VN MediagidsKoppen dicht!

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Samenleving 26.04.2011

Door Thijs Niemantsverdriet

Stilte is in de stiltecoupé allesbehalve vanzelfsprekend. Hoe snoer je medepassagiers effectief de mond?

Drie jaar geleden werd ik politiek verslaggever voor Vrij Nederland. Dat betekende dat ik zo'n twee tot drie keer per week op en neer ging reizen naar Den Haag. Aangezien ik slecht uit raampjes kan staren en nogal calvinistisch ben qua werk, besloot ik mijn tijd in de trein nuttig te gebruiken. Amsterdam-Den Haag is vijftig minuten: tijd genoeg om documentatie te bestuderen, aantekeningen uit te werken, een boek te lezen.

Al snel merkte ik dat er om mij heen gekletst werd bij het leven. Het gros der Nederlanders slingert nu eenmaal via zijn gsm zijn hele hebben en houden de wereld in. Zo'n beetje alles passeerde tijdens een gemiddelde treinreis de revue: relatieproblemen, arbeidsconflicten, roddels uit het studentenleven, ingrediënten voor het avondmaal. Van werken kwam niets terecht.

Toen ontdekte ik de stiltecoupé. Een compartiment in de trein dat op het raam wordt gemarkeerd door de letter 'S' en de woorden 'stilte' en 'silence', alsmede icoontjes van mobiele telefoons met een kruis erdoorheen. Waar een serene rust heerst, slechts onderbroken door een gedempt kuchje, de komst van de conducteur of een boodschap over de intercom. Waar de gsm op de ruststand staat, en men ogenblikkelijk naar het balkon vertrekt als-ie toch afgaat. Kort gezegd: een bibliotheek op wieltjes.

Dacht ik.

Logboekje
In werkelijkheid is stilte in de stiltecoupé allesbehalve vanzelfsprekend. Ondanks de duidelijke markering lijken de meeste reizigers de stiltecoupé niet op te merken, of niet te willen opmerken. Er wordt bijna net zo vrijelijk gekeuveld en getelefoneerd als in de gewone coupés. De conducteur, volgens de NS-website verantwoordelijk voor het handhaven van de 'huisregels', spreekt de mensen er zelden op aan.

Is het echt zo erg als ik denk? Om de proef op de som te nemen, hield ik twee maanden een logboekje bij tijdens mijn treinreizen. Een greep:

Logboek

- dinsdag 18 januari: stilte tot aan Schiphol. Dan babbelende meisjes, en een luid bellende studentenactievoerder.

- woensdag 19 januari: drie jongens met blikjes Red Bull zetten een boom op. Ik loop door naar de volgende stiltecoupe. Aldaar: twee twintigers (één met groen haar). 'Hé, we zitten in de stiltecoupe,' zegt de een. 'Ja, maar laatst zaten ze daar ook te kletsen,' zegt de ander. Ze gaan kletsen.

- donderdag 20 januari: stilte.

- dinsdag 25 januari: vanaf Leiden twee babbelende Antilliaanse meisjes; gelukkig staat de deur naar het balkon open, waardoor ze overstemd worden door het geraas van de trein

- dinsdag 25 januari, terugreis: stilte.

- donderdag 27 januari: jongen van achter in de twintig pakt zijn telefoon. 'Ik bel nog even over vorige week,' zegt hij. 'Wat in die schuur is gebeurd, is toch niet fris en prettig.'

- woensdag 23 februari: meisje en haar beste homovriend voeren een lang gesprek over gevoelens ('Ik kan me niet vóórstellen dat je daar gelukkig van wordt'). Ondertussen dient een andere jongen via zijn headset een vriendin luidkeels van advies ('Heb je dat 's nachts ook? Dan moet je echt een keer naar de dokter').

- woensdag 2 maart: stilte.

- donderdag 3 maart: hele coupé vol gemoedelijk keuvelende mensen.

- dinsdag 15 maart: Afrikaanse man voert in het Engels een telefoongesprek over zijn beslommeringen met justitie. Man in kabeltrui luistert op zijn iPod naar latinmuziek; zó hard dat ik eerst denk dat hij boxjes heeft in plaats van oordopjes.

- donderdag 17 maart: twee hbo'ers bespreken hun laboratoriumervaringen.

Er is maar één conclusie mogelijk: in de stiltecoupé is stilte eerder uitzondering dan regel. Bovendien valt er een aantal wetmatigheden op. Om te beginnen: hoe groter een gezelschap, hoe groter de kans op lawaai. Reizende eenlingen (zakenmensen, ambtenaren) zijn over het algemeen stil. Maar stapt er een viertal collega's van de Burger King op Schiphol in? Bad news. De kans dat ze hun mond houden, is buitengewoon klein. Als de groep uit vrouwen bestaat, is die kans nóg kleiner. De grootste catastrofe die de stille reiziger kan overkomen, is een plukje vrouwen van middelbare leeftijd dat een dagje is wezen shoppen in de grote stad.

Verder is het 's ochtends stiller dan 's avonds. Komt het door slaperigheid, of doordat mensen 's ochtends vaker alleen reizen? Hoe het ook zij: in de avondspits, wanneer de werk- of schooldag achter de rug is, gaan alle remmen los. Ten slotte: praten is besmettelijk. Als eenmaal één persoon aan het kleppen is geslagen, volgt de rest vaak vanzelf. En hoe meer er wordt gepraat, hoe hoger doorgaans het volume: passagiers proberen elkaar onbewust vocaal naar de kroon te steken. Ooit wel eens in een coupé vol gedempt pratende mensen gezeten?

- Ze hebben niet gezien dat ze in een stiltecoupé zaten, of ze dachten ermee weg te komen

Beschavingsparadox
Op basis van deze observaties zou je makkelijk kunnen vervallen in gesomber over de Nederlandse samenleving. Dat we geen rekening meer houden met elkaar. Dat ons land behuisd wordt door zestien miljoen egootjes. Dat ambtsdragers als conducteurs tegenwoordig het gezag ontberen om onaangepast volk tot de orde te roepen. De in Amerika geboren historicus James Kennedy vatte de situatie ooit mooi samen. Aan de ene kant stellen we in Nederland steeds hogere eisen aan het gedrag van burgers in de openbare ruimte: vrijwel overal gelden tegenwoordig 'huisregels'. Aan de andere kant is het volstrekt onduidelijk wie deze regels handhaaft. Daardoor wordt de handhaving de verantwoordelijkheid van de burgers zelf - die vervolgens een grote lankmoedigheid aan de dag leggen jegens overtreders. Het gevolg: irritatie, schaamte, boosheid. De stiltecoupé als metafoor voor de moeizame manier waarop Nederlanders zich verhouden tot regels.

De Tilburgse hoogleraar Gabriël van den Brink, zelf stiltecoupéreiziger, ziet in de trein zelfs een heuse 'beschavingsparadox' opdoemen. 'Als socioloog pleit ik regelmatig voor beschaving,' zegt hij, 'maar toch vind ik het als reiziger héél vervelend om in te grijpen als iemand luid met zijn mobiel zit te bellen. Dat je iemand er sowieso op moet wijzen, vind ik diep in mijn hart al iets barbaars.'

Gelukkig is er voor binnenvettende stiltecoupéreizigers een uitlaatklep: Twitter. Wie op de microblogdienst de zoekterm 'stiltecoupé' intikt, opent een beerput aan razernij over medepassagiers. Een greep uit de oogst van één dag: 'Hoe irritant, twee oude taarten die kwartet spelen in de trein.' 'Whatthehell, chickje bespreekt je relatieproblemen fucking luid in een stiltecoupé.' Wat te denken van deze: 'Kut-Roermonders hier in de trein beetje luidruchtig staan doen in een stiltecoupé hierdoor haat ik carnaval NOG erger.' Of deze: 'Oké, mensen die praten in een stiltecoupé moeten dood.'

Wachten heeft geen zin
Toch is al die boosheid nergens voor nodig, zo weet ik inmiddels uit ervaring. Na mijn aanvankelijke verbazing en irritatie heb ik mij namelijk toegelegd op een praktische vraag: hoe kan ik mijn medepassagiers effectief de mond snoeren? Stap voor stap, via trial-and-error, heb ik een methode ontwikkeld die - al zeg ik het zelf - verbazingwekkend goed werkt.

De methode rust op vijf pijlers:

1: Ga meteen over tot actie
Zodra iemand naar zijn gsm grijpt: kom in beweging. Wachten heeft geen zin. Hoe langer je wacht, hoe hoger de drempel wordt om te interrumperen. Als je na tien minuten groeiende irritatie en frustratie pas iets zegt, komt het er meestal behoorlijk agressief uit - en dat werkt contraproductief. Dit is een van de basisregels van effectief anger management.

2: Wees direct
Hardop zuchten, steunen of sissen helpt niet. De lawaaimaker gaat meestal dermate in zijn conversatie op dat hij je in negen van de tien gevallen gewoon niet hoort. Steken onder water via medepassagiers ('Nou, lekker stil is het hier, hè') zijn evenmin effectief: in dat geval kan de boosdoener gewoon doen alsof hij je niet hoort. Het beste is om direct en stellig over te brengen wat je wens is: dat de ander zijn mond houdt.

3: Blijf te allen tijde beleefd
Beleefdheid is de sleutel tot succes. Wie boos of verwijtend doet tegen een medepassagier, kan een boze of verwijtende reactie terugverwachten. Maar wie netjes 'u', 'meneer' en 'mevrouw' blijft zeggen (ook tegen die jongen in die capuchontrui), krijgt vaak een verrassend beleefd antwoord. Zelf handel ik altijd in twee stappen. Eerst buig ik me naar de persoon in kwestie toe en vraag ik: 'Zou u ergens anders kunnen telefoneren/praten?' Meestal is dit al voldoende. Vraagt de keuvelaar toch 'Waarom?', dan wijs ik droogjes naar het woord 'stilte' op het raam.

4: Verwacht geen hulp van medepassagiers
De mens is een angstig wezen, zeker in de trein. Reken bij je interventie niet op hulp van die ene meneer die net ook zo geërgerd zat te kijken vanachter zijn krant. Als puntje bij paaltje komt, kijkt hij toch liever de andere kant uit. Zoek tijdens je interventie nimmer oogcontact met anderen, dat verzwakt je positie. De timide houding van je medepassagiers betekent overigens niet dat ze jouw ingrijpen niet op prijs stellen: naderhand zul je regelmatig goedkeurende knikjes krijgen.

5: kweek een olifantenhuid
Er zijn altijd mensen die flauw reageren. Ze gaan giechelen, wisselen blikken uit, of zeggen in hun telefoon dingen als: 'Iemand zeurt dat ik niet mag praten.' Het is zaak hiervoor immuun te worden; leg je erbij neer dat mensen je een humorloze zeikerd vinden. Soit. Je komt ze waarschijnlijk toch nooit meer tegen.

Kan ik als 'nieuwkomer' een orderverstoorder aanspreken die er al zit? Foto: Piet den Blanken/HH
Kan ik als 'nieuwkomer' een orderverstoorder aanspreken die er al zit? Foto: Piet den Blanken/HH

Dilemma's
Natuurlijk zijn er dilemma's. Bijvoorbeeld: kan ik als 'nieuwkomer' in een coupé een ordeverstoorder aanspreken die er al zit? Volgens de wetten van de jungle heb ik als groentje nog weinig recht van spreken. In zo'n geval wacht ik met mijn correctieve ingreep totdat ik ook een beetje onderdeel ben geworden van het coupé-establishment, ongeveer ter hoogte van het volgende station.

Ander dilemma: wat te doen met buitenlandse toeristen? Op Schiphol komen ze bepakt en bezakt de coupé binnen en beginnen aan de verbale voorpret op een weekendje Amsterdam. Ze hebben geen benul waar ze zijn beland - voor zover ik weet is Nederland het enige land met stiltecoupés. In de meeste gevallen kies ik voor appeasement en houd ik mijn mond, tenzij het té erg wordt. (Voor geïnteresseerden: het Engelse woord voor stiltecoupé is 'silence compartment'.)

Soms gaat het mis. Een keer belandde ik tegenover een valse nicht met een paardenstaart. Toen ik rustig vroeg of hij ergens anders wilde gaan bellen, weigerde hij en zei: 'Zeur niet zo, jongen.' Toen ik hem op de 'S' op het raam wees, ging hij helemaal los: hij begon zijn gespreksgenoot te informeren over 'die vervelende zeikerd' die 'een klotedag op zijn werk had gehad' en dat nu wilde 'afreageren' op hem. Ik ben maar naar een andere coupé gegaan.

Gelukkig vormen dit soort situaties een uitzondering. Over het algemeen geldt: pas de vijf bovenstaande principes toe en het resultaat is verbluffend. Vrijwel alle stilteverstoorders realiseren zich meteen dat ze fout zitten. Ze hebben niet gezien dat ze in een stiltecoupé zaten, of ze dachten ermee weg te komen. Maar zodra hun fatsoensbesef wordt geactiveerd, corrigeren ze zichzelf. Ze stoppen met bellen, verkassen naar het balkon of manen hun gesprekspartner tot stilte. Vaak worden er ook nog omslachtig excuses gemaakt. En dit allemaal binnen luttele seconden.

Het mooist zijn de mensen die zelf tot inkeer komen. Zo schreef ik op 17 februari in mijn logboekje: 'Jongen en meisje komen kletsend binnen. Zij: "Dit is de stiltecoupé." Hij: "Daar mag je niet praten!" Ze maken rechtsomkeert.'

Kijk, daar word ik nou blij van.