Vrij Nederland Liesbeth Zegveld
Liesbeth Zegveld
Advocate en hoogleraar Liesbeth Zegveld neemt het op tegen mensen als Zorreguieta en Karremans.
Advocate en hoogleraar Liesbeth Zegveld neemt het op tegen mensen als Zorreguieta en Karremans.
Als kind dreigde ze een vaas kapot te gooien als ze onrecht zag. Als puber zorgde ze op school voor zo veel tumult dat de onderwijsinspectie eraan te pas dreigde te komen. Ze vond het onterecht dat haar broer een onvoldoende had gekregen. Nu is Liesbeth Zegveld (1970) al ruim twaalf jaar een briljante juriste die tegenover rechters gerechtigheid voor haar cliënten eist.
En ze krijgt haar zin. Waar haar collega’s afhaken in schijnbaar onmogelijke rechtszaken, zet zij door. Zegveld is tegendraads, maar met een reden. De hoogblonde advocate – tevens hoogleraar humanitair recht in Leiden – boekte in 2011 succes op succes. Zelfs een machtige tegenstander als de Nederlandse staat ging twee keer door de knieën in pijnlijke oorlogsdossiers. De weduwen uit Rawagedeh in Indonesië kregen na zestig jaar schadevergoeding en zelfs excuses van de overheid. Hun mannen waren in 1947 zonder enige vorm van proces geëxecuteerd door Nederlandse militairen. Ook de nabestaanden van ‘Srebrenica’ die Zegveld bijstaat kregen genoegdoening via de rechter. Maar in deze zaak laat ze nog steeds niet los. Ze staat de familie bij van de mannen die zijn weggestuurd van de veilige Nederlandse compound. Niet alleen de staat, maar ook Dutchbat-commandant Thom Karremans en zijn naaste collega’s zouden verantwoordelijk zijn voor hun dood. Namens haar cliënten heeft ze aangifte tegen hen gedaan.
Martelende onzekerheid
Hoe gevoeliger en politieker een zaak, des te hardnekkiger Zegveld zich erin lijkt vast te bijten. Eerder deed ze samen met kantoorgenote Britta Böhler een vergeefse poging om Jorge Zorreguieta, de vader van prinses Máxima, voor de rechter te laten verschijnen. Ze achten Zorre- guieta medeverantwoordelijk voor de verdwijning van duizenden mensen onder het Argentijnse generaalsregime. Zegveld is nu in de herkansing. Opnieuw heeft ze aan het OM gevraagd hem te vervolgen. ‘Familieleden en vrienden verkeren nog altijd in martelende onzekerheid over hun precieze lot. Zorreguieta bekleedde een hoge positie in die regering.
Hij was in de gelegenheid afstand te nemen van het misdadige beleid. Dat heeft hij niet gedaan. Tot nu toe blijft hij weigeren zijn verantwoordelijkheid te nemen of informatie te verschaffen,’ luidde haar toelichting bij deze aangifte. Zegveld doet de zaak voor de nabestaanden van de Argentijnen deze keer samen met Göran Sluiter, advocaat en hoogleraar strafrecht aan de Uni- versiteit van Amsterdam. ‘2012 wordt ons jaar,’ zegt Göran Sluiter tegen VN. ‘We zijn overtuigd van de haalbaarheid van de aanklacht.’
Göran Sluiter kent Zegveld sinds hij rechten studeerde in Utrecht. Beiden waren er assistent in opleiding. Hij bleef in de wetenschap, zij vertrok naar de advocatuur. Nu zitten ze weer bij elkaar aan op Amsterdamse Keizersgracht bij Böhler Advocaten. Sluiter omschrijft Zegveld als iemand die niet meteen nee verkoopt. ‘Vroeger stond ze ook oorlogsmisdadigers en daders bij. Bij ons op kantoor vinden we dat dat moet kun- nen. Je moet er immers als advocaat ook zorg voor dragen dat de rechten van verdachten worden gewaarborgd. Ik doe dat dus nog steeds. Maar Liesbeth had aldoor te maken met slachtoffers als cliënt. Daarom heeft ze de knoop doorgehakt om alleen nog deze groepen te vertegenwoordigen.’ Hij vindt zijn collega niet alleen een gepassioneerde advocate, maar roemt ook haar juridische kennis. ‘Ze komt niet met gewauwel. Dat voelen rechters aan.’ Sluiter kent haar ook privé en weet daardoor dat haar strijdlust nauwelijks grenzen kent. ‘Ik kwam haar op straat tegens tijdens mijn vakantie in Zuid-Frankrijk. Zij had daar met haar gezin een huis met een zwembad gehuurd. Ze vroeg of ik langskwam. Ik was nog niet binnen of ze wilde een wedstrijdje met me zwemmen. Het is tekenend voor haar competitieve instelling. Ze lijkt een beetje op een topsporter, die wil ook alles winnen, zelfs met een sport waarin ze niet kampioen is geworden.’
‘Ze komt niet met gewauwel. Dat voelen rechters aan’
Bloederige handen
De beste willen zijn, uitblinken. Dat zat er vanaf het begin in. Zegveld is in 2000 cum laude gepromoveerd. Ze kreeg diverse prijzen, recent nog de Clara Meijer-Wichmann Penning voor haar inzet voor de mensenrechten. De keuze voor rechten is voor haar nooit een vraag geweest. Haar vader is jurist. ‘Als ik me als kind ergens onderuit wilde praten, zei hij dat ik maar advocaat moet worden,’ zei ze in 2005 in Intermediair in een artikel over aanstormend talent. En rechten was goed voor haar, blijkt uit een recent vraaggesprek in een vakblad. ‘Het paste me vanaf het begin (...) Je geeft mensen een stem die wel problemen hebben, maar die niet gehoord worden.’
Haar mening doet er tegenwoordig toe. Niet alleen in de rechtszaal. In het relatiemagazine van het Centraal Bureau voor de Statistiek wordt ze in een rijtje geplaatst van prominente vrouwen als Annemarie Jorritsma, Karla Peijs en Jeltje van Nieuwenhoven die belangrijk zijn als opiniemakers. Zegveld geeft in een vraaggesprek met dit blad een kijkje in eigen keuken. ‘Je kunt alleen maar een goede advocaat zijn als je je ergens in kunt vastbijten, als je de heel basale verontwaardiging voelt van “dit klopt niet”, “dit kan niet.” Daar bouw je een zaak omheen. Als je dat gevoel niet hebt, geef je het waarschijnlijk bij de eerste tegenslag al op. Als je het doet om het winnen, moet je er niet aan beginnen.’
Oorlogsverslaggever Arnold Karskens gelooft er niets van. ‘Ze wil winnen ongeacht de zaak die ze doet.’ Hij maakte haar mee tijdens twee rechtszaken. Begin 2000 stond Zegveld Afghaanse generaals bij die tijdens de Russische bezetting van Afghanistan de inlichtingendienst hadden geleid. Ze werden in Nederland vervolgd wegens marteling van landgenoten. Karskens: ‘Iedereen weet dat dergelijke lieden alleen door zelf bloederige handen te maken kunnen stijgen op de carrièreladder. Het kunnen dus onmogelijk lieverdjes zijn. Toch wierp ze zich op als raadsvrouw louter omdat de case interessant was. Ze verloor. Toen ik tegen haar zei dat ik daar blij om was, proefde ik teleurstelling.’
Deze Afghanen-zaak was het debuut van Fred Teeven als aanklager in internationale zaken. De huidige staatssecretaris van Veiligheid en Justitie was destijds als officier van justitie aangesteld voor deze speciale tak van opsporing van oorlogsmisdaden. Teeven maakte Zegveld niet alleen in de rechtszaal mee, maar ook als lid van een commissie die op zoek ging naar informatie in Afghanistan. Toen Teeven in 2006 verkaste naar de Haagse politiek, schreef VN een portret over hem. Zegveld prees daarin de doortastendheid van de crimefighter, die oorlogsmisdaden op de juridische agenda zette door ze te behandelen als gewone strafzaken. Hij zocht daarbij de grenzen van de wet op. Zegveld: ‘Hoewel ik het met zijn aanpak in de Afghaanse zaak totaal niet eens ben, respecteer ik zijn aanpak.’
Het respect blijkt wederzijds. ‘Ik heb Liesbeth leren kennen als een uitermate kundig en gedreven juriste in de tijd dat ik met haar werkte,’ laat staatssecretaris Teeven weten vanuit Den Haag.
Rechtvaardigheidsgevoel
Zegveld heeft nooit overwogen om officier van justitie of rechter te worden. ‘De rechterlijke macht vertegenwoordigt de middenmoot. Een beetje van dit, een beetje van dat. Er is te weinig lef,’ zei ze in een recent interview in de Volkskrant. Haar biotoop is de rechtszaal. Daar vindt het gevecht plaats. Bijvoorbeeld voor de Koerden, slachtoffers van de gifgasaanvallen in Irak. Zij stond hen bij in de strafzaak tegen Frans van Anraat, een Nederlandse zakenman die grondstoffen voor het maken van gifgas aan de Iraakse dictator Saddam had geleverd.
Arnold Karskens schreef een boek over Van Anraat. Hij herinnert zich Zegvelds optreden in de strafzaak ‘als een fraaie mengeling van een warm rechtvaardigheidsgevoel en een strakkoele academische kijk’. ‘Ze ontzag zichzelf niet. Een longontsteking vond ze geen reden om een rechtszaak uit te stellen. Omdat ze de slachtoffers of de nabestaanden niet de hele verre reis voor niets wilde laten maken.’
‘Zij wist precies de goede toon aan te slaan voor de benadeelden,’ zegt ook advocaat Jan Peter van Schaik. Hij stond Van Anraat bij. ‘Zegveld bracht de positie van de slachtoffers niet alleen juridisch goed voor het voetlicht. Die mensen zaten in de zaal in hun rolstoel en met hun zuurstoffles bij zich. Het hun aangedane leed werd zo goed neergezet.’ Hij bedoelt dat niet cynisch, voegt hij er snel aan toe. ‘Haar aanpak was niet overdreven. Zegveld zorgde ervoor dat in de rechtszaal het persoonlijk leed van de slachtoffers werd uitvergroot.’
Zegveld wordt naar eigen zeggen gedreven door haar rechtvaardigheidsgevoel, iets wat ze van huis uit heeft meegekregen. Maar is dat het enige? Speelt roem of ijdelheid geen rol?
In 2005 werd ze als BN’er in Intermediair geïnterviewd. Zegveld: ‘Aandacht is leuk en soms een vorm van erkenning. Maar ik ben er wel voorzichtig in, het kan snel omslaan in een leeg gevoel.’ Ze wordt ook gevraagd naar een ‘gouden tip’ voor aanstormend juridisch talent: ‘Kies de richting waar je hart ligt.’ Wat ze er toen nog niet bij zei, maar later wel tegen Trouw, was: ‘Je moet houden van knoerthard werken en vechten, vechten en vechten.’
Foto: Sander Veeneman.