenstemmig gezoem dat mij met behulp van de caffeïnestoot verandert in een effectieve schrijfmachine. Maar de invasie van caffeïneverslaafde moeders en vaders haalt me steevast uit mijn concentratie. Ze roepen naar hun kinderen en kirren tegen hun baby’s, die antwoorden met luide kreten en zoetige melkkots. Ik merk dan dat het knetterbenauwd is en mijn kopje leeg. Die espresso was niet de beste keuze, nu moet ik eigenlijk al een nieuw drankje bestellen. Tenzij je bereid bent een klein fortuin te besteden en door cafeïne opgewekte hartkloppingen te doorstaan, is dit een zeer tijdelijk kantoor.

De koffietent heeft bovendien het kenmerkende probleem van de los-vaste werkplek: toiletbezoek. Het regelmatig legen van de blaas is een onvermijdelijke zaak, maar hoe doe je dat als je je spullen hebt uitgestald aan een openbare tafel? Alles inpakken, naar de wc dragen, plassen en twee minuten later weer uitpakken op dezelfde plek? Met het risico dat de wc te klein is en je stek vervolgens bezet door een ander? De flexwerker heeft geen andere keuze dan zijn spullen over te laten aan de genade van anderen en op de terugweg het bloed in zijn voeten te voelen zakken als hij niet onmiddellijk zijn veel te dure notebook ziet liggen.

Vanaf het rumoer van de cappuccinodrinkers is het niet ver lopen naar de openbare bibliotheek. De klassieke werkplek: al eeuwenlang filosoferen filosofen, schrijven schrijvers en studeren studenten in de bieb. Hier wachten mij tafel, stoel en stilte, alsook kranten, boeken en plakkerige tijdschriften om vrij te raadplegen. En de geur van koffie, want een zichzelf respecterende bieb heeft tegenwoordig een in-house coffee bar (de website noemt het ‘een eigentijds espresso barconcept’). Alleen het linoleum op de vloer ruikt sterker dan de opgestoomde melk. Dankzij mijn slim gekozen internetprovider hoef ik op deze ‘hotspot’ niet te betalen voor de wifi. Dit is een nagenoeg ideale omgeving voor noeste hersenarbeid. Jammer alleen dat menige dronken zwerver zijn weg hiernaartoe vindt. Niet zelden staat er een achtergelaten blikje bier op tafel of kruipt een penetrante lichaamsgeur mijn neus binnen. Als werkplek is de bibliotheek soms net iets té openbaar. Bovendien steekt hier evengoed het probleem van het wc-bezoek de kop op, dat nog eens vijftig cent kost ook. Ik moet heel vaak.

Ongepaste avances

Gelukkig hebben moderne tijden geleid tot speciale initiatieven om het nieuwe werken te faciliteren. Daartoe behoort ook de heilige graal van de mobiele freelancer: de gratis flexibele werkplek. In een kantorenpand naast Utrecht Centraal bevindt zich de grootste locatie van seats2meet.com, een zogeheten ‘dynamische werkomgeving’ waar vergaderruimtes worden verhuurd en flexwerkers kosteloos gebruik kunnen maken van een werkplek in de ‘lounge’. De muren hebben er vrolijke kleuren, het systeemplafond is gedeeltelijk gestript en er staan oosterse beelden. Vrije werkers overleggen op arbo-ongeschikte stoelen aan glazen tafels, of rammen op een toetsenbord. Hier zijn niet alleen wifi en wc gratis, maar ook automatenkoffie en lunch. Dat laatste leek me zo onvoorstelbaar dat ik er aanvankelijk niet eens gebruik van maakte. Im­mers, there’s no such thing as a free lunch. Dat geldt ook hier: een aan de wc-deur geplakt A4’tje legt uit dat ik betaal met sociaal kapitaal. Van tevoren moet ik een werkplek reserveren en aangeven welke deskundigheid ik in huis heb, zodat andere aanwezigen daar desgewenst gebruik van kunnen maken. Op die manier willen de initiatiefnemers geen third place, maar een Third Space creëren: ‘Een omgeving waar mensen hun kennis, expertise en enthousiasme kunnen gebruiken om waarde toe te voegen aan het netwerk. Inspireren en geïnspireerd worden!’ Zzp’ers worden hier bemoedigend zp’ers genoemd: zelfstandig professionals.

De kans dat iemand hier mijn expertise nodig heeft, is klein. Op een televisiescherm zie ik een word cloud van alle aanwezige kennis, en naast ‘kinderwebwinkel’ is ‘journalist’ het grootste woord: genoeg mensen dus die kunnen wat ik kan. Toch is rustig werken er zelden bij. De constatering dat het ongelooflijk stil is en ik me ongelooflijk goed kan concentreren wordt snel verstoord door de sombere heer aan de hoek van de tafel die op fluisterende toon zijn lifecoach deelgenoot maakt van zijn misère. En rondom de zwijgzaam tikkende dame tegenover me verzamelt zich al vlot een bonte verzameling oorverdovende betweters. In no time vliegen de holle managementtermen me om de oren: ‘mindmaps’, ‘interactiviteit’ en ‘het creëren van een bepaalde gelaagdheid’.

Hoe ga je naar de wc? Alles inpakken, naar de wc dragen, plassen, en daarna weer uitpakken?

Om nog maar te zwijgen over de ongepaste avances. Anders dan op een echt kantoor zijn de sociale regels hier ongeschreven. Het schijnt dat mensen hier speciaal naartoe komen om te flirten, en ik heb vanachter mijn laptop live getuige mogen zijn van hoe een blonde vrouw en een man met trouwring kennismaakten op het terras en drie kwartier later samen vertrokken. Zelf had ik het twijfelachtige genoegen een vent te ontmoeten die zich met zijn artistieke hoed voordeed als hippe jongen. ‘Wat een mooi boekje heb jij daar,’ zei hij over het tijdschrift dat naast mijn computer lag, waarin toevallig enkele ontblote vrouwentorso’s stonden. Toen ik na een korte pauze terugkeerde, was hij zo vrij geweest de helft van zijn spullen op mijn tafel te zetten. Ik snapte niet goed wat hij hier nu mee wilde bereiken, maar het was een uitgelezen kans om een punt te zetten achter de werkdag. Ik pakte mijn spullen en vertrok.

Echte collega’s

iMessage 18 jun. 2012 18:52 Zullen we morgen weer collegaatje spelen? En dat jij me dan bij het koffieapparaat vertelt hoe je weekend is geweest?

Alle voordelen ten spijt: flexibel werken is minder utopisch dan het klinkt, en die engeltjes Flexibel en Vrijheid worden soms stevig vervloekt. In deze wetteloze staat mist de flexwerker correcte omgangsvormen, een ergonomisch bureau, en bovenal eigen collega’s. Want een werkplek werkt beter als je samen bent. In de lounge van seats2meet.com zag ik eens twee collega’s die een dagje met hun bedrijf waren komen vergaderen. Met een gelukzalige blik stonden ze aan het lunchbuffet, hun papieren bordjes stevig vast in beide handen. ‘Lekker, hè, zo?’ verzuchtte de een. Hij zal de tonijnsalade en de karnemelk hebben bedoeld, maar zonder collega had zijn flexwerkdag er vast niet zo glanzend uitgezien.

Mijn beste flexwerkdagen zijn die met mijn freelancende vrienden: vertrouwde lotgenoten met wie ik samen lunch en verhalen uitwissel bij de koffieautomaat. Die een buffer vormen tegen vieze mannetjes en nutteloos gewauwel van een ander, die me een reden geven van negen tot vijf aanwezig te zijn en bij wie ik zonder zorgen mijn spullen laat liggen als ik naar de wc moet. Net als echte collega’s. Net als op een echt kantoor.

Kader: Flexwerken voor loonslaven

De flexwerkplek is al lang niet meer voorbehouden aan de freelancer. Het Nieuwe Werken is doorgedrongen tot diep in het bedrijfsleven en de ambtenarij, waar elk onbenut bureau er een te veel is. De loonslaaf heeft afscheid moeten nemen van de posters en plantjes waarmee hij zich zijn werkplek eigen maakte en is toegetreden tot het domein der flexibelen. Ontworteld en aan zijn lot overgelaten moet hij zelf maar bedenken waar hij zijn paperassen laat en wanneer hij zijn collega's ziet.

Dat is vooral lastig voor de wat oudere werknemers, merkt arbeidsadviseur Michel van Zelst: 'Sommigen van hen pakken het echt niet op, die gaan elke ochtend keurig achter hetzelfde bureautje zitten en zetten hun eigen spulletjes neer, die dan volgens de clean desk policy weer worden weggehaald.' Zelf moest Van Zelst ook even wennen toen hij na vijfentwintig jaar ambtenaarswerk overschakelde op de flexwerkplek. 'Ik ben zo opgevoed dat ik werk binnen de uren dat ik ben aangenomen, of ik wat te doen heb of niet, en vrij is vrij. Als ik nu niet op maandagochtend om negen uur op kantoor hoef te zijn, geeft dat een raar gevoel. Ik merk het ook aan mijn collega's. Als ik op mijn werk kom en besluit ergens anders te gaan zitten, komen ze vragen wat er aan de hand is, dan heb ik de saamhorigheid verstoord.' Maar de opgeruimde omgeving werkt goed voor Van Zelst, en de overheid voorziet haar werknemers van arbo-correct af te stellen stoelen. Daarvoor heeft iedereen overigens tevergeefs zijn eigen maten opgemeten: 'Meestal merk ik na twee uur dat ik met mijn kin op tafel zit.'

Over Kelli van der Waals

Kelli van der Waals (1984) werkt sinds 2011 bij Vrij Nederland. Ze schrijft over haar generatie, over het effect van grote veranderingen (de nieuwe economie, digitalisering) op onze dagelijkse levens en over modern feminisme. Daarnaast recenseert ze magazines voor athenaeum.nl en levert ze af en toe een bijdrage aan nrc.next. Eerder was ze redacteur bij webmagazine hard//hoofd en nog eerder studeerde ze mediawetenschappen in Utrecht, Bologna, Amsterdam en Rome.

 

Stephan Sanders

Echt racisme

De Zwarte Piet-discussie is een maatstaf geworden om de ‘echte zwarte’ te kunnen onderscheiden van de ‘kleurverrader’

 

Robert van de Griend / Sander Donkers

De Week Waarin...

Onze kinderen moeten er maar aan wennen dat Piet er voortaan uitziet als een toverbal in een maillot

Column

Joël Broekaert

Het wonder dat fermentatie heet

Nieuwe gerechten ontstaan uit keukenafval. Allemaal door het wonder dat fermentatie heet

Reconstructie

Jaco Alberts

Wie vermoordde Theo van Gogh?

Wie vermoordde Theo van Gogh?

 

Stephan Sanders

Het slechtste van twee werelden

Ik blijf geloven in de meeste Marokkanen, met hun modieuze expressionisme en hun antiautoritaire houding

Dit is goed! Ik ontvang graag wekelijks verhalen in mijn inbox

E-mailadres *
Ja, ik wil graag de VN Nieuwsbrief ontvangen

Neem nu een
abonnement
Jaar
Half jaar
Kwartaal
Proef
Papier en digitaal
Alleen digitaal