VN MediagidsKritiek Rouvoet op wachtlijsten
Samenleving / Zorg 18.09.2009
‘Ik word echt niet zenuwachtig van de strenge woorden van minister Rouvoet,’ zegt Lodewijk Asscher. De Amsterdamse wethouder is wel gewend aan gedonder over wachtlijsten. Vorig jaar was hij het zelf die straf uitdeelde. Hij gaf Bureau Jeugdzorg een waarschuwing omdat de wachtlijsten te lang waren.
Nu las Asscher op maandagochtend in de krant dat hij en zijn Rotterdamse collega door de minister op hun vingers werden getikt. Amsterdam komt honderd plekken voor pleegkinderen tekort en er zijn te weinig plaatsen in tehuizen. Asscher: ‘Wij willen ook dat die kinderen zo snel mogelijk worden geholpen. Maar waar ik voor pas, is om de kinderen dan maar in een verbouwd schippersinternaat te zetten. Dat voorstel, een puur cosmetische oplossing, kwam uit Den Haag. Deze kinderen hebben recht op mooie huisvesting en omdat we telkens voor een jaar geld uit Den Haag krijgen, is het moeilijk om zo’n tehuis te laten bouwen.’

Asscher vermoedt dat Rouvoet zich juist nu roert omdat hij bij zijn aantreden beloofde dat alle wachtlijsten op 1 januari zouden zijn opgelost. ‘Daar heeft hij zijn politieke lot aan verbonden.’
Minister Rouvoet, groot voorvechter van kind en gezin, voert met zijn spierballentaal de druk op. Maar als de wachtlijsten straks niet meer bestaan, zijn er andere, nog nijpender kwesties. De bureaucratie, het grote aantal managers, de talloze protocollen en de gebrekkige kwaliteit van vaak hele jonge hulpverleners zouden vijand nummer één van de minister moeten zijn.
Het zijn zaken die ook in het onderwijs en de zorg spelen. Degenen om wie het uiteindelijk gaat – de hulpvrager, de leerling, de patiënt – worden uit het oog verloren. Nog meer protocollen en managers zijn de gebruikelijke politieke bezweringsformules. De minister die daar wat aan doet, is pas echt moedig.
